Campuskrant Katholieke Universiteit Leuven
 
 

 

“Er wordt hard gewerkt én met resultaten. Dát is wat mij drijft!”

Ine Van Houdenhove

 

“Het is een boeiend jaar geweest”, zegt rector Vervenne. “Een jaar met complexe dossiers en belangrijke nieuwe initiatieven. Dankzij de grote inzet en het enthousiasme van de bestuursploeg – en in de eerste plaats van de hele universitaire gemeenschap – hebben we op vele vlakken vooruitgang geboekt.”

 

Het Gebu is net terug van het jaarlijkse ‘conclaaf’. Een week om te brainstormen, om de neuzen in dezelfde richting te zetten. Min of meer een afsluitingsritueel ook voor het voorbije academiejaar. Rector Vervenne kijkt met een gevoel van tevredenheid terug op de afgelopen maanden: “Het is een zwaar jaar geweest, waarin ingewikkelde dossiers aan de orde waren, intern en extern. Maar tegelijk een jaar waar ik met voldoening op terugblik, omdat er resultaten zijn geboekt.”

“Als ik kijk naar de positie die de K.U.Leuven vandaag bekleedt, in Vlaanderen en internationaal, dan denk ik dat we tevreden mogen zijn. We hebben een concrete en positieve inbreng gehad bij het tot stand komen van het Financieringsdecreet. In de Commissie Soete, die zich bezighoudt met de rationalisering van het hoger onderwijs, leveren we een solide en cruciale bijdrage. Na een trage start is dat een forum geworden waar het hoger onderwijsbeleid grondig kan worden doorgepraat. In overleg met de Vlaamse overheid staan we mee aan de wieg van het plan voor het opstarten en financieren van de tenure track als loopbaantraject voor beginnend ZAP, dat interessante perspectieven biedt voor de loopbaan van jonge onderzoekers. Een andere belangrijke verwezenlijking is de samenwerking tussen de universiteiten voor het verwerven van de supercomputer.”

“En zonder te hoog van de toren te willen blazen: ook internationaal doet de universiteit het goed. Al zijn rankings niet alleenzaligmakend, toch mag gezegd dat de K.U.Leuven voortreffelijk scoort: wij zijn de hoogst genoteerde Vlaamse universiteit en scharen ons bij de twintig beste Europese universiteiten, op onderzoeksvlak staan we zelfs in de top tien. Met onze score van vijf ERC Starting Grants – subsidies van de Europese Onderzoeksraad – bekleden we de zesde plaats in Europa.”

“Een en ander vertaalt zich ook in de inschrijvingscijfers. De definitieve telling in februari van dit jaar toonde aan dat het aantal generatiestudenten blijft stijgen. Er is ook een toenemende instroom van masterstudenten, zowel van andere Belgische universiteiten als uit het buitenland. Een recent uitgevoerde internationale benchmarking toont trouwens aan dat de tevredenheid van buitenlandse studenten over de kwaliteit van ons onderwijs en onderzoek erg groot is.”

Netwerk

“Als ik de voorbije maanden overloop, dan zie ik een reeks realisaties waar we trots op mogen zijn. Op het vlak van de Associatie bijvoorbeeld. Het Kennis- en Competentienetwerk dat we begin 2007 hebben gelanceerd, krijgt steeds meer vorm. De geïntegreerde en geassocieerde faculteiten zijn verder uitgebouwd en er is een statuut dat docenten van onze partnerhogescholen de kans biedt actief te participeren aan het onderzoek en te kandideren voor onderzoeksmiddelen. De faculteiten werken hard aan de academisering van de partnerhogescholen. Ik ben mij bewust van de bijkomende belasting die dat meebrengt, maar ook van de noodzaak om dat proces nog beter te ondersteunen. In 2012 moet de academisering voltooid zijn. We zijn in nauw overleg met de partners van de Associatie een nieuwe structuur aan het uittekenen – het Leuvens Universitair Systeem of L.U.S. – waarbij elke instelling van onze Associatie in haar eigenheid wordt erkend en tegelijk de rol van de universiteit wordt versterkt.”

“Ook inzake samenwerking met andere universiteiten is er beweging. Er is natuurlijk de nauwe band met onze zusteruniversiteit, de UCL, die in tal van facultaire initiatieven concreet vorm krijgt en die we volgend jaar luister bijzetten met een gezamenlijk patroonsfeest. Met Tsinghua University is een strategisch akkoord afgesloten, de banden met onze institutionele partners in de Verenigde Staten zijn versterkt en er zijn stappen gezet om ook in India samenwerking te ontwikkelen. Een dergelijk akkoord geeft ons meteen toegang tot het netwerk van de partner. Zo zijn er sterke banden tussen Tsinghua en Berkeley, waar wij in de toekomst ook van kunnen profiteren.”

“In Vlaanderen is er de groeiende samenwerking met de Universiteit Hasselt. Een samenwerking die de eigenheid van de partnerinstelling erkent en zich laat inspireren door de overtuiging dat we samen sterk staan. Het strategische principe daarbij is dat we samenwerken als bevoorrechte partners met exclusiviteit voor bepaalde domeinen. Het is de bedoeling om de samenwerking uit te breiden tot de beide associaties.”

Eenheid in diversiteit

“Ook binnen onze universiteit zijn nieuwe ontwikkelingen van start gegaan en andere op kruissnelheid gekomen. Zoals de participatie van de studenten in het beleid. Als medebestuurders ervaren ze de spanning tussen wat wenselijk en wat haalbaar is. Ik ben positief verrast door hun maturiteit en door de voorbeeldige manier waarop ze omgaan met vertrouwelijke informatie.”

“Een ander domein dat dit jaar een grote vlucht genomen heeft, is het diversiteitsbeleid. Er is gewerkt aan digitale toegankelijkheid, we doen inspanningen voor werkstudenten. Maar er is nog een lange weg te gaan, onder meer om doeltreffend beleid te ontwikkelen voor studenten en personeel van allochtone herkomst. Specifieke doelgroepen vergen een eigen benadering. In het kader van het Aanmoedigingsfonds zijn een aantal projecten goedgekeurd die heel concrete oplossingen trachten te zoeken (zie artikel op pagina 17 – red.).”

“Op het vlak van onderwijs vestig ik graag de aandacht op de geslaagde toepassing van het nieuwe online docentenevaluatiesysteem (zie artikel op pagina 8 – red.). We bouwen verder aan een kwaliteitscultuur voor onderwijs. Ik denk in dat verband ook aan de onderwijsondersteuners die binnen elke faculteit zijn ingezet om docenten bij te staan. Daarnaast werkt de Onderwijsraad flink door aan moeilijke dossiers, zoals dat van de diplomaruimte.”

“Een belangrijke ontwikkeling voor het academisch personeel is het loskoppelen van benoemingen en onderwijsopdrachten. Dat betekent dat onderwijsopdrachten flexibel worden toegekend op het niveau van faculteit en departement. Daarnaast hebben we werk gemaakt van het oprichten van een onderzoekskader, waarbij onderzoekers een BAP-contract van onbepaalde duur krijgen, zonder lesopdracht.”

“Onze onderzoekers in de drie wetenschapsgroepen doen het trouwens uitstekend, ik vermeldde zonet al de internationale rankings. Ons aandeel in wetenschappelijke publicaties en hun visibiliteit nemen toe. Dit jaar zijn voor onderzoek verschillende nieuwe initiatieven genomen. Binnen het Bijzonder Onderzoeksfonds (BOF) geven we meer kansen aan jonge onderzoekers en de regels voor samenwerking van aanvragers zijn versoepeld. Het aantal doctoraten stijgt aanzienlijk terwijl de kwaliteit gehandhaafd blijft. De doctoraatsscholen, die vorig jaar zijn opgericht, zijn goed op gang gekomen. Wat mij ook opvalt, is hoe er steeds meer dwarsverbindingen ontstaan over de grenzen van de groepen heen, tussen faculteiten, departementen, instituten. Ik denk onder meer aan de oprichting van het Medical Imaging Center of aan de samenwerking tussen Archeologie en het Geo-Instituut. Die dwarsverbanden proberen we bewust te stimuleren. Het is niet omdat de drie groepen meer dan vroeger een eigen beleid voeren, dat de universiteit haar eenheid verliest. Integendeel. ‘Eenheid in diversiteit’ noem ik het graag.”

“In dat verband hamer ik op het belang van ontmoetingen binnen de universiteit. Er is nood aan een forum waar onderzoekers op informele wijze met elkaar van gedachten kunnen wisselen, elkaar hun lopend onderzoek kunnen presenteren. Ik heb me door een initiatief van de rector van Oxford laten inspireren en ben van plan om in de loop van volgend jaar op regelmatige basis een ontbijt te organiseren waarop een kleine groep van studenten of onderzoekers elkaar ontmoeten.”

Gouden bedrijf

“Mijn gevoel van voldoening beperkt zich niet tot de ontwikkelingen en prestaties op het gebied van onderzoek en onderwijs. Bij de Personeelsdienst is een beweging van professionalisering aan de gang, afgestemd op de behoeften van de universitaire gemeenschap in haar diverse onderdelen. De financiële diensten hebben op hun beurt een gigantische en complexe klus aan de invoering van de bedrijfsboekhouding, maar volgen dat zeer goed op. Ook de Technische Diensten verrichten mooi werk; het nieuwe trappenhuis hier in de Universiteitshal heeft net een architectuurprijs gewonnen. Op cultureel vlak was het een vruchtbaar jaar, met de eerste musicians in residence, met het in gebruik nemen van een nieuwe theaterzaal, met 5.400 verkochte cultuurkaarten K.U.Leuven. De website van de universiteit is vernieuwd: bezoekers worden nu in verschillende talen verwelkomd waaronder het Chinees en het Japans. We openden samen met de UCL een kantoor in China, onder meer om beloftevolle studenten te rekruteren voor onze beide universiteiten. Bij de hoogtepunten van dit jaar reken ik ook de opening van het volledig vernieuwde gebouw van Computerwetenschappen en de opening van het Geo-Instituut, dat twee voormalige departementen samenbrengt en overkoepelt.”

“En ik mag zeker de UZ niet vergeten, zopas in Jobat nog uitgeroepen tot ‘Gouden bedrijf’. K.U.Leuven R&D blijft groeien en vervult ook internationaal een voortrekkersrol op het gebied van kennisvalorisatie. Die ondersteuning blijft niet beperkt tot de domeinen van Wetenschap & Technologie en Biomedische Wetenschappen, maar ook binnen Humane Wetenschappen worden initiatieven opgezet.”

Vergaderitis

“Al die mooie resultaten hebben we te danken aan de inzet van onze professoren en onderzoekers, van het administratief en technisch personeel, van de medici en paramedici. Er wordt hard gewerkt hier. Dát is wat mij drijft om een positieve en stimulerende omgeving te trachten op te bouwen, al is het niet altijd gemakkelijk. Het gaat allemaal te traag, er zijn middelen te kort, er zijn problemen die niet opgelost geraken. Zo ben ik me ervan bewust dat er nog steeds veel administratieve belasting is, dat sommige veranderingen – en zelfs verbeteringen – op hun beurt weer overlast genereren. Er is al veel gerealiseerd – ik denk aan het elektronische individueel dossier, de e-sollicitatie, het Kufka-meldpunt …– maar er is nog veel werk. We proberen ook het aantal vergaderingen terug te dringen, maar het is niet eenvoudig om een dam op te werpen tegen de vergaderitis.”

“Een belangrijke realisatie in dat verband, die tegen de zomer moet zijn afgerond, is het eenvoudiger en transparanter maken van het organiek reglement – zowat de statuten van de universiteit. Een werkgroep heeft alle beleidsorganen nader bekeken aan de hand van de wie-doet-wat-vraag. Het belangrijkste principe daarbij is subsidiariteit: beslissingen worden decentraal genomen tenzij kan worden aangetoond dat het beter is om het centraal te doen. De besluitvorming komt daardoor dichter bij de plaats van uitvoering. Daarnaast zal de Academische Raad – dat is het orgaan dat het meest representatief is voor de universitaire gemeenschap omdat het naast de decanen ook vertegenwoordigers van het AP, het ATP en de studenten omvat – meer beslissingsbevoegdheden toegewezen krijgen. Het Gebu wordt omgedoopt tot College van Bestuur. Die aanpassingen zullen voelbaar zijn in de diverse bestuursorganen. De doorlooptijd van beslissingen zal drastisch afnemen.”

“Afgelopen week hebben we ons met het Gebu teruggetrokken om het voorbije jaar te evalueren en vooruit te kijken naar het volgende academiejaar. Het is een goed jaar geweest en ik verwacht dat we er in het nieuwe academiejaar opnieuw volop tegenaan kunnen gaan. Collectief, want het beleid aan deze universiteit is het werk van een ploeg. In de stijl die we tot nu steeds hebben gehanteerd: open, met grote bereidheid tot luisteren. Maar ook: kordaat en besluitvaardig.”