K.U.Leuven
  Zoeken naar Zoeken naar personeel Zoeken in de Iweto-databanken Zoeken in het organigram Zoekmatrix Zoeken op trefwoorden

Doctoraatsverdediging

Faculteit Sociale Wetenschappen
Opinion Formation: the Measurement of Opinions and the Impact of the Media
Doctorandus/a PhD student
  Naam: Nathalie Sonck
Promotie / Defence
  Wanneer: 29.04.2010, 13u30
  Taal van verdediging: Nederlands
  Waar: PROMOTIEZAAL, Naamsestraat, 3000 Leuven
 
Promotor / Supervisor
  Prof. dr. Geert Loosveldt (promotor)
  Prof. dr. Jacques Billiet (co-promotor)
 
Samenvatting van het onderzoek / Summary of Research

Dit doctoraat had als doel de onderlinge interrelaties tussen nieuwsmedia, peilingen en opinies, alsook de effecten van peilingpublicaties op individuele opinies te bestuderen.  In het eerste deel werden de onderlinge relaties beschreven op basis van een historisch overzicht van ontwikkelingen in het publieke opiniepeilen en een inhoudsanalyse van krantenartikels over peilingen in de Vlaamse kranten tussen 2000 en 2006.  In deze analyse werd een hoge media-aandacht voor en mediabetrokkenheid bij de gepubliceerde peilingen vastgesteld, evenals indicaties dat media nieuws ‘maken’ op basis van opiniepeilingen, omwille van spanningen tussen nieuwscriteria en methodologische standaarden van opinieonderzoek.  Het is belangrijk dat een accurate presentatie van opiniepeilingen wordt gepubliceerd in de nieuwsmedia omdat het gevoerde literatuuronderzoek naar individuele opinievorming aantoont dat opinies in het publiek kunnen worden beïnvloed door zowel methodologie als media.  Wat betreft de invloed van methodologie op opinies werden drie recente peilingtechnieken (‘push polls’, online dagelijkse peilingen en online panel peilingen) beschreven, omwille van de mogelijke invloed van hun vraagstelling en steekproefdesign op de bekomen opinieverdeling die vervolgens door de nieuwsmedia wordt verspreid als een indicatie van de publieke opinie.  
            In het tweede deel van het doctoraat werden de effecten van peilingpublicaties op individuele opinies empirisch bestudeerd.  Ten eerste werden de effecten van blootstelling aan algemene nieuwsmedia op opinies bestudeerd door een padanalyse van de Europese Sociale Survey data, gebruikmakend van een theoretisch model op basis van de assumptie dat nieuwsmedia persoonlijke opinies indirect kunnen beïnvloeden, door eerst de percepties van collectieve opinie te beïnvloeden.  Kleine indirecte effecten werden gevonden en de directe media-effecten verschilden tussen het lezen van kranten (wat voornamelijk gerelateerd was aan de persoonlijke opinies) en het kijken van televisienieuws (wat voornamelijk gerelateerd was aan de percepties van collectieve opinie).  Ten tweede werden de effecten van blootstelling aan specifieke peilinginformatie op opinies getest in een experimentele enquête waarin aan een toevallig geselecteerde groep mensen peilinginformatie was verstrekt door de onderzoeker en aan een andere groep deze informatie niet was verstrekt.  Er werd een peilingeffect gevonden op de percepties van collectieve opinie, maar niet op de persoonlijke opinies.  Ten derde werden de inzichten verworven door de analyse van algemene survey data en het experiment met specifieke peilinginformatie geïntegreerd in een natuurlijk veldexperiment om peilingeffecten in een meer natuurlijke context te bestuderen.  Tijdens de pre-electorale periode voor de regionale verkiezingen in Vlaanderen in 2009 werd een inhoudsanalyse van de nieuwsberichten over peilingen in kranten en op televisienieuws uitgevoerd, op basis waarvan vervolgens een quasi-experimentele survey werd opgesteld.  Padanalyses met specifieke indicatoren van blootstelling aan peilingnieuws toonden een significante relatie tussen peilingkennis en percepties van collectieve opinie.  Verder werden significante verschillen in persoonlijke opinies geobserveerd tussen een quasi-experimentele groep die voordien was blootgesteld aan de peilingen die in het nieuws waren verschenen en een quasi-controlegroep, die niet was blootgesteld aan deze peilingen. 
            De nauwe onderlinge relaties tussen nieuwsmedia, peilingen en opinies, alsook de indicaties van peilingeffecten op de percepties van collectieve opinie, die significant samenhangen met persoonlijke opinies, hebben implicaties voor de manier waarop peilers publieke opinieonderzoek verrichten, de manier waarop nieuwsmedia over deze peilingen berichten en hoe politici en publiek deze vervolgens percipiëren.
The aim of this dissertation was to gain insight into the interrelationships between news media, polls and opinions, as well as to study effects from poll publications on individual opinions.  In the first part, the interrelationships were described by a historical review of public opinion polling and a content analysis of newspaper articles about opinion polls published in the Flemish newspapers between 2000 and 2006.  This analysis showed a high media-attention to and media-involvement in polling, as well as indications of media manufacturing news based on opinion polls, due to tensions between news criteria and methodological standards of survey research.  It is important that an accurate presentation of opinion polls is published in the news media because the literature review of individual opinion formation indicated that opinions in the public can be affected by both methodology and media.  Regarding the impact of methodology on opinions, three recently emerged opinion poll techniques (push polling, online daily polling and online access panel polling) were discussed for the potential influence of their questionnaire and sampling design on the opinion distribution obtained, which is subsequently published by the news media to give an indication of public opinion. 
In the second part of the dissertation, the effects of poll publications on individual opinions were empirically investigated.  Firstly, effects from exposure to general news media on opinions were investigated by a path analysis of the European Social Survey data, using an a priori model based on the assumption that news media may indirectly affect personal opinions, by first influencing perceptions of collective opinion.  Small indirect media-effects were observed and the direct effects differed between reading newspapers (mainly related with personal opinions) and watching television news (mainly related with perceptions of collective opinion).  Secondly, effects from exposure to specific poll information on opinions were tested by an experimental survey in which a randomly selected group was provided with poll information by the researcher, and another group was not exposed to this information.  A main poll effect on the perceptions of collective opinion was observed, but not on the personal opinions.  Thirdly, insights gained from the analysis of general survey data and the experiment on specific poll information were integrated into a natural field experiment to study poll effects in a more natural setting.  During the pre-electoral period before the regional elections in Flanders 2009, news reports about polls in both newspapers and television news were content analyzed, after which a quasi-experimental survey was designed.  Path analyses with specific indicators of poll exposure suggested a significant relationship between poll knowledge and perceptions of collective opinion.  Furthermore, significant differences in personal opinions were observed between a quasi-experimental group, who was naturally exposed to opinion polls that previously appeared in the news and a quasi-control group, who was not exposed to these opinion polls.
The close interrelationships between news media, polls and opinions, as well as the indications of poll effects on the perceptions of collective opinion, which are significantly related to personal opinions, have implications for the way in which pollsters conduct public opinion research, the way in which news media report about these polls and how policy-makers and public perceive them.

 
Volledige tekst van het doctoraat / full text
https://lirias.kuleuven.be/handle/123456789/263878

 
Examencommissie / Board of examiners
  Prof. dr. Geert Loosveldt (promotor)
  Prof. dr. Jacques Billiet (co-promotor)
  Prof. dr. Geert Bouckaert (voorzitter/chairman)
  Prof. dr. Jan Van den Bulck (secretaris/secretary)
  Prof. dr. Marc Hooghe
  Prof. dr. Claes H. de Vreese , Universiteit van Amsterdam
  Prof. dr. Connie de Boer , Universiteit van Amsterdam
 

K.U.Leuven - CWIS Copyright © Katholieke Universiteit Leuven | Reacties op de inhoud: doctadmin@kuleuven.be
Laatste wijziging: 09-11-2011 | Disclaimer
URL: http://www.kuleuven.be/doctoraatsverdediging/