Programma

 Studie- en ontmoetingsdag

Digitale didactiek 14 september 2006

Het programmacommité heet U van harte welkom op de studie- en ontmoetingsdag, een uitloper van het Eliseproject.

Deze studiedag vindt plaats te Leuven.
Onthaal: Inkomhal College De Valk, Tiensestraat 41, 3000 Leuven
Plenaire sessie: Aula Zeger Van Hee

Plenaire sessie

Sociale software: niet alleen anders leren maar ook anders "weten". Inhoud en Mogelijkheden van activerende internettoepassingen voor instellingen uit het hoger- en volwassenenonderwijs.

Prof. Fred Truyen - K.U.Leuven

Sociale software: niet alleen anders leren maar ook anders "weten". Inhoud en Mogelijkheden van activerende internettoepassingen voor instellingen uit het hoger- en volwassenenonderwijs.

Niemand moet er nog van overtuigd worden dat sociale software toepassingen een krachtig instrument zijn voor informatieverspreiding. E-leren wordt echter nog te vaak gezien als een alternatief voor de traditionele leeractiviteiten, en in de eerste plaats daarmee vergeleken. Daarbij ligt dan de nadruk op het vlot kunnen delen van informatie. E-leren via sociale software is echter veel meer dan dat: we zullen de stelling verdedigen dat het ook leidt tot een andere, rijkere vorm van weten. Het is niet zomaar een alternatief om aan klassieke kennis te geraken, maar leidt tot authentiek nieuwe vormen van inzicht. Het soort inzicht dat gevraagd wordt in de kenniseconomie van morgen.

Slot1: 11.00-11.40 uur        

1.1 Het Web als leeromgeving voor docenten: SURF-project Digitale didactiek                                     Lokaal: Zeger Van Hee

Ivan D'haese & Jean-Marie Maes - Hogeschool Gent

Het project Digit@le Did@ctiek is in 2001 opgezet door het Onderwijskundig Expertise Centrum Rotterdam (OECR) van de Erasmus Universiteit Rotterdam samen met de Technische Universiteit Delft en de Rijksuniversiteit Groningen. Begin 2005 werd de projectgroep uitgebreid met de Hogeschool Gent, de Hogeschool Leiden en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Jaarlijks levert elke partner minimaal 8 nieuwe bijdragen aan.  Het project wordt ondersteund door SURF (samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoek op het gebied van netwerkdienstverlening en informatie- en communicatietechnologie (ICT)).  

Eén van de centrale doelstellingen van het project Digit@le Did@ctiek is het bieden van op maat en just-in- time ondersteuning aan docenten in het Hoger onderwijs bij het didactisch gebruik van e- learning- middelen in het onderwijs. Een tweede doelstelling is het verzamelen van expertise op het gebied van e-learning en beschikbaar maken van deze expertise aan docenten in het Hoger onderwijs. Een derde doelstelling is het vormen en in stand houden van een levend netwerk van professionals (docenten en onderwijsadviseurs) op het gebied van e- learning in het hoger onderwijs.

Op de site http://www.digitaledidactiek.nl zijn thans 165 praktische ideeën te vinden over het praktisch gebruik van e-learning in het onderwijs. Voorbeelden van deze praktische ideeën zijn:

·          hoe organiseer je online discussies met veel studenten?

·          hoe laat je groepen studenten samenwerken met native speakers in talenonderricht?

·          hoe evalueer je bijdragen van studenten aan een discussieplatform?

·          hoe gebruik je input van studenten voor motiverende opdrachten?

Elk idee binnen de site http://www.digitaledidactiek.nl heeft een vaste structuur. In de site worden de volgende categorieën onderscheiden: presenteren, communiceren, individueel werken, samenwerken, begeleiden en toetsen.

Het project Digit@le Did@ctiek is uitgebreid geëvalueerd. Uit deze evaluatie blijkt dat gebruikers kennis op de site op de volgende manieren gebruiken,

·          halen: de site wordt door docenten gebruikt als oriëntatiebasis om na te denken over het eigen onderwijs, de realisatie van de doelstellingen en de organisatie van het onderwijs

·          kennis gebruiken bij het ontwerpen van onderwijs: docenten zoeken directe instructies voor het toepassen van online werkvormen/ onderwijstaken wanneer dit past binnen het onderwijsontwerp

·          kennis wordt binnen de instelling gebruikt om docenten, opleidingsdirecteuren en studenten gezamenlijk te laten nadenken over onderwijs(vernieuwing)

1.2 Leerpaden in Blackboard                                                                                    Lokaal: DV3 01.02

Karel van Rompay, K.U.Leuven

Leerpaden zijn afzonderlijke, gestructureerde leerobjecten of cursusonderdelen waarmee de leerder via zelfstudie leerstof kan herhalen, exploreren en inoefenen op eigen tempo. Leereenheden zijn bijzonder geschikt voor remediëring en differentiëring. Een leerpad kan allerlei typen inhoud bevatten: teksten, afbeeldingen, geluidsbestanden, videofragmenten, opdrachten, webquests, chatsessies, discussieforums, beoordelingen, …

Via adaptieve inhoud – d.w.z. dat bepaalde voorwaarden vervuld moeten zijn vooraleer een volgende leerfase beschikbaar wordt – kan de leraar-ontwerper het leerpad zo construeren dat studenten aan het einde van de rit gegarandeerd de gestelde leerdoelen hebben bereikt.

Tijdens de workshop bekijken we bestaande, uitwisselbare leerpaden en integreren ze in een eigen digitale cursus. Vervolgens ontwerpen we samen remediërende leereenheden met zelftoetsen die gebaseerd zijn op vragenpools en exporteren ze.

1.3 e-Portfolio in de academische lerarenopleiding Ugent                        Lokaal: DV3 01.08

Reine de Rudder, uGent, Academische lerarenopleiding

De academische initiële lerarenopleiding zoals georganiseerd aan de UGent evolueert naar een competentiegerichte lerarenopleiding. Dit veronderstelt een opleidingsaanbod waarin een geïntegreerd geheel van kennis, vaardigheden en attitudes vervat zit. De decretaal opgelegde basiscompetenties voor leraren zijn hierbij richtinggevend. Een competentiegericht opleidingsprogramma impliceert onderwijs dat, gesteund op een wetenschappelijke basis, aansluit bij de praktijk van het secundair onderwijs. Het focust op actief en probleemgestuurd leren (o.m. casusbesprekingen, praktijkvoorbeelden), zoekt aansluiting bij het persoonlijke interpretatiekader en de praktijkervaringen van de student en stuurt aan op visieontwikkeling en een reflectieve houding (de leraar als onderzoeker). Tegelijk worden het coöperatief leren (in functie van samenwerking en een collegiale opstelling binnen een school) en het gebruik van ICT centraal gesteld. Die visie impliceert dat de onderwijsleeractiviteiten afgestemd worden op de reeds aanwezige competenties en de individuele leerbehoeften van de studenten.

Gelet op de uitdagingen van het nieuwe decreet lerarenopleiding – dat ingaat vanaf het academiejaar 2007-2008 – zal de noodzaak om flexibele en alternatieve leertrajecten te organiseren, manifest aanwezig zijn. Het aantal studenten dat de lerarenopleiding combineert met werken, zal immers omwille van de studieduurverlenging (60 studiepunten), steeds toenemen. Bovendien stelt het nieuwe decreet ons vanaf dan voor de nieuwe situatie dat leraren met een baan in het onderwijs van hun praktijk (stage) worden vrijgesteld (voor een equivalent van 30 studiepunten) en de andere 30 studiepunten via een alternatief leertraject kunnen verwerven. Het ‘leren op de werkplek’ krijgt via deze LIO-banen (Leraar In Opleiding) een expliciete plaats.

Sinds het academiejaar 2004-2005 is aan de UGent een project lopende om werkende student-leraren de kans te bieden een alternatief leertraject te volgen. Dit project legt een stevige basis om de toekomstige uitdagingen aan te gaan, waarbij het e-portfolio een cruciale rol speelt in het zelfgestuurde leerproces van de student. In deze presentatie wordt het project voorgesteld en geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. Verder worden volgende vragen beantwoord: wat biedt de meerwaarde van het project voor studenten enerzijds én begeleiders anderzijds; wat zijn de voornaamste moeilijkheden waar we mee kampen? Tot slot duiden we kort hoe het e-portfolio in de toekomst aangewend zal worden in de opleiding.

1.4 Social software                                                                                        Lokaal: DV3 01.10

Hans Coppens, K.U.Leuven

1.5 Huidige stand van zaken, ondernomen acties en knelpunten                        Lokaal: DV3 01.24

Fernand Vermeesch - inspectie volwassenenonderwijs

De inspectie van het volwassenenonderwijs wordt geconfronteerd met een groeiend aantal aanvragen van Centra voor Volwassenenonderwijs die een deel van het opleidingsaanbod onder de vorm van gecombineerd onderwijs willen aanbieden. Gecombineerd onderwijs is een interessante formule om het aanbod van de CVO's meer flexibel uit te bouwen, maar is niet steeds eenvoudig om op te starten.

In deze bijdrage wordt dieper ingegaan op de specifieke meerwaarden voor centra, lesgevers en cursisten, maar wordt ook toegelicht welke (theoretische of ingeloste) verwachtingen centra hebben ten aanzien van gecombineerd onderwijs. Met een bril vanuit de inspectie zal ook gekeken worden naar acties die in Vlaanderen ondernomen worden en de knelpunten die CVO's ervaren bij het introduceren van flexibele onderwijstrajecten via gecombineerd onderwijs.

Voor al deze zaken doet de spreker een beroep op zijn persoonlijke onderzoeken, de doorlichtingen, maar ook een meer formele enquête die begin 2006 uitgevoerd werd in een groot aantal centra.

2 Slot2: 11.50-12.30 uur

2.1 Hoe Toledo gebruiken om met het didactisch team ondersteuning te bieden bij een hoorcollege in de opleiding geschiedenis?

Katrien Philippen, K.U.Leuven – Geschiedenis             Lokaal: Zeger Van Hee

Introductie van e-leren hoeft niet altijd een "alles-of-niets" verhaal te zijn. Binnen de context van begeleide zelfstudie zijn heel wat zinvolle tussenvormen mogelijk. Dit laat toe zoveel mogelijk docenten bij het e-leren te betrekken en op die manier een breed draagvlak te creëren. In deze voordracht schetsen we de historiek van de implementatie van e-leren voor een sleutelcomponent in de vorming van historici te Leuven. Vaak wordt in de context van e-leren het didactisch concept van een vak herzien. Dit is niet altijd mogelijk en soms ook niet wenselijk. Een "klassiek" vak kan een noodzakelijke plaats in een curriculum hebben omdat net die vaardigheden erg representatief kunnen zijn voor een discipline. Daar hoort het "blokken" van grote volumes details zeker ook bij. Vermits evaluatie niet vrijblijvend is en er ook een vergelijkingsbasis met voorgaande jaren wenselijk is, aarzelen veel docenten om meteen de evaluatievorm drastisch om te gooien. Ook in die context kan e-leren een zinvolle bijdrage leveren. Geleerd uit al te radicale voorgaande ervaringen, tonen we een realistisch opzet waarbij effectieve ondersteuning geboden wordt voor een hoorcollege vanuit de elektronische leeromgeving.

2.2 Webquests                                                                                               Lokaal: DV3 01.02

Leen Pil, K.U.Leuven

Webquests zijn digitale leeromgevingen waarbij actief (en vaak coöperatief) leren, begeleid zelfstandig leren en het efficiënt gebruiken van informatie op het internet gecombineerd worden. De ontwerper van een webquest heeft een efficiënte, weliswaar kleine, e-leeromgeving opgezet doordat hij via een aantrekkelijke en gebruiksvriendelijke template verantwoorde leeractiviteiten tot stand brengt en het leerproces door middel van een beschrijvend stappenplan ondersteunt. Daarbij heeft de student/leerling een relatief grote verantwoordelijkheid en vrijheid. De ontwerper heeft ook een doordachte selectie van internetbronnen en beoordelingscriteria gemaakt. De gerichtheid op een actief en constructief leerproces ist te merken in de vaste indeling en volgorde van een webquest (gemaakt met een HTML-editor  of een bestaande webquest- template):

Inleiding (introduction)

·    Opdracht (task)

·    Werkwijze (process)

·    Informatiebronnen (resources)

·    Beoordelingsschema (evaluation)

·    Terugblik (conclusion)

·    Leerkracht (teacherpage)

De digitale content en de elektronische bronnen kunnen ten allen tijde door de auteur gewijzigd, aangevuld en/of geactualiseerd worden.

Webquests kunnen een bestanddeel van een grotere e-leeromgeving (Toledo, eloV, …) zijn of indien geplaatst op een webruimte, een flexibele aanvulling bij het meer traditionele onderwijs (blended learning).

In de presentatie worden zelf ontwikkelde webquests voor de studie en de vaardigheidstraining van het Duits als vreemde taal voorgesteld, die alle in de praktijk zijn uitgetest. Omdat in hoofdzaak de onderliggende didactische principes van deze webquests toegelicht worden en ook de werkwijze om zelf eenvoudige webquests met Word te maken, kunnen deze praktijkvoorbeelden inspirerend zijn voor andere vakgebieden.

Omwille van de lerarenpagina (een gebruikersreview) bij elke webquest met aanduiding van doelgroep, niveau, doelstellingen en competentiebeschrijvingen (op basis van het Europese Referentiekader) zijn de gepresenteerde leeromgevingen inzetbaar door andere docenten/leraren.

2.3 De student stuurt zijn CAD! Digitale (r)evolutie op EHSAL                Lokaal: DV3 01.08

Frederik De Schrijver - Ehsal

Doel en inhoud

De spil waarrond alle onderwijsinnovaties binnen EHSAL draaien is het C.A.D.-concept : Competenties, Assessment en Development (ontwikkeling). Deze drie thema’s vormen de leidraad voor de verdere flexibilisering en individualisering van het EHSAL-onderwijs. Tijdens de voorstelling zal uiteengezet worden hoe de digitale leeromgeving wordt ingezet ter ondersteuning van deze onderwijsvisie :

·      Bij instroom stellen studenten, op basis van hun kwalificaties en competenties (EVK/EVC), zelf hun persoonlijk programma-overzicht op digitale wijze samen. (4)

·      Tijdens de opleiding hebben zij toegang tot diverse opties van digitale ondersteuning bij het onderwijsleerproces:

1.      het overzicht van hun opleidingsprofiel en bijbehorende competenties  (2)

2.      het raadplegen van de ECTS-fiches van de te volgen opleidingsonderdelen (4)

3.      het opvragen van studiemateriaal dat ze op eigen tempo wensen te verwerken (4)

4.      het maken van toetsen om hun voortgang beter op te volgen (2)

5.      het deelnemen aan projecten rond thema’s in  samenwerking met andere studenten (3)

6.      het opvolgen van het stagekeuzeproces en –begeleiding (2)

7.      het samenstellen van hun portfolio om de eigen persoonlijke ontwikkeling op te volgen (3)

8.      het communiceren met docenten en collega-studenten (4)

9.      het raadplegen van praktische informatie en relevante gegevens (4)

·      Bij uitstroom kunnen studenten hun (ontwikkelings-)portfolio, dat doorheen de opleiding is aangevuld en opgevolgd, omzetten naar een (presentatie- )portfolio, dat ze op digitale wijze aan hun potentiële werkgevers of andere onderwijs- en opleidingsinstellingen, kunnen voorleggen (2)

Hierboven wordt telkens aangegeven wat de aard van de implementatie is: 1) opstartfase 2) opleidingsgebonden specifieke implementatie 3) implementatie door meerdere opleidingen 4) instellingsbrede implementatie

Tijdens de presentatie zal dieper ingegaan worden op de INTEGRATIE van die verschillende componenten binnen de digitale leeromgeving. Vanuit concrete praktijkvoorbeelden uit diverse opleidingen krijgen de deelnemers een beeld over de digitale ondersteuning die de EHSAL-student krijgt aangeboden en actief kan aanwenden. Het E-PORTFOLIO, als verticaal en horizontaal verbindend element van de opleiding vormt hierbij de rode draad.

Contextgegevens

De digitale leeromgeving werd in 2003 instellingsbreed geïmplementeerd en wordt vandaag door gemiddeld 70% van de docenten actief gebruikt binnen de verschillende studiegebieden. Studenten kunnen gemiddeld meer dan 75% van hun opleidingsonderdelen online terugvinden en worden bij problemen ondersteund door een AID-team van collega-studenten. Door de integratie van competentieprofielen, ECTS-fiches en portfolio’s zal het belang van de digitale leeromgeving in de nabije toekomst alleen maar toenemen.

ICT-inzet

Digitale leeromgeving Threeships N@tschool, een Nederlands all-in-one product dat zowel in de onderwijs- als bedrijfswereld wordt gebruikt (Fontys, Hogeschool Rotterdam, Holland Casino, …)
 

2.4 Video-conferencing: Duo e-coaching van een Flashmeeting              Lokaal: DV3 01.10

Liesbet Smids, CVO STEP Hasselt GPB-opleiding

Video-conferencing is een geavanceerde technologie en hoogtechnologische applicatie waarbij twee of meerdere individuen op verschillende locaties, elk met behulp van een pc en internet, gelijktijdig in verbinding kunnen staan door middel van geluid en beeld. Het behoort tot e-learning en gecombineerd onderwijs.

Een voorbeeld e-tool voor video-conferencing is FlashMeeting. Het is een webbrowser based tool. Tijdens de ELISE cursus hebben we de kans gekregen om Flashmeeting te kunnen uittesten en te e- coachen.

Het project is uitgevoerd door Alain d'Haene en Liesbet Smids. Het gaat hier om een duo e-coaching van een Flashmeeting. De doelgroep van het project waren de ELISE cursisten van 2006 die zich inschreven voor een of meerdere Flashmeeting sessies.

Wat hebben we precies gedaan?

We hebben 3 Flashmeetings georganiseerd op verschillende tijdstippen en de groepsleden van ELISE uitgenodigd om zich in te schrijven voor een Flashmeeting. Elke Flashmeeting behandelde een ander onderwerp.

Via een poll konden onze collega ELISE cursisten (van alle groepen) kiezen uit verschillende topics (door Alain en Liesbet bedacht) die we als onderwerp van de flashmeeting wilden stellen.

Daarna hebben we de drie topics die de voorkeur hadden gelinkt aan een datum nl. 1. Omgaan met werkdruk binnen eLeren; 2. Nieuwe vorm van leren vergt andere evaluatie; 3. Hoe meerwaarde van eLeren aangeven aan cursisten en docenten?

Vervolgens hebben we feedback gevraagd over de Flashmeetings op het discussieforum.Tenslotte hebben we het eindproduct ter beschikking gesteld op het discussieforum

Hulpmiddel voor de organisatie:

In een leeromgeving nl. Dokeos (http://www.schoolregistratie.net/leeromgeving.php) hebben we een ruimte aangemaakt "Coachen van flashmeeting", waarop we de volledige uitwerking van de opdracht hebben gecoördineerd en georganiseerd.

URL Flashmeeting: www.flashmeeting.com

In de presentatie wordt het nut van video-conferencing besproken. Op de volgende vragen wordt dan geantwoord aan de hand van het project Duo e-coaching van een Flashmeeting:

1.  Hoe is het idee ontstaan?

2.  Hoe hebben wij gecommuniceerd om deze Flashmeeting te laten slagen?

3.  Op welke manier kan een Flashmeeting het best georganiseerd worden?

4.  Hoe ziet het verloop of het traject van de organisatie van een Flashmeeting eruit? (10 stappen)

5.  Welke tips kunnen er gegeven worden? (Tips gedurende de voorbereiding & tips gedurende de Flashmeeting)

6.  (In welke werkomgeving werd de organisatie uitgestippeld?)

Ontwikkelingsdoelen:

·          proefondervindelijk leren omgaan met wat e-coachen van een flashmeeting eigenlijk is en de voorbereiding ervan.

·          elkaar kunnen ondersteunen tijdens de meeting (complementair)

·          kunnen leren van elkaar (peer-assessment)

·          een takenplan voor een Flashmeeting kunnen opstellen

·          de ervaringen met betrekking tot het plannen van een Flashmeeting in een logboek kunnen beschrijven

·          kunnen open staan voor de -ondersteunende en corrigerende- feedback van de coach (co- assessment) (en daaruit zichzelf  kunnen inschatten)

2.5 Wie ie er bang van de boze wolf                                                            Lokaal: DV3 01.24

Maarten Cannaerts - W&K, GFIBW

Sinds het decreet op het volwassenenonderwijs van 1999 hebben CVO’s de mogelijkheid om hun onderwijs aan te bieden in gecombineerd formaat – een gedeelte van de klassikale lessen wordt vervangen door (online) begeleide zelfstudie – na goedkeuring door de inspectie. Sinds 2004 ziet de administratie een grote groei in het aantal aanvragen tot gecombineerd onderwijs. Voor het schooljaar 2005-2006 werden meer dan 70 projecten goedgekeurd, meer dan het dubbel van het schooljaar 2004-2005.

Toch worstelen CVO’s – net zoals andere scholen en instellingen – vaak met de didactische, organisatorische en strategische aspecten van eLeren… Het aanbieden van een kwalitatief hoogstaande e- cursus vraagt van de lesgevers, de cursisten, de betrokken ondersteunende diensten en de directie een heel aantal beslissingen en deskundigheidsbevordering. Niet alleen de didactiek moet bijgeschaafd worden, maar ook de manier van communiceren, studeren, afspraken maken, en zelfs van rekruteren.

Tijdens deze sessie zal ingegaan worden op volgende topics:

1.      “Ik combileer – jij combileert – wij combileren”: is gecombineerd of online onderwijs voor iedereen?

2.      Randvoorwaarden voor een succesvolle invoering van gecombineerd onderwijs in een CVO: wie wordt betrokken en welke afspraken moet je maken?

3.      Didactiek van online onderwijs: wat werkt en wat werkt niet?

4.      Cursusmateriaal bij eLeren: wat kan en mag ik gebruiken voor mij vak?

5.      Veel voorkomende vragen van CVO’s op vlak van gecombineerd onderwijs.

3 Slot3: 13.30-14.10 uur

3.1 Portfoliomogelijkheden in Dokeos                                             Lokaal: Zeger Van Hee

Kris Erauw, uGent

Toen de universiteit Gent in 2003 Dokeos (toen nog Claroline) als basis voor een instellingsbreed leerplatform introduceerden, was er al de vraag naar een geintegreerd digitaal portfoliosysteem. De vraag is sindsdien alleen maar luider en indringender geworden.

In de loop van 2004 werden, in samenwerking met de associatiepartners Artevelde Hogeschool en Hogeschool Gent, verschillende mogelijkheden voor het realiseren van portfoliogebaseerd onderwijs bestudeerd: er werd gekeken naar Digitaal portfolio van Espelon, Folio van E-portato, Blackboard, het Open Source Portfolio Initiative (OSPI), en Dokeos/Minerva. Uiteindelijk werd gekozen voor OSPI om een proefproject te starten binnen de lerarenopleiding van respectievelijk de Artevelde Hogeschool en de Universiteit Gent (binnen de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen).

De resultaten van het proefproject waren bemoedigend maar niet bevredigend. Dit jaar werden binnen de FPPW beslist om de ervaringen binnen het proefproject te gebruiken om binnen Dokeos portfolio ondersteuning te realiseren.

In de presentatie worden de bevindingen van het proefproject toegelicht, wordt beschreven en getoond hoe dit tot portfolio-ondersteuning binnen Dokeos heeft geleid, en worden enkele nog te maken keuzes ter discussie gesteld.

Links:

·          Open Source Portfolio: http://www.osportfolio.org

·          Dokeos: http://www.dokeos.com

·          Zephyr (een Dokeos installatie van de UGent): http://zephyr.ugent.be)

3.2 Leerpaden in Dokeos                                                                               Lokaal: DV3 01.02

Jan Velghe - uGent

Wanneer men het postgraduaat onderwijs aan de UGent en meer specifiek het postgraduaat gedragstherapie bekijkt, valt op dat een groot deel van de studenten, doorgaans in een voltijdse beroepspraktijk staan. Deze studenten hebben het vaak moeilijker om de lessen fysiek bij te wonen. De nieuwe situatie vraagt naar een aanpassing van de huidige uitwerking van het onderwijsconcept waarbij vooral een grotere flexibiliteit vooropstaat; d.w.z. een sterk doorgevoerde onafhankelijkheid van plaats en tijd. Hierbij staat blended learning voorop waarin een goed evenwicht wordt beoogd tussen een minimum aan contacturen en begeleide zelfstudie in een on-line leeromgeving.

Om de haalbaarheid van de Open Parallelle Leerwegen (met parallel wordt bedoeld dat naast de eerder klassieke onderwijsvorm een alternatieve leerweg wordt gecreëerd) aan de UGent te exploreren en een methodologie te ontwerpen voor verdere toepassing van deze leerwegen, is men vanaf januari 2005 in het kader van het OPL-project op de vakgroep Experimenteel- Klinische en Gezondheidspsychologie van de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen gestart met het herontwerpen van cursusmateriaal in functie van blended learning. Dit leren wordt ondersteund door Minerva, de elektronische leeromgeving van de UGent. De beschikbaarheid van de nieuwe technologieën maakt het herontwerp niet alleen nuttig voor studenten uit het postgraduaat, maar ook voor reguliere studenten.

Het aanpassen van de cursus was nodig om extra ingebouwde begeleidingscomponenten zoals leerdoelen, figuren, margeteksten, taken e.d. te koppelen aan de cursus. Deze componenten vangen immers de begeleiding voor de student op, die bij afstandsleren deels wegvalt. Voor het herontwerp van de cursus werd een template-structuur en een handleiding ontwikkeld voor de docent. Het herontwerp is gebaseerd op principes uit het probleemgestuurd onderwijs, het projectonderwijs en taakgericht onderwijs. Het uitgangspunt is dat de cursus wordt opgesplitst in werkbare modules die via het leerpad elektronisch worden aangeboden. Omdat op het niveau van de student wordt gewerkt zijn in het leertraject eveneens individuele verwerkingstaken en toetsmomenten ingebouwd. Elke module omvat dezelfde opbouw: Leerdoelen => Pre- taak => Leerstof => Vraag en antwoord => Post- taak => Toetsing.

In deze presentatie zullen de ideeën rond de ontwikkeling van het leerpad theoretisch worden geduid, waarna de opbouw van het leerpad praktisch wordt geïllustreerd aan de hand van de cursus leerpsychologie. Er wordt eveneens stilgestaan bij de voor- en nadelen van het leerpad, het effectieve gebruik door de studenten, aanpassingen op basis van studentevaluaties en toekomstige initiatieven.

3.3 De kracht van digitale toetsen in het  talenonderwijs                                    Lokaal: DV3 01.08

Christine Vanhooteghem - CVO CLT

Volwassen leerders die hun talenkennis willen aanscherpen hebben vaak in mindere of meerdere mate al enige kennis van die taal. Een grote uitdaging voor CVO’s om die cursisten precies daar in het traject te plaatsen waar ze maximale leerwinst zullen opdoen.

Een digitale plaatsingtoets slaagt daar veel preciezer in dan een klassieke toets. Hij laat immers toe op een eenvoudige manier vaardigheden, functies, grammatica en woordenschat te toetsen.

De resultaten zijn onmiddellijk beschikbaar en worden in een database bijgehouden.

Waar moet je op letten bij het ontwikkelen van zo’n toets? Hoe kan je je toets zo opstellen dat het testen van de mondelinge taalvaardigheid en van de schrijfvaardigheid quasi overbodig zijn? Hoe stel je een goede meerkeuzevraag op? Hoeveel afleiders gebruik je? En hoe formuleer je die?  Hoe corrigeer je het “gokken”?

Hoe test je je toets en stuur je hem bij? Wanneer heb je een “ideale” toets? En last but not least : Hoe beveilig je de toets?

Op al deze vragen wordt dieper ingegaan, aan de hand van praktijkvoorbeelden.

3.4 Blogs in het onderwijs                                                                            Lokaal: DV3 01.10

Tom Wambeke, Katho

Het educatief potentieel van blogs doorgelicht aan de hand van de Edublog-matrix. Op zoek naar een mogelijke meerwaarde.

Blog, weblog, bloggen … zijn de e-hype voorbij en doen niet alleen al lang hun intrede in de dagdagelijkse cyberwereld maar vinden reeds enige tijd hun ingang in het onderwijs. Omdat de educatieve meerwaarde natuurlijk verder reikt dan de oorspronkelijke invulling van het persoonlijke dagboek wil deze workshop het educatief potentieel van weblogs onderzoeken aan de hand van de edublog-matrix. Dit is een classificatie ontleend aan Edtechpost (Technologies for learning , Thinking and collaborating) die achtereenvolgens het standpunt van de studenten en docenten als lezer en auteur doorlicht. Enerzijds zullen een aantal “good practices” getoetst en gekaderd worden in de matrix aangevuld met input van de deelnemers.

(concrete voorbeelden: weblog als reflectie-instrument, bloggen met een netwerk (edublogs), projectblogs, …)

Anderzijds zal de focus gelegd worden op de pedagogische/didactische meerwaarde van deze ‘relatief’ nieuwe technologie in het onderwijs.

In de discussieronde is er zowel ruimte voor:

·          de meer technische aspecten van blogsoftware (Wordpress, Blogger, Typepad, …)

·          de organisatorische, pedagogische, didactische aspecten.

·          de integratie in de e-leeromgeving, of met andere social software (wiki, rss-feeds).

3.5 Gecombineerd onderwijs Italiaans, Breakthrough                              Lokaal: DV3 01.24

Dominique De Guchtenaere - PCVO Gent

In de workshop toont de lesgever:

1.      Het leerplatform dat wordt gebruikt bij het gecombineerd onderwijs in het CVO

2.      Het digitaal materiaal

De lesgever blijft stilstaan bij de didactische aanpak.

4 Slot4: 14.20-15.00 uur

4.1 Waarom proberen we altijd het goede voorbeeld te geven?   Lokaal: Zeger Van Hee

Greet Langie -  W&K, GFIBW

Je hebt het waarschijnlijk al meer dan één keer meegemaakt:

Door een verspreking, een mislukte proef, een accident-de-parcours ligt het ganse auditorium plat van het lachen, maar uiteindelijk is het dat element dat ervoor zorgt dat de studenten dit stukje leerstof beter dan wat ook, nog lang zullen onthouden.

Tijdens een evaluatiegesprek krijg je hopen positief commentaar, maar helaas wordt er ook één negatief element vermeld. Je hebt het moeilijk om dit te verwerken. Je tobt erover en uiteindelijk blijft alleen dit hangen. 

Een opleidingsonderdeel wordt heel slecht uitgelegd en het cursusmateriaal trekt op niets, maar door de interesse en/of het gewicht van het opleidingsonderdeel, wordt er veel zelfstudietijd in geïnvesteerd en kent de student de leerstof beter dan van gelijk welk ander opleidingsonderdeel,

Recent zijn we nog maar eens met onze neus op de feiten gedrukt geweest:

Als je studenten wilt motiveren om projectwerk tot een goed einde te brengen dan dachten we dat het belangrijk is om ze intrinsiek te motiveren, een gestructureerd kader aan te bieden en ze inhoudelijk te ondersteunen. Met deze doelstellingen voorop hebben we twaalf Nederlandse tweedejaarsstudenten Technische Natuurkunde van T.U. Delft begeleid in het kader van hun projectwerk (4 ECTS punten). Deze begeleiding gebeurde integraal van op afstand via videoconferencing op twee contactmomenten na (zoals aangeleerd in de cursus Elise). Een onderdeel van de opdracht van deze Nederlandse studenten was het ‘op afstand’ begeleiden van Vlaamse burgerlijk ingenieurstudenten van de K.U. Leuven (eerstejaars) bij het schrijven van een paper met behulp van wiki-technologie. In het kader van deze begeleiding van studenten door studenten hebben we een extern specialist uitgenodigd om de Nederlandse studenten op te leiden in het coachen van studenten. En wat bleek al héél snel? “Onze” coaching van de 12 Nederlandse studenten liet te wensen over maar de tweedejaarsstudenten hadden er duidelijk uit geleerd en slaagden schitterend in “hun” taak van coaching.

In deze workshop wil ik een pleidooi houden voor ‘blended learning’. Meestal wordt hiermee verwezen naar het geïntegreerd gebruik van een verschillende werkvormen, studiematerialen, evaluatietechnieken, etc. Waarom dit niet uitbreiden naar een blend van goede en minder goede doceerstijlen. Door het allemaal té mooi, té voorgekauwd, té perfect te willen voorschotelen, zijn de studenten zich niet meer bewust van de moeilijkheidsgraad van sommige elementen in hun leerproces én leren ze ook geen vaardigheden meer aan zoals doorzettingsvermogen, creativiteit, etc. Onderwijsvernieuwing moet zich misschien ook meer ‘bewust’ gaan richten op “hoe slecht mag je iets doceren om de studenten toch nog voldoende intrinsiek te motiveren en gestructureerd te begeleiden, maar niet meer dan dat?”. En hoe kan e- leren dit proces van ‘bewust inbouwen van struikelblokken’ ondersteunen?

4.2 eRMIONE en EURIDICE: bruggen bouwen tussen de eigenaars van digitaal erfgoed en de gebruikers van elektronische leeromgevingen                                             Lokaal: DV3 01.02

Mariet Vriens, K.U.Leuven – Maerlantcentrum                                                                                                      

Het Maerlant Centrum (faculteit Letteren, K.U.Leuven) is momenteel partner in twee Europese projecten: eRMIONE en EURIDICE. Beiden projecten worden gefinancierd binnen het e-TEN programma van de Europese Commissie, wat betekent dat ze in eerste instantie gericht zijn op het valideren en verder ontwikkelen voor de markt van een bestaande toepassing. Ook inhoudelijk vertrekken de projecten van een gelijkaardig uitgangspunt: het aanbieden en verkopen van auteursrechtelijk beschermd materiaal via een elektronische leeromgeving.

In het EURIDICE project wordt er gefocust op gedigitaliseerd beeldmateriaal (van archieven, bibliotheken, fotografische databanken) dat aan de betalende eindgebruiker wordt aangeboden samen met methodologische richtlijnen voor het educatief gebruik van dit materiaal. Dit materiaal kan afkomstig zijn private collecties of publieke instellingen.

De eRMIONE service is een bestaand elektronisch leerplatform (CMS) dat tevens toegang wil verschaffen tot verschillende soorten digitaal materiaal op het vlak van cultureel erfgoed (van archieven, bibliotheken, musea, uitgevers).

Beide projecten plannen hierbij de uitwerking van een aangepast en transparant raamwerk voor IPR- aangelegenheden.

Zowel in eRMIONE als in EURIDICE is het rol van de K.U.Leuven om de service te evalueren vanuit het standpunt van de universiteit en om feedback te vragen aan andere instellingen voor hoger onderwijs. In deze bijdrage zal dan ook eerst kort een voorstelling gegeven worden van de twee projecten om daarna aan het publiek de ruimte te geven tot een discussie over de vraag of het zinvol is dat commerciële uitgevers enerzijds en publieke instellingen anderzijds inhoudelijk materiaal aanbieden voor de elektronische leeromgeving.

4.3 Podcasting                                                                                               Lokaal: DV3 01.08 -20’

Oksana Koviako, Audiovisueel Centrum CVO - GLTT

Natuurlijk is het best je podcast op  je eigen internet-site te publiceren. Voor de mensen zonder eigen website is een weblog een goede oplossing. Tijdens de Elise-cursus heb ik mijn eigen podcast gemaakt en op mijn eigen weblog gepubliceerd.

Als beginnende weblogger had ik moeilijkheden om te kiezen op welk weblog-site ik mijn weblog zou starten. Nu blijkt dat dit heel belangrijk is omdat er verschillende blogsoftware bestaan en in functie daarvan is het niet altijd even eenvoudig om je podcast te publiceren. Sommige blogsoftware zoals TypePad, WordPress, … ondersteunen het out-of-the- box proces. Hiermee kan je wel je podcast van je PC op je weblog publiceren.

Met andere blogsoftware moet je gebruik maken van een service zoals Feedburner. Dus kijk uit welke blogsoftware je kiest.

Technische momenten. 

Bij het creëren je eigen podcast maak je kennis met een aantal nieuwe technische concepten en software zoals: rss, feeder, verschillende programma’s zoals ‘audacity’, ‘easy podcast’,… Meestal kan je voldoende informatie over deze concepten en programma’s op het internet vinden. Sommige programma’s zoals Audacity zijn gratis op te slaan op je computer. Nu kan je beginnen audio files te ontwikkelen.

Als je in problemen komt, kan je trachten zelf oplossingen op het internet te zoeken. Als je dat niet lukt kan je naar een expert zoeken op het internet. Dank zij een expert heb ik nuttige informatie gekregen om verdere te ontwikkelen. Een stukje gezond advies kan je plotseling veel verder brengen. Ik heb zo’n expert nodig gehad om de kneepjes te kennen om mijn podcast op mijn weblog gepubliceerd te krijgen.

Meerwaarde van de podcast

De studenten kunnen nu korte audiobestanden beluisteren en eventueel downloaden op de eigen PC. Zij kunnen dan op eigen tempo verschillende keren naar deze bestanden luisteren om de klanken van de Russische taal  op te nemen. Het is ook mogelijk hieraan oefeningen, zoals vragen begrijpen en trachten te beantwoorden.

Op de weblog kunnen de studenten commentaar geven over de podcast wel te verstaan in het Russisch. Hiervoor heb ik hen geleerd om met een azerty- klavier toch in het cyrillisch te schrijven.

Naar toekomst toe wil ik vodcasting (video programma) aan mijn studenten opnemen en op mijn weblog trachten te publiceren.

4.4 Opdracht gestuurd onderwijs bij personenbelasting               Lokaal: DV3 01.08- 20’

Mieke Roggen, KHLeuven opleidingshoofd

Bij de opzet van een e- leeromgeving voor het onderwijzen van personenbelasting, ben ik ervan uitgegaan dat een toekomstig fiscalist vooral moet kunnen omspringen met nieuwe wetgeving, opbouwen van een eigen informatiemap, zowel individueel als in groep rond fiscaliteit werken, op een heel snelle maar vooral correcte manier de gevraagde opdrachten uitvoeren …..

Alle ICT en media- mogelijkheden kunnen dan gebruikt worden.  De cursus PB (personenbelasting) werd opgebouwd via Blackboard.

·          De studenten kregen duidelijke instructies (per week!) wat er van hen  verwacht werd;

·          Alle taken en opdrachten kregen hun plaats en moesten binnengestuurd worden op digitale wijze;

·          Ook werd er gebruikt gemaakt van een forum om studenten elkaar in te lichten en/of te helpen;

·          Er zijn ook digitale formatieve toetsen beschikbaar;

·          Studenten moesten ook leren hun studiebelasting in kaart te brengen.

Deze digitale cursus werd wel gecombineerd met gewone hoorcollege’s en werken in tutorgroepen.

4.5 WIKI voor internationaal studentengroepswerk                                 Lokaal: DV3 01.10

Sara Roegiers - K.U.Leuven Maerlantcentrum

Het mastervak "Film en Literatuur" van Jan Baetens is vrij uitzonderlijk omdat het gelijktijdig in Granada, Madrid en Leuven wordt gedoceerd. "Film en Literatuur" wordt de studenten aangeboden als een mix van het klassieke "doceren", klassikale interactie, zelfstudie van online cursusmateriaal, groepsstudie in de bibliotheek, filmvoorstellingen, interuniversitaire videoconferenties en verschillende vormen van online communicatie. De studenten staan in contact met elkaar via het Web en de docenten wisselen ook kort van land. De eindpaper wordt in internationale groepjes geschreven.

In het begin had deze leergemeenschap enkel een forum om opinies en bijdragen uit te wisselen, maar sinds 2004 gebruiken we tot ieders tevredenheid daarnaast ook een wiki. Met de wiki kunnen de studenten een eigen profielpagina bijhouden, ideeën en referenties uitwisselen en samen schrijven aan de uiteindelijke "hypertekstuele" paper. De docenten volgen het werkproces vanaf een pril stadium en kunnen de groep eventueel bijsturen in de wiki.

In de presentatie wordt besproken hoe wiki werkt voor dit vak: welke technologieën we gebruiken en hoe we het samenwerken in goede banen trachten te leiden.

4.6 Een bedrijfscombi voor Frans                                                                 Lokaal: DV3 01.24

Jan Den Haese, Provinciaal Centrum voor Volwassenenonderwijs Waas en Durme

Het PCVO Waas en Durme biedt een modulaire  taalopleiding Professioneel Bedrijfsgericht Frans aan gestoeld op de nieuwe leerplannen.

In deze opleiding wordt een deel van de lestijd in de vorm van individueel begeleid en gepersonaliseerd  afstandsonderwijs verzorgd. Zo kan worden ingegaan op de specifieke taalproblemen van iedere cursist en verkrijgt men een optimale differentiatie.

Bovendien biedt deze geïndividualiseerde taalbegeleiding op afstand, waarbij de cursist zich op de werkplek bevindt, de mogelijkheid om de transfer van het geleerde naar de dagdagelijkse werksituatie te evalueren en te bevorderen.

Tenslotte komt deze werkwijze tegemoet aan de vraag  van bedrijven om de afwezigheid van de werknemer in het kader van een opleiding te beperken, niettegenstaande dat de verantwoordelijken zich ook bewust zijn van de nood aan een uitgebreide taaltraining bij hun werknemers.

Het project wenst werknemers te bereiken die toch vaak nood hebben aan een grote taalvaardigheid in één van de - in bedrijfscontext - meest gebruikte talen in België : Frans.

De presentatie beoogt de manier waarop het PCVO Waas en Durme aan deze eisen kan voldoen onder de vorm van een elektronische leeromgeving, met name de mogelijkheid bieden om een deel van het onderwijspakket zelfstandig te verwerken en  gebruik te maken van de pedagogische opportuniteiten die de ontwikkeling van nieuwe media bieden.

Gezien het ‘kinderschoen’ gehalte stelt het PCVO Waas en Durme  geen kant en klare oplossing voor,  maar eerder een interactief zoeken naar een optimaliserende implementatie van deze werkvorm  onder de deelnemers aan deze sessie.


5 Slot5: 15.10-15.50 uur

5.1 De jeugd van tegenwoordig                                                       Lokaal: Zeger Van Hee

Maarten Cannaerts - W&K, GFIBW

“Studenten zijn dommer dan vroeger”, “de jeugd van tegenwoordig wil niet meer werken”, “ze studeren helemaal niet meer voor mijn vak”, “vroeger was mijn gemiddelde veel hoger”, “ze kunnen geen vijf minuten meer zwijgen in mijn les”…

Herkenbaar? Wellicht vertelde de vorige generatie dit ook over ons, maar toch merken we dat de mentaliteitsverandering alsmaar sneller gaat. De Amerikaanse “Educause” organisatie publiceerde onlangs zelfs een boek “educating the net generation”: op welke manier kan (en moet?) een onderwijsinstelling inspelen op die “nieuwe jeugd”?

Enerzijds zal deze presentatie behandelen hoe je als lesgever kan inspelen op jongeren met andere verwachtingen t.a.v. technologie en de wereld om zich heen. Hoe kan je – met meerwaarde – gebruik maken van innovatieve werkvormen en communicatievormen, zonder dat je je eigenheid hiermee verliest.

Anderzijds wordt behandeld hoe je als lesgever jongeren kan beschermen tegen zichzelf… Welke vaardigheden hebben zij nodig zonder te weten dat ze ze niet bezitten?

De presentatie zal ingaan op uitdagingen voor ons onderwijssysteem maar ook op kansen die we kunnen benutten. Er wordt een kritische noot gezet bij recente onderwijsvernieuwende initiatieven maar ook bij conventionele lespraktijken. De conclusie zal zijn dat een rijke mix (of blend) van onderwijsvormen volgens de presentator optimaal is.

5.2 E-begeleiding voor stagiairs: de toekomst?                                          Lokaal: DV3 01.02

Bas Koole, uGent - Faculteit Geneeskunde en Gezondheidszorg Centrum voor Onderwijsontwikkeling

Context

Binnen een beroepsgerichte opleiding is het ervaringsgericht leren via stage een noodzakelijke component. Naar het einde van de opleiding toe, neemt stage vaak een groot deel van de leeractiviteiten in en maakt dat de studenten minder in het opleidingsinstituut aanwezig zijn. Studenten ontvangen minder sturing en laattijdig feedback vanuit het opleidingsinstituut en de externe mentoren nemen een centrale plaats in de stagebegeleiding. Deze mentoren zijn vaak onvoldoende geschoold door de opleiding en hebben niet altijd dezelfde kennis, vaardigheden en attitudes.

Methode

Een elektronisch systeem werd geïntroduceerd om flexibele communicatie mogelijk te maken tussen studenten en stagebegeleiders. Dit student- gecentreerde systeem gaf de studenten de mogelijkheid stagedocumenten te verzamelen en beschikbaar te stellen aan hun begeleiders, die op hun beurt hierop feedback konden geven.

Resultaten

Door de tijd- en plaatsonafhankelijkheid van het systeem ontstond een frequente communicatie, leidend tot doeltreffende feedback tijdens de stageperiode. De student ontving bijgevolg tijdens de stageduur zowel feedback van de externe mentor als van de stagebegeleider, resulterend in een grotere participatie van het opleidingsinstituut tijdens de stage. Stagebegeleiders meldden echter dat zij het niet evident vonden feedback van op afstand te geven en spraken over een gemis aan persoonlijk contact.

Conclusie

Via het elektronische communicatiesysteem hadden de studenten een groter contact met het opleidingsinstituut tijdens de stages. Toch werd het opvolgen van de studenten door de stagebegeleiders vanuit de opleiding niet als evident gezien. Een combinatie van persoonlijke contactmomenten met deze vorm van communicatie zou misschien ideaal zijn, rekening houdend met de belasting van de begeleiders en de mogelijkheid van de studenten om naar het opleidingsinstituut te komen. Tevens zijn ook opleidingssessies aan stagebegeleiders met betrekking tot het geven van schriftelijke feedback en het onderkennen van probleemsituaties aangeraden.

5.3 Je eigen leeromgeving bouwen met generische tools                         Lokaal: DV3 01.08

Jelle D'hulster Aerypton bvba

Studyplanet is een klassiek leerplatform, maar had daardoor een groot aantal beperkingen. Eén van de beperkingen is dat elke tool vrij stug in gebruik is. Bv, de advalvas kan door de lkr enkel gebruikt worden om klassikale berichten te plaatsen. Ook blijft het 'gebruiksrecht' beperkt tot de leerkracht/docent en de leerling/student. Wat met de coursedesigner, assistant leerkracht, stagair lkr, studiebegeleider, extern expert, afdelingscoördinator,...?

Tools2team is een platform dat opgebouwd is op een totaal nieuw concept. T2T bestaat uit geneste teams van een bepaald type (bv cursus, adviesraad,...) met daaraan gekoppelde rollen (bv leerkracht, student,.. of voorzitter, secretaris,...)

De tools zijn generisch opgebouwd. Door de naam van de tool te wijzigen en de rechten anders in te stellen, krijgen we een nieuwe tool. Concreet:

Een weblog kan door het anders te benoemen en de rechten voor de verschillende rollen anders in te stellen heel andere functionaliteit krijgen. Zo kan dat gebruikt worden als advalvas, faq, archief, heen- en weerschrift,...

Hiermee komt een nieuwe uitdaging: nieuwe 'tools' met bijhorende didactieken ontwikkelen, enkel door de rechten anders in te stellen.

Deze presentatie is bedoeld als aanzet tot een denktank rond deze nieuwe techniek van het generisch gebruik van tools. Deze presentatie is eerder bedoeld voor de gematigde tot gevorderde e-learner.

5.4 Bewaar, deel en presenteer: e-portfolio via Toledo+                           Lokaal: DV3 01.10

Ilse Depré, K.U.Leuven, Toledo team

Toledo is in september 2001 gestart als het universiteitsbreed e-leren project van de K.U.Leuven met als doel de implementatie van begeleide zelfstudie in de individuele onderwijssituatie te ondersteunen. Vanaf september 2004 evolueerde Toledo naar de Gemeenschappelijk Digitale Leeromgeving van de Associatie K.U.Leuven. Toledo wordt op dit moment actief gebruikt door bijna 65.000 gebruikers uit 11 instellingen. De leeromgeving bevat meer dan 10.000 actieve opleidingsonderdelen en 1.500 communities. Elke dag loggen er gemiddeld 25.000 verschillende gebruikers aan en telt het systeem meer dan 1 miljoen hits.
De laatste jaren werd de vraag om studenten een actievere rol te laten spelen binnen de digitale leeromgeving steeds belangrijker. Vele docenten zochten naar een tool om studenten toe te laten bestanden op te laden, uit te wisselen, en/of te presenteren in een elektronisch portfolio, en op die manier collaboratief groepswerk, taken, stages en eindwerken beter te ondersteunen. In 2005 werden in een projectfase enkele content management en portfolio tools vergeleken. De gekozen oplossing werd vanaf januari 2006 aan geïnteresseerde docenten en onderwijsondersteuners aangeboden onder de naam Toledo+, oftewel Toledo Persoonlijk Leer- en UitwisselSysteem. In een eerste fase maakten 2000 studenten in twintigtal projectcases gebruik van de portfolio-functionaliteit van Toledo+.

In deze presentatie wordt dieper ingegaan op de mogelijkheden van Toledo+, en worden de eindprodukten van enkele interessante projectcases voorgesteld, waarbij de portfoliotool werd ingezet ter ondersteuning van stagebegeleiding, groepswerk en taalonderwijs.

5.5 Het creeren van een ELO is een leerproces                                          Lokaal: DV3 01.24

Griet Mathieu - PCVO Gent

Het creëren van een electronisch ondersteunde leeromgeving (als verrijking van contactonderwijs of in de vorm van gecombineerd onderwijs) is een groeiproces. In een eerste fase start je gewoon en dit is vaak een sprong in het onbekende. In een tweede fase reflecteer je en bouw je aan een visie. Welke doelstellingen wil je bereiken en hoe doe je dat? In een derde fase ga je meten? Heb je de vooropgestelde doelstellingen bereikt? Wat leer je van de resultaten en welke acties onderneem je naar de toekomst toe?