![]() |
Schepen Mohamed Ridouani wil meer allochtonen naar de universiteit krijgen
“Kansarmoede is
de kern van
het probleem”
Tim Willekens
Leuvense schepen van diversiteit, voorzitter van de multiculturele organisatie Ahlan en kind van ouders die uit Marokko emigreerden. Mohamed Ridouani (27) weet waarover hij spreekt wanneer het om allochtonen en diversiteit gaat. Na een aantal jaar geleden aan de K.U.Leuven te zijn afgestudeerd, werkt Ridouani sinds kort weer samen met de universiteit, nu vanuit het Leuvense stadhuis.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 werd Ridouani niet enkel verkozen, maar werd hij meteen ook schepen van personeelszaken, onderwijs, duurzame ontwikkeling en diversiteit. Bij de federale verkiezingen van juni staat hij op de vijfde plaats van de Leuvense sp.a-Spirit-lijst. Toch is Ridouani nog een nieuweling in de politiek. “Ik ben er eigenlijk veeleer in geduikeld. Na de verkiezingen van 2006 stond ik plots voor de keuze tussen het schepenambt en mijn baan als consultant bij Deloitte, waar ik waarschijnlijk een vrij stabiele carrière zou kunnen uitbouwen. Het was een moeilijke keuze, maar uiteindelijk heb ik toch besloten dat je de kans om dingen te kunnen realiseren in je eigen stad, niet mag laten liggen.”
Hoewel zijn ouders in de jaren 70 uit Marokko emigreerden, is Mohamed Ridouani zelf immers geboren en getogen Leuvenaar. Als middelbare scholier volgde hij economie aan het Koninklijk Atheneum Redingenhof. “In die tijd een voor de hand liggende keuze”, zegt hij zelf. “Het Redingenhof stond toen, veel meer nog dan nu, bekend als een concentratieschool. Als je er niet door een doorverwijzing van een andere school belandde, deed je dat vaak omdat je kameraden er ook heen gingen.” Ook daarna bleef Ridouani in Leuven, waar hij aan de universiteit behalve handelswetenschappen ook internationale betrekkingen studeerde.
Na zijn studie bracht hij als consultant veel tijd door in het buitenland. Het was vooral de vereniging Ahlan, waarvan hij voorzitter is, die hem terug naar Leuven en uiteindelijk in het stadhuis bracht. “Ahlan werd twee jaar geleden opgericht, met als doel de zelfemancipatie van allochtonen in Leuven te bevorderen. Er zijn tal van allochtone of multiculturele organisaties die mensen samen brengen, maar ik geloof dat er nood is aan verenigingen die niet terugplooien op zichzelf, maar mensen ondersteunen om zelf vooruit te geraken. Je kunt het misschien vergelijken met de arbeidersbeweging van vroeger. Met Ahlan kiezen we er bewust voor te werken rond thema’s zoals onderwijs en tewerkstelling, en steken we de hand uit naar andere organisaties, de overheid en de onderwijswereld. Ik geloof dat het nodig is op die manier breed te werken en pijnpunten op een constructieve manier aan te pakken. Het is vooral door mijn praktijkervaring met Ahlan, door echt eens ‘met de voeten in de modder te staan’, dat mijn maatschappelijke inzichten rond onderwijs en achterstelling verbreed zijn. Van daaruit ben ik in de politiek gerold, en ik ben blij dat ik nu als schepen op die ervaring kan voortbouwen.”
Mohamed Ridouani heeft er geen problemen mee ‘allochtone schepen’ te zijn, maar hij benadrukt geen ‘schepen van de allochtonen’ te zijn. “Ik ben schepen van en voor elke Leuvenaar. Vlak na de verkiezingen hoorde je wel eens dat enkel de allochtone bevolking op mij had gestemd en dat ik dan waarschijnlijk ook enkel voor hen in het stadhuis zou gaan zetelen. Ik kan je gerust zeggen dat geen van beide waar is. Ik ben weliswaar een allochtone schepen, maar die extra culturele bagage en de ervaring die ik binnen Ahlan heb opgedaan, kan iedereen in Leuven dienen. Bovendien mag je niet vergeten dat ik naast diversiteit ook personeelszaken, onderwijs, milieu en duurzame ontwikkeling in mijn portefeuille heb.” Ridouani bevestigt dat hij het als politicus niet altijd even gemakkelijk heeft. “De allochtone gemeenschap is natuurlijk blij om een allochtone schepen in het college te zien. Dat schept echter ook erg hoge verwachtingen, die niet gemakkelijk in te lossen zijn.”
Lege doos
De stad Leuven ontving eind maart als eerste en enige stad in België het Label Gelijkheid Diversiteit van de federale overheid, samen met negen bedrijven. “Het is een erkenning voor organisaties die rond die thema’s een goed beleid uitstippelen. Het is zeker geen vrijblijvende zaak: de stad heeft een strategisch driejarenplan opgesteld waarin concrete acties beschreven zijn die diversiteit en gelijkheid in het personeelsbestand moeten bevorderen inzake gender, allochtonen, ouderen en jongeren en mensen met een functiebeperking. Ook voldoende interne en externe communicatie rond de acties behoorde tot de vereisten.”
“Ik vind dat je voorzichtig moet zijn met de term ‘diversiteit’. Steeds meer organisaties en instellingen beginnen het woord te gebruiken, maar we moeten opletten dat het daardoor niet verglijdt naar een lege doos. Echte diversiteit is immers niet evident! Het betekent een aanvaarding van het anders-zijn, en dat gaat een stuk verder dan het bieden van gelijke kansen. Ik geloof dat we op dit moment sociaal en mentaal nog niet helemaal klaar zijn voor een inclusief beleid, waarbij geen onderscheid gemaakt wordt tussen allochtonen en autochtonen. Die opsplitsing is er in onze maatschappij immers nog steeds. Daarom is er nu eerst een gericht doelgroepenbeleid nodig, waarbij bepaalde groepen afgebakend en benoemd worden. We moeten inzien dat allochtonen inderdaad een vrij homogene groep vormen, vooral dan door het gemeenschappelijke kenmerk van kansarmoede. Pas wanneer de groep zelfredzaam is geworden en die kenmerken weggewerkt zijn, kan je werken aan een inclusief beleid en kan er sprake zijn van echte diversiteit.”
“Er worden vaak initiatieven genomen rond multiculturaliteit, maar ik geloof dat precies kansarmoede de kern van het probleem is. Stel dat je de Japanse ambassadeur als buurman hebt. Die man heeft ook een andere cultuur, hij kleedt zich anders, gedraagt zich anders. Toch zullen mensen waarschijnlijk trots zijn om naast hem te wonen, omdat het een man met aanzien is. Rond bijvoorbeeld Turken of Marokkanen, die ook een andere cultuur hebben, hangt echter een sfeer van kansarmoede, die ervoor zorgt dat die mensen veel minder aanvaard worden. Ze zijn vaak laaggeschoold, hebben moeilijkheden op de arbeidsmarkt, als gevolg ook een lager inkomen, slechtere huisvesting, zelfs een lagere levensverwachting. Dat heeft natuurlijk ook weer zijn invloed op de kinderen van zulke gezinnen. Het drama is dat die kansarmoede bovendien wordt geïnterpreteerd als een cultuurdeficit, dat het dus eigen is aan hun gewoontes dat ze er niet op vooruit gaan. Ik geloof dat je mensen eerst uit die sfeer van kansarmoede moet weghalen, voor je zelfs over een cultuurdeficit kunt spreken.”
Onderwijs als hefboom
Ridouani beschouwt onderwijs daarin als een cruciale schakel. “Wist je dat momenteel meer dan vijftig procent van de allochtonen geen diploma secundair onderwijs behaalt? Om een goede kans te maken op de arbeidsmarkt en om uit de spiraal van kansarmoede te geraken, is het dan ook noodzakelijk daaraan iets te veranderen.”
Eén van de pogingen daartoe is het Buddy-project, een samenwerking tussen de stad, de Leuvense secundaire scholen en de lerarenopleidingen van de K.U.Leuven, K.H.Leuven en Groep T. De aspirant-leraars geven er in een ontspannen sfeer naschoolse begeleiding aan kansarme leerlingen. “Momenteel loopt er een proefproject, de eerste resultaten zijn zeer positief. Het is een vorm van gratis begeleiding voor de ouders, de studenten doen praktijkervaring op rond diversiteit, de scholen worden ontlast, de leerlingen leren zichzelf te redden en worden daardoor gemotiveerd.”
Om toekomstige leraars te informeren over kansarmoede en de specifieke problemen die allochtonen ondervinden, geeft Ridouani bij alle studenten van de academische lerarenopleiding ook een gastcollege over diversiteit. Het eerste daarvan, bij de ALO-studenten van Sociale Wetenschappen, heeft hij inmiddels achter de rug. “Ik vond het erg interessant. Tijdens het discussiemoment aan het einde kon je merken dat het onderwerp echt leeft bij de studenten.”
Ook bij een ander project aan de K.U.Leuven is Ridouani nauw betrokken. “Allochtonen ondersteunen in de middelbare school is erg belangrijk, maar we moeten hen ook helpen de weg te vinden naar de universiteit. Daarom zette de Faculteit Sociale Wetenschappen samen met Ahlan een project op om de instroom van allochtone studenten te vergroten. Een subsidie van de Vlaamse Overheid maakt het ons mogelijk naar de mensen en de scholen toe te gaan om het universitaire aanbod voor te stellen en toe te lichten. Via de Leuvense integratiedienst en Ahlan proberen we de universiteit en de mensen met elkaar in contact te brengen. Begin juni is er een mini-evenement met getuigenissen gepland, en het project loopt nog tot oktober.”
Ridouani is erg blij dat hij in Leuven kansen krijgt om te werken rond diversiteit. “Leuven is een erg diverse stad. Je vindt er de ideale mix van personen, organisaties en instituten om de juiste mensen rond te tafel te kunnen brengen. Wat dat betreft, zou je de stad zelfs als een soort speeltuin én voorbeeld voor de rest van Vlaanderen kunnen beschouwen. Ik hoop dat we de volgende jaren nog verschillende projecten kunnen realiseren, en dat zich voldoende medewerkers aanmelden om het Buddy-project volgend jaar echt van start te laten gaan.”
Meer informatie over het Buddy-project: Kabinet Onderwijs van de stad Leuven,
Rina Rabau, rina.rabau@leuven.be,
(t) 016 211 506.
Vzw Ahlan, http://www.ahlanleuven.be