Campuskrant Katholieke Universiteit Leuven
 
 


Eerste doctoraat in de kunsten voltooid

Een fotograaf die u de tijd gunt

Reiner Van Hove

In het rijk van de fotografie is het snapshot de dictator: foto’s zijn alleen geschikt om één tijdsmoment vast te leggen, zo lijkt het. Maarten Vanvolsem verzet zich in zijn doctoraat tegen die alleenheerschappij van het kiekje. Hij beschrijft en analyseert een techniek die het mogelijk maakt om in één fotografisch beeld een tijdsverloop weer te geven. En hij brengt die techniek ook zelf in praktijk: de jury die binnenkort zijn doctoraat beoordeelt, zal zich niet alleen over zijn proefschrift maar ook over zijn foto’s buigen. Vanvolsem is de eerste in Vlaanderen die op deze manier de brug slaat tussen kunstpraktijk en wetenschappelijk onderzoek.

Het doctoraat in de kunsten vloeide in 2004 voort uit de academisering van het hoger kunstonderwijs. Binnen de Associatie K.U.Leuven werd het Instituut voor Onderzoek in de Kunsten (IvOK) opgericht om de doctorandi te ondersteunen, en de kunstdepartementen van de hogescholen samen te brengen met de relevante onderzoeksgroepen binnen de universiteit.
Maarten Vanvolsem begon zijn doctoraat aan de University of Newcastle upon Tyne, en kwam twee jaar geleden naar Leuven om zijn onderzoek verder te zetten aan het Lieven Gevaert Research Centre for Photography and Visual Studies. Nu is hij klaar om als eerste een doctoraat in de kunsten te verdedigen. Dat pionierschap heeft voor- en nadelen: “Er zijn nog weinig automatismen, dus moet je soms nog een beetje je weg zoeken. Anderzijds besef ik dat de tweede doctor in de kunsten niet zoveel persaandacht zal krijgen als ik.”

Fotofinish
In zijn doctoraat vertrekt Vanvolsem vanuit de vaststelling dat we een enge visie op fotografie hebben: “Het succes van de Kodak heeft ervoor gezorgd dat het merendeel van de foto’s die gemaakt worden snapshots zijn, opnames van één moment. Naast die economische is er ook een cultuur-historische verklaring: sinds de Renaissance associëren we het maken van beelden in de Westerse traditie met het centraal perspectief, dat verbiedt om in één afbeelding meer dan één tijd of gebeurtenis weer te geven.”
Toch waren er van bij het begin van de fotografie al pogingen om de relatie tussen tijd en beeld anders te benaderen. Centraal in het onderzoek en het werk van Vanvolsem staat de strip- of spleettechniek: “Die werd in 1843 al gebruikt om een panoramische foto te maken. Later kwamen er toepassingen in de ballistiek, de luchtfotografie en de sport: de fotofinish. Essentieel bij de techniek is dat — in tegenstelling tot bij het snapshot — camera en film bewegen tijdens de opname. Het is een vorm van scannen: je bouwt een beeld op doorheen de tijd. De belichting van de film gebeurt niet met een klassieke sluiter maar door een smalle spleet, zo’n 0,8 mm breed in de zelfgebouwde camera’s die ik gebruik.”
“Voor panoramische foto’s wordt de camera op een statief geplaatst, en worden de bewegingen van film en camera gesynchroniseerd door één motor, zodat je mooie scherpe beelden krijgt. Voor de foto’s die ik maak, ligt dat anders: ik kan de snelheid van de film manueel bepalen en ik neem de camera in de hand, zodat ik me tijdens de opname kan verplaatsen. Daardoor kan ik gaan spelen met snelheden en standpunten om bepaalde effecten te bereiken.”

Sporen
Het resultaat zijn langgerekte, ietwat bevreemdende foto’s: “Het is inderdaad mijn bedoeling om verwondering op te wekken bij de kijker. Bij een eerste oogopslag kan je wel een curve of horizonlijn aftasten, maar om de foto echt te lezen, moet je in het beeld kruipen en van punt naar punt gaan. Dan zie je dat bepaalde objecten terugkeren, maar van uit een andere hoek bekeken. Je hebt de neiging om op basis van de aangeboden informatie één bepaalde ruimte op één bepaald moment te reconstrueren, maar dat is uiteindelijk onmogelijk: elk lijntje staat voor een eigen tijdsmoment en een eigen ruimte. Met deze techniek is het dus mogelijk om tijdsverloop en beweging over te brengen in een fotografisch beeld. Mijn foto’s zijn eigenlijk geen afbeeldingen, maar sporen van beweging en tijd.”
Voor de beschrijving van zijn ongewone foto’s vindt Vanvolsem de begrippen uit de klassieke fotografie ontoereikend. Hij gebruikt liever muzikale termen als puls, metrum en ritme: “Omdat ik de snelheid van de film met de hand bepaal, kan ik die variëren en zo een onregelmatig belichtingspatroon creëren. De opeenvolging van minder en meer belichte stroken brengt — samen met de herhaling van de objecten — een bepaald ritme in het beeld. De objecten kan je ook vergelijken met muzikale motieven, die je nu eens benadrukt, dan weer laat wegdeemsteren.”

Maarten Vanvolsem verdedigt zijn doctoraat op 29 september. Diezelfde dag opent in het STUK een tentoonstelling met zijn werk, die nog tot 29 oktober loopt. Info: http://www.stuk.be

Info over het doctoraat in de kunsten: http://associatie.kuleuven.be/ivok/docindekunsten.htm