Campuskrant Katholieke Universiteit Leuven
 
 

‘Vrouwen in Academia’ krijgt positieve beoordeling

Een dijk tegen de drop-out

Reiner Van Hove


Wees niet beschaamd om een poetsvrouw in te schakelen. Durf op recepties in alle groepjes je gezicht te laten zien. Neem de tijd om na te denken over wat jij écht wilt. Het zijn maar enkele van de tips die de deelnemers van het netwerk- en trainingsprogramma ‘Vrouwen in Academia’ kregen. Dat initiatief wil vrouwelijke doctorandi, postdocs en beginnende docenten steunen in de uitbouw van hun academische loopbaan.

“Het programma werd ontwikkeld door de Universiteit Hasselt in samenwerking met ons Centrum voor Gelijke Kansenbeleid”, vertelt Anne De Greef van de Personeelsdienst. “In 2004-2005 liep het een eerste keer als pilootproject. De afspraak was dat bij een positieve evaluatie — en die kwam er — de Personeelsdienst de organisatie ervan verder op zich zou nemen. Diversiteit en gelijke kansen mogen niet alleen de zaak zijn van één celletje, en de Personeelsdienst wil er zich zeker en vast voor engageren.”
De tweede editie vond afgelopen najaar plaats: “Het deelnemerspubliek was een mix van doctorandi, postdocs en beginnende docenten. Aan het begin van hun carrière zitten zij vaak met dezelfde vragen: Word ik wel au sérieux genomen? Word ik anders behandeld dan mannen? Hoe vind ik het juiste evenwicht tussen werk en gezin? Op die vragen willen we een antwoord bieden, en zo ook iets doen aan de te grote drop-out van vrouwen tijdens de academische loopbaan.”
Het programma bestaat uit vier sessies. Twee trainers nemen elk twee avonden voor hun rekening: “De eerste trainer is Hedwige Nuyens, die een tijd lang financieel directeur van de K.U.Leuven was, en nu een coachingbureau heeft. Zij geeft de cursisten meer inzicht in hun professioneel functioneren: wat zijn hun sterke en zwakke punten, welke valkuilen moeten ze ontwijken, hoe kunnen ze meer in the picture lopen? De tweede trainer, Roos van Caekenberghe, stelt met de deelnemers een persoonlijk ontwikkelingsplan op: ze rangschikken hun waarden en normen, bepalen op basis daarvan doelen, en stellen een stappenplan met actiepunten op. Ze kunnen nadien trouwens individuele follow-up coaching vragen om dat plan verder uit te werken, of een mentor voorstellen of aanvragen, die hen verder kan begeleiden.”
Aan de hand van vragenlijsten werd het programma ondertussen geëvalueerd. Met een gemiddelde score van 8,3 op 10 kregen de sessies een grote onderscheiding. De Greef: “Op basis van de evaluatie zijn we zeker van plan om volgend jaar een nieuwe editie te organiseren. Los van die evaluatie ving ik zelf ook positieve geluiden op. De deelnemers vertellen me dat ze hun ontwikkelingsplan nog geregeld vastnemen, en dat ze er verdere stappen mee kunnen zetten. Wat ze zeker ook waardevol vinden, is dat ze vrouwen hebben leren kennen die in dezelfde situatie zitten. Ze blijven contact houden, en wisselen tips en ervaringen uit.”

Ann Gils: “Beseft dat ik meer moet delegeren”
Professor Ann Gils van het Laboratorium voor Farmaceutische Biologie was één van de vijftien deelnemende ‘Vrouwen in Academia’.
“Eerder had ik al cursussen als ‘situationeel leidinggeven’ en ‘time management’ gevolgd, maar een opleiding specifiek op de situatie van vrouwen gericht leek me wel leuk. Al was er tijdens de sessies zeker geen sfeertje van: ocharme, wij vrouwen worden toch slecht behandeld. Veel van de tips die we kregen zouden mannen trouwens evengoed kunnen gebruiken.”
“Tijdens de eerste sessies werd vooral benadrukt dat je goed moet uitmaken wat je wilt, en dat je daarin keuzes moet maken. Toen we tijdens een eerste rondvraag allemaal onze wensen mochten vertellen, zei Hedwige Nuyens: ‘Ik hoor het al: jullie willen veel te veel.’ Hedwige maakte trouwens een heel sterke indruk: ze wist ons goed uit onze tent te lokken en gaf vaak grappige of frappante tips en voorbeelden. Toen het over visibiliteit en netwerken ging, raadde ze bijvoorbeeld aan om tijdens recepties alle groepjes af te schuimen en overal je gezicht te laten zien.”
“Wat de combinatie van carrière en gezin betreft, konden we van elkaar al veel opsteken. Zo was er een vrouw die maar één keer per maand naar de supermarkt gaat, om tijd te sparen. Een andere cursiste vertelde dat ze haar man elke zondagavond de kleren voor de rest van de week laat strijken. Zover heb ik mijn man nog niet gekregen (lacht). Zelf laat ik mijn kinderen warm eten op school, dat is ’s avonds ook heel wat tijd uitgespaard.”
“Tijdens het opstellen van mijn persoonlijke ontwikkelingsplan bleek dat ik vooral meer moet delegeren: omdat ik wil dat alles goed gedaan wordt, heb ik de neiging om te veel hooi op mijn eigen vork te nemen. Sinds ik de opleiding gevolgd heb, probeer ik daar toch op te letten. En voor de rest was mijn actiepunt vooral: blijven doorgaan! Dat is al moeilijk genoeg. (lacht)”
Gils bevestigt dat de contacten tijdens de sessies een belangrijke meerwaarde vormen: “We mailen elkaar nog geregeld, en binnenkort gaan we nog eens samenkomen voor een etentje. Tijdens die gesprekken wisselen we ervaringen uit en onze actiepunten komen ook wel eens ter sprake. Die veranderen soms nog: tijdens de sessies krijg je heel veel informatie op korte tijd, en je hebt wat tijd nodig om die echt concreet te maken. Daarom denk ik ook dat de opleiding nog een grotere waarde zou krijgen als er na een half jaar een opvolgsessie zou komen.”

Anya Topolski: “Nieuwe rolmodellen gevonden”
Anya Topolski (HIW) legt de laatste hand aan daar doctoraat, en volgde de opleiding om zich te wapenen voor het vervolg van haar carrière: “Ik wil zeker een postdoc doen, en ik hoop hier ooit professor te kunnen worden. Ik kom uit Canada en daar bestond bijna de helft van mijn faculteit uit vrouwen. Hier in Leuven heb ik geen les gehad van vrouwelijke ZAP’ers. Op het niveau van reglementen krijgen vrouwen hier nu dezelfde kansen, maar ik heb het gevoel dat de academische cultuur er nog niet helemaal voor openstaat. Ik vind het alleszins belangrijk om vrouwelijke rolmodellen te hebben, en daarom heb ik me ingeschreven voor de opleiding: zijn er nog vrouwen in mijn situatie, en hoe pakken zij het aan?”
“Tijdens de eerste sessie moesten we nadenken over de vraag: waarom wil je eigenlijk een academische carrière? Doe je het voor jezelf of voor mensen rondom jou? Ik heb echt de tijd genomen om me daarover te bezinnen. Mijn besluit was dat ik alleen een postdoc wou doen als ik het onderwerp echt belangrijk vind. Ik heb die avond zelfs het thema gekozen: citizenship and education.”
“Verder heb ik onthouden dat vrouwen meer aan networking moeten doen. Die push kon ik wel gebruiken: ik vertel makkelijk over mijn man en mijn kindje, maar over mezelf praat ik zelden. Tot nu toe ging ik ook nooit naar de nieuwjaarsreceptie, maar dit jaar heb ik beslist: dit is een ideaal moment om mijn collega’s beter te leren kennen. Met succes: ik heb al meer het gevoel dat we naast collega’s ook vrienden aan het worden zijn. Ik praat nu ook vaker over mijn interesses en ambities. En mijn collega’s en promotoren tonen gelukkig ook veel begrip voor de spanning die de combinatie van werk en gezin soms teweegbrengt.”
In de sessies over het persoonlijke ontwikkelingsplan stelde Topolski drie actiepunten op: “Het eerste was dat ik op zoek moest gaan naar meer rolmodellen. Tijdens de opleiding zelf heb ik kennisgemaakt met professor Carine Defoort. Tijdens een lunch heeft ze me over haar ervaringen verteld. En op dit moment zit ik op de trein terug van Antwerpen, waar ik professor Vivian Liska ontmoet heb. Zij is een ideaal rolmodel voor mij omdat we veel gemeen hebben: zij is ook een buitenlandse, niet-katholieke vrouw die hier een academische carrière heeft opgebouwd.”
“Een tweede actiepunt was dat ik concrete stappen moest zetten voor mijn postdoc. Daar heb ik ook al werk van gemaakt: vorige week heb ik een eerste aanvraag ingediend, en nu ben ik bezig met een tweede. Mijn laatste actiepunt was dat ik iets terug wou geven: ik wil beginnende vrouwelijke doctorandi aanbevelen om de opleiding te volgen, en hen ook op andere manieren ondersteunen. Gisteren ben ik nog met twee vrouwelijke doctoraatsstudenten gaan dineren om ervaringen uit te wisselen.”