Campuskrant Katholieke Universiteit Leuven
 
 
Johanna Spaey, assyriologe en thrillerauteur

“ Wie graag Aspe leest, kan teleurgesteld zijn in mijn boek”

Wouter Verbeylen

Het klinkt als een pseudoniem, Johanna Spaey, maar dat is het allerminst. Joke Spaey, zoals ze door het leven gaat, is 39 en assyriologe. En sinds kort ook schrijfster: met haar debuutroman Dood van een soldaat won ze onlangs de Gouden Strop, de belangrijkste prijs voor het spannende boek in de Lage Landen. “Joke is de privé-persoon en Johanna de schrijfster,” verduidelijkt ze ons, “en dat hou ik heel graag gescheiden. Alleen al bij het idee dat mijn eigen moeder mijn boeken leest, breekt me het angstzweet uit.”
"Ik ben van Wezemaal, en ik heb mijn middelbaar in het Heilig-Hart-Instituut in Heverlee gedaan. Het was dus maar logisch dat ik in Leuven ging studeren. Leuven was niet zo ver van huis, maar ik ben wel meteen op kot gegaan — daar had ik enorm naar uitgekeken: we waren thuis met vier kinderen, en het was er altijd druk, heel druk soms. In Leuven had ik eindelijk ‘a room of my own’.”
“Alles wat oud en stoffig is, interesseert me, al van toen ik klein was. Ik ben dus assyriologie gaan studeren, een combinatie van geschiedenis en dode talen. Het klinkt heel gespecialiseerd, maar eigenlijk valt dat best mee. Mesopotamië wordt niet voor niets de bakermat van de beschaving genoemd. Er is heel veel geweten over die beschaving, over hun economie, hun rechtssysteem. Egyptologen bijvoorbeeld moeten het vaak enkel met wat godsdienstige kennis doen.”
“We zijn met twee begonnen aan assyriologie, en in de gemeenschappelijke vakken zaten we heel vaak in groepjes van vier, vijf man. Dat was een verademing na mijn humaniora in het Heilig Hart, een mastodont van een school. Van brossen was er geen sprake, dat zou nogal opvallen in zo’n kleine groep. Maar ik was een ambitieuze studente, ik vond het belangrijk om grote of grootste onderscheiding te halen.”
“Na mijn studie ben ik assistente geworden bij de Afdeling Oude en Nabije Oosten, en toen ik 27 was, ben ik eerder toevallig beginnen freelancen als journalist en als eindredacteur. Ik kon als snel vast aan de slag als eindredacteur bij een vrouwenblad, waar ik — voorlopig — nog steeds werk.”

Sissi
Begin dit jaar kwam Dood van een soldaat op de markt, een boek dat verkocht werd als literaire thriller. Het speelt zich af in de nadagen van de Eerste Wereldoorlog, waarin dorpsarts Sara Sondervorst op zoek gaat naar de moordenaar van een oud-strijder. Spaey won er meteen de Gouden Strop mee, en volgens jury-voorzitter Sonja Barend kon het boek, als historische liefdesroman, meedingen naar om het even welke literaire prijs.
“Ik heb altijd al geschreven, vertelt Joke Spaey. Toen ik een jaar of tien was, waren dat varianten van tv-programma’s — ik maakte bijvoorbeeld mijn eigen Sissi-verhalen. Dat heb ik altijd nodig gehad. Ik was nogal een dromerig kind, en het was mijn manier om een eigen wereld te creëren.”
“Toen ik eindredacteur werd, had ik ‘s avonds nog weinig zin om te schrijven, aangezien ik al de hele dag met taal zat te prutsen. Af en toe schreef ik wel boekrecensies, dat vond ik geweldig: betaald worden om boeken te lezen, terwijl je er verslaafd aan bent.”
“Een paar jaar geleden heb ik voor een schrijfcursus dan toch een oerversie geschreven van Dood van een soldaat. Dat was hooguit een novelle, maar ik stuurde hem toch op naar Manteau, met de vraag: ‘Is het waardevol genoeg om uitgegeven te worden?’ Binnen de week kreeg ik bericht dat ze het graag wilden publiceren. Ik moest het boek wel eerst omwerken tot een roman.”
“Voor mij is Dood van een soldaat geen echte misdaadroman, zoals de jury van de Gouden Strop ook zei. Wie alleen misdaadverhalen à la Pieter Aspe leest, kan wel eens heel teleurgesteld zijn in het boek. De uitgeverij heeft beslist om het als ‘literaire thriller’ te promoten, omdat het commercieel interessanter is: misdaad verkoopt beter. Mijn eigen verwachtingen lagen niet bijzonder hoog: bij een debuut mag je al blij zijn als je de beginoplage van drieduizend exemplaren verkocht krijgt. Maar toen gebeurde het mirakel van de Gouden Strop, en nu staat Dood van een soldaat plots in boeken-toptiens en is het aan zijn vijfde druk toe.”

Kwezels
”Het was voor mij meteen duidelijk dat ik over de Eerste Wereldoorlog moest schrijven. Dat heeft veel te maken met mijn passie voor geschiedenis, en met het feit dat mijn grootvader heeft meegevochten in de Groote Oorlog. Ik heb die man nooit gekend, en ik heb me zelf een beeld willen vormen van hoe het er aan toe moet gegaan zijn. Ik ben de slagvelden van toen gaan bezoeken, de kerkhoven, ik heb er veel over gelezen. Alles wat ik erover te weten kwam, was even ontluisterend: hoe die jongens in een oorlogsmachine gegooid werden, hoe ze er getekend uitkwamen, de invloed die zo’n oorlog had op de menselijke relaties.”
“Het hoofdpersonage van mijn boek is wel een vrouw — dat schrijft toch een stuk vlotter — maar bijna even belangrijk is Alexander, haar ex-verloofde, een officier die zwaar getraumatiseerd en zonder benen uit de oorlog is gekomen. Het is tenslotte een oorlog die door jonge mannen is uitgevochten, en zij moesten dus zeker hun plaats krijgen in mijn boek.”
“Sara is een sterke vrouw, een vrouwelijke dorpsarts was een eeuw geleden eerder zeldzaam, maar is dat verder zo bijzonder? Men denkt nogal snel dat vrouwen zich pas in de jaren 70 geëmancipeerd hebben, en dat de maatschappij en de literatuur voordien braakliggend terrein waren voor sterke vrouwen. Dat is onzin. Lees maar eens een paar romans van een eeuw geleden: die gaan ook niet over broze, onderworpen vrouwen. Of de gezusters Loveling, kijk naar hun leven en werk: dat waren ook geen kwezels.”

Taart
“Ik word vaak geïnterviewd door oudere mannelijke recensenten, die het eens uitgebreid over de seks in Dood van een soldaat willen hebben. Er zitten inderdaad nogal wat seksscènes tussen Sara en haar ex-verloofde in het boek. En aangezien die rolstoelpatiënt is, komt dat wat vreemd over. Maar voor mij was seks dé manier om de machtsverhoudingen tussen die twee bloot te leggen, zo tonen ze elkaar wat ze niet gezegd krijgen.”
“Iedereen identificeert me meteen met het hoofdpersonage, tot in het absurde. Het is een vrouw, dus ze zal wel op mij lijken. Sara eet graag taart, dus ik zal ook wel graag taart lusten. (lachje) Daarom staat er ook Johanna op de kaft, en niet Joke. Het is een extra bescherming: Johanna is de schrijfster, Joke de privé-persoon.”
“Natuurlijk leg ik voor een stuk mijn eigen ziel bloot. Er sijpelt heel wat van je psychologie en van je visie op relaties door in je boek. Als je dan beseft dat wildvreemden dat allemaal gaan lezen, dan breekt het angstzweet uit. Of erger nog: het idee dat je eigen moeder dat allemaal te lezen krijgt.”
“In oktober stop ik bij dat vrouwenblad. Het werd allemaal wat teveel, ik moest echt gaan schiften om te kunnen doen wat ik écht wil doen. Ik schrijf nu aan mijn tweede boek, en daarnaast werk ik aan een paar tv-scenario’s. Of mijn eigen boek verfilmd gaat worden? Dat is al eens geopperd, maar er is niets concreet. Door die historische setting zou een verfilming erg duur zijn. En er zijn nog een aantal andere beperkingen. Om er één evidente te noemen: je vindt niet zo gemakkelijk een acteur zonder benen.”

‘Dood van een Soldaat’ van Johanna Spaey werd uitgegeven bij Manteau.