Christenen in de ganse wereld gaan vanaf volgende zondag (Palmzondag) de Goede Week in. Net zoals vorig jaar hebben de Vlaamse media een eigen gereide manier gevonden om ons te herinneren aan het probleem van het menselijk lijden. Nu was het niet een grote vedette zoals Hugo Claus, maar een aan het leven lijdende oude vrouw die in elke huiskamer werd binnen geloodst. Men etaleert zonder veel schroom een m.i. toch zeer persoonlijk levensverhaal van eenzaamheid en levensmoeheid. In Ter Zake van woensdag 1 april werd ook nog de casus voorgesteld van Diane, een vrouw die vroeg om haar organen te kunnen afstaan na euthanasie. Eén van deze reeds lang in de medisch-ethische wandelgangen bekende gevallen blijkt nu zelfs gefilmd te zijn. Ik durf amper de vraag te stellen, maar toch: waarvoor was dit ‘gefilmd’ gesprek goed? Waarvoor diende het begeleidend commentaar van de behandelende arts? En wat dan met het medisch beroepsgeheim? Deze vragen laat ik open: ze behoren niet tot de kern van dit betoog, maar ze verdienen m.i. wél aandacht.
Dit alles belet niet dat ik positief reageer op het samengaan van de vraag naar euthanasie en het verzoek om orgaanwegneming na overlijden. Dit soort casussen – tot nog toe heb ik weet van 4 gevallen - wordt sinds 2007 uitvoerig besproken in verschillende transplantatieverenigingen. Ze werden ook besproken binnen Eurotransplant: dit is het door 7 landen (waaronder de Benelux) erkend toewijzingsorganisme voor organen. Ik heb vanaf het begin kunnen vaststellen dat men met de grootste ethische zorg deze gevallen heeft begeleid. Wat dit inhoudt, wil ik hier even toelichten.
Vooreerst onderlijn ik nog eens dat individuele gevallen zoals deze (maar ook deze van de 93 jarige vrouw) best worden besproken in de intimiteit, ja zelfs in het geheim van een ethische adviescommissie. Dit laat toe het probleem in zijn medische, psychologische en sociale helderheid te formuleren en te adviseren. Dit is de gewone en goede gang van zaken. Hiervoor zijn er de plaatselijke ethische adviescommissies: ze begeleiden doorgaans met grote kwaliteit de artsen die geconfronteerd worden met ethische problemen. Uiteraard kan hun ethisch advies openbaar worden gemaakt en kan op deze wijze een – dan minder emotioneel – maatschappelijk debat volgen.
Vervolgens stellen velen zich terecht de vraag of het plaatselijke transplantatiecentrum wel de organen kan aanwenden voor de in dit centrum geregistreerde patiënten. Zo heeft de lokale Commissie voor Medische Ethiek van het UZ Antwerpen aanvankelijk geoordeeld dat men deze organen diende aan te bieden aan andere centra om elke indruk van centrum gebonden gewin te vermijden. Dit advies is onlangs veranderd. Men laat nu toe dat de organen ook ten behoeve van de receptoren op de wachtlijst van het lokale centrum worden gebruikt. Het voornaamste argument hiervoor is dat de toewijzing van de organen toch gebeurt via een externe organisatie, met name Eurotransplant. Daarmee is onafhankelijkheid gegarandeerd. De toewijzing gebeurt hier volgens de geldende regels bij Non Heart Beating donoren (NHBD): dit houdt o.m. in dat de organen doorgaans getransplanteerd worden in het centrum van de donor.
Hiermee heb ik ten derde duidelijk gemaakt dat het wegnemen van organen na euthanasie quasi perfect kan ingepast worden in de categorie van de zgn. Non Heart Beating Donoren. Voor alle duidelijkheid: het gaat niet om hersendode donoren, maar wel om donoren bij wie men na hartstilstand en na ten minste vijf minuten wachttijd (de zgn. ‘hands off” periode) de wegneming kan uitvoeren. Deze categorie van donoren is het meest bekend in Nederland, maar ook in België begint men meer en meer aandacht te besteden aan deze mogelijkheid.
Dit alles betekent dus dat er volledige transparantie wordt gegarandeerd: de donor wordt gemeld aan het centraal orgaan van Eurotransplant, de procedure van wegneming van organen verloopt conform de regels die men heeft vastgesteld rondom NHBD donoren en de organen worden toegewezen volgens vooraf afgesproken procedures. De afhandeling van het verzoek om euthanasie en de procedure voor orgaanwegneming verlopen volledig gescheiden van elkaar.
Het is dan ook niet verrassend vast te stellen dat de Board van Eurotransplant deze procedure in mei 2008 heeft aanvaard. Uiteraard kan dit alleen in landen waar er een wettelijke regeling voor euthanasie bestaat. Uiteraard worden de organen alleen toegewezen aan patiënten op de wachtlijsten van Eurotransplant én ook alleen in die landen waar men aanvaardt dat organen van geëuthanaseerde patiënten worden aangeboden. Ik verheel niet dat dit tegelijk ook een bescheiden bijdrage levert tot het opvullen van het grote tekort aan organen, en zo ook ethisch verantwoord kan worden.
Ik stel graag vast dat een continuë en interne ethische kwaliteitsbegeleiding rondom deze mogelijkheid een grote consensus heeft doen ontstaan. Het is m.i. de beste wijze om hiermee om te gaan: niet door casuïstiek breed en uitvoerig in de media te etaleren, maar door op een menswaardige en patiëntbewogen wijze te handelen. Dit is de beste dienst die men kan bewijzen aan de ontelbare patiënten die op de wachtlijst staan, alsook aan de patiënten die vragen om euthanasie. Zoniet dreigt het gevaar van zware externe druk, waarbij men wel eens in een soort “utilitaire” (op nutseffect berekende) euthanasie zou kunnen belanden. Toch ben ik niet bevreesd dat een dergelijk scenario ook in onze landen zou kunnen voorkomen: daarvoor is de kwaliteit van supervisie, begeleiding en toetsing gelukkig voldoende gegarandeerd. Dit belet niet dat zorgvuldigheid geboden blijft en dat men dit alles kritisch moet blijven bewaken, opdat ongewenste scenario’s in de toekomst zouden kunnen vermeden worden.
Christenen vieren de Goede Week met diepe ingetogeheid; los van elke levensbeschouwing past eenzelfde houding ook voor het omgaan met patiënten die in hun leven met ziekte en lijden worden geconfronteerd.
Paul Schotsmans
Gewoon Hoogleraar Medische Ethiek
Faculteit Geneeskunde, K.U.Leuven
(Opiniestuk in De Standaard, 3 april 2009)