Campuskrant Katholieke Universiteit Leuven
 
 

ESF-project maakt vrouwen warm voor carrière als ingenieur

Mannen in pak met een gele helm

Tim Willekens

“Een ingenieur is een drukbezette man in een net pak, die rondloopt op werven en kampeert bij zijn computer.” Dat stereotiepe beeld schijnt vooral veel meisjes ervan te weerhouden voor het ingenieursberoep te kiezen. Zo telde de opleiding algemeen burgerlijk ingenieur dit academiejaar maar 13 procent vrouwelijke generatiestudenten. Met een tweejarig ESF-project wordt geprobeerd meer meisjes voor de opleiding te laten kiezen, en ze na de universiteit ook in het vak te houden.

Ans Hoydonckx, coördinator van ‘Vrouwelijk Ingenieur’, legt uit hoe het project tot stand kwam. “Vier jaar geleden schreef ik mijn eindverhandeling sociologie over de studiekeuzemotivatie van eerstejaars ingenieurswetenschappen. Samen met mijn promotor professor Veerle Draulans, specialiste op het gebied van genderstudies, werkten we toen al samen met de werkgroep Gelijke Kansen van de Faculteit Ingenieurswetenschappen.”
Enkele jaren later kwam de ingenieursvereniging K VIV bij hen aankloppen om samen aan een ESF-project te werken. “Ze hoopten vooral iets te veranderen aan het grote aantal vrouwelijke ingenieurs dat na hun studies niet met het diploma aan de slag gaat of het beroep na een tijdje verlaat. Om ook de uitstroom tijdens de studie tegen te gaan en de instroom van nieuwe vrouwelijke studenten te bevorderen, besloten we in de verschillende stadia op zoek te gaan naar oorzaken voor die problemen. We vonden partners in de vzw’s Amazone en VOV Lerend Netwerk, en financiële steun bij de Vlaamse overheid en het ESF, het Europees Sociaal Fonds dat ondermeer werkt aan het tekort aan technisch geschoolden op de arbeidsmarkt.”
Professor Jos Vander Sloten, zelf ingenieur, werd samen met Draulans promotor. Ook rectoraal adviseur Gelijke Kansen en Diversiteit Sabine Van Huffel en Jelle De Borger, PR-verantwoordelijke van Ingenieurswetenschappen, zetten hun schouders onder het project. Vander Sloten: “Vroeger dacht men dat vrouwen gewoon minder interesse hadden voor ingenieurswetenschappen. Met dit project zoeken we echter op een wetenschappelijke manier naar de precieze oorzaken. Inmiddels weten we dat veel te maken heeft met het onjuiste stereotiepe beeld van de studie en het beroep. Op basis van die kennis proberen we meer studentes aan te trekken en die ook te behouden.”

Ingenieur-cabaretier
Een deel van de informatie voor het project werd verzameld in zogenaamde focusgroepen, gestructureerde groepsgesprekken met een moderator. Veerle Draulans: “Omdat de instroom van vrouwelijke studenten een probleem is, vroegen we aan zesdejaars secundair onderwijs hoe zij over de ingenieursopleiding dachten. Zelfs leerlingen die goed zijn in wiskunde en wetenschappen, zijn blijkbaar bevooroordeeld. Ze verwachten een zware en saaie opleiding die weinig tijd laat voor ontspanning, en vrezen voor enorme hoeveelheden wiskunde. Ook het beeld dat ze van ingenieurs hebben, is vrij negatief: het zijn saaie, wereldvreemde nerds. Bovendien gaan weinig meisjes ervan uit dat je het beroep kan combineren met een gezin, terwijl je als ingenieur ook best deeltijds kan werken.”
“Uit de gesprekken met studenten ingenieurswetenschappen en ingenieurs bleek dat ook hun omgeving vaak een foute voorstelling heeft van de studie en het beroep. Vrouwen krijgen daarbij nog vaker af te rekenen met dergelijke vooroordelen.” Wie een ingenieursopleiding gevolgd heeft, vindt het toch vaak een brede, veelzijdige opleiding waar je vooral een bepaalde denkwijze ontwikkelt. Jelle De Borger: “Het probleemoplossend denken, het analyseren om vervolgens te synthetiseren, is een vaardigheid die in heel wat functies goed van pas komt. Dirk Denoyelle bijvoorbeeld, een cabaretier met ingenieursopleiding, zegt dat snel analyseren hem helpt om ad rem grappen te kunnen maken.”
Ans Hoydonckx gelooft dat het ingenieursimago veel te maken heeft met een gebrek aan juiste informatie. “Op tv zie je maar weinig ingenieurs. Wanneer ze toch opduiken, is dat vaak bij de opening van een nieuwe brug of een groot gebouw. Mét het traditionele pak en de gele helm natuurlijk. Bovendien worden wetenschappers in strips of tekenfilms traditioneel als rare mannen afgebeeld. Het is dan ook belangrijk dat er mensen zijn om dat eenzijdige en mannelijke beeld te nuanceren. Leerkrachten en ouders spelen daarin een belangrijke rol, maar uit ons onderzoek blijkt ook dat jongeren die een gesprek hebben met een ingenieur, een vollediger beeld krijgen en sneller voor de studie kiezen. Met de website ingenieur-mv.be, waarop mannelijke en vrouwelijke ingenieurs hun uiteenlopende beroepen in een aantal filmpjes voorstellen, proberen we hetzelfde te bereiken.”

Het goede spoor
Een andere reden waarom vooral weinig vrouwen voor een ingenieursopleiding kiezen, is het schijnbare gebrek aan maatschappelijke relevantie. Vander Sloten: “Vroeger werden in de eerste jaren vooral basisvakken gegeven, en kwam de toepassing en integratie van al die kennis pas later. Sinds de studie hervormd is, krijgen studenten echter vanaf het eerste semester het vak ‘Probleemoplossen en ontwerpen’. Ze werken er rond concrete projecten, waarbij ze hun kennis moeten integreren in een volledig technisch ontwerp. Het gaat telkens om herkenbare thema’s zoals zonne-energie, waterzuivering, spraaktechnologie en zelfs handprothesen. Bovendien worden bij het groepswerk en de presentatie van de resultaten ook communicatieve en managementvaardigheden geoefend. Uit de focusgroepen bleek immers dat ook die onontbeerlijk zijn voor ingenieurs.”
“Om dezelfde reden integreren we die vaardigheden ook in een persoonlijkheidstest voor potentiële studenten, die de bestaande zelftests op het internet moet vervolledigen.” Genderspecialiste Draulans ziet in de opwaardering van het communicatieve aspect ook een extra kans om vrouwelijke studenten aan te trekken, die zich daar traditioneel sterker toe aangetrokken voelen.
Binnen het project blijven ook de ingenieurs zelf niet in de kou staan. Hoydonckx: “We ontwikkelen gelijkaardige tests waarmee nagegaan kan worden of je op het goede spoor zit voor een succesvolle ingenieurscarrière. Om bepaalde competenties nog bij te werken, bieden we verschillende workshops en individuele coachingsprogramma’s aan.”
Het project is faculteitsoverschrijdend, en dat ervaren de deelnemers als een verrijking. Jelle De Borger: “De samenwerking verloopt erg vlot. We zijn blij dat we dit thema op een wetenschappelijke manier kunnen benaderen, om zo een basis te ontwikkelen voor verdere acties of projecten. Er moet immers nog heel wat gebeuren om het verkeerde of beperkte beeld over onze ingenieurs bij te schaven.”

De vooruitgang en resultaten van het project kan je volgen op http://www.amazone.be. Op http://www.ingenieur-mv.be vertellen twaalf ingenieurs over zichzelf en hun beroep. Contact: ansfried.hoydonckx@soc.kuleuven.be