Erkenning
Studenten praten over hun ervaringen met getest worden. Koen Neyens van de Cel studeren met een functiebeperking vertelt over de procedure voor het krijgen van faciliteiten. Vicerector professor Tine Baelmans geeft toelichting bij het diversiteitsbeleid van de KU Leuven.
Meer info? http://www.kuleuven.be/functiebeperking/erkenning
Video Transcriptie
Sarah Ballard: (Studente)
Aangezien ik het jaar voor dat ik naar hier kwam pas getest was en ik had een heel uitgebreid verslag van mijn dyslexieattest kwam ik hier aan en heb ik mij niet meer moeten laten hertesten omdat het zo uitgebreid was en blijkbaar zo duidelijk dat ze mij op basis van mijn gewoon CLB-attest ook een KU Leuven dyslexieattest hebben gegeven. Het is wel zo dat als ik examenfaciliteiten wil aanvragen, dat ik enkel dat kan doen met het dyslexieattest van de K.U.L. zelf. Dus het CLB-attest bekijken ze hier niet.
Kim Deboes: (Alumnus)
Mijn dyslexie is vastgesteld door de KU Leuven, door het OCL, een organisatie die zich bezighoudt met leerstoornissen, ook met het testen van leerstoornissen. Ik ben in het begin van het academiejaar gaan zoeken op de site van de KU Leuven en dan ben ik bij de zorgcoördinator, Liesbeth Van Heden, terechtgekomen. Ik ben naar haar gestapt met het vermoeden dat ik dyslexie had en zij heeft me doorverwezen naar het OCL omdat het daar offficieel moest vastgesteld worden om bepaalde facililteiten te krijgen. Ik denk dat die procedure gestart is half oktober en dat dan eind november de diagnose gesteld geweest is door het OCL. En dan ben ik terug naar de zorgcoördinator gegaan en zij heeft er dan voor gezorgd dat ik van de faciliteiten kon gebruik maken. En dan ben ik ook doorverwezen naar de ombudsdienst van pedagogie om verder alles organisaotrisch af te handelen.
Koen Neyens: (Cel Studeren met een functiebeperking)
De begeleiding van studenten met een functiebeperking wordt opgenomen door een zorgcoördinator. Binnen onze cel zijn er zo drie, en ze staan in voor de erkenning van de student met een functiebeperking. Daarachter liggen een aaantal procedures om per subgroep van functiebeperking de student te erkennen. Concreet betekent dit dat de student in feite de diagnosestelling uit het verleden of de onderzoeksverslaggeving moet meebrengen en dat die documentatie die objectief aanwezig is of erkend is of bevestigd door een expert, een psychiater, een arts, dat die eigenlijk wordt onderzocht door de zorgcoördinator en waarna in feite de student erkend wordt als een student met een functiebeperking. Daarnaast neemt de zorgcoördinator ook het hele ondersteuningsaanbod in handen, samen met de student. En er wordt in feite op maat een traject uitgestippeld waaronder bijvoorbeeld de aanvraag van examen- of onderwijsfaciliteiten valt, maar ook een algemeen ondersteuningsaanbod van infosessies voor de student. Dus je hebt een individugericht programma in feite en een groepsgericht programma voor de studenten.
San Verhavert: (Student)
De dienst studeren met een functiebeperking heeft eenmaal een peter- en meteravond gedaan waarbij eigenlijk studenten met dyslexie hun ervaring konden uitwisselen: wat zijn de problemen, hoe los ik die op, waar ik heb al in het studeren problemen mee ondervonden. En ik persoonlijk vind dat dat echt frequenter mag en eigenlijk nog meer dan het nu eigenlijk gebeurt.
Koen Neyens:
We bieden onze studenten met een functiebeperking ook een groepsgericht aanbod aan. Dus naast heel dat element van individuele opvolging door de zorgcoördinator geven we ook een aanbod van infosessies waar ze 1) informatie krijgen maar 2) ook elkaar kunnen ontmoeten als lotgenoten onder mekaar uiteindelijk. Ze krijgen met dezelfde zaken te maken binnen de faculteiten, met een aantal gelijkaardige problemen, weerstanden, maar kunnen dan ook dingen uitwisselen waarin ze goed zijn, dus zaken die ze hebben uitgewerkt, oplossingsstrategieën, manieren om iets te verwerken of aan de slag te gaan met een cursus of met een examen. Da's heel waardevol, dat vinden ze zelf ook heel belangrijk dat ze daar met mekaar over kunnen spreken en niet met een medewerker van de cel bijvoorbeeld of met een facultaire medewerker. Dat organiseren we, dat hebben we het voorbije jaar ook gedaan. We hebben dat zoemsessies genoemd. Nu het is een woord dat iets zegt maar de bedoeling was dat de studenten daar mekaar vonden in het uitwisselen van ervaringen als student met dyslexie. En daarnaast hebben we ook ons aanbod van infosessies over bijvoorbeeld algemeen de ICT, software enz. die er is aan de KU Leuven.
Professor Tine Baelmans: (Vicerector Studentenbeleid en Diversiteitsbeleid)
De nota rond diversiteit en onderwijs vertrekt van een aantal basispunten, een aantal uitgangspunten. Een eerste vertrekt van het feit dat we elke student die aan de toelatingsvoorwaarden voldoet, dat we die ook gaan toelaten tot de universitaire vorming, ook al zijn daar beperkingen, ook al zijn daar handicapsituaties. Een tweede uitgangspunt stelt dat we studenten in principe allemaal gelijk willen behandelen. En als we een ongelijke behandeling willen doorvoeren zoals dat bijvoorbeeld is als we bijzondere maatregelen treffen bij examens dan moet voor die ongelijke behandeling een duidelijk aantoonbare reden zijn. Een derde uitgangspunt hangt daarmee samen, en kijkt namelijk omgekeerd dat studenten die geen handicapsituatie tegenkomen dat we die ook niet gaan benadelen door het invoeren van modaliteiten voor de groep studenten met een functiebeperking. Dan hebben we een vierde uitgangspunt dat stelt dat we sowieso niet willen tornen aan de kwaliteit van onze diploma's. Dat betekent dat elke student ongeacht zijn situatie moet voldoen aan de eindtermen van de opleidingsonderdelen. En tenslotte hebben we ook in de nota rekening gehouden met een laatste uitgangspunt en dat uitgangspunt betreft de inclusie van het onderwijs, het inclusief onderwijs. Dat betekent dat als we maatregelen zouden doorvoeren dat we die eigenlijk het liefst doorvoeren voor alle studenten. Maar dat heeft zijn beperkingen, dat kan enkel voor zover dat ook redelijk is en voor zover dat ook kan binnnen de instelling.
