Doctoraatsverdediging

Faculteit Theologie en Religiewetenschappen
Aangeraakt tot liefde. Proeve van een theologische antropologie overlichaam en homoseksualiteit
Doctorandus/a PhD student
  Naam: Bernard De Cock
Promotie / Defence
  Wanneer: 09.12.2009, 11u00
  Taal van verdediging: Nederlands
  Waar: KLEINE AULA, 00.15, Sint-Michielsstraat 6, 3000 Leuven
 
Promotor / Supervisor
  Prof. dr. Roger Burggraeve (promotor)
 
Samenvatting van het onderzoek / Summary of Research

  Kunnen homoseksuele beleving en christelijk gelovig leven samengaan? Dat isde achterliggende vraag van dit proefschrift. Homoseksualiteit blijft tot op vandaagbinnen de katholieke kerk – zoals in vrijwel alle godsdiensten – een moeilijk te hanterenfenomeen. Het negatieve antwoord van het leergezag op de gestelde vraagwordt doorgelovige homo’s allesbehalve als bemoedigend en moreel verhelderend ervaren, maarals kwetsend en uitsluitend. Daar tegenin is tijdens de laatste veertigjaar in het Westeneen homobevrijdingstheologie op gang gekomen. Zij loopt parallel met een steedsgrotere maatschappelijke zichtbaarheid van homo’s en het ontstaan van een eigenopenbare homocultuur. Die theologie probeert ontvoogding, streven naargelijkwaardigheid, opbouw van een zelfbeeld van de homo en spritualiteit samen tehouden en pastoraal werkbaar te maken. Sommige theologen kiezen voor een vrijdirecte confrontatie met de officieel-kerkelijke leer, anderen leggen de nadruk op hetontwikkelen van een eigen visie. In dat alles krijgt de emancipatie de grootste aandacht.De bevrijdende God staat centraal.Nu blijkt dat het denken in verband met de maatschappelijke ontvoogdingvanhomo’s en de bijhorende sociologische studies ons weinig zeggen over dehomoseksualiteit en de homoseksuele mens zelf, noch over de morele vragen in datverband, en bovendien te sterk in de sfeer van een nabootsing van de heterowereldblijven steken. De oorspronkelijke intuïtie van dit proefschrift is, dat een lichamelijkverankerde benadering van de homoseksuele mens en zijn seksualiteit onsmeer kanleren over het eigene van de homoseksuele beleving dan het emancipatiedenken, en datde emancipatie zelf – binnen kerk en maatschappij – haar profijt doet met diebenadering. Benevens die laatste moet ook het eigene van het christelijk gelovige levenopgespoord worden, wil de achterliggende vraag van het onderzoek een antwoordkrijgen.Het proefschrift telt drie delen. In het eerste deel wordenhomobevrijdingstheologische benaderingen op hun verdiensten en hun tekortenbesproken. Ook het nieuwe accent van de lichamelijke verankering in hetkerkelijkedenken over (homo)seksualiteit wordt onderzocht. Beide pistes leiden naar debevestiging dat een lichamelijke verankering en een morele vraagstelling in het sprekenover homoseksualiteit wel degelijk onontbeerlijk zijn. Het tweede deel bestudeert tengronde een voorbeeld van een lichamelijk verankerd en moreel denken over seksualiteit,namelijk bij de Franse moraaltheoloog Xavier Lacroix. Hij vertrekt vanuit delichamelijk-seksuele gebaren van tederheid, die al de betekenis van ‘zich geven’ in zichdragen. Hij interpreteert die dan verder in zijn beschouwing van de lichamelijkeeenwording als een wederzijdse gave, en verder als het huwelijksverbond. Doch zijnanalyses van het lichamelijk-seksuele verschil tussen man en vrouw brengen hem toteen negatieve beoordeling van de homoseksuele beleving en tot een radicale afwijzingvan haar maatschappelijke inbedding. In het derde deel wordt enerzijds Lacroixsnegatieve benadering van homo’s aan een kritiek onderworpen, maar anderzijds wordeneen aantal elementen van zijn methode toegepast op de homoseksuele beleving. Vanuiteen beschrijving van de seksuele gebaren van de mannelijke homo, blijktdat die debetekenis hebben van een ‘contactiliteit’ (samen-voelen), dat op zich nog geen morelebetekenis heeft. Dat samen-voelen moet echter doorgroeien naar een liefdevollezelfgave, de uitdrukking van een morele ingesteldheid. Voor de gelovigewordt dielaatste bevrucht door de openbaring: God schenkt zichzelf als liefde weg aan de mens inhet leven van de Drie-eenheid, en roept de mens op die liefde verder teschenken en tebeleven. Er is slechts sprake van homoseksuele liefde als het samen-voelen steeds meervan die goddelijke liefde wordt doordrongen.Op de vraag of homoseksuele beleving en christelijk gelovig leven kunnensamengaan, antwoordt het proefschrift dat de homoseksuele beleving een positievemogelijkheid is om de uitstromende liefde van de drie-enige God, die demens in hetleven wenst en roept, verder gestalte te geven in liefdevolle seksuele relaties en aldus inde medewerking aan de opbouw van het Rijk Gods.
  

 
Volledige tekst van het doctoraat / full text
https://lirias.kuleuven.be/handle/123456789/251103

 
Examencommissie / Board of examiners
  Prof. dr. Roger Burggraeve (promotor)
  Prof. dr. Reimund Bieringer (voorzitter/chairman)
  Prof. dr. Didier Pollefeyt (secretaris/secretary)
  Prof. dr. Annemie Dillen
  Prof. dr. Thomas Knieps
  Prof. dr. Erik P.N.M. Borgman , Universiteit van Tilburg