Parameters
De middelen die de Vlaamse Regering jaarlijks ter beschikking stelt, worden over de universiteiten verdeeld via een performantiegerichte verdeelsleutel. Hierbij wordt rekening gehouden met de zogenaamde ‘IOF-parameters’ (zie hieronder). Deze werden vastgelegd in het Interface-IOF Besluit van de Vlaamse Regering.
Tabel 1: Evolutie van het gewicht van de IOF-parameters
IOF sleutelparameters |
Gewicht (2004) |
Beoogde gewichten (2011) |
|---|---|---|
0,25 |
0,15 |
|
0,25 |
0,15 |
|
0,10 |
0,30 |
|
0,10 |
0,10 |
|
0,10 |
0,15 |
|
0,10 |
0,15 |
|
0,10 |
0 |
Doctoraten (2004: 25% - 2012: 15%)
Parameter 1 betreft het procentuele aandeel van de associatie in het totale aantal doctoraatsdiploma's. Dat aandeel wordt berekend overeenkomstig de
regels die van toepassing zijn op het criterium, vermeld in artikel 3, §3, eerste lid, 2°, van het BOF-besluit.
Publicaties en citaties (2004: 25% - 2012: 15%)
Parameter 2 betreft het gemiddelde procentuele aandeel van de associatie in het totale aantal publicaties enerzijds en in het totale aantal citaties anderzijds. Dat aandeel wordt berekend overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op de criteria publicaties en citaties, vermeld in artikel 4, §8bis van het BOF-besluit.
Van IWT parameter naar Industriële Projecten (2004: 15% - 2012: 30%)
Parameter 3 betrof initieel het procentuele aandeel van de universiteit, in de referentieperiode, in de door het Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie beheerde financiering van projecten waarin universiteiten kunnen deelnemen.
Deze parameter werd uitgebreid naar een Industriële parameter met volgende invulling:
Parameter 3 betreft het gemiddelde procentuele aandeel van de associatie, in de referentieperiode, in de industriële contractinkomsten.
De volgende inkomsten worden beschouwd als industriële contractinkomsten als
vermeld in het eerste lid:
- 1° inkomsten die de associatie verwerft van handelsvennootschappen op basis van
contracten voor onderzoek en dienstverlening. Leerstoelen worden beschouwd als
industriële contractinkomsten op voorwaarde dat er een contract is. Giften,
schenkingen en inkomsten uit permanente vorming zijn uitgesloten;
- 2° inkomsten uit klinische studies. Alleen de inkomsten uit klinische studies in de eerste en tweede klinische fase worden in rekening gebracht. De inkomsten uit klinische studies tellen maximaal voor 12,5% van de parameter mee;
- 3° inkomsten uit licenties. Voor de toepassing van deze inkomsten wordt de
volgende trapfunctie ingebouwd:
- a) licentie-inkomsten tot een bedrag van 7,5 miljoen euro hebben een gewicht van 1;
- b) licentie-inkomsten met een bedrag tussen 7,5 en 15 miljoen euro hebben een gewicht van 0,75;
- c) licentie-inkomsten met een bedrag tussen 15 en 25 miljoen euro hebben een gewicht van 0,5;
- d) licentie-inkomsten met een bedrag vanaf 25 miljoen euro hebben een gewicht van 0,25;
- 4° de middelen die rechtstreeks afkomstig zijn van de industrie en die verworven zijn door de strategische onderzoekscentra voor het onderzoek of onderzoeksgedeelte dat wordt uitgevoerd in de met dat strategische onderzoekscentrum geassocieerde onderzoeksgroepen van de associatie, als die inkomsten gebaseerd zijn op een contract met een handelsvennootschap en een zichtbare overhead uitbetaald wordt aan de associatie. De contractinkomsten moeten transparant zichtbaar zijn in de boekhouding en er moet over worden gerapporteerd, alsook over de onderliggende
overeenkomsten. Dotatiegelden komen niet in aanmerking voor die aanvullende inkomstencomponent. - 5° de middelen die verworven zijn door de universitaire ziekenhuizen, vermeld in artikel 4 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, voor het onderzoek of onderzoeksgedeelte dat wordt uitgevoerd in een onderzoeksgroep van de associatie, als die inkomsten gebaseerd zijn op een contract met een handelsvennootschap. De contractinkomsten moeten transparant zichtbaar zijn in de boekhouding en er moet over worden gerapporteerd, alsook over de onderliggende overeenkomsten. Dotatiegelden komen niet in aanmerking voor die aanvullende
inkomstencomponent.
Voor alle bedragen vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 5°, die voortvloeien uit een contract in een vreemde munt, gelden de bedragen die in de boekhouding zijn ingeschreven.
EU Projecten (2004 - 2012: 10%)
Parameter 4Parameter 4 betreft het procentuele aandeel van de associatie in het geheel van de contractinkomsten uit het laatst afgesloten Europese Kaderprogramma waarvoor definitieve cijfers beschikbaar zijn voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie.
- de middelen die verworven zijn door de strategische onderzoekscentra voor het onderzoek of onderzoeksgedeelte dat wordt uitgevoerd in een onderzoeksgroep van de associatie, als de associatie een vergoeding ontvangt voor de indirecte kosten;
- de middelen die verworven zijn door de universitaire ziekenhuizen, vermeld in artikel 4 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, voor het onderzoek of onderzoeksgedeelte dat wordt uitgevoerd in een onderzoeksgroep van de associatie.
Octrooien (2004: 10% - 2012: 15%)
Parameter 5 betreft het procentuele aandeel van de universiteit, in de referentieperiode, in het globale aantal :
- toegekende United States Patent and Trademark Office-octrooien
- aangevraagde en toegekende European Patent Office-octrooien
- aangevraagde octrooien conform het Patent Cooperation Treaty
Toegekende octrooien hebben in de telling een gewicht van 1. Gepubliceerde aangevraagde octrooien hebben in de telling een gewicht van 0,5. Indien in de referentieperiode zowel een aanvraag als een toekenning vallen, prevaleert de toekenning en krijgt het octrooi in de telling een gewicht van 1.
Voor de toepassing van het eerste lid worden tevens als door de universiteit aangevraagde en toegekende octrooien beschouwd :
- de aangevraagde of toegekende octrooien die, zonder de universiteit als mede-aanvrager te vermelden, vóór 1 januari 2007 zijn aangevraagd door het Interuniversitair Micro-Elektronica Centrum, het Antwerps Innovatie Centrum en de Collen Stichting, voor zover op het aangevraagde of toegekende octrooi een persoon wordt vermeld die als voltijds medewerker of voltijds bursaal aan de universiteit of associatie is verbonden
- de aangevraagde of toegekende octrooien die zijn aangevraagd door het universitair ziekenhuis, als bedoeld in artikel 4 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987.
Spin-off’s (2004: 10% - 2012: 15%)
Parameter 6 betreft het procentuele aandeel van de universiteit in de creatie, in de referentieperiode, van spin-off bedrijven.
Er dient, voor de toepassing van het eerste lid, sprake te zijn van een gestaafde inbreng in het spin-off bedrijf:
1° hetzij via het verwerven van een aandeelhouderspositie op basis van een omschreven technologietransfer in de nieuw opgerichte vennootschap (via het bestaan van een contractuele transferovereenkomst en het inschrijven van een aandeelhouderspositie in de statuten);
2° hetzij via een exclusieve licentie-overeenkomst tussen de associatie en de
vennootschap waarin naar de associatie toe een billijke vergoeding is voorzien voor de overgedragen technologie en kennis. Dit moet blijken uit ondertekende en gedateerde contractuele documenten.
Al de documenten waaruit de betrokkenheid van de associatie bij de oprichting van een spin-off moet blijken, dienen binnen een tijdsperiode van 12 maanden te zijn afgesloten en ondertekend.
Wetenschappelijk Personeel (2004: 10% - 2012: 0%)
Parameter 7 betreft het procentuele aandeel van de universiteit, gedurende de referentieperiode, in het totale wetenschappelijke personeelsbestand van de
Vlaamse universiteiten.
Onder personeelsbestand als vermeld in het eerste lid wordt de som van het
zelfstandig academisch personeel, het assisterend academisch personeel en het
overige wetenschappelijke personeel in voltijdse equivalenten begrepen, geteld op 1
februari van het referentiejaar in kwestie.
Deze parameter zal worden afgebouwd

