NIEUWSBRIEF UNIVERSITEITSGESCHIEDENIS
LETTRE DINFORMATION SUR LHISTOIRE DES UNIVERSITÉS
1999, nr. 2
Verenigingsnieuws / Communications des associations
Mededelingen van de Werkgroep Universiteitsgeschiedenis
Verslag
studiedag Studenten, cultuur en
studentencultuur
Amsterdam,
19 november 1999
Wie of wat was de student? Wie is de student? Is dat nog altijd dezelfde? Is de sociale herkomst van de studenten in de loop der eeuwen veranderd en verschilt het studentenleven van dat van andere jongeren? Deze en andere vragen, die momenteel verscheidene onderzoekers bezig houden, waren aan de orde tijdens de studiedag die de Commissie Geschiedschrijving UvA en de Werkgroep Universiteitsgeschiedenis 19 november jl. organiseerden in de Agnietenkapel te Amsterdam.
Na de opening door prof. dr. J.J.M. Franse, rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, spraken tijdens de ochtend twee aio's die onderzoek verrichten naar 17de-eeuwse studenten. Als eerste kwam Dirk van Miert aan bod, latinist en werkzaam aan de UvA. In zijn lezing 'Hier en daar duiken ze op, zwemmend in de woeste zee'. Studenten aan de Amsterdamse Doorluchtige School in de zeventiende eeuw, vertelde Van Miert over de bronnen die hem ter beschikking staan bij de reconstructie van de studentenpopulatie van het Athenaeum illustre: hooglerarencorrespondentie en disputaties. In een later stadium zullen hier andere bronnen, zoals de poorterregistratie van de stad en notariële archieven, aan worden toegevoegd. De tweede spreker, de historica Martine Zoeteman (UL), deed onder de noemer De Leidse studenten in de zeventiende eeuw verslag van haar bijna voltooide onderzoek naar de Leidse studentenpopulatie en de studentencultuur tijdens het Ancien Régime, waarbij zij zich tot de 17de eeuw beperkte (zie ook elders in deze Nieuwsbrief).
Tijdens de middag werd de sprong gemaakt naar de 19de en 20ste eeuw. De sociaal wetenschapper Bibi van Wolput, thans werkzaam bij de RUG-Groningen, toonde aan de hand van grafieken de eerste, voorlopige, resultaten van een deel van haar onderzoek naar de transformatie van het Nederlandse hoger onderwijs in de periode 1815-1935. Zij behandelde De sociale herkomst van studenten in de negentiende eeuw. Mevrouw van Wolput heeft als aio, verbonden aan de UvA, steekproeven uitgevoerd onder de studentenpopulaties van alle voor 1935 bestaande universiteiten. Een van haar verrassende conclusies was, dat de Groninger universiteit in de 19de eeuw een sterker elitair karakter droeg dan de universiteiten te Leiden en Utrecht. In een volgende lezing: Het ontstaan van een burgerlijke studentencultuur in de vroege negentiende eeuw, ging de historicus Pieter Caljé (UM) in op de studentencultuur van de 'elitaire' Groningse studenten. Zijn bevinding was dat deze studenten landelijk gezien voorop liepen wat betreft de 'modernisering' van de studentencultuur: het oudste Nederlandse studentencorps, Vindicat, werd in 1815 in Groningen opgericht.
Aan de (naoorlogse) 20ste eeuw werd aandacht besteed in de voordrachten van Isabel Sivera van der Sluijs en Ruud Abma. Sivera van der Sluijs, die gezondheidswetenschappen studeerde in Maastricht, bereid een proefschrift voor over de sociale herkomst van de naoorlogse studenten van de Universiteit van Amsterdam. Zij sprak over Studieloopbanen aan de Universiteit van Amsterdam van cohorten tussen 1947 en 1986. Als laatste hield Abma een levendige voordracht over Studentenbeweging en tegencultuur in de jaren zestig. Zijn verhaal bleek voor velen in de zaal een feest der herkenning. Zijn these dat studenten in de jaren zestig voor het eerst in de geschiedenis een tegencultuur tegenover de cultuur van de gevestigde orde plaatsten, zou echter eens nader moeten worden getoetst.
(Marc Wingens)