K.U.Leuven
  Zoeken naar Zoeken naar personeel Zoeken in de Iweto-databanken Zoeken in het organigram Zoekmatrix Zoeken op trefwoorden

Doctoraatsverdediging

Faculty of Pharmaceutical Sciences
Bridging anti-TAFI and anti-PAI-1 therapy through antibody engineering
Doctorandus/a PhD student
  Name: Jan Develter
Promotie / Defence
  When: 25.06.2009, 17h00
  Language: English
  Where: PROMOTIEZAAL, 01.46, Naamsestraat 22, 3000 Leuven
 
Promotor / Supervisor
  Prof. dr. Paul Declerck (promotor)
  Prof. dr. Ann Gils (co-promotor)
 
Samenvatting van het onderzoek / Summary of Research

Zowel de geactiveerde vorm van trombine activeerbare fibrinolyse inhibitor (TAFIa) als plasminogeen activator inhibitor-1 (PAI-1) zijn eiwitten die de oplossing van een bloedklonter (= fibrinolyse) vertragen, en zijn bijgevolg potentiële risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Zowel TAFI als PAI-1 zijn interessante targets bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen om de behandeling van een myocardinfarct (= hartaanval) te verbeteren aangezien dergelijke therapie (de zogeheten trombolytische therapie) nu vaak gepaard gaat met levensbedreigende nevenwerkingen (bv. ernstige bloedingen). Het doel van dit onderzoek was dan ook om tegelijkertijd TAFI en PAI-1 te inhiberen met behulp van één enkele inhibitor.
 
Het vertrekpunt van deze studie was een panel van inhiberende monoklonale antilichamen gericht tegen TAFI. Monoklonale antilichamen zijn de snelst groeiende klasse van geneesmiddelen die tegenwoordig op de markt komen. Deze worden vaak nog in muizen aangemaakt, en kunnen daarom bij de mens allergische reacties veroorzaken. Een mogelijke oplossing voor dit probleem is de aanmaak van kleinere antilichaamfragmenten die veel minder immunogeen zijn. In het eerste deel van deze studie werden twee soorten fragmenten (Fab’s en scFv’s) aangemaakt, afkomstig van drie monoklonale antilichamen die op een verschillende manier verhinderen dat TAFI zijn werking uitoefent. Hieruit bleek dat deze fragmenten nog steeds in staat waren om TAFI te inhiberen, en dat het scFv afgeleid van antilichaam T12D11 (scFv-T12D11) het meest potente was. In een aanvullende studie werd de bindingsplaats van een nieuw monoklonaal antilichaam gericht tegen TAFI (TCK27A4) opgehelderd. Hieruit bleek dat dit antilichaam bindt aan een regio in het TAFI eiwit die dicht gelegen is bij de plaats waar TAFI wordt geknipt ter activatie. Dit verklaart meteen het unieke werkingsmechanisme van dit antilichaam, dat nooit eerder werd beschreven in de literatuur.
 
In het tweede deel van deze studie werd het meest potente scFv uit deel één (scFv-T12D11) gecombineerd met een vroeger beschreven scFv gericht tegen PAI-1 (scFv-33H1F7). Het resulterende eiwit wordt een diabody genoemd, en behoort tot een speciale klasse van recombinante antilichamen (de bispecifieke antilichamen) die twee eiwitten tegelijk kunnen inhiberen, in dit geval TAFI en PAI-1. Karakterisering van dit diabody toonde aan dat dit diabody een gelijkaardig inhiberend vermogen had als de originele antilichamen en dat het de oplossing van bloedklonters drastisch kon versnellen. Vóór een dergelijk eiwit aan de mens kan toegediend worden, zal het eerst nog onderzocht moeten worden in dierenmodellen voor trombosen. Ons diabody bindt echter niet aan muis of rat TAFI, waardoor evaluatie in een dierenmodel niet mogelijk is.
 
Daarom werd in het derde deel van de studie een nieuw diabody aangemaakt. Deze keer werd vertrokken van een monoklonaal antilichaam dat zowel rat als muis TAFI kan inhiberen, in combinatie met hetzelfde antilichaam tegen PAI-1. Opnieuw bleek dat het diabody een gelijkaardig inhiberend vermogen had als de originele antilichamen. Deze keer was er echter maar een minimaal effect op de oplossing van klonters, wat te wijten was aan een zwakke stabiliteit van het diabody in plasma. Daarom moet in de toekomst een nieuw, stabiel diabody aangemaakt worden om uit te testen in dierenmodellen.
 
Samengevat legt deze studie de basis voor een mogelijke nieuwe benadering van trombolytische therapie. Toekomstige experimenten in dierenmodellen voor trombosen zullen de eerstvolgende stap zijn om de mogelijke klinische toepasbaarheid van gelijktijdige inhibitie van TAFI en PAI-1 na te gaan.

 
Volledige tekst van het doctoraat / full text
https://lirias.kuleuven.be/handle/123456789/233896

 
Examencommissie / Board of examiners
  Prof. dr. Paul Declerck (promotor)
  Prof. dr. Ann Gils (co-promotor)
  Prof. dr. Myriam Baes (voorzitter/chairman)
  Prof. dr. Karen Vanhoorelbeke (secretaris/secretary)
  Prof. dr. Nathalie Charlier
  Prof. dr. Dieter Deforce , universiteit Gent
  Prof. dr. Nicola Mutch , University of Leeds
 

K.U.Leuven - CWIS Copyright © Katholieke Universiteit Leuven | Reacties op de inhoud: doctadmin@kuleuven.be
Laatste wijziging: 09-11-2011 | Disclaimer
URL: http://www.kuleuven.be/doctoraatsverdediging/