Laudatio voor professor Laura Carstensen

Uitgesproken te Leuven op 2 februari 2012 door
professor Ralf Krampe en professor Mathieu Vandenbulck, promotores

 

Eminentie,
Mijnheer de rector,
Excellenties,
Collegae,
Dames en heren,
Beste studenten,

Onze laureaat, Laura L. Carstensen, kwam reeds op jonge leeftijd tot het besef wat het betekent om afhankelijk te zijn van anderen en om bovendien zo beschouwd te worden. De ervaring tijdens een maandenlange hospitalisatie na een verkeersongeval leerde haar wat er gebeurt met mensen wanneer de omgeving geen bijdrage meer van hen verwacht, wanneer er voor hun gezorgd wordt, soms willens nillens. In die tijd ontstond haar interesse voor veroudering en psychologie. Haar vader volgde in haar plaats met een bandopnemer de colleges aan de Universiteit van Rochester, waar ze later haar Bachelor of Science haalde. De bezieling voor het onderwerp liet haar niet meer los. Ze behaalde nadien haar PhD in de klinische psychologie aan de West Virginia University en is momenteel hoogleraar psychologie aan de University of Stanford, waar ze ook Fairleigh S. Dickinson Jr. Professor in Public Policy is. Professor Carstensen wordt als een wereldautoriteit beschouwd op het vlak van veroudering. Als ontwikkelingspsychologe bestudeert ze de volledige levensloop, maar haar werk is vooral gericht op de evolutie van emoties en motivatie in de latere levensfasen. Het onderzoek van professor Carstensen heeft ons geleerd dat de tijd die mensen rest, bepaalt wat ze nastreven en waar ze belang aan hechten. Tijd wordt kostbaar naarmate we ouder worden en dit brengt een emotionele diepgang teweeg in relaties waar jongeren enkel van kunnen dromen.

Als gedragswetenschappers weten we maar al te goed dat de zogenaamde harde wetenschappen en het onderzoek met een directe relevantie voor het dagelijkse leven geen evidente partners zijn. Bijgevolg is het aantal psychologen dat publiceert in absolute toptijdschriften zonder miljoenenbudgetten voor dure hersenscanners zeer klein. Professor Laura Carstensen vormt een grote uitzondering in dit opzicht.
 
In haar alom geprezen socio-emotionele selectiviteitstheorie hanteerde zij samen met haar collega’s een vernuftige methode om de effecten van leeftijd en tijdsperspectief te ontkoppelen. Professor Carstensen trok de gangbare hypothese in twijfel dat ouderen zich terugplooien op hun nabije familie omdat ze ondersteuning zoeken. In een reeks bekende studies onderzocht haar team niet alleen de socio-emotionele voorkeuren bij ouderen, maar ook bij jongere volwassenen, waaronder groepen van personen met een terminale ziekte. Professor Carstensen stelde vast dat jonge volwassenen met een beperkte levensverwachting zich bijna uitsluitend richten op de emotionele kwaliteit van relaties, net zoals oudere personen dit doen. Anderzijds, wanneer de tijdshorizon bij ouderen verruimt omwille van een succesvolle medische behandeling of wanneer ze zich een veel langer leven inbeelden, dan treedt er opnieuw een verbreding op in sociale voorkeuren net zoals bij jongeren.

Naast haar eminente bijdrage tot het onderzoek, is Laura ook een groot leermeester, een zeer kritische geest en een geweldige collega. Ze zetelde vele jaren in de gerenommeerde wetenschappelijke adviesraad van het Max Planck Institute for Human Development in Berlijn, waar ik zelf het grootste deel van mijn wetenschappelijke vorming genoten heb. Ik herinner mij levendig hoe bang we allemaal waren (doctoraatsstudent ten opzichte van directeur) van die tweejaarlijkse verschijningen waarbij het geen uitzondering was dat een dierbaar project als een bruistablet oploste naarmate de week vorderde. Laura was steeds helder in haar analyses en constructief in haar commentaren, maar ze bleef altijd trouw aan de hoogste wetenschappelijke normen. Tijdens haar verblijven lag haar werk aan de basis van een aantal onderzoekslijnen die tot de beste behoren van het Max Planck instituut en vormde ze de wetenschappelijke loopbanen van heel wat collega’s van mijn generatie. Een korte blik op de inhoud van diverse wetenschappelijke tijdschriften is voldoende om vast te stellen dat ze nog steeds even gedreven aan deze missie werkt.

Een eminente onderzoekspsychologe zijn en tegelijkertijd een Stanford leerstoel bekleden in publiek beleid is een uitzonderlijke combinatie. Professor Carstensen is oprichter en directeur van het Stanford Center on Longevity, een unieke interdisciplinaire samenwerking met excellente medewerkers die niets minder ambiëren dan een copernicaanse omwenteling in de cultuur rond veroudering. De missie van dit centrum is om op een innovatieve en originele wijze wetenschap en technologie te gebruiken om bepaalde problemen bij ouderen op te lossen. De oplossingen die ze naar voor schuiven zijn grensverleggend met onder andere wijzigingen in het gezondheidssysteem, tewerkstelling op latere leeftijd, veranderingen in het persoonlijk gedrag en de levensstijl.

Laura is een wetenschapster met een missie en een boodschap. In haar laatste boek A long bright future: Happiness, health, and financial security in an age of increased longevity schrijft professor Carstensen dat de mensheid vrij onverwacht in haar bestaan een opmerkelijk geschenk gekregen heeft: 20 tot 30 jaar extra tijd om te leven. We moeten hier dankbaar en verstandig mee omgaan. Ze waarschuwt ons voor een doembeeld over veroudering dat onze verbeelding donker kleurt, sociale spanningen teweegbrengt, kloven slaat tussen generaties en erger nog, dat ons belet om ons creatief voor te bereiden op een langer leven. Zij schrijft geen verhaal over ‘succesvol’ ouder worden als remedie tegen veroudering. Haar verhaal gaat over een lang en gelukkig leven en hoe het aan ons is om dit verhaal te schrijven. Prof. Carstensen’s onderzoek leert ons waar ouderen goed in zijn en wijst er ons op dat, voor de belangrijkste zaken van ons leven, emoties en geluk in relaties, de beste jaren voor ons liggen.

Beste professor Carstensen, beste Laura, we zijn dankbaar en trots dat u dit eredoctoraat van onze universiteit aanvaardt en we zien uit naar een lange en schitterende toekomst van uw werk dat ons steeds zal blijven inspireren om de wetenschap van veroudering te bevorderen ten dienste van onze maatschappij.

Om al deze redenen, Mijnheer de Rector, verzoeken we U, op voordracht van de Academische Raad, het eredoctoraat van de KU Leuven te verlenen aan professor Laura Carstensen.