Campuskrant Katholieke Universiteit Leuven
 
 
Dissociatie: een verbrokkeld bewustzijn

Je auto ‘op automatische piloot’ besturen terwijl je babbelt met een passagier, tijdens een saaie voordracht wegdromen, dermate in een film opgaan dat je je omgeving vergeet... het zijn onschuldige vormen van dissociatie. In de psychopathologie staat de term voor het opsplitsen van het bewustzijn. Joost Hutsebaut van de onderzoeksgroep psychotherapie en dieptepsychologie schreef zijn doctoraat over dit psychologisch mechanisme.

Dissociatie komt namelijk ook in veel minder onschuldige vormen voor. Hutsebaut: “Bij mensen die een ernstig trauma hebben meegemaakt, is dissociatie een mechanisme om zich te onttrekken aan de werkelijkheid en de erkenning van wat er gebeurd is. De pijnlijke herinneringen worden niet in het geheugen geïntegreerd, maar krijgen een plaats in een afgesplitst deel van het bewustzijn. In de ergste gevallen kan dat tot identiteitsstoornissen leiden, doordat de traumapatiënt verschillende persoonlijkheidstoestanden gaat ontwikkelen.”
“Om de ernst van de dissociatiestoornissen na te gaan, en de klinische van de niet-klinische gevallen te onderscheiden, gebruiken therapeuten vragenlijsten. Doorgaans wordt dissociatie op die lijsten in drie categorieën onderverdeeld. De meest onschuldige vorm is absorptie: volledig opgeslorpt worden door wat je aan het doen bent, zoals wanneer je volledig opgaat in bijvoorbeeld een film. Een tweede categorie bestaat uit depersonalisatie en derealisatie: het gevoel dat de werkelijkheid niet echt is, dat je jezelf niet bent, en dat je als het ware een toeschouwer van jezelf bent. De meest ernstige pathologische vorm is amnesie: de patiënt heeft zware geheugenproblemen en vergeet soms zelfs heel recente gebeurtenissen.”

Blijvend kwetsbaar
Dissociatie kan bij alle vormen van trauma voorkomen. Hutsebaut: “Het mechanisme kan optreden bij eender welke ingrijpende gebeurtenis die de normale gang van zaken abrupt verstoort: een verkeersongeval, het overlijden van een dierbare... Maar vooral bij slachtoffers van incest, kindermisbruik en kindermishandeling worden vaak dissociatieve stoornissen vastgesteld. In die gevallen kan een onoplosbaar conflict ontstaan doordat het kind precies wordt misbruikt door de persoon van wie het afhankelijk is. Het slachtoffer kan die traumatische gebeurtenissen ook niet bespreken, en dan is dissociatie een methode om zich aan de pijnlijke herinnering te onttrekken.”
Hutsebaut concentreerde zich in zijn doctoraatsonderzoek op vroegkinderlijk misbruik, dat tot chronische en moeilijk te behandelen stoornissen kan leiden:
“Het model waarvan ik vertrek, laat zien hoe het chronisch blijven hanteren van dit mechanisme van dissociatie, ook lang nadat het misbruik of de mishandeling gestopt is, kan leiden tot ernstige aantastingen op het niveau van de persoonlijkheidsstructuur. Op basis van dit model konden we in onderzoek aantonen dat de verschillende componenten van de psychopathologie van traumaslachtoffers in verschillende mate bepaald worden door het dissociatiemechanisme.”
“Zo toonden we aan dat vooral de kwetsbaarheid van traumaslachtoffers om ook als volwassene nieuwe traumatische ervaringen mee te maken, wordt bepaald door de mate waarin ze dit mechanisme van dissociatie blijven toepassen om de oude misbruikervaringen uit het bewustzijn te houden. Vooral individuen die hun traumatische ervaringen niet onder ogen kunnen zien en er geen betekenis aan kunnen geven, blijken vatbaar om - meestal in nieuwe intieme relaties - opnieuw gekwetst te worden. Op basis van zulke bevindingen kan je suggesties doen aan de therapeuten die deze traumapatiënten behandelen.” (rvh)

 

Sluiten
Printen