Regels voor het opstellen van een opleiding, opleidingstraject en studieprogramma
1. Aantal studiepunten
2. Verdeling van de studiepunten over de programmajaren, academiejaren en semesters
3. Afstudeerrichtingen, opties, majores en minores
4. Opleidingsonderdelen (OPO’s), onderwijsleeractiviteiten (OLA’s) en evaluatieactiviteiten (EVA’s)
5. Taalafspraken
6. Afspraken rond universiteitsbrede OPO’s
Een studiepunt staat voor 25 à 30 uren studie door de normstudent. Een normstudent is een student die voldoet aan de begintermen van het opleidingstraject, die de kenmerken vertoont inzake voorkennis, begaafdheid, motivatie en studiehouding van het doelpubliek waarop de POC zich bij het opstellen van het opleidingstraject richt.
Opleiding
Afhankelijk van het soort opleiding wordt door de Vlaamse overheid een aantal studiepunten opgelegd.
Soort opleiding |
Aantal studiepunten |
Opmerkingen |
Academische bachelor |
180 |
Momenteel bestaat een academische bachelor uit minimum 180 studiepunten en bestaan alle academische bachelors de facto uit 180 studiepunten. In de toekomst zou dit mogelijk kunnen wijzigen. |
Initiële master |
n x 60 |
De meeste initiële masteropleidingen hebben een omvang van 60 of 120 studiepunten. Meer informatie over de omvorming van een éénjarige naar een tweejarige master. |
Master na master |
n x 60 |
|
Postgraduaat |
Minstens 20 |
Geen bijkomende restricties. |
Voorbereidingsprogramma |
|
Geen restricties, maar een voorbereidingsprogramma moet wel minstens 3 studiepunten omvatten, zijnde 1 OPO. |
Schakelprogramma |
Min 45 – max 90 |
Het is mogelijk dat het programma van een individuele student nog minder studiepunten bedraagt (door vrijstellingen te verlenen). |
Specifieke lerarenopleiding |
60 |
30 studiepunten kunnen georganiseerd worden als een afstudeerrichting in een masteropleiding van 120 studiepunten. |
Opleidingstraject
In een volledig opleidingstraject moet het voor de student mogelijk zijn om het diploma voor de opleiding te behalen met het vooropgesteld aantal studiepunten. Zo moet een volledig bachelortraject in 180 studiepunten kunnen afgelegd worden. Dit kan voorgesteld worden in een voorbeeldprogramma.
Het aantal studiepunten van een opleidingstraject kan minder zijn dan het aantal studiepunten dat geldt voor de opleiding. Voor bepaalde doelgroepen kunnen eventueel verkorte trajecten worden aangeboden die dan uiteraard minder dan 180 studiepunten bevatten.
Principieel moet vermeden worden dat een bepaald traject van een opleiding meer studiepunten bevat dan decretaal vastgelegd. De Academische Raad besliste evenwel in bepaalde gevallen omvangrijkere trajecten toe te staan. Dit kan enkel wanneer een uitwerking binnen de voorziene omvang niet mogelijk is omdat er dwingende externe factoren in het spel zijn (legale voorwaarden of beroepsfinaliteit in internationale context) die voldoende gemotiveerd kunnen worden. Vaak is dit het gevolg van internationale samenwerking. Om dergelijk traject aan te vragen moet er een bepaalde procedure gevolgd worden.
2. Verdeling van de studiepunten over de opleidingsfases, academiejaren en semesters
Opleiding
De verdeling van de studiepunten over de opleidingsfases, academiejaren en semesters gebeurt enkel op het niveau van de opleidingstrajecten en studieprogramma’s.
Opleidingstraject
Voor de reguliere bachelor- en masteropleidingen gelden volgende principes:
- Een opleidingstraject is verdeeld in ongeveer gelijke opleidingsfases van 54 à 66 studiepunten.
- Iedere opleidingsfase bestaat uit 2 evenwaardige semesters. Een afwijking van 10% wordt toegestaan. Voor een opleidingsfase van 60 studiepunten betekent dit dus tussen de 24 en de 36 studiepunten per semester.
- Elk volledig opleidingstraject moet zowel voltijds als deeltijds kunnen gevolgd worden, waarbij deeltijds in principe steeds halftijds is.
- Per traject worden twee voorbeeldprogramma’s uitgewerkt: (1) een voorbeeldprogramma voor een voltijds programma met 54-66 studiepunten per opleidingsfase en met evenwaardige semesters; (2) een voorbeeldprogramma voor een halftijdse student, met 54-66 studiepunten evenwichtig verdeeld over twee academiejaren en per academiejaar over twee semesters. Deze voorbeeldprogramma’s tonen dus aan hoe een student volgens het modeltraject een programma kan volgen dat voldoet aan de regels.
- Op het einde van elk academiejaar worden de punten vastgesteld die een student dat academiejaar behaald heeft. Op het einde van de opleiding volgen de deliberatie en de toekenning van de graad en het diploma.
Voor verkorte programma’s en geïndividualiseerde trajecten kan de POC vrij de verdeling van studiepunten over de opleiding bepalen. Meer informatie over geïndividualiseerde trajecten is hier terug te vinden.
Studieprogramma
Academiejaar
Een student moet per jaar omwille van het sociaal statuut 27 studiepunten afleggen. Deze studiepunten kunnen gespreid zijn over verschillende opleidingsfases of opleidingen.
In principe mag een student per academiejaar niet meer dan 66 studiepunten opnemen.
In samenspraak met de POC kan hiervan worden afgeweken. In dat geval maken de extra opgenomen onderdelen ook effectief deel uit van het individuele studieprogramma (ISP) van dat academiejaar.
Een student mag meer dan 36 studiepunten opnemen per semester, mits toestemming van de POC.
3. Afstudeerrichtingen, opties, majores en minores
Om bestaande onduidelijkheden bij het gebruik van afstudeerrichtingen weg te werken, werd beslist dat opleidingen alleen nog afstudeerrichtingen inbouwen omwille van beroepstitels, andere beroepsgevolgen of aantoonbare nood aan profilering. Een afstudeerrichting moet minstens 30 studiepunten verschillen van de andere afstudeerrichting(en) binnen de opleiding.
Uiteraard kan er binnen een opleiding nog op andere manieren gedifferentieerd worden, bijvoorbeeld door het gebruik van opties en majores en minores.
Dit overzicht geeft de voornaamste verschillen tussen afstudeerrichtingen en andere keuzemogelijkheden.
4. Opleidingsonderdelen (OPO’s), onderwijsleeractiviteiten (OLA’s) en evaluatieactiviteiten (EVA’s)
Een opleidingsonderdeel (OPO) is een coherent geheel in het curriculum dat gericht is op het bereiken van een samenhangende reeks van specifieke doelen. Een OPO wordt gedetailleerd omschreven in de syllabus. Een OPO bestaat uit één of meer onderwijsleeractiviteiten en wordt standaard afgesloten met een evaluatieactiviteit.
Een OPO bedraagt minstens 3 studiepunten (en moet steeds een geheel getal zijn). De som van de studiepunten van de OLA’s vormt het aantal studiepunten van het OPO.
Per opleidingsfase worden in principe niet meer dan 10 opleidingsonderdelen geprogrammeerd, maar een gemotiveerde afwijking tot maximum 14 Opo’s is toegestaan.
Een onderwijsleeractiviteit (OLA) is een bouwsteen van een OPO. In sommige gevallen valt de OLA volledig samen met het OPO. In andere gevallen worden OPO’s opgesplitst in twee of meer OLA’s. Bij OLA’s kunnen studiepunten tot 2 cijfers na de komma vastgelegd worden. Het is mogelijk één of meerdere OLA’s te lenen van een OPO en er een ander OPO mee samen te stellen. Hiervoor wordt toestemming gevraagd aan de verantwoordelijke POC.
Er wordt best een afzonderlijke OLA ingericht in volgende gevallen:
- er wordt een afzonderlijk deel van het OPO door een andere opleiding geleend
- er zijn verschillende docenten die een vast onderdeel van het OPO verzorgen
- voor jaarvakken wordt er vaak per semester een OLA ingericht
- er zijn onderdelen van het OPO die in verschillende universiteiten doorgaan
- er is een verschillende omvang van studentengroep, type lokaal en/of programmatieritme
In een evaluatieactiviteit wordt nagegaan in welke mate een student de doelstellingen van het OPO heeft gerealiseerd. De EVA resulteert in een beoordeling (in de vorm van een cijfer op 20 of een pass-fail). Per OPO is er in principe steeds één EVA die uniek verbonden is aan het OPO. Bij uitzondering kan meer dan één EVA worden georganiseerd (bijvoorbeeld een schriftelijk examen en een praktische proef). Ook wanneer er meer dan één EVA wordt georganiseerd, resulteert dit in één beoordelingscijfer.
In de syllabus is een omschrijving van een OPO en de daarbij horende OLA’s en EVA’s terug te vinden. Ieder onderdeel van de syllabus kan door de docent afzonderlijk worden opgeroepen en aangevuld in KULoket.
De student kan de syllabi raadplegen in de programmagids.
Meer info over de codes van de OPO’s, OLA’s en EVA’s.
De onderwijstaal van de K.U.Leuven is het Nederlands. Er kunnen andere talen gebruikt worden, zowel voor opleidingsonderdelen als voor opleidingen in hun geheel, maar dan moet er wel rekening gehouden worden met enkele wettelijke en decretale voorschriften.
Opleidingsonderdelen
Worden in elk geval in een andere taal georganiseerd:
- opleidingsonderdelen die een vreemde taal tot voorwerp hebben
- opleidingsonderdelen die gedoceerd worden door anderstalige gastprofessoren
- opleidingsonderdelen die in onderlinge overeenstemming tussen de student en de faculteit die verantwoordelijk is voor een opleiding, in een anderstalige universiteit worden gevolgd.
Deze opleidingsonderdelen worden geëvalueerd in de taal waarin ze worden onderwezen.
Andere dan bovenstaande opleidingsonderdelen kunnen ook in een andere taal worden georganiseerd. Dan moet wel verantwoord worden waarom het anderstalige OPO in het programma wordt opgenomen, wat de meerwaarde voor de student is en wat de functionaliteit van het gebruik van een vreemde taal voor dat OPO is.
Conform de decretale bepalingen wordt het aantal mogelijke anderstalige OPO’s in de bacheloropleiding beperkt tot 10% van het gehele aantal studiepunten van de bacheloropleiding.
In een initiële masteropleiding wordt het aantal anderstalige OPO’s bepaald door de functionaliteit ervan in de opleiding. Op basis van een uitspraak van de Erkenningscommissie geldt als regel hier dat de helft van het totaal aantal studiepunten, de masterproef niet meegerekend, in een andere taal mag ingericht worden. Deze regel is iets strikter gebleken dan de interpretatie tijdens het begin van de inviering van de Bama-structuur (toen werd de masterproef wel meegerekend).
Voor een master-na-masteropleidingen zijn er geen restricties m.b.t. anderstalige OPO’s.
Behalve in het geval van een master-na-masteropleiding heeft de student het recht om de examens van deze opleidingsonderdelen in het Nederlands af te leggen. De student richt hiertoe een aan aanvraag tot de voorzitter van de examencommissie van de opleiding waarin het opleidingsonderdeel zich situeert, uiterlijk drie weken voor het begin van de betrokken examenperiode.
Opleidingen
De K.U.Leuven biedt zowel op het niveau van de bacheloropleidingen, de initiële masteropleidingen als van de master-na-masteropleidingen volledig anderstalige opleidingen aan. Voor bachelor- en initiële masteropleidingen moeten Nederlandstalige equivalente opleidingen voorzien worden. Nederlandstalige studenten die een anderstalige bachelor of initiële master volgen hebben daarenboven het recht om de examens in het nederlands af te leggen.
Een aanvraag tot een anderstalige equivalente opleiding moet gericht worden aan de Erkenningscommissie. Hiervoor is een specifieke procedure ontworpen.
Uitzonderingen zijn die masteropleidingen die worden geselecteerd overeenkomstig de bepalingen van een Europees financieringsprogramma ter bevordering van de internationale samenwerking in het hoger onderwijs en waarbij multi- of gezamenlijke diplomering wordt vooropgesteld (bv. Erasmus Mundus, ICP, ...).
Voor master-na-masteropleidingen en postgraduaatopleidingen hoeft geen Nederlandstalige equivalent te worden ingericht. Examens worden afgelegd in de taal van de opleiding (of het opleidingsonderdeel indien de taal verschilt van de opleiding).
6. Afspraken rond universiteitsbrede OPO’s
Een OPO 'Filosofie' (ten minste 3 studiepunten) moet in elke bacheloropleiding voorkomen.
Het OPO Religie, zingeving en levensbeschouwing moet ergens in de opleiding voorkomen. Dit kan zowel op Bachelor- als op Masterniveau.
Aan de K.U.Leuven worden ook interdisciplinaire colleges ingericht. Op dit ogenblik zijn er 4: Lessen voor de 21ste eeuw, Genderstudies, Interdisciplinary Perspectives on Development and Cultures en Initiatie tot het ondernemen. Het basisprincipe is dat elke student in zijn studieloopbaan de mogelijkheid moet krijgen om minstens één van deze vakken te kiezen. Het staat de opleidingen vrij om de mogelijkheid te bieden aan studenten om meerdere van deze OPO’s in hun programma op te nemen. Deze vakken worden doorgaans op master-niveau georganiseerd, maar gezien de beperkte omvang van éénjarige masters, kan een opleiding er ook voor opteren om deze vakken in derde bachelor als keuzemogelijkheid aan te bieden. Deze vakken kunnnen ook in master-na-master- en doctoraatsopleidingen aangeboden worden.
Deze vakken worden standaard op 4 studiepunten begroot. Indien de opleiding erom verzoekt, kan het OPO aan 3 studiepunten geprogrammeerd worden. Hiervoor wordt best contact opgenomen met de verantwoordelijke van deze OPO’s. Deze interdisciplinaire colleges worden ingericht als jaarvakken.
