Laudatio voor professor Mary Tinetti
Uitgesproken te Leuven op 2 februari 2012 door
professor Steven Boonen en professor Koen Milisen, promotores
Eminentie,
Mijnheer de rector,
Excellenties,
Waarde collega’s,
Dames en Heren,
Beste studenten,
Door de veroudering van de bevolking en door de exponentiële toename in het aantal bejaarde volwassenen is de gezondheidszorg voor ouderen sterk in belang toegenomen. Daardoor is ook het belang gegroeid van de manier waarop specialisten uit het beroepsveld omgaan met frequent voorkomende gezondheidszorgen bij ouderen, waaronder het valprobleem. Dr. Tinetti was de eerste onderzoekster die aantoonde dat ouderen met een valrisico geïdentificeerd kunnen worden, dat de val en valverwondingen zeer ernstige gevolgen kunnen hebben, en dat multifactoriële strategieën het risico kunnen beperken.
Maar waarom zou iemand zoveel van zijn tijd en onderzoek besteden aan een probleem dat, op het eerste gezicht en in de ogen van zeer velen, ook vandaag nog, relatief klein lijkt, en een onvermijdelijk gevolg van een gevorderde leeftijd?
Omdat vallen een verwoestend gebeuren kan zijn. Bij de 65-plussers maakt ongeveer 35 tot 40 % per jaar minstens één val mee. Vaak zijn die niet schadelijk, maar bij ongeveer 15 % leiden ze tot belangrijke letsels, bijvoorbeeld een heupfractuur of hersentrauma’s. En zelfs bij ouderen die geen verwonding oplopen, heeft een val psychologische gevolgen, bijvoorbeeld de angst om opnieuw te vallen, verlies van zelfvertrouwen, vrees voor afhankelijkheid, sociaal isolement en depressie. Wat in toenemende mate duidelijk geworden is, is dat vallen en valverwondingen tot de belangrijkste oorzaken van functionele achteruitgang en nood aan institutionele opname horen. Door al die negatieve gevolgen hebben vallen en valverwondingen een essentiële impact, niet alleen vanuit klinisch perspectief, met een aanzienlijk verlies in levenskwaliteit bij de getroffen individuën tot gevolg, maar ook vanuit maatschappelijk standpunt, met een belangrijke meerkost voor de publieke gezondheidszorg.
Mary Tinetti hoorde bij de eersten die beseften dat de valproblematiek en de onvermijdelijke gevolgen complex zijn, waardoor zij begreep dat er nood was aan effectieve valpreventie om alle potentiële risicofactoren te kunnen inschatten en beheren, en ervoor te zorgen dat interventies op het terrein ook worden waargemaakt. Om dat mogelijk te maken, moet een fijnmazige zorgcoördinatie gerealiseerd worden tussen artsen, verplegend personeel, kinesitherapeuten, ergotherapeuten en andere paramedici. De resultaten daarvan zijn zeer positief. In een sleutelstudie, gepubliceerd in het New England Journal of Medicine, was zij de eerste die aantoonde dat een correcte omgang met risicofactoren die tot een val kunnen leiden, ongeveer 30 % van de valincidenten kunnen voorkomen.
Daarom heeft Mary Tinetti de focus van haar onderzoek gelegd op een goed begrip en dus preventie van vallen, door verbanden tussen klinische determinanten en klinische resultaten van vallen te kwantificeren, en door, op basis van deze verbanden, preventiestrategieën te ontwikkelen die zowel effectief als efficiënt zijn. Door aan te tonen dat het, zelfs bij ouderen, mogelijk is de frequentie en de ernst van vallen te beperken, heeft Mary Tinetti de geriatrische praktijk gewijzigd, en haar werk blijft in belangrijke mate bijdragen tot het vermijden van veel onnodig leed en morbiditeit bij ouderen.
We wijzen er ook op dat Mary Tinetti met deze nieuwe aanpak van valpreventie en door rekening te houden met de klinische invloed van een veelheid aan risicofactoren niet alleen de geriatrische praktijk veranderd heeft, maar dat zij ook nieuwe standaarden in het geriatrisch onderzoek heeft uitgebouwd.
Met haar multidimensionele strategieën heeft Mary Tinetti het onderzoeksdomein van de geriatrie uitgebreid naar een meer omvattend begrip van de mate waarin ouderdomsproblemen een accumulerend effect kunnen hebben. Haar conceptualisering van de val als een multifactorieel geriatrisch syndroom, dat aanleiding geeft tot multifactoriële interventie, is met succes toegepast in een aantal andere geriatrische gezondheidsproblemen, zoals de functionele achteruitgang. Haar werk heeft dus implicaties op terreinen die heel wat ruimer zijn dan alleen de val en de valpreventie.
In het werk van Mary Tinetti vinden we ook een diep en blijvend engagement om onderzoeksresultaten te vertalen, niet alleen naar de klinische praktijk, maar ook in het gezondheidsbeleid, via samenwerking met een aantal gezondheids- en veiligheidsorganisaties, waaronder het National Institute on Aging in de National Institutes of Health en de Food and Drug Administration.
Wanneer ouderen vallen of aan functieverlies lijden, gaat het meestal om een combinatie van vele determinerende factoren, zoals evenwicht, stappatroon, kracht, zicht, verwarring… Daarom moeten frequente geriatrische gezondheidsproblemen aangepakt worden langs multifactoriële weg, op maat van het individu.
Wat geriaters vooral geleerd hebben uit het werk van Mary Tinetti, is dat mensen met het vorderen van de leeftijd niet gelijker worden, maar juist meer verschillend. Complexiteit is blijkbaar intrinsiek verweven met geriatrie.
De veroudering van onze bevolking begint er eindelijk toe te leiden dat onze samenleving de complexiteit van de klinische noden van ouderen begint te erkennen, maar ook de tekorten in de huidige klinische praktijk. De gelegenheid ligt nù meer voor het grijpen dan ooit tevoren om geriatrische principes hun bijdrage te laten leveren aan de gezondheidszorg en de medische opleiding. Die gelegenheid in ons voordeel omzetten is misschien wel de grootste uitdaging voor ziekenhuizen, rusthuizen en thuiszorgorganisaties overal ter wereld. Academische geriaters moeten daarin het voortouw nemen, en academische geriaters dienen dus het goede voorbeeld te geven. Net zoals Mary Tinetti.
Om al deze redenen verzoek ik u, mijnheer de Rector, op voorstel van de Academische Raad, om het eredoctoraat van de KU Leuven te verlenen aan professor Mary Tinetti.
