|
Tijdens de voorbije 15 jaar is de toegang tot en het gebruik van het internet exponentieel gestegen. Het internet kan echter nog steeds als onvolwassen beschouwd worden en verandert nog haast elke dag. Dit lijkt zeker ook het geval te zijn voor online nieuws. Mede als gevolg van de digitalisering is het voor nieuwsmakers mogelijk om verschillende mediaformaten met elkaar te combineren, deze aan elkaar te linken en de nieuwsgebruiker op een interactieve manier te betrekken bij het nieuws. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat het internet een belangrijkere bron voor nieuws dan kranten is geworden en dat bij jongeren onder de dertig het internet zelfs concurreert met de televisie om de eerste plaats. Toch blijft de vraag of en hoe het online nieuws een impact heeft op de kennis van de online nieuwsgebruiker. Aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden wil dit onderzoek een antwoord bieden op de vraag hoe online nieuwsmedia gebruik maken van multimedia, interactieve en hypertekstuele toepassingen en hoe deze de nieuwsverwerking en uiteindelijke kennis bij de nieuwsgebruiker beïnvloeden. Een inhoudsanalyse onderzocht de manier waarop nieuwsmedia het nieuws online presenteren. We kwamen tot de bevinding dat online nieuwsmedia op een heel verschillende manier gebruik maken van online toepassingen. Een nieuwsbericht op een digitale krant ziet er helemaal anders uit dan hetzelfde nieuwsbericht dat op een discussieforum geplaatst wordt of via een RSS feed naar de gebruiker toegezonden wordt. Deze resultaten stelden ons in staat om een typologie van online nieuwsmedia op te stellen waarbij een opdeling volgens het gebruik van multimedia, interactiviteit en hypertekst werd gemaakt. De resultaten gaven ons ook een stand van zaken van het gebruik van online toepassingen door Vlaamse online nieuwsmedia. De conclusie die we op basis hiervan kunnen trekken is dat de Vlaamse nieuwsmedia de mogelijkheden van het internet niet ten volle benutten, iets wat ook reeds door vorige onderzoeken werd aangekaart. Vervolgens werd een online survey uitgevoerd bij Vlaamse hogeschoolstudenten. Deze studie toonde aan dat jongeren, in tegenstelling tot de algemene verwachting, geen zware online nieuwsgebruikers. Ze blijken onder elkaar te verschillen in het gebruik van zowel online nieuwsmedia als online nieuwstoepassingen, met een grote groep die het nooit of zelden gebruikt, en een kleine groep van veelgebruikers. Dit resultaat is belangrijk voor wetenschappers die de digitale kloof onderzoeken en die ervoor pleiten om niet meer te focussen op het onderscheid tussen toegang en geen toegang tot het internet, maar eerder op de vraag waarmee online gebruikers zich bezighouden eens de toegang tot het internet verzekerd is. Logistische regressieanalyses toonden bovendien aan dat digitale ervaring een heel belangrijke voorspeller is van online nieuwsgebruik, en dat deze factor zelfs belangrijker lijkt te zijn dan de vaak bestudeerde variabelen als leeftijd en geslacht. De bovenvermelde bevinding dat online nieuwsmedia enorm verschillen in het gebruik van online toepassingen in combinatie met het gegeven dat een op het eerste zicht homogene groep van hogeschoolstudenten enorm verschilt in het gebruik van deze nieuwstoepassingen, biedt steun aan het opzet van deze studie om de impact van multimedia, interactiviteit en hypertekst op de kennis te onderzoeken. Hiervoor werden een aantal experimenten opgezet waarbij online nieuwsartikelen gemanipuleerd werden. Verschillende communicatiewetenschappelijke en cognitiefpsychologische theorieën werden als theoretisch kader gebruikt. Vooral het Limited Capacity Model of Mediated Message Processing (Lang, 2000) was hierbij heel belangrijk. Deze theorie stelt dat nieuwsconsumenten allen actief informatie verwerken maar tegelijk dat de cognitieve mogelijkheden hiervoor beperkt zijn. Hierdoor kunnen vormelijke en structurele kenmerken de cognitieve informatieverwerking positief of negatief beïnvloeden. De kennisexperimenten die in deze studie peilden naar de objectieve kennis (“wat hebben de nieuwsgebruikers onthouden van het nieuws?”) toonden inderdaad aan dat er een interactie-effect optreedt tussen online toepassingen, de moeilijkheidsgraad van het nieuwsartikel en de digitale ervaring van de nieuwsgebruiker. Bij gemakkelijke artikelen zorgen de online toepassingen ervoor dat het nieuws beter onthouden wordt bij nieuwsgebruikers, maar alleen bij diegene met weinig webervaring. Bij ervaren nieuwsgebruikers zorgt de toevoeging van online features net voor een daling van de kennis. Het omgekeerde zien we bij moeilijke artikelen waar de toevoeging van online toepassingen zorgt voor een betere kennis bij nieuwsgebruikers met veel webervaring, maar een status quo of zelfs een daling bij onervaren nieuwsgebruikers veroorzaakt. De laatste onderzoeksfase onderzocht in welke mate deze online features de subjectieve of zelf-waargenomen kennis (“wat denken de nieuwsgebruikers dat ze onthouden van het nieuws?”) beïnvloeden. De experimenten toonden duidelijk aan dat multimedia, interactieve en hypertekstuele toepassingen in online nieuws ook een impact hebben op het gevoel van op de hoogte te zijn bij nieuwsgebruikers. Bovenstaande bevindingen bieden inzicht in de manier waarop online nieuwsgebruikers leren van het online nieuws en op welke manier ze hun eigen kennis inschatten. Media-onderzoekers kunnen van de resultaten en suggesties, die in dit werk besproken werden, gebruik maken om de complexiteit van online nieuws en de manier waarop het onze kennis beïnvloedt verder te bestuderen. Online journalisten kunnen deze inzichten gebruiken om de mogelijke voor- en nadelen van online toepassingen af te wegen alvorens ze online te gebruiken. De uitdaging voor journalisten bestaat er in om zich het juiste gebruik van multimedia, interactiviteit en hypertekst eigen te maken waarbij de cognitieve mogelijkheden van de nieuwsgebruiker niet overbelast worden en verveling vermeden wordt.
|