![]() |
Centrum bundelt onderzoek
Met vereende krachten voor gelijke kansen en diversiteit
Benedict Vanclooster
De loonkloof tussen mannen en vrouwen, multiculturaliteit in de jeugdliteratuur,
gelijke kansen in het onderwijs of de antidiscriminatiewet voor huurovereenkomsten…
Geen faculteit waar geen onderzoek loopt rond gelijke kansen en diversiteit.
Voortaan wil de Alma Mater deze inspanningen beter coördineren vanuit het
Centrum voor Gelijke Kansen en Diversiteit, dat in aanwezigheid van minister
Moerman op 16 maart boven de doopvont wordt gehouden.
Via studiedagen, workshops en seminaries zal het centrum de grenzen tussen
de diverse disciplines slopen en onderzoekers samenbrengen. Deze ontmoetingen
moeten de interfacultaire permanente vorming rond gelijke kansen en diversiteit
stimuleren en helpen een gemeenschappelijke toekomstvisie op onderzoek rond
gelijke kansen en diversiteit te ontwikkelen en verspreiden.
De website van het centrum zal ruchtbaarheid geven aan het onderzoek rond gelijke
kansen en diversiteit, en externe partijen kunnen hun vragen stellen aan de
meest geschikte onderzoeker(s). Ten slotte hoopt het centrum via een jaarlijks
brokerage event de dialoog te versterken met de overheid, het bedrijfsleven
en de non-profitorganisaties. Tijdens dit evenement zullen de meest recente
inzichten over gelijke kansen en diversiteit tussen de verschillende betrokkenen
uitgewisseld worden. Campuskrant pikte drie onderwerpen uit.
Multiculturele tv
Emma, de televisienovelle waarmee Eén ijvert voor gelijke kansen voor
iedereen, noemt ze “niet meteen geslaagd”. Professor Leen d’Haenens
(Centrum voor Mediacultuur en Communicatietechnologie) vindt dat Vlaanderen
bij het maken van taboedoorbrekende programma’s nog veel te leren heeft
van zijn noorderburen. Al heeft volgens haar ook de Nederlandse omroep nog een
weg af te leggen om diversiteit te vertalen naar het tv-scherm.
Professor d’Haenens deed in opdracht van de Nederlandse publieke omroep
een monitoringonderzoek naar de diversiteit van het Nederlandse televisielandschap.
“In 2005 hebben we over een periode van zes weken een vijfhonderdtal programma’s
geanalyseerd. En wat bleek? In soaps, quizzen en non-fictieprogramma’s
vertolkten heel wat allochtonen een rol.”
Maar percentages zeggen niet alles. “De allochtoon uit de straat krijgt
zelden een plaats op het scherm, maar criminelen en sterren uit de sport of
muziek dan weer ten overvloede. Het gros van de allochtonen op de Nederlandse
publieke omroep zijn dan ook nog Amerikaanse zwarten die meespelen in aangekochte
fictiereeksen. De vijf grote groepen allochtonen die in Nederland wonen, zijn
ondervertegenwoordigd. Ten slotte blijken de interventies van allochtonen in
programma’s doorgaans korter dan die van blanken.”
Bovendien zorgt de kijker voor een bijkomend probleem. “De multiculturele
lens wordt niet alleen vernauwd door de programmamakers, maar ook nog eens door
de kijkers zelf. Kijkers willen vooral hun eigen groep aan het werk zien.”
Daarom wordt ook vermoed dat allochtonen vooral afstemmen op programma’s
van hun eigen groep, zeker als ze ouder worden. “Ik vrees dat er naar
multiculturele tv maar met mondjesmaat zou gekeken worden. Naar het continue
kijkgedrag van een representatieve groep van allochtonen in Nederland kunnen
we wel alleen maar gissen. Maar daar komt verandering in. De Nederlandse publieke
omroep heeft 2 miljoen euro opzijgezet om de allochtone kijker te screenen.
Zo’n operatie zou ook in Vlaanderen moeten gebeuren. Veeleer dan quota
op te leggen die bepalen hoeveel allochtonen er op de buis dienen te komen —
hoewel dit als tijdelijke maatregel en inhaalbeweging wel te verdedigen valt
— moet het continue kijkcijferonderzoek worden uitgebreid naar allochtonen
toe. Ook met hun kijkbehoeften en voorkeuren dienen we immers rekening te houden.”
De multisensoriële stad
Leuven horen en voelen. Dat wordt de titel van een alternatieve reisgids, die
uitnodigt om het historisch patrimonium van de universiteitsstad niet alleen
met je ogen maar met al je zintuigen te ervaren. De auteur ervan is zelf slechtziend.
“Een bewijs dat mensen met een visuele handicap ons kunnen leren de werkelijkheid
op een vollediger manier te vatten”, zegt professor Patrick Devlieger.
Naar aanleiding van het Europees Jaar van Mensen met een Handicap in 2003 brachten
professor Devlieger (Faculteit Sociale Wetenschappen), professor Froyen (Provinciale
Hogeschool Limburg) en Kristel Wildiers (Stad Leuven) vijftien architectuurstudenten,
vijf blinden en slechtzienden en enkele studenten antropologie samen voor een
onderzoek. “Met de bedoeling om een dialoog tot stand te brengen en ervaringen
uit te wisselen op basis van een taakgerichte oefening. De zintuigen van beide
groepen zijn immers op een compleet andere manier georganiseerd. Architecten
zijn sterk visueel ingesteld. Blinden zijn aangewezen op wat ze horen, voelen
of ruiken.”
Samen trokken ze door de Leuvense straten. “We verkenden de stationsomgeving,
de Erasmustuin, de Grote Markt en het Fochplein. Al vlug bleek dat beide groepen
de publieke ruimte helemaal anders definiëren. Een blinde bakent grenzen
af op basis van wat hij voelt, de architectuurstudenten baseren zich op wat
ze zien.”
Met behulp van de informatie die ze via dialoog verwierven, werkten de studenten
een tactiel stadsplan uit. “Op die manier kwamen een aantal blinden en
slechtzienden tot het inzicht dat de manier waarop de Tiensestraat uitkomt op
het Fochplein anders is dan zij zich hadden voorgesteld. Ze pasten hun ruimtelijk
inzicht aan.”
Tegen die achtergrond schreven professor Devlieger en collega’s Blindness
and het multi-sensorial city, een boek dat ontsproot aan het onderzoek en een
internationaal colloquium. “De multizintuiglijke stad uit de titel is
geen utopie of een romantische idee, maar een mogelijkheid om in onze sterk
op het visuele gerichte maatschappij open te staan voor andere ervaringen. Het
is een uitdaging om onze publieke ruimtes om te bouwen tot multisensoriële
omgevingen.”
Sport en gender
2004. Een meisje wil deelnemen aan een stage bij Racing Genk, maar wordt geweigerd.
De vader van het meisje stapt naar de media. Enkele artikelen en nieuwsberichten
verder laat Genk het meisje alsnog toe tot de stage. “Dit is maar een
van de vele cases waar mijn studenten hun mening over vormden, en vormt nu een
uitgangspunt voor een onderzoek naar genderproblematiek in de sport”,
zegt professor Jan Tolleneer.
Acht jaar lang al laat professor Tolleneer (K.U.Leuven Campus Kortrijk en Universiteit
Gent) zijn eerste bachelorstudenten van Gent een actualiteitsmap aanleggen.
“Een schat aan informatie met artikels en samenvattingen die gekaderd
worden in de theorie van het opleidingsonderdeel ‘Grondslagen en geschiedenis
van de lichamelijke opvoeding en de sport’. De aandacht gaat vooral naar
de kritische beschouwingen die studenten maken rond de sociaalculturele betekenis
van de sport. Ondertussen selecteerden we een vijfhonderdtal dossiers, die we
nu stap voor stap aan het analyseren zijn in de context van masterthesissen
aan de Leuvense Faber-faculteit.”
Hoewel de resultaten dit nog moeten bevestigen, denkt professor Tolleneer dat
zijn studenten er meer veranderingsgezinde standpunten op nahouden dan de doorsnee
burger. “Als universitairen worden ze getraind om stereotypen te doorbreken.
Bovendien zitten ze zelf midden in het sportmilieu, wat hun kijk toch wel beïnvloedt.
Al drijven af en toe ook behoudsgezinde reflexen boven. Zo vindt een van de
studenten een vrouwelijke scheidsrechter maar niets. Want als er een vrouw mee
gemoeid is, zo argumenteert hij, dan worden de gespannen sfeer en het gediscussieer
in de kiem gesmoord, en die maken deel uit van het spel.”
“Mensen zijn vlug geneigd om te stellen dat het genetische materiaal allesbepalend
is en dat de omgeving slechts een kleine rol speelt. Ze benadrukken de verschillen
in anatomie tussen de twee seksen en voelen zich in hun mening gesterkt door
de kloof in sportprestaties tussen mannen en vrouwen. Een aantal auteurs, vooral
vanuit feministische hoek, zijn daar tegenin gegaan. Dat vrouwelijke atleten
het moeten afleggen tegen hun mannelijke collega’s, is volgens hen voor
een groot deel het resultaat van een verschillende opvoeding. Al als baby’tje
worden meisjes vlugger geholpen om over een bepaald obstakel te klimmen dan
jongetjes, die dan weer aangemoedigd worden viriel te zijn. De hele opvoeding
wordt gekenmerkt door gelijkaardige voorbeelden van discriminatie, aldus deze
auteurs.”
Feministen zien sport als een hefboom voor sociale verandering. “Laat
vrouwen maar deelnemen aan kracht- en contactsporten, zeggen ze.” Maar
het is niet alleen de vrouw die moet geëmancipeerd worden. “De discussies
brengen ook de nieuwe man ter sprake. Naar aanleiding van berichten over een
jongetje dat naar de balletschool wilde gaan en daarom gepest werd door zijn
leeftijdgenootjes, formuleerden studenten hun visie over de ontvoogding van
de man en over de invloed die hieromtrent kan uitgaan van sport- en bewegingsopvoeders.”
Op vrijdag 16 maart wordt het Centrum voor Gelijke Kansen en Diversiteit feestelijk geopend. Info: http://www.kuleuven.be/gkg/