Campuskrant Katholieke Universiteit Leuven
 
 


Ingenieursstudenten stellen projecten voor

Philippe Van Marcke


Superlichte bruggen, afluisterapparatuur, papieren vliegtuigen, waterzuiveringssystemen en nog tal van andere toepassingen. De studenten van het tweede bachelorjaar burgerlijk ingenieur knutselden het allemaal in elkaar voor het vak Probleemoplossen en Ontwerpen. Op 13 december stellen ze hun projecten voor.

Een toetsenbord afluisteren
Geef hen een microfoon en zij ‘horen’ wat u op uw toetsenbord intikt. Gil Delcour, Tjorven Delabie, Carlos Dierckxsens, Pieter Goyvaerts, Koen Huyck en Martijn Jaeken schreven een computerprogramma dat uw toetsenbord kan afluisteren. “Elke toets maakt een specifiek geluid,” legt Carlos uit. “Een microfoon neemt die geluiden op en ons programma vertelt dan wat er getypt werd.”
Toch komt er bij het afluisteren iets meer kijken dan het strategisch plaatsen van een microfoon en wat geprogrammeer. Carlos: “Elk toetsenbord klinkt anders. Het computerprogramma moet daarom eerst leren hoe de verschillende toetsen klinken. Dat hoeft niet lang te duren. Op tien minuten kan je elke toets makkelijk vijftien keer indrukken.”
Maar wat met rinkelende telefoons, koffiemachines die in de verte pruttelen of kuisploegen die met veel bombarie de vuilbakken ledigen? “Achtergrondgeluiden zullen uiteraard het afluisteren bemoeilijken,” vertelt Jill. “We hebben geprobeerd om die geluiden eruit te filteren, maar daardoor werkt het programma ook minder goed. Zonder achtergrondlawaai en zonder filter kunnen we 95% van de aangeslagen toetsen herkennen, met een filter is dat slechts 30%. Je zou het programma eventueel nog kunnen verbeteren door de computer de fouten te laten corrigeren — een beetje zoals een spellingscorrector, maar zo ver zijn we niet gegaan.”
“We vonden het een interessant project omdat het zo een bizar idee lijkt om een toetsenbord af te luisteren,” zegt Koen. “We hadden eerst geen idee hoe je zoiets aanpakt, en het geeft dan ook veel voldoening als je daar na een tijd toch in slaagt.”

Water zuiveren met lavastenen
Uw eigen waterzuiveringsinstallatie. Het klinkt wat excentriek, maar dat is het zeker niet. Vlaanderen telt nog heel wat woningen die niet aangesloten zijn op het rioleringsnetwerk en het aansluiten ervan kan bijzonder duur uitvallen. Een eigen waterzuiveringssysteem kan dan een oplossing bieden. Met slechts 250 euro ontwierpen Niels Leemput, Koen Hoornaert, Bram Goorts, Philippe Hoste, Raymond Leemans en Sebastian Heps zo’n installatie.
“We zuiveren het afvalwater met een biologische filter,” legt Niels uit. “Onze opdracht omvatte het ontwikkelen van die filter, maar ook het bouwen van het complete zuiveringssysteem. Dat systeem bestaat uit een buffertank om de pieken in het waterverbruik op te vangen, een voorbezinktank om olie en zware delen uit het water te halen, de filter zelf en tenslotte een nabezinktank.”
De biologische filtering wordt gerealiseerd door een ton gevuld met stenen. “Op die stenen zullen zich bacteriën nestelen. Die gebruiken de vervuiling in het water als voedsel en zuiveren zo het water. Belangrijk is dat de stenen een grote oppervlakte hebben en dat er een goede beluchting is zodat de bacteriën voldoende zuurstof hebben. Lavastenen zijn een goede optie omdat ze licht en poreus zijn.”
En niet onbelangrijk: lavastenen zijn goedkoop. Sebastian: “Een budget van 250 euro om het hele systeem te bouwen is niet veel. “Om binnen dat budget te blijven, hebben we de hulp van verschillende mensen moeten inschakelen. We zijn bij een schroothandelaar onderdelen gaan zoeken en een loodgieter heeft ons aan een betaalbare pomp geholpen door de pomp uit een wasmachine in ons systeem te monteren. Zo hebben we voor verschillende praktische problemen een betaalbare oplossing moeten zoeken. Maar uiteindelijk is het gelukt om een installatie te bouwen met die 250 euro.”

Treintje op groene stroom
Groene stroom. Het is een veel besproken en actueel onderwerp, maar voorlopig zorgt het vooral voor elektriciteit tussen sommige politici en academici. Glenn Reynders, Yannick Schuermans, Maarten Vandendriessche, Servaas Waelkens, Toon Weyens en Cedric Weyns kregen de opdracht er eens echt werk van te maken: laat met een zonnepaneel een treintje rijden en doe dat op een zo optimaal mogelijke manier.
“Dat lijkt misschien eenvoudig, maar het is toch iets ingewikkelder dan het koppelen van wat draden aan die zonnecel en dat treintje,” zegt Glenn. “Het vermogen dat de zonnecel levert, is afhankelijk van de spanning over de zonnecel. En voor elke lichtintensiteit is er een spanning waarbij er een maximaal rendement bereikt wordt. Met een microprocessor zorgen we ervoor dat er telkens een optimale spanning aangelegd wordt en halen we het maximum uit het zonnepaneel.”
Er wordt ook een batterij aan de zonnecel geschakeld zodat het treintje ook ’s nachts kan rijden. “Je moet het systeem wel zo maken dat die batterij niet overladen wordt of dat er niet te veel stroom aan de batterij onttrokken wordt. Anders gaat die kapot,” vertelt Yannick. “We zullen ook nog een ventilator installeren die het systeem moet afkoelen.”
En ook hier wil de praktijk al eens afwijken van de theorie. “Verschillende componenten bleken minder ideaal dan volgens de producent opgegeven,” zegt Maarten. “Kleine afwijkingen op bijvoorbeeld weerstanden kunnen een grote invloed hebben. Dan moet je zien hoe je daar een mouw kan aanpassen. Dat is soms bijzonder vervelend, maar je leert er wel door hoe je je plan moet trekken.”