Campuskrant Katholieke Universiteit Leuven
 
 

Boek over koorts rekent af met misvattingen

Het komt niet aan op een graad meer of minder

Lien Lammar

Van meetmethodes tot hyperthermie, professor Daniël Knockaert legt het allemaal uit in ‘Koorts: nuttig of nadelig?’. Het boek is zowel bedoeld voor verpleegkundigen en studenten als voor jonge moeders en grootouders die voor de kleinkinderen zorgen. “Koorts is onschadelijk. Maak je er dan ook niet te veel zorgen om.”

Als algemeen internist en urgentiearts in de UZ Leuven komt professor Knockaert er dagelijks mee in contact: koorts én de misvattingen erover. “Elke dag opnieuw komt er wel iemand vragen of een patiënt met 38 graden iets tegen de koorts mag krijgen. Het antwoord is nee. Zolang je je niet ziek voelt, zelfs al heb je 39 graden, moet je niets doen. Koorts is niet gevaarlijk; het is een verdedigingsreactie en kan zelfs nuttig zijn voor ons lichaam. Als onze lichaamsthemperatuur 39 graden is, gaan onze verdedigingscellen beter werken. Dat een verkoudheid langer duurt als je koortswerende middelen gebruikt, is daar een mooi bewijs van.”
“Ook in het verleden is meer dan eens gebleken dat koorts een nuttige reactie is. Tot 1940 kon je een infectie alleen maar overleven dánkzij koorts, toen was er nog geen antibiotica. Of neem nu de koortstherapie voor syfilis aan het begin van de 20ste eeuw. Die infectie werd behandeld door malariaparasieten in te spuiten en zo kunstmatig koorts op te wekken.”
Koorts is niet bedreigend, wél de onderliggende oorzaak van koorts, zoals een ziekte, tumor of infectie. Knockaert: “Vergelijk het hiermee: van de donder moet je niet bang zijn, wel van de bliksem die eraan vooraf gaat. Zo is het ook bij koorts. Je moet je altijd afvragen wat de reden is en dáár iets aan doen, niet aan de koorts zelf. Bij personen met beperkingen op hart-en longgebied en met hersenlijden moet je natuurlijk voorzichtiger zijn. Daar is het wel nodig om de koorts te behandelen.”

Thermostaat
Koorts is een gecontroleerde temperatuursstijging die logisch te verklaren is, zegt Knockaert. “Ons lichaam heeft als het ware een eigen thermostaat. Meet je 38 graden en heb je het koud, dan wil dat zeggen dat die thermostaat hoger staat, bijvoorbeeld op 40 graden. Je lichaamstemperatuur zal stijgen tot een nieuw evenwicht is bereikt en je je comfortabel voelt, maar wees gerust dat de thermostaat ook opnieuw afslaat. Dan krijg je het te warm en begin je te zweten; een goed teken. Koortsweerders zijn overbodig: je thermostaat is zelf naar beneden gezakt.”
In zeldzame gevallen is een verhoogde lichaamstemperatuur te wijten aan hyperthermie, een reactie die wél levensbedreigend is. Knockaert: “Je lichaam produceert dan te veel warmte of krijgt te veel warmte van buitenaf, door grote hitte bijvoorbeeld. Die temperatuursstijging is ongecontroleerd en gevaarlijk. Snelle afkoeling via de huid en voldoende vochtinname zijn dan van groot belang.”
De meest nauwkeurige manier om koorts te meten is de rectale meting, maar volgens Knockaert is de trouwe thermometer niet altijd nodig. “De preciese temperatuur is eigenlijk alleen belangrijk bij hart- of longpatiënten of mensen met een hersenbeschadiging. Bij niet-risicopatiënten komt het heus niet aan op een graad meer of minder.”

Daniël Knockaert, ‘Koorts, nuttig of nadelig?’, Kalliopé Publications, 2007, 104 p., 12,95 euro.