Laudatio voor professor John Clarkson en professor Roger Coleman

Uitgesproken te Leuven op 2 februari 2012 door
professor Ann Heylighen, promotor

 

Eminentie,
Mijnheer de rector,
Excellenties,
Collegae,
Dames en heren,
Beste studenten,

De dagelijkse confrontatie met producten, ruimtes en diensten die iemand ooit ontworpen heeft begint al ’s ochtends: de tandpastatube, de douchekraan, de sinaasappelpers en de koffiezet, maar ook de fiets, bus, trein of auto die ons hierheen bracht, de stoel waarop u zit of de aula waarin we ons bevinden. (Hetzelfde geldt trouwens voor de laptop en software die ik gebruikte om deze laudatio te schrijven en printen.) Ontwerpers hebben bijgevolg een aanzienlijke impact op ons leven. Hun ideeën beïnvloeden ons dagelijkse doen en laten. De voor- en nadelen ervan worden vaak pas geleidelijk aan duidelijk.

Nog al te vaak zijn producten, ruimtes en diensten en ontworpen met in het achterhoofd de zogenaamde ‘doorsneegebruiker’, zijnde “a six-foot-tall, 20-year-old male, with a perfect vision and a good grip.” Naarmate we verouderen, steken echter geleidelijk aan kleine beperkingen de kop op: reductie van ons gezicht, gehoor, handmotoriek, mobiliteit en geheugen. We worden geconfronteerd met een groeiende discrepantie tussen onze veranderende mogelijkheden en aspecten van de ontworpen omgeving. Het aanpakken van deze onverenigbaarheid was een belangrijke motivatie voor het werk van Roger Coleman en Roger Clarkson.

Drie belangrijke redenen motiveren dit eredoctoraat.
Ten eerste: door hun werk aan het Helen Hamlyn Centre for Design, en aan het Cambridge Engineering Design Centre (EDC) erkennen Coleman en Clarkson dat de ongeziene groei van de oudere bevolkingsgroepen, gekoppeld aan radicale veranderingen in de verwachtingen van personen met een handicap, noopt tot een inclusieve benadering van ontwerpen: producten, ruimtes en diensten moeten voldoen aan de behoeften en aspiraties van een diverse populatie. De industrie, de overheid en vooral de ontwerpberoepen moeten een antwoord bieden op het gegeven dat een aanzienlijk aantal onder ons niet helemaal gezond van lijf en leden is, maar toch een actief en onafhankelijk leven wil leiden. Dit is één van de belangrijke uitdagingen van de 21ste eeuw en de ontwerpers spelen een centrale rol in de aanpak ervan.

Coleman en Clarkson leverden bovendien een fundamentele bijdrage tot het inzicht in hoe ontwerpers deze rol kunnen opnemen. Dat is de tweede reden waarom ze dit eredoctoraat verdienen. In hun zoektocht naar hoe ontwerpen en ontwerpers kunnen bijdragen tot de integratie van oudere personen en personen met een beperking in de mainstream van onze samenleving, combineerden ze succesvol de creatieve methoden van het Royal College of Art (RCA) met de analytische ingenieursbenadering van Cambridge. Het RCA ontwikkelde creatieve manieren om gebruikers—vooral gebruikers met een beperking—te betrekken in het ontwerpproces. Het EDC verrichtte pionierswerk met zijn onderzoek naar het gebruik van bevolkingsgegevens bij het ontwerpen. Dit leidde tot het concept van een exclusie audit: een manier waarop ontwerpers en bedrijven kunnen evalueren hoeveel mensen het product of de dienst die ze aan het ontwikkelen zijn niet kunnen gebruiken.

Dit brengt ons bij de derde reden om aan Coleman en Clarkson dit eredoctoraat te verlenen: beiden zijn bruggenbouwers. De succesvolle combinatie van de creatieve benadering van het RCA met de ingenieursbenadering van Cambridge is hiervan slechts één voorbeeld. Om de uitdagingen van de vergrijzende bevolking aan te pakken, overschreden ze de grenzen van verschillende disciplines en groepen: studenten, professionele ontwerpers, academici, en gebruikers —vooral ouderen en personen met een beperking. In het Helen Hamlyn Centre for Design werkt een multidisciplinair team van ontwerpers, ingenieurs, architecten, antropologen, en communicatiespecialisten samen met partners uit de academische wereld, de industrie, de overheid en de vrijwilligerssector om een ontwerpbenadering te ontwikkelen die mensgericht en sociaal inclusief is.

Niet onverdienstelijk hierbij is ook het gezamenlijke i~design onderzoeksprogramma dat gericht is op de ontwikkeling van inclusieve ontwerptools en –ondersteuning voor de industrie en op de ondersteuning van organisaties bij het ontwikkelen van een product of dienst om uitsluiting te reduceren.

John Clarkson en Roger Coleman brengen een sterke boodschap voor jonge mensen: de vergrijzing met haar uitdagingen die ze stelt, is geen probleem dat enkel beleidsmakers en sociale zekerheidspecialisten aanbelangt. De vergrijzing van de bevolking gaat over – en ik citeer Roger Coleman - “our future selves” en brengt uitdagingen mee voor diverse disciplines, niet in het minst voor ontwerp- en ingenieurswetenschappen.

Om al deze redenen, Mijnheer de Rector, verzoek ik U, op voordracht van de Academische Raad, het eredoctoraat van de KU Leuven te verlenen aan professor Clarkson en professor Coleman.