![]() |
Ludo Meyvis
Japan & Belgium — Four Centuries of Exchange onder redactie van professor Willy Vande Walle is geen lichte kost. Het ziet eruit als een coffeetable book, overvloedig geïllustreerd, schitterend uitgegeven, met een bijna ‘typisch Japans’ oog voor detail.
Maar schijn bedriegt: het boek is een wetenschappelijk doorwrocht werk over
de contacten tussen Japan en België, vanaf de eerste, bijna toevallige
aanwezigheid van enkele ‘Belgen’ uit de 16de eeuw tot de geïnstitutionaliseerde
overheids- en industriële contacten nu.
“De oorsprong van het boek ligt in een universitair onderzoeksproject,
dat trouwens heel wat beperkter van opzet was dan het boek”, vertelt Vande
Walle. “Door een gelukkige samenloop van mensen en feiten is het kunnen
uitgroeien tot wat het geworden is. Het belangrijkste is ongetwijfeld dat het
boek een plaats gekregen heeft als onderdeel van de Belgische deelname aan de
Wereldtentoonstelling in Aichi. Ons Commissariaat-Generaal heeft willen optreden
als uitgever, en daardoor zijn ook de financiële middelen wat ruimer geworden.
Maar die ontwikkeling had geen invloed op de wetenschappelijke aanpak.”
Mantels en Liefde
“We hebben de volledige geschiedenis van de Belgisch-Japanse betrekkingen
in kaart willen brengen. Het allereerste Europese contact was van Portugese
origine, in 1543. Zes jaar later kwam Franciscus Xaverius in Japan aan. Ook
de eerste ‘Belg’ in Japan was een geestelijke, namelijk de jezuïet
Theodoor Mantels uit Tongeren, die in 1588 in Japan landde, toen de contacten
tussen de Japanners en de op bekering mikkende Europeanen al aan het vertroebelen
waren. Even voordien had de eerste Japanse ambassade Madrid en Rome aangedaan,
een voor die tijd media-evenement van formaat, waarover ook in de Lage Landen
uitvoerig gerapporteerd werd.”
“Vanaf 1600, toen het koopvaardijschip ‘De Liefde’ in Japan
strandde, verliepen de contacten met Japan niet meer via Portugal of Spanje,
maar via de Verenigde Provinciën. Daar waren ook nogal wat ‘Belgen’
bij, uitwijkelingen die na de val van Antwerpen in 1588 naar het Noorden gevlucht
waren. De belangrijkste was allicht de Brusselaar François Caron, die
het eerste Nederlandstalige boek over Japan uit directe ervaring schreef. Als
hoofd van de Hollandse factorij speelde hij het diplomatiek heel handig. Hij
stemde in met de verhuizing van de factorij naar het kunstmatige eilandje Dejima
bij Nagasaki. Dat zou gedurende twee eeuwen zo goed als het enige contactpunt
tussen Japan en het Westen vormen. Het was ook langs die weg dat de shôgun,
de sterke man van Japan, en een deel van de Japanse elite stilaan toegang kreeg
tot westerse kennis en technologie. Ook kennis uit de zuidelijke Nederlanden
sijpelde langs die weg Japan binnen. Zo was het werk van Jan Palfijn bekend
in Japan, en Dodoens werd zelfs op last van de overheid integraal vertaald.”
“In de 17de eeuw verving het Nederlands het Portugees als toegangstaal
tot westerse kennis. In ons boek hebben we vanzelfsprekend de Zuidnederlandse
link beklemtoond.”
België koloniseert Japan – bijna
“Via de jaarlijkse Hollandse rapporten uit Dejima had de shôgun
vernomen dat België onafhankelijk geworden was. Hij zal wel niet bevroed
hebben dat men in sommige Belgische kringen even speelde met de gedachte om
Japan te gaan koloniseren…”
“De eerste Belg die Japan aandeed, na de schuchtere openstelling van de
haven in 1854, was Graaf Charles de Monblanc, tevens baron van Ingelmunster,
een kleurrijk en avontuurlijk figuur, die op handige wijze gebruik maakte van
zijn unieke ervaringskennis. Hij adviseerde Japanse prospectiemissies naar Europa
en werd ingehuurd om het leger van een domein te moderniseren. Hij beleefde
ter plaatse de zeer woelige periode in de Japanse geschiedenis die bekend staat
als de Meiji-restauratie, en die een einde maakte aan het shôgunaat en
het begin van het moderne Japan inluidde. Hij werd dan naar Parijs uitgestuurd
als keizerlijke consul.”
“Vlak daarvoor was een Japanse missie naar België gekomen, onder
leiding van Akitake, de jongere broer van de shôgun. Dat werd een heus
society event en stimuleerde de Europese interesse voor alles wat Japans was.
Andere missies volgden elkaar op in de jaren daarna. Japan was er onder meer
in geïnteresseerd hoe een klein land als België zich wist te handhaven
te midden van grote agressieve buren. Ook ons monetair systeem boeide hen. Toen
de Japanse nationale bank in 1889 opgericht werd, was de Belgische inspiratie
zeer duidelijk.”
“België was in die periode wereldleider op het vlak van de glastrekkerij,
en Japan wenste dat na te volgen, met veel succes overigens. Tussen haakjes:
op dit ogenblik is het Japanse Asahi Glass de eigenaar van Glaverbel —
en het hoofdkwartier van Asahi bevindt zich in… Brussel!”
“Toen Japan begon mee te draaien in de wereldeconomie, werden de contacten
natuurlijk frequenter. NYK, eén van de grote ocean liners, maakte van
Antwerpen zijn terminus. In hun vrije tijd beoefenden de Japanse werknemers
van dit bedrijf honkbal, en het zou via hen geweest zijn dat deze sport in Antwerpen
opgang maakte.”
“In ons boek besteden we daarnaast ook heel wat aandacht aan culturele
wisselwerking. Toen onze universiteitsbibliotheek in de Eerste Wereldoorlog
in de vlammen opging, schonk Japan een waardevolle verzameling boeken —
en de keizer zelf schonk een vaas uit zijn collectie. Na de splitsing van onze
universiteit verhuisden de boeken naar Louvain-la-Neuve, waar ze met grote zorg
bewaard worden. Onze Art Nouveau had veel belangstelling voor de manier waarop
Japanse kunstambachten kunst en nut wisten te verzoenen — of dat was toch
de onderliggende reden van de belangstelling. Maar de interesse bestond ook
in de omgekeerde richting. Eigenaardig genoeg zijn sommige Belgische auteurs
in Japan beter bekend dan in ons eigen land! Dat geldt bijvoorbeeld zeker voor
Maurice Maeterlinck. Zijn Oiseau bleu is vaker in het Japans vertaald dan in
het Nederlands. Ook de werken van Emile Verhaeren zijn relatief goed ingeburgerd
in Japan. Voor Nederlandstalige auteurs is het palmares wat bescheidener, al
bestaat er wel wat belangstelling voor Timmermans. Zijn Pallieter werd bijvoorbeeld
vorig jaar nog vertaald. Nu is het nog wachten op Herman Brusselmans, natuurlijk.”
Willy Vande Walle (red.), ‘Japan & Belgium — Four Centuries of Exchange’, Commissioners-General of the Belgian Government at the Universal Exposition of Aichi 2005, Japan, 2005, 423p.