![]() |
Ruth Joos,
germaniste en
radiopresentatrice
Ines Minten
Op het moment dat Ruth Joos (31) vond dat ze genoeg gestudeerd had en klaar was voor het werkleven, schreef ze zich, zoals elke nieuwe kandidaat op de arbeidsmarkt, in bij de VDAB. “‘En wat wil je graag doen?’, vroeg een medewerker me. ‘Radio’, antwoordde ik. ‘Ja, en wat nog?’ Er was niets anders dat ik nog wilde doen, dus toen kreeg ik zo’n blik van: Denkt dat kind nu echt dat ze meteen haar droomjob te pakken zal hebben? Ja, dus...”
Ruth Joos studeerde Germaanse talen aan de K.U.Leuven. “Een vanzelfsprekende keuze”, vindt ze. “Waarschijnlijk had het niets anders kunnen zijn. Hoewel.” Ze vertelt dat ze in het tweede middelbaar moest kiezen tussen Latijn-wiskunde en Latijn-Grieks. “En als het jaar voordien je cijfers over de hele lijn goed waren geweest, spoorde men je automatisch aan om voor wiskunde te kiezen. Pas een goed jaar later besefte ik dat wiskunde me helemaal niet lag en dat ik er eigenlijk ook niet goed in was.” Dus ruilde ze de wiskunde voor wetenschappen. “En dat interesseerde me al even weinig”, vertelt ze. “Ik had dus veel beter voor Grieks gekozen. En als ik dat had gedaan, was klassieke talen wellicht ook een optie geweest. Nederlands en Latijn waren de twee vakken die ik echt héél graag deed.”
Absoluut op kot
Op haar achttiende kwam ze terecht in Leuven. “Ik ben opgegroeid in Hamme en liep school in Sint-Niklaas. Antwerpen en Gent lagen dus dichterbij dan Leuven. Maar ik wilde absoluut op kot en zorgde er dus voor dat pendelen nooit een optie zou kunnen zijn”, lacht ze. “Dat betekent niet dat ik niet graag thuis was, hoor. Maar mijn ouders vonden het ergens ook wel gezond dat ik op kot zou kunnen.”
En zo werd het dus Leuven. Niet voor de stad, al helemaal niet voor de katholieke achtergrond. “Bovendien”, legt Ruth Joos uit, “gingen de meesten van mijn klasgenoten naar Gent. Het leek me daarom wel tof om een andere stad te kiezen. Dat was daarom niet om tegendraads te doen. Het idee om allemaal nieuwe mensen te ontmoeten beviel me wel. Heel prozaïsche redenen, ik besef het. Toch heb ik nooit spijt gehad van mijn keuze. Ik heb veel collega’s die ook Germaanse hebben gedaan. Zo merk je dat de verschillende universiteiten toch andere accenten leggen. Ik heb het dan vooral over literatuur — waar ik het meest mee bezig ben. En als ik het vergelijk, ben ik toch erg tevreden over de opleiding die ik gekregen heb.”
Na Germaanse stapte Ruth Joos nog niet onmiddellijk in het professionele leven. “Ik heb eerst nog twee jaar woordkunst gestudeerd aan het conservatorium in Antwerpen. Ik herinner me nog hoe mijn promotor, Hugo Brems, me op de proclamatie vroeg wat ik daar in godsnaam nog wou gaan doen. Hij vond waarschijnlijk dat ik alle theorie die ik daar zou krijgen in Leuven allemaal al veel uitgebreider had gezien. Maar ik zat op dat ogenblik ook al met radio in mijn hoofd en daarvoor leek de opleiding me een geschikte voorbereiding. Bovendien dacht ik dat ik me best zou amuseren aan het conservatorium en ik wilde vooral het werken nog even uitstellen.” Ze is er uiteindelijk maar twee jaar gebleven: na die periode kreeg ze wél zin om aan de slag te gaan. “De vakken die ik het leukst vond in de opleiding, draaiden immers om radio. Dus heb ik maar meteen een baan gezocht bij dat medium in plaats van me tevreden te stellen met drie uur per week les erover.”
Eén sollicitatiebrief
“Mijn ouders hebben me nooit gepusht om zo snel mogelijk werk te vinden. Het was voor hen vooral belangrijk dat ik iets vond wat ik graag deed. Het is ten slotte voor de rest van je leven, vonden ze. Daar ben ik hen nog altijd dankbaar voor.”
Ze schreef dus welgeteld één sollicitatiebrief, naar de VRT-radio, en wachtte. De eerste proef waarvoor Ruth Joos werd uitgenodigd, was bij de toen pas vernieuwde zender Klara. Ze werd er onderworpen aan een soort auditie en kon beginnen als theaterrecensent. “Vervolgens nam ik deel aan twee examens: eentje bij Klara en eentje bij Studio Brussel. Ik slaagde voor beide en moest dus kiezen. Toen hebben ze me bij de VRT aangeraden om — toch op mijn leeftijd — voor de jongerenzender te kiezen. Bij Klara kon ik later eventueel nog terecht als ik dat wilde. De omgekeerde beweging was minder logisch geweest.”
Dolverliefd
Stiekem had Ruth Joos vanaf het begin een droom over hoe haar carrière zou lopen. Presenteren, een eigen programma waarin cultuur, literatuur en allerhande onderwerpen die haar persoonlijk interesseerden aan bod konden komen... zo’n beetje heel veel wat haar programma Mezzo op Radio 1 vandaag is, eigenlijk. “Maar dat durf je op zo’n moment toch niet hardop te zeggen? Toch zeker niet als je je ambities zelf vrij hoog gegrepen vindt? Ach ja, het is nu ook niet zo dat ik een vast doel voor ogen had en dat ik diepongelukkig zou zijn geworden als ik dat niet had bereikt. Maar met mijn huidige job zit ik toch heel dicht bij wat ik altijd heb gewild.”
Wat dat betreft, heeft de VRT haar erg goed begeleid, vindt ze. “Ik ben begonnen met nieuws lezen, heb allerlei soorten redactiewerk gedaan, en pas dan hebben ze een presentatiemicrofoon voor mijn neus geschoven. Ze hebben me nooit zomaar voor de leeuwen geworpen. Ik heb op mijn gemak kunnen groeien. De radiokriebel krijgt je ook pas goed te pakken als je met het vak bezig bent. Je kunt vooraf wel denken dat het je zou liggen en dan ben je natuurlijk dolblij als je door je stemproef raakt en slaagt voor een examen. Maar pas toen ik een aantal facetten van het radiomaken aan den lijve had ondervonden, ben ik er echt dolverliefd op geworden. Veel radiomensen hebben dat: ze vertellen je heel vaak wat voor een mooi medium ze radio wel vinden. Bij tv-collega’s hoor je dat veel minder.” Zowel vormelijk als inhoudelijk zit het dus wel snor voor Ruth Joos. “Ik zou soms graag wat meer tijd krijgen om me op mijn onderwerpen voor te bereiden, maar ik ben uiteindelijk wel elke dag met interessante dingen bezig.”
Evenwicht
Elke weekdag van 11 tot 13 uur presenteert Ruth Joos Mezzo op Radio 1, een programma dat graag flirt met alles wat er gebeurt. “We brengen een heel brede waaier aan onderwerpen. Cultuur, muziek, aardrijkskunde, geschiedenis... ik heb elke dag het gevoel dat ik allerlei bijleer, want zo goed als alle schoolvakken passen erin”, lacht ze. “Natuurlijk heeft elke zender ook zijn beperkingen. Bij Studio Brussel moesten de behandelde onderwerpen luisteraars vanaf zestien kunnen aanspreken. Wat dat betreft kun je bij Radio 1 ruimer gaan. Je moet de lijn van de zender volgen, dus je nodigt geen obscuur groepje uit om over zijn muziek te praten als er nog nooit een nummer van op Radio 1 is geweest. Dat is logisch.”
De dag na het interview komt Stijn Meuris langs in de studio. “Je nodigt zo iemand niet uit om hem te vragen of hij gisteren het voetbal heeft gezien en hem dan weer te laten vertrekken. Als Stijn Meuris komt, praat hij over zijn nieuwe plaat. In die zin wordt het programma nooit onnozel. Aan de andere kant vermijden we ook dat het echt highbrow wordt, in de negatieve zin van het woord. Ik vergelijk hem niet met drie moeilijke groepjes om uit te pakken met wat ik toevallig weet. Mezzo gaat over wat het gaat en dat is dat, eigenlijk.”
Gouden Uil
Op 29 maart vindt de uitreiking van de Gouden Uil plaats. Als voorzitster van de jury heeft Ruth Joos de afvallingsrace van 379 boeken naar één winnaar nauwgezet gevolgd. “Waarschijnlijk is het niet onopgemerkt gebleven dat ik weet waarover ik spreek als het over literatuur gaat en hebben ze me daarom gevraagd voor de jury.”
Ze heeft niet onmiddellijk toegezegd toen ze het voorstel kreeg. “Ik wist heel goed wat die taak zou betekenen. Je volgt de literaire productie van een heel jaar en dat is razend interessant — een luxepositie — maar het vergt ook enorm veel werk. Je stopt je sociale leven een half jaar in de koelkast. Het spreekt dus vanzelf dat je lang en diep nadenkt voor je dat aanvaardt. En dat je overlegt met je omgeving, natuurlijk.”
Hoeveel boeken heeft ze voor deze editie gelezen? Ze kan er niet precies een cijfer op plakken. “We zijn met vijf juryleden en hebben elk boek met zijn drieën gelezen. Maar nee, ik heb die stapel niet helemaal van de eerste tot de laatste letter uitgelezen. Er zitten soms boeken tussen waarvan je van ver kunt zien dat ze niet in aanmerking komen. Vorig jaar zat er bijvoorbeeld eentje tussen dat alle geletruiwinnaars ooit opsomde. Daarvan weet je zo dat het niet kan winnen. Maar geloof me: vanaf het moment dat je iets leest waarvan je meteen beseft dat er iets in zit, ben je echt blij, want je komt veel tegen dat dat niet heeft. En in die gevallen lees je elke komma.”
Ruth is bijzonder tevreden over de shortlist van dit jaar. “Net als vorig jaar hebben we geprobeerd om er samen uit te komen, zodat elk jurylid achter de lijst kan staan en ook heel goed voor zichzelf weet waarom elk boek erop staat. We zijn er echt van overtuigd dat we de juiste keuze hebben gemaakt. Ik ben ze nu aan het herlezen om de definitieve keuze te maken en ze blijven stuk voor stuk overeind. Nu, als je vijf andere mensen in een jury zet, krijg je misschien een heel ander resultaat. Natuurlijk is zo’n keuze voor een deel arbitrair. Maar je kunt je niet voorstellen wat voor absurde verhalen er over jury’s de ronde doen! Dat we zouden speculeren op grote namen of kiezen voor grote uitgeverijen en dergelijke. Ik kan je verzekeren: we proberen ons oordeel naar eer en geweten te vormen.” Ik vraag haar of ze nog twijfelt over het boek dat ze zelf als beste naar voren wil schuiven. “Goed geprobeerd”, zegt ze. “Maar ik ken mezelf. Hier moet ik zwijgen. Voor ik het weet, heb ik te veel gezegd.”