Campuskrant Katholieke Universiteit Leuven
 
 

Commissie Wetenschappelijke Integriteit opgericht

“We zijn een bewustmaker, geen opsporingsbrigade”

Ludo Meyvis


Vaak zijn wetenschappelijke resultaten zo complex dat de samenleving ze niet zozeer aanvaardt omdat ze zelf de resultaten kritisch bevraagt en positief evalueert, maar omdat ze aanneemt dat wetenschappers naar best vermogen en in alle integriteit tot die resultaten gekomen zijn. Wanneer die integriteit betwijfeld wordt, stort de wetenschap zélf dus in. Geloofwaardigheid, onmogelijk zonder integriteit, is de brug tussen de wetenschap en de samenleving.

Gevallen waarin die integriteit geweld aangedaan wordt, zijn gelukkig vrij zeldzaam. Maar àls ze zich voordoen, maken ze veel ophef — denken we maar aan de Koreaanse stamcelspecialist Hwang Woo-suk, die zijn gegevens ‘bewerkt’ had om spectaculaire vooruitgang rond klonen te kunnen illustreren, een kleine twee jaar geleden.
In Leuven is het nog nooit tot zware beschuldigingen op het vlak van wetenschappelijke integriteit gekomen. En toch is er sinds 1 februari een nieuwe Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) actief. Waarom die commissie dan nodig is, vroegen we aan professor Paul Van Houtte, voorzitter, en aan professor Peter Marynen en Inge Lerouge (DOC), beiden lid van de commissie.
“De oprichting is er zeker niét gekomen omdat we met een plotse stijging van integriteitsproblemen geconfronteerd worden. We mogen met een vrij gerust gemoed zeggen dat onze wetenschappelijke wereld zeer hoge integriteitsnormen hanteert. De CWI is opgericht omdat we een uitgesproken ethisch besef in onze wetenschappelijke werking willen inbouwen, en omdat er ter zake een internationale consensus gegroeid is rond integriteitsnormen en rond procedures ter bewaking van die normen. Als internationaal georiënteerde universiteit met grote aandacht voor het wetenschappelijk onderzoek was het evident dat de K.U.Leuven ook een dergelijke commissie zou oprichten.”

Taken
“De taken van de CWI zijn eigenlijk dubbel. Enerzijds, en dat zal wellicht de belangrijkste taak worden, richten we ons op een reflectie over normen. Hier hebben we vooral te maken met bewustmaking, en met de bevordering daarvan. De CWI kan op eigen initiatief standpunten innemen en verspreiden rond integriteitsnormen, en ze kan beleidsvoorbereidende adviezen verstrekken aan het Gebu, de Academische Raad of de Raad voor Onderzoeksbeleid — organisatorisch valt de CWI onder die laatste.”
“Anderzijds zal de CWI ook actief zijn als eerste centraal aanspreekpunt bij mogelijke integriteitsproblemen. Er is een meldpunt opgericht, met een transparante, heldere procedure, met aandacht voor motivering, respect voor privacy, duidelijke bevoegdheidsafbakening enzovoort. In dat laatste verband wijzen we er even op dat de CWI zich niet zal bezighouden met de materie van ethische commissies zoals die in de Biomedische Wetenschappen bestaan, en al evenmin met vermogensrechtelijke aspecten rond wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld problemen rond octrooien of belangenvermenging in spin-offs. Daar bestaan afzonderlijke procedures voor.”
“Waarover gaat het dan wél? In het algemeen, over alle aspecten van het wetenschappelijk werk waar de integriteit in gevaar gebracht wordt. Concreet kan je hier bijvoorbeeld denken aan de eerlijke vermelding van wie wat gedaan heeft. Wie bijgedragen heeft tot het onderzoek, dient als mede-auteur vermeld te worden. Ook plagiaat hoort in deze sfeer thuis. Of je kunt ook denken aan falsificatie van onderzoeksresultaten. Het is echter niet noodzakelijk zo dat je, wanneer je één meetpunt weglaat, meteen met vervalsing bezigbent. Er bestaan wiskundige formules die duidelijk uitmaken wanneer een meetpunt weggelaten mag worden omdat het vermoedelijk fout gemeten is. En dan nog zullen er grijze zones bestaan. Denk bijvoorbeeld aan Gregor Mendel, de vader van de erfelijkheidsleer. Zijn theorie bleek achteraf juist, maar de gegevens die hij publiceerde, waren kennelijk gemasseerd. Moet je Mendel daarom een bedrieger noemen? Niet noodzakelijk, als je dat in zijn tijd plaatst.”

“Nog een sfeer waarin integriteit meespeelt, is die van externe affiliaties van onderzoekers. Wat doe je bijvoorbeeld met een onderzoeker die een bepaalde farmaceutische behandeling positief evalueert, maar die daarnaast zetelt in de raad van bestuur van het bedrijf dat die therapie op de markt brengt? Als er gevaar is voor belangenconflicten, moet in elk geval in alle openheid melding gemaakt worden van de connectie tussen de wetenschapper en het bedrijf in kwestie. In Amerikaanse toptijdschriften is de bekendmaking van relevante affiliaties of van de financieringsbron van je onderzoek trouwens al zeer ver doorgedrongen.”

Geen ‘inquisitie’
“De bedoeling van de CWI is bij te dragen tot een grotere bewustmaking van het belang van integriteit, zonder als een ‘inquisiteur’ te gaan optreden. De CWI wil of kan trouwens zelf geen sancties of iets dergelijks uitspreken. We kunnen alleen adviezen overmaken aan andere instanties, die dan in het uiterste geval wél een tuchtrechtelijke procedure kunnen opstarten. We geloven echter niet dat daar vaak sprake van zal zijn. De wetenschappelijke wereld tolereert immers geen inbreuken tegen de integriteit. Wie zich daar toch aan bezondigt, zal snel merken dat zij of hij door de peers met de rug aangekeken wordt, ook al zou er intern geen sanctie volgen. We beschikken trouwens over de ruimte om geïsoleerde gevallen waarin vragen bij de integriteit gesteld zouden kunnen worden, discreet en gepersonaliseerd op te vangen, zodat tijdig geremedieerd kan worden.”
“Peer review is de ultieme garantie van de betrouwbaarheid van de wetenschap. Het is niet omdat we de term ‘wetenschappelijke integriteit’ voortaan terugvinden in ons organigram, dat we menen dat er strenger of anders opgetreden moet worden. Het is de evaluatie door collega-wetenschappers die ervoor zorgt dat onderzoek als valide en de onderzoeker als integer gekwalificeerd worden. Maar het kan anderzijds geen kwaad om de bezorgdheid om integriteit wat explicieter te verwoorden. De druk om aan deze of gene verleiding toe te geven, kàn immers groot zijn, en dan is het zinvol om een mechanisme voor constante bewustmaking in het leven te roepen.”
“Eén ding moet duidelijk zijn: de CWI is géén rechtbank, géén opsporingsbrigade. We willen een positieve rol spelen als denktank en bewustmaker, en positieve signalen en concrete aanbevelingen verspreiden. En àls, àls er zich eventueel problemen voordoen, beschikken we voortaan over een eenduidige procedure om daar op een juiste, rechtvaardige, transparante wijze iets aan te doen. Maar we zijn er vrij gerust in dat we op dat laatste vlak relatief weinig werk zullen hebben.”

Meer informatie over de CWI, en onder meer ook een beschrijving van de procedurele werking, vindt u op
http://www.kuleuven.be/cwi.