IOF Richtlijnen

Ingang: 1 oktober 2010.

Documenten: pdf versie van de IOF-Richtlijnen - wijzigingen t.o.v. vorige versie worden aangegeven met grijze achtergrond

In oktober 2009 werden de richtlijnen aangepast, nieuwe voorwaarden en reglementen (o.a. invoering nieuwe andersoortige hefboomtypes, de IOF-prijs, beoordelingen van dossiers, etc…) werden toegevoegd, conform het IOF-Interface Besluit van de Vlaamse Regering. De hier voorgestelde wijzigingen kaderen in de jaarlijkse update van de IOF-richtlijnen en gelden vanaf 1 oktober 2010.

  1. Concept
  2. Gemeenschappelijke punten voor categoriën van aanvragen
  3. IOF-Mandaten (IOF-M)
  4. L(euvense) da Vinci prijs (LdVP)
  5. IOF-Hefboomprojecten (IOF-HB)
  6. IOF-Kennisplatformen (IOF-KP)
  7. Belangrijke opmerkingen

1. Concept

Het IOF is bedoeld voor de financiering van strategisch basisonderzoek en toegepast wetenschappelijk onderzoek in de schoot van de universiteit en de hogescholen die partner zijn van de associatie waartoe de universiteit behoort. De associaties hebben een belangrijke meerwaarde omdat ze de gehele waaier van onderzoek bestrijken: grensverleggend onderzoek en strategisch basisonderzoek, technologische innovatie, valorisatie en dienstverlening.
 
De toelichting bij het vorige IOF-besluit (van 8 december 2006) stipuleert:
“Om een nog actievere rol te kunnen spelen in het innovatieproces moet in de instellingen het basisonderzoek verder worden uitgebouwd, de koppeling tussen het basisonderzoek en technologische innovatie worden versterkt en de kennisoverdracht naar derden verder uitgewerkt.

De kwantiteit maar vooral de kwaliteit van de achtergrondkennis die de universiteiten en de hogescholen weten op te bouwen zal in de toekomst immers steeds meer bepalen of ze door een efficiënte overdracht van kennis succesvol hun rol bij de economische en maatschappelijke vernieuwing zullen kunnen spelen. … (vanaf hier citaat uit toelichting bij het besluit van 28 mei 2004) Het Industrieel Onderzoeksfonds moet dan ook elke universiteit toelaten een eigen beleid te voeren dat gericht is op het opbouwen van een portefeuille aan potentieel toepassinggerichte kennis met economische finaliteit in het continuüm tussen het strategisch basisonderzoek en technologische innovatie samen met de bijbehorende eigendomsrechten.

Het IOF heeft dan ook als doel harmonieus aan te sluiten bij het valorisatiebeleid van de universiteit en haar interfacewerking en uiteindelijk te leiden tot de valorisatie van de opgebouwde kennis ondermeer door de samenwerking met het bedrijfsleven, de overheid en de non-profit sector, of door het oprichten van nieuwe bedrijven”. Dit is conform het meest recente IOF-besluit waarin uitdrukkelijk wordt gestipuleerd dat de werking van de interfacediensten moet worden afgestemd op de activiteiten en doelstellingen die onder het IOF vallen, en omgekeerd. Het IOF-besluit en het interface-besluit zijn nu onder één besluit samengebracht met als belangrijkste bijkomende voorwaarde het uitwerken van een strategisch plan (Art. 8). Het beheer en de via het IOF bekostigde mandaten en projecten en de werking van het IOF wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de interfacedienst, die hiervoor mede beroep doet op de IOF-ondersteunende diensten.

De term “universiteit” uit het tweede deel van het citaat moet, gezien de evolutie in de richting van de associatie, worden uitgebreid tot “universiteit en hogescholen”

Het IOF is bedoeld om via strategisch basisonderzoek achtergrondkennis op te bouwen die bruikbaar is voor economische en maatschappelijke valorisatie (cf. overheid en non-profit sector als sectoren die genoemd worden voor samenwerking) en voor onderzoek dat de stap naar valorisatie kan bevorderen (cf. het continuüm tussen strategisch basisonderzoek en technologische innovatie).

In het IOF worden ook de zogeheten bijkomende academiseringsmiddellen ondergebracht. Zij zijn bedoeld “ten bate van de versteviging van de onderzoeksbetrokkenheid van academisch gerichte hogeschoolopleidingen, daaronder begrepen het versterken van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit, het bewerkstelligen van de interdisciplinariteit en transdisciplinariteit van het gevoerde onderzoek, en de bevordering van de valorisatie van onderzoeksresultaten met het bedrijfsleven” (Art. VI.9ter §1 dat werd toegevoegd aan het decreet van 19 maart 2004 – Belgisch Staatsblad 29.12.2006)

Voor het gedeelte van de IOF-dotatie dat niet betrekking heeft op de bijkomende academiseringsmiddelen geeft de IOF-Raad een advies over de aanvragen voor financiering. De beslissing over de toekenning gebeurt door de Raad van Bestuur van de associatie op voorstel van het CvB gevolgd door de AR. Wat de bijkomende academiseringsmiddelen betreft, geeft de IOF-Raad advies bij de bestedingsplannen en de criteria die men zou gebruiken ingeval de toekenning gebeurt via interne competitie in de hogescholen. Deze regeling wordt beschreven in een aparte paragraaf op het einde van de IOF-richtlijnen.
 
De richtlijnen buiten die laatste paragraaf gelden voor het IOF met uitsluiting van het gedeelte dat op de bijkomende academiseringsmiddelen betrekking heeft.

Er zijn vier categorieën van financiering:
  • Persoonsgebonden financiering: IOF-mandaathouders (IOF-M) en de L(euvense) da Vinci Prijs (LdVP)
  • Activiteitsgebonden financiering: Hefbomen of Kennisplatformen (IOF-HB en IOF-KP)

2. Gemeenschappelijke punten voor alle categorieën van aanvragen

Als er persoonlijke voornaamwoorden worden gebruikt volgens het taalkundig geslacht van het zelfstandig naamwoord waarnaar ze verwijzen, dan kan het voor personen steeds om personen van beide geslachten gaan.

Omvang.  De duur en de omvang van de financiering van projecten en mandaten worden afzonderlijk per categorie bepaald.

Startdatum en einddatum van projecten en mandaten. Geen enkel project, mandaat of beurs kan starten vóór de goedkeuring door de Raad van Bestuur van de associatie. Per categorie wordt in de toekenningsbrief gemeld vanaf wanneer en onder welke voorwaarden kan worden gestart. Voor de projecten is er een vaste begin- en een vaste einddatum. De mandaten worden toegekend voor onbepaalde duur. De begindatum kan binnen bepaalde grenzen flexibel worden bepaald.

Anciënniteitsvoorwaarden en zwangerschap.  Als er voor de ontvankelijkheid van de aanvraag maximale anciënniteitsvoorwaarden gelden voor de kandidaat of de aanvrager, dan worden die, in geval van onderbrekingen naar aanleiding van zwangerschap (zwangerschapsverlof, werkverwijdering, borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof) vermeerderd met één jaar per kind.

Duur van mandaten bij onderbreking naar aanleiding van zwangerschap.  In alle gevallen van onderbreking van het mandaat naar aanleiding van een zwangerschap (zwangerschapsverlof, werkverwijdering, borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof), wordt de onderbrekingstermijn aan de einddatum toegevoegd.  Financieel past men, bij een dergelijke onderbreking, de algemene regels toe die van toepassing zijn op het personeelsstatuut dat de betrokkene heeft.

Onderbrekingen/afwijkingen/vragen.  Voor onderbrekingen niet naar aanleiding van zwangerschap (daarvoor gelden de gangbare regels), bijvoorbeeld voor een buitenlands verblijf, zijn de regels van de instelling onverminderd van kracht, naast de eventuele regels daarover in deze richtlijnen.  Vragen om afwijkingen, onderbrekingen, eventuele problemen e.d. moeten schriftelijk of per email worden gesteld aan de voorzitter van de IOF-Raad.

Het statuut van de aanvragers.
Een belangrijke categorie van aanvragers zijn de onderzoekers die in de BOF-richtlijnen  zelfstandige onderzoekers worden genoemd (categorie 1):
- leden van het ZAP, vaste mandaathouders van het FWO, adjunct-kliniekhoofden (voor zover deze een doctoraat heeft), IOF-mandaathouders met een contract van onbepaalde duur, postdoctorale onderzoekers met ERC-financiering als young independent investigator of met een Odysseusfinanciering type 2 (deze categorie is uitbreidbaar na goedkeuring door de universitaire overheid);        
- onderzoekers uit de hogescholen van de Associatie K.U.Leuven die minstens de graad hebben van geassocieerd docent van de K.U.Leuven op het ogenblik van de start van het aangevraagde project.

Een tweede categorie van aanvragers (categorie 2) zijn de leden van hogescholen die minstens de graad van docent hebben, gedoctoreerd zijn (of op de ad hoc lijst van potentiële promotoren staan goedgekeurd door Gebu van 20 november 2006) en tevens geaffilieerd onderzoeker zijn van de K.U.Leuven.     

Men moet redelijkerwijze kunnen aannemen dat promotoren en copromotoren die zelfstandig onderzoeker zijn, voor de ganse looptijd van het aangevraagde project het statuut zullen behouden dat hen het recht gaf om aan te vragen.

Promotoren en copromotoren kunnen niet zelf als personeel gefinancierd worden op een project of mandaat dat ze aanvragen.

In het algemeen geldt voor promotoren:

  • Tenzij anders wordt vermeld moeten promotoren minstens een halftijdse aanstelling hebben als zelfstandig onderzoeker. Voor Hefbomen komen ook aanvragers uit categorie 2 in aanmerking als promotor. Uitzonderingen op de regel van een halftijdse aanstelling kunnen worden aangevraagd.  Ze worden enkel toegestaan als de garanties die de aanstelling biedt voor het leiden van het aangevraagde onderzoek hoog worden ingeschat.

In het algemeen geldt voor copromotoren:

  • Copromotoren kunnen deeltijdse onderzoekers zijn van de K.U.Leuven, vanaf het niveau van postdoctoraal onderzoeker, K.U.Leuven ATP-leden met een hoog wetenschappelijke kwalificatie, of onderzoekers uit categorie 2.

De taak van promotoren en copromotoren kan indicatief worden omschreven als volgt:

  • De promotor is de inhoudelijke initiator en eindverantwoordelijke van het onderzoeksproject/programma of van het onderzoeksmandaat. Hij draagt de eindverantwoordelijkheid over het toegekende budget, het behalen van de doelstellingen en over de rapportering. Hij treedt op als woordvoerder en coördineert in samenspraak met eventuele copromotoren.
  • De copromotor levert een aanzienlijke inhoudelijke bijdrage en werkt onder algemene coördinatie van de promotor mee aan de uitvoering van het onderzoeksproject/programma of aan de begeleiding van het onderzoeksmandaat. Een copromotor kan, onder algemene verantwoordelijkheid van de promotor, hiertoe eventueel beschikken over een bepaald deel van het toegekende budget.

Voor aanvragen ter financiering van een IOF-mandaat en een IOF-kennisplatform en voor aanvragen ter financiering van onderzoek met een maatschappelijke finaliteit en onderzoek in de kunsten moet eerst contact worden genomen met het IOF-loket.

Aanvragen - Formulieren. Alle aanvragen worden volledig elektronische ingediend via K.U.Loket en bijkomend via e-sollicitatie (e-sol) indien voor mandaataanvragen.  Alle aanvragen moeten in het Engels worden ingediend. Een overzicht van de aanvraagmodaliteiten per categorie is te vinden in de rubriek ‘Onderzoeksfondsen - opstellen aanvragen’ van GeDOC on line (http://www.kuleuven.be/gedoc) of via oproeppagina (http://www.kuleuven.be/industrieelonderzoeksfonds). Bondige informatie met betrekking tot de oproep, aanvraagmodaliteiten en gevraagde projectrubrieken alsook de informatie voor referees wordt voorzien in het Engels.

Selectie. Voor alle categorieën geldt dat de IOF-Raad, of een gedelegeerde commissie, een advies formuleert, waarna op voorstel van het CvB (in overleg met de voorzitter van de associatie en de directeur van de associatie) de Raad van bestuur van de associatie beslist. De AR bekrachtigt de voorstellen. Het beschikbare budget wordt niet vooraf verdeeld tussen de onderzoeksdomeinen of disciplines of tussen de instellingen, tenzij voor de kunsten indien een gedeelte van het OPK fonds wordt overgeheveld naar het IOF.
Voor IOF-aanvragen betreffende onderzoek in de kunsten, fungeert de Onderzoekscommissie van het Onderzoeksplatform in de Kunsten (OPK) als een gedelegeerde commissie met als opdracht de IOF-Raad te adviseren met betrekking tot de artistiek-wetenschappelijke doelstellingen en kunstrelevante valorisatiedoelstellingen.

Refereeing.  Als er voor de evaluatie een beroep wordt gedaan op beoordelingen van experten dan wordt - tenzij anders vermeld - de volgende procedure gevolgd:

  • Het IOF-loket duidt in samenspraak met de voorzitter van de IOF-Raad en de vicerector Onderzoeksbeleid een aantal referees aan, rekening houdend met principes van mogelijke conflict of interest (zie ook intern reglement van de IOF-Raad) en van geheimhouding. De aanvragers moeten zelf minstens zes referees voorstellen die voldoende onafhankelijk zijn, voor IOF-Hefbomen drie academische en drie industriële (waarvan één in Vlaanderen), voor IOF-Mandaten en IOF-Kennisplatformen minstens vier academische en vier industriële (waarvan twee in Vlaanderen). ‘Voldoende onafhankelijk’ betekent geen gemeenschappelijke publicaties of projecten tussen aanvrager(s) en referee(s) of zijn of haar organisatie gedurende de laatste 5 jaar. In totaal wordt een beoordeling gevraagd van minstens vier referees buiten de IOF-Raad, waarvan minstens één uit het voorstel van de aanvragers. Een geldige evaluatie is slechts mogelijk als de volgende aantallen beoordelingen beschikbaar zijn: voor IOF-Hefbomen minstens drie waarvan minstens één extern aan de IOF-Raad, voor IOF-Mandaten en IOF-Kennisplatformen minstens vier, waarvan minstens twee extern aan de IOF-Raad en één daarvan extern aan de K.U.Leuven.  
  • De individuele beoordelingen door externe referees en door leden van de IOF-Raad worden anoniem gehanteerd bij de besprekingen in de IOF-Raad. Slechts de voorzitter van de IOF-Raad, de vicerector Onderzoeksbeleid en de verantwoordelijke administratieve medewerkers van de DOC kennen de identiteit van de referees.
  • Er wordt per brede discipline een groep van “adviseurs” samengesteld die toegezegd hebben om aanvragen te beoordelen en van commentaar te voorzien. De samenstelling van de adviseursgroepen valt onder de verantwoordelijkheid van het IOF-bureau en dient een formeel en strategisch karakter te hebben. Daarnaast komen ook andere referees in aanmerking.

Terugkoppeling.  De aanvragers krijgen zo snel mogelijk na de beslissing schriftelijk bericht over het resultaat van hun aanvraag. Onder voorbehoud van die beslissing wordt het resultaat officieus meegedeeld, ofwel door de voorzitter van de IOF-Raad ofwel door de verantwoordelijke van het IOF-loket. Als de beslissing negatief is, worden de belangrijkste redenen altijd meegedeeld aan de aanvragers. Als er een beroep werd gedaan op referees, dan krijgen alle aanvragers deze beoordelingen zonder de passages die de anonimiteit van een referee kunnen prijsgeven. De wijze van terugkoppeling verschilt naargelang van de aanvraagcategorie (zie verder). Wie bijkomende uitleg wil over de beslissingen moet zich daarvoor wenden tot de voorzitter van de IOF-Raad of bij delegatie de verantwoordelijke van het IOF-loket.

Rapportering.  Voor alle categorieën is een vorm van eindverslag verplicht en voor mandaten en Kennisplatformen worden er ook tussentijdse verslagen gevraagd. Meer specifieke instructies inzake omvang en frequentie van de rapportering worden meegedeeld in de toekenningsbrief van elke categorie.

Evaluatie van rapporten.  De IOF-Raad of bij delegatie het Bureau van de IOF-Raad evalueert de rapporten/verslagen en bij de beoordeling van nieuwe aanvragen wordt rekening gehouden met evaluaties naar aanleiding van eerdere toekenningen. Het niet nakomen van de rapporteringsplicht kan nieuwe aanvragen voor IOF-middelen in het gedrang brengen. De universiteit maakt ook jaarlijks een evaluatie van de gefinancierde projecten over aan de bevoegde Minister(s) (verplicht op basis van het nieuwe IOF-interfacebesluit).

Valorisatie en technologietransfer. De aanvragers moeten bereid zijn en in de mogelijkheid zijn de valorisatie-initiatieven te laten verlopen in samenwerking met K.U.Leuven R&D. Onderzoeksgroepen die zich situeren binnen een samenwerkingsverband met een eigen, afzonderlijke valorisatiestrategie (bv. VIB, IMEC, …) komen niet in aanmerking.

Hoe men zal omgaan met de eigendomsproblematiek (Intellectual Property Rights; IPR) dient opgenomen te worden in het valorisatieluik van de aanvraag. De eigendomsrechten op de resultaten bekomen in de projecten worden voor de K.U.Leuven – en desgevallend de betrokken geassocieerde hogeschool – geregeld door de bepalingen van Art.169 ter van het Vlaamse Decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten en hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. K.U.Leuven Research & Development is bevoegd om exploitatie van deze resultaten te ondersteunen en te bewerkstelligen. De exploitatie van de resultaten van de projecten sluit aan bij het valorisatiebeleid van de K.U.Leuven en kan zowel nationaal als internationaal gebeuren. De K.U.Leuven moet autonoom de resultaten van het project kunnen exploiteren.

Als onderzoekers van de K.U.Leuven samenwerken met andere onderzoekers van buiten de K.U.Leuven (bv. VIB, IMEC, …) of met onderzoekers van geassocieerde hogescholen dan dient een overeenkomst opgesteld te worden zodat de valorisatie gestroomlijnd kan gebeuren. De achtergrondkennis dient eigendom te zijn van K.U.Leuven/hogeschool of in dergelijke mate beschikbaar gesteld te zijn aan de K.U.Leuven/hogeschool opdat projectresultaten zonder hypotheek of IPR belemmeringen gevaloriseerd kunnen worden.

 

3. IOF-mandaten – IOF-M

De IOF-mandaten zijn postdoctorale mandaten die een structurele ondersteuning bieden voor strategisch basisonderzoek en andere activiteiten gericht op de valorisatie van onderzoeksresultaten van de betrokken onderzoeksgroepen. De mandaathouder zal daartoe enerzijds een onderzoeksplan uitvoeren en anderzijds ook actief de onderzoekers van de betrokken onderzoeksgroep(en) ondersteunen bij de uitbouw van hun valorisatiepotentieel.

De IOF-mandaten behoren tot de categorie “onderzoeksmanagers” van het onderzoekskader. Zie Annex 1 voor het reglement van de IOF-mandaathouders. De officiële titel die door de IOF-Mandaathouders wordt gehanteerd is “Industrial Research Manager” (al dan niet Junior ~ of Senior ~).

De procedure van een IOF-mandaat aanvraag verloopt in 2 fasen:

  •  Fase 1: er wordt een uitgewerkt dossier via K.U.Loket ingediend door de promotor van een IOF-Mandaat, zonder specificaties van een kandidaat. De evaluatie gebeurt dan op basis van het werkplan en dossier. Indien het dossier wordt geselecteerd is de toekenning voorwaardelijk, een geschikte kandidaat moet worden gezocht.
  • Fase 2: een IOF-vacature moet worden gelanceerd (via e-sol procedure). Zoals voor ZAP wordt de vacature in vakbladen en internationaal gepubliceerd, Bij de preselectie van mogelijke kandidaten wordt het IOF en LR&D betrokken, deze heeft uiterlijk anderhalve maand vóór een volgende IOF-Raad plaats. De door de promotor geselecteerde kandidaat of kandidaten (maximum 3) worden op een volgende IOF-Raad (en uiterlijk binnen een termijn van één jaar na voorwaardelijke toekenning van het dossier) uitgenodigd voor de verdediging van het mandaat. Een IOF-Mandaat kan onvoorwaardelijk (positief), voorwaardelijk (tijdelijk - positief mits geslaagde proefperiode volgens de bepalingen van het contract) of niet worden toegekend. Indien de kandidaat of kandidaten niet geschikt worden bevonden wordt het mandaat niet toegekend.
    Het is mogelijk om een mandaat slechts tijdelijk toe te kennen, waarna het, zoals in het geval van BOFZAP, zou moeten worden gefinancierd op een andere wijze. Het is tevens mogelijk om het mandaat toe te kennen zonder voorziene werkingsmiddelen, bijvoorbeeld wanneer er een kennisplatform- én een mandaatproject (die inhoudelijk gelijkaardig zijn) worden goedgekeurd. Na stopzetting van het mandaat om gelijk welke reden, moet opnieuw de gehele procedure worden gevolgd als men een nieuwe mandaathouder zou willen.

Omvang financiering

Ten minste 30 % van de globale IOF-middelen moeten worden besteed aan IOF-mandaten.  De verloning van een IOF-mandaathouder wordt bepaald binnen het nieuwe ‘Onderzoekskader’ (categorie ‘Onderzoeksmanagers’), zowel op niveau als schaal, met aangepaste anciënniteit. Het richtbedrag is € 125 000 per jaar, een bench fee inbegrepen. Het gebruik van de bench fee moet worden verantwoord door passende uitgavenstaten en conform de hiervoor uitgewerkte nota worden gespendeerd. De bench fee wordt afgebouwd vanaf het derde jaar.

Duur

De mandaten hebben in principe een looptijd van onbepaalde duur.  Mandaten worden tijdens hun eerste 4-jaren periode jaarlijks opgevolgd. Binnen die 4 jaar worden de resultaten van ieder toegekend mandaat geëvalueerd op basis van de IOF-criteria en de evaluatiecriteria en bevorderingsmogelijkheden die door het ‘Onderzoekskader’ werden vastgelegd (zie verder). De aanvraag wordt uitgewerkt voor een periode van 4 jaar, waarna opnieuw een plan moet worden ingediend voor een volgende periode van 4 jaar.

Voorwaarden en beperkingen

De promotor moet het statuut hebben van zelfstandig onderzoeker (zie de onder punt 2 vermelde categorie 1) . Daarom komen ook onderzoekers uit de hogescholen in aanmerking als promotor, op voorwaarde dat ze het statuut hebben van geassocieerd docent of hoger. Indien de promotor behoort tot een hogeschool, dan dient de aanvraag steeds te gebeuren in samenwerking met minstens één K.U.Leuven co-promotor.

De aanvraag bestaat uit een dossier waarbij een postdoctorale kandidaat wordt voorgedragen door een promotor en eventuele copromotoren. De kandidaat die wordt voorgedragen, moet in het bezit zijn van een doctoraatsdiploma dat verdedigd is vóór 1 oktober van het jaar van de aanvraag. De kandidaat mag op het moment van indiening maximaal 8 jaar postdoctorale anciënniteit hebben (conform de tenure track regel binnen het BOF). Dit is echter niet van toepassing indien de kandidaat extern wordt gerekruteerd. Uitstel om het mandaat op te nemen, is mogelijk tot één jaar na de datum van de officiële toekenning van het mandaat. Een snelle aanvang van het mandaat wordt echter aangeraden, bij voorkeur bij de start van een nieuw academiejaar.

Conform de wettelijke bepalingen blijft de K.U.Leuven volledig eigenaar van de vermogensrechten op vindingen. Vermits de mandaathouders personeelsleden van de K.U.Leuven zijn (die voor hun onderzoek eventueel werken in een hogeschool), geldt art. 169ter van het decreet. De K.U.Leuven is eigenaar, maar de betrokkene heeft eventueel wel recht op een billijke vergoeding. De mandaathouder zal een geheimhoudingsclausule moeten tekenen betreffende de dossiers waaraan hij zal meewerken.

Op grond van de principes van het IOF wordt er niet toegestaan dat onderzoek wordt gefinancierd dat wordt verricht aan een instelling die niet behoort tot de Associatie K.U.Leuven. Korte verblijven tot één maand zijn toegestaan. Alle verblijven van langer dan één maand moeten schriftelijk voor akkoord worden voorgelegd aan zowel de voorzitter van de IOF-Raad als aan de vicerector Onderzoeksbeleid (één brief). Na een verblijf van langer dan drie maanden wordt steeds een verslag over het verblijf gevraagd alvorens de lokale activiteiten hervat kunnen worden.  Als het gaat om een verblijf in een bedrijf en in andere gevallen waarin intellectuele eigendom belangrijk is, dan is er een contract met de ontvangende organisatie nodig via LRD.

Selectiecriteria

Fase 1:

Ontvankelijkheid

Ontvankelijkheidsbeoordeling: de aanvraag moet volledig zijn en overeenstemmen met de vooropgestelde aanvraagmodaliteiten
De evaluatie is erop gericht na te gaan in welke mate het voorgestelde mandaat zal bijdragen tot de parameters van de IOF-sleutel
De evaluatie zal rekening houden met de mate waarin de mandaathouder zal worden ingebed in een aanvragende groep en eventuele andere onderzoekers, waarvan samengenomen het valorisatiepotentieel voldoende groot is. Het valorisatiepotentieel wordt in kaart gebracht door de Dienst Onderzoekscoördinatie (IOF-loket) i.s.m. K.U.Leuven R&D op basis van een analyse van de IOF-parameters (anders in te schatten voor maatschappelijke finaliteit)

Werkplan / dossier

Wetenschappelijk toepassings
kwaliteit

Wetenschappelijke/toepassings-kwaliteit van het werkplan

Wetenschappelijke/toepassingsgerichte uitdagingen

Bijdrage van werkplan tot opbouw en tot efficiënter strategisch basisonderzoek en onderzoek ter bevordering van valorisatie

 

Valorisatie

Mate waarin het werkplan tegemoetkomt aan de onderzoeks­oriëntatie van de onderzoeksgroep en kadert in het valorisatiebeleid van de onderzoeksgroep

Algemeen valorisatiepotentieel

Bereidheid van de betrokken onderzoekers / departement tot samenwerking met de kandidaat volgens een zelfbepaald protocol

Fase 2:

Kandidaat

Wetenschappelijk toepassings
kwaliteit

CV: opleiding, kwaliteit doctoraat, publicaties

Wetenschappelijke basiskennis van het werkdomein

Kritische wetenschappelijke ingesteldheid

 

Valorisatie

Kennis inzake valorisatietrajecten (eventueel in functie van domein)

Ervaring, contacten en algemene gedrevenheid van de kandidaat inzake samenwerking met verschillende actoren (bedrijven, of eventueel overheid of non-profit organisaties)

Aanvragen IOF-mandaat.

Er is jaarlijks minstens één indiendatum (voor zover de globale IOF-budgettering dit toelaat).  De aanvragen worden elektronisch ingediend. Dit verloop in 2 fasen:

Fase 1: het indienen van een dossier/project via K.U.Loket

  • een beschrijving van het geplande onderzoekswerk dat promotor(en) voorstellen binnen het kader van het IOF-concept;
  • een beschrijving van het valorisatietraject dat de promotor(en) met de ondersteuning van de kandidaat zal (zullen) uitvoeren;

Fase 2:

  • het lanceren van een IOF-vacature;
  • het indienen van de persoonlijke gegevens van de kandidaat (of kandidaten) via e-sol;
  • curriculum vitae, een korte omschrijving van het doctoraatsonderzoek en een publicatielijst van de kandidaat;
  • een motivatie van de promotor die aangeeft dat de kandidaat beschikt over alle capaciteiten en vaardigheden voor het uitvoeren van onderzoeks- en coördinatie­werk.

Selectie

De selectie van de kandidaten gebeurt door de IOF-Raad. 

De volgende punten zijn toepasselijk:

  1. Ontvankelijkheidbeoordeling op basis van een advies van het IOF-loket aan de voorzitter van de IOF-Raad en de vicerector Onderzoeksbeleid, die desgevallend kunnen oordelen om de ontvankelijkheidbeoordeling voor te leggen aan het IOF-Bureau.
  2. Evaluatie van het dossier door de leden van de IOF-Raad volgens de bovenstaande criteria (Fase 1).
  3. Evaluatie van de kandidaat door de leden van de IOF-Raad volgens de bovenstaande criteria (Fase 2).
    Maximaal drie kandidaten per voorwaardelijk goedgekeurd dossier kunnen voordragen worden aan de IOF-Raad. De voorzitter van de IOF-Raad en de vicerector Onderzoeksbeleid kunnen om organisatorische redenen beslissen om een preselectie te organiseren, met presentatie en interview, gevolgd door een advies van het IOF-bureau dat wordt voorgelegd aan de IOF-raad.
    De kandidaten (met positief advies uit de preselectie, als die heeft plaatsgevonden) worden gevraagd om via een presentatie te solliciteren voor de IOF-raad, waarna een kort interview door de raadsleden zal plaatsvinden.

De onderzoeksdirecteur van de betrokken wetenschapsgroep mag de beraadslagingen als waarnemer bijwonen. De promotor wordt gevraagd om aanwezig te zijn bij de presentatie en het interview, zodat de raadsleden ook aan de promotor vragen kunnen stellen en zodat de promotor zijn evaluatie van de kandidat(en) kan toelichten. Een HR-vertegenwoordiger van de personeelsdienst wordt uitgenodigd. De IOF-Raad formuleert een advies voor financiering, mede op grond van de refereeing (zie algemeen deel van de richtlijnen), de presentatie en het interview.   

Terugkoppeling

De verantwoordelijke voor het IOF-loket of de voorzitter van de IOF-Raad mag het advies van de IOF-Raad meedelen aan de kandidaat en de aanvrager, onder voorbehoud van de nog te nemen beslissing. Een negatieve beslissing wordt altijd gemotiveerd. Wie bijkomende uitleg wil over de beslissingen moet zich daarvoor wenden tot de voorzitter van de IOF-Raad of bij delegatie de verantwoordelijke van het IOF-loket.

Opvolging en Rapportering

Voor de verslaggeving, opvolging en loopbaanmogelijkheden wordt verwezen naar een Bijzonder Reglement voor IOF-mandaathouders. Een nauwgezette opvolging wordt gecoördineerd vanuit het IOF-loket, waarbij op regelmatige basis gesprekken met de mandaathouder(s) wordt gepland. De jaarplanning dient hierbij als uitgangspunt. De besteding van de bench fee van mandaathouders verloopt volgens de hiervoor vastgelegde richtlijnen.

Links: Overzicht oproepen IOF en specifieke Oproep voor IOF-Mandaten

4. L(euvense) da Vinci Prijs - LdVP

Een tweede type persoongebonden financiering is de ‘L(euvense) da Vinci Prijs’. 

Concept

De prijs is bedoeld voor een junior onderzoeker, met minder dan vijf jaar postdoctorale anciënniteit, die via onderzoeksactiviteiten, onderzoeksmanagement- of onderzoeksondersteunende activiteiten of gelijkwaardig op een belangrijke wijze heeft bijgedragen tot een uitstekend valorisatieresultaat of een beloftevol perspectief daarop.
De prijs is niet enkel beperkt tot IOF-activiteiten, maar wordt verbreed naar valorisatieonderzoek of valorisatieactiviteiten in het algemeen en staat ook open voor kandidaten buiten de universiteit mits zij aan de voorwaarden en beperkingen voldoen. De raad van het Industrieel Onderzoeksfonds (IOF) krijgt de opdracht de selectie volgens de gestelde criteria uit te voeren. De prijs wordt uitgereikt in parallel met de Prijs van de Onderzoeksraad.

Financiering

Aard en duur van de financiering
De prijs bedraagt 5.000 euro. Deze middelen zijn vrij te besteden maar worden bij voorkeur (gedeeltelijk) aangewend ter ondersteuning van onderzoekverbonden valorisatieactiviteiten of het stimuleren van meer ondernemerschap bij de universitaire gemeenschap.

Voorwaarden en beperkingen

De kandidaten moeten hun doctoraat hebben gehaald vóór de genoemde indiendatum en mogen maximaal vijf jaar geleden hun doctoraat verdedigd hebben. Ze moeten personeelslid zijn of minder dan vijf jaar geleden als personeelslid verbonden zijn geweest aan de K.U.Leuven of een hogeschool van de Associatie K.U.Leuven en moeten voorgedragen worden door een universitaire of hogeschool promotor of een copromotor behorende tot respectievelijk categorie 1 en 2 zoals beschreven in de richtlijnen van het Industrieel Onderzoeksfonds, sectie Gemeenschappelijke punten voor alle categorieën van aanvragen onder statuut van de aanvragers

Ze moeten bijgedragen hebben tot een valorisatieproject (IOF of analoog) van de voordrager, zonder noodzakelijk ook via de projectfinanciering aangesteld te zijn.

Selectie

Selectiecriteria
De criteria zijn:

  • de kwaliteit van de eigen bijdrage van de kandidaat aan valorisatieonderzoek (mag breder gezien worden dan het project van de voordrager);
  • het succes van de valorisatie of, indien in een vroeger stadium, het perspectief op een dergelijk succes, waarbij succes ondermeer wordt afgemeten aan de valorisatieparameters van de IOF-sleutel (patenten, contract- en licentie-inkomsten van bedrijven, spin-offs, deelname aan projecten van het Europese Kaderprogramma);
  • bijkomend ook het bevorderen van samenwerking met bedrijven of gelijkaardige actoren.

Selectieprocedure
De IOF-Raad selecteert eerst de kandidaten die het vereiste kwaliteitsniveau halen en rangschikt vervolgens. De eerst gerangschikte krijgt de prijs. De prijs kan slechts aan één persoon worden toegekend.

Indienen van aanvragen

Het aanvraagdossier moet de volgende elementen bevatten:

  • promotor, eventuele copromotor(en), titel, abstract, toekenningsdatum en looptijd van het project;
  • beschrijving van de eigen bijdrage van de kandidaat in het valorisatieonderzoek, eventueel ook buiten het project naar aanleiding waarvan zij of hij wordt voorgedragen;
  • beschrijving van het gerealiseerde of verwachte valorisatieresultaat;
  • beschrijving van de samenwerking met bedrijven of gelijkaardige actoren;
  • twee aanbevelingsbrieven van buiten de universiteiten of hogescholen, wel uit bedrijven, overkoepelende organisaties of gelijkaardige actoren;
  • een voordrachtbrief van een promotor of copromotor van het valorisatieproject (IOF of analoog), met motivering voor de voordracht.

De indiening moet gebeuren via K.U.Loket .De voordrachtbrief met motivering moet onder gesloten omslag en per e-mail worden bezorgd aan het IOF-Loket, Dienst Onderzoekscoördinatie, Schapenstraat 34 - bus 5100, 3000 Leuven (iof@kuleuven.be).

Terugkoppeling

Alle kandidaten worden door de voorzitter van de IOF-Raad op de hoogte gebracht over het advies van de IOF-Raad. Elke kandidaat krijgt zo snel mogelijk een brief met de mededeling van de officiële beslissing. Aan de kandidaten die de prijs niet hebben gekregen, wordt ook een evaluatie van hun aanvraag meegedeeld.

Links: Overzicht oproepen IOF en specifieke Oproep voor LdVP 2012

5. IOF- Hefboomprojecten – IOF-HB

Hefboomprojecten zijn korte haalbaarheidsstudies met een specifieke focus, een realistisch doel en een duidelijke finaliteit. Het gaat om risicovolle, welafgewogen studies die een potentieel vormen voor het verder aantrekken van onafhankelijke vervolgfinanciering. Met de Hefboomprojecten kunnen beperkte, specifieke onderzoeksinspanningen worden geleverd die bijdragen tot het valoriseren met het oog op validatie (bv. onderzoek tot een proof-of-concept niveau, een haalbaarheidsstudie, onderzoek ter validatie en ondersteuning van een patent­aanvraag) of in het kader van een Hefboom tot een Kennisplatform.

Naast de standaard-hefboomprojecten zijn ook andersoortige hefboomprojecten mogelijk:

  1. hefboomprojecten (Satellietprojecten) waarbij kan worden aangesloten bij bestaande IOF-initiatieven en waardoor toegevoegde waarde wordt gecreëerd met IOF-relevantie;
  2. hefboomprojecten (EU co-funding) die als cofinanciering kunnen dienen voor EU-projecten waarbij eigen inbreng vereist is (Joint Technology Initiatives, Joint Programming initiatieven, etc.), en waarbij één of meerdere bedrijven of bedrijvenclusters betrokken zijn, mits duidelijkheid betreffende het natraject dat men gezamenlijk beoogt (individuele samenwerking & vervolgfinanciering of contractonderzoek);
  3. hefboomprojecten (International Initiatives) die als voortraject tot internationale projecten kunnen dienen voor het opzetten van samenwerking met één of meerdere internationale bedrijven met als primaire doel een gezamenlijk internationaal project (waaronder o.a. contract(en) met bedrijven en EU-projecten) binnen te halen, en in de tweede plaats de samenwerking met de industriële partner(s) op lange termijn uit te bouwen;
  4. hefboom-na-hefboomprojecten (Leverage projecten²) waarbij een stappenplan wordt uitgewerkt dat mogelijke opeenvolgende hefboomprojecten (bv. patentportfolio - internationaal netwerk & contractonderzoek - spin-off) in kaart brengt op basis van concrete gefaseerde IOF-doelstellingen.

Omvang financiering

Financiering tot € 100 000. Voor de standaard-hefboomprojecten is het minimum € 50 000.

Duur

De projecten hebben in principe een looptijd van één jaar, maar het budget mag nog tot één jaar later worden gebruikt. De opstart van het project dient zo snel mogelijk te gebeuren na toekenning (bij voorkeur binnen de drie maanden). Er wordt aangeraden reeds over de nodige onderzoekscapaciteiten (voornamelijk personeel) te beschikken vóór aanvang van het project. Een verlengingsaanvraag is in principe onmogelijk, tenzij in uitzonderlijke gevallen en slechts op gezamenlijk voorstel van de voorzitter van de IOF-Raad en van de vicerector Onderzoeksbeleid.

Voorwaarden en beperkingen

Voor de andersoortig genoemde projectaanvragen moet eerst een intentiegesprek plaatsvinden met de voorzitter van de IOF-Raad en de vicerector onderzoeksbeleid.

De promotor en co-promotoren behoren tot de onder punt 2 vermelde categorie 1 of 2. Promotorschap kan ook worden opgenomen door onderzoekers met minstens 3 jaar postdoctorale anciënniteit op het moment van indiening en die in dienst zijn gedurende het ene jaar van de toekenning, of kan in uitzonderlijke gevallen en met positief advies van de betreffende vicerector, de voorzitter van de IOF-Raad en de vicerector Onderzoeksbeleid een onderzoeker zijn met een IWT-postdoctoraal mandaat (type 2 of 3), mits toelating van zijn promotor(en). Indien de promotor behoort tot een hogeschool, dan dient de aanvraag steeds te gebeuren in samenwerking met minstens één K.U.Leuven co-promotor, tenzij de promotor tot categorie 1 behoort.

Selectiecriteria

Projecten die gesteund worden via het IOF moeten voldoen aan specifieke vereisten die verband houden met de betrachting om een wetenschappelijke vooruitgang/doorbraak dichter bij de marktomgeving of de feitelijke maatschappelijke toepassing te brengen. Daarom zullen de projecten geselecteerd worden op basis van volgende criteria:

1. Algemeen

Ontvankelijkheidbeoordeling: de aanvraag moet volledig zijn en overeenstemmen met de vooropgestelde aanvraagmodaliteiten De evaluatie is erop gericht na te gaan in welke mate het voorgestelde project zal bijdragen tot de parameters van de IOF-sleutel (anders in te schatten voor maatschappelijke finaliteit)

2. Wetenschappelijke/ technologische kwaliteit

Wetenschappelijke - technologische kwaliteit werkplan, haalbaarheid

Wetenschappelijk - technologische of toepassingsgerichte uitdagingen, oriëntatie, nieuwheid, inventiviteit

Mate waarin het werkplan tegemoetkomt aan de onderzoeksoriëntatie van de onderzoeksgroep

3. Valorisatie

Algemeen valorisatiepotentieel en de relevantie van het voorgestelde werk voor externe actoren, inclusief de mogelijke valorisatietrajecten die met het project zullen worden nagestreefd

Kwaliteit van het valorisatieplan en onderbouwing hoe het project concreet zal bijdragen tot het verhogen van het valorisatiepotentieel van de onderzoeksgroep

Indienen van aanvragen

Er is jaarlijks minstens één oproep. De aanvragen worden ingediend bij het IOF-loket. Het aanvraagdossier omvat o.a. een korte omschrijving van het onderzoek, de uitwerking van de valorisatie doelstellingen in functie van de IOF-parameters, een budget- en werkplan.

Evaluatie

  1. Ontvankelijkheidbeoordeling op basis van een advies van het IOF-loket aan de voorzitter van de IOF-Raad en de vicerector Onderzoeksbeleid, die desgevallend kunnen oordelen de ontvankelijkheidbeoordeling voor te leggen aan het IOF-Bureau.
  2. Evaluatie van het dossier door de leden van de IOF-Raad volgens de vooropgezette criteria. Het IOF-Bureau kan in geval van een ondubbelzinnige positieve beoordeling door de referees, op korte termijn een voorstel van toekenning doen, na schriftelijke raadpleging van de IOF-Raad.  Op deze wijze kunnen de beste aanvragen zeer snel worden gefinancierd. De sterke gerichtheid van de Hefboomprojecten brengt mee dat tijd vaak belangrijk is. De overige aanvragen worden voor advies voorgelegd aan de vergadering van de IOF-Raad.

Terugkoppeling

Het IOF-loket zal het advies van de IOF-Raad meedelen aan de aanvrager(s) onder voorbehoud van de beslissing. Een negatieve beslissing wordt altijd gemotiveerd.

Rapportering en opvolging

Tussentijds kan er steeds op aanvraag van de promotor, de vertegenwoordiger van het IOF-loket, de leden uit het IOF-Bureau of de voorzitter van de IOF-Raad een afweging gebeuren van de vooruitgang van het project. Een eindverslag, waarin o.a. de gerealiseerde bijdrage aan de IOF parameters (of de daaraan gekoppelde maatschappelijke equivalenten) wordt gerapporteerd, wordt uiterlijk een maand na het verstrijken van de einddatum aan het IOF-loket bezorgd. Dit eindverslag wordt samen met een IOF-boordtabel (link naar template) ingediend. Een update van de boordtabel gegevens kan jaarlijks opgevraagd worden. Richtlijnen omtrent deze verslaggeving zijn uitgewerkt in de Richtlijnen rapportering IOF hefboomprojecten.

Links: Overzicht oproepen IOF en specifieke Oproep voor IOF-Hefboomprojecten

6. IOF- Kennisplatformprojecten – IOF-KP

Kennisplatformen zijn bedoeld voor samenwerking en hoogwaardig kennisverruimend onderzoek met duidelijk meetbare, toepassingsgerichte objectieven. Het doel is een platform voor veelbelovend basisonderzoek te creëren om kennis te ontwikkelen, tot en met het proof-of-concept niveau. Het kennisplatform is bij voorkeur een multidisciplinaire samenwerking tussen verschillende onderzoeksgroepen, met nadruk op technologie en valorisatiepotentieel of het equivalent daarvan met maatschappelijke finaliteit. De combinatie van de technologieën binnen het platform moeten het mogelijk maken om een antwoord te bieden op vragen vanuit industrie of andere actoren. De IOF financiering dient als katalysator, ze brengt disciplines en technologieën bij elkaar en genereert nieuwe en relevante knowhow.

Omvang financiering

Kennisplatform projecten hebben een minimale omvang van € 150 000 per jaar en een maximale omvang van € 200 000 per jaar.

Duur

De projecten hebben een looptijd van vier jaar. Het project dient binnen het jaar na de toekenning opgestart te worden, bij voorkeur bij het begin van het academiejaar.

Voorwaarden en beperkingen

De promotor van IOF-Kennisplatformprojecten behoort tot de onder punt 2 vermelde categorie 1. Onderzoekers uit de categorie 1 of 2 kunnen als co-promotor optreden.

Selectiecriteria

Projecten die gesteund worden via het IOF moeten voldoen aan specifieke vereisten die verband houden met de betrachting om strategisch basisonderzoek te verrichten en een wetenschappelijke vooruitgang/doorbraak dichter bij de marktomgeving en de maatschappij te brengen. Daarom zullen de projecten geselecteerd worden op basis van volgende criteria:

1. Algemeen

Ontvankelijkheidbeoordeling: de aanvraag moet volledig zijn en overeenstemmen met de vooropgestelde aanvraagmodaliteiten. De evaluatie is erop gericht na te gaan in welke mate het voorgestelde project zal bijdragen tot de parameters van de IOF-sleutel (anders in te schatten voor maatschappelijke finaliteit)

2. Wetenschappelijke/ technologische kwaliteit

Wetenschappelijke - technologische kwaliteit werkplan

Wetenschappelijk - technologische en toepassingsgerichte uitdagingen; bijdrage van werkplan tot opbouw en tot efficiënter strategisch basisonderzoek en onderzoek ter bevordering van valorisatie, aandacht voor organisatorische en coördinerende functies, netwerking

Mate waarin het werkplan tegemoetkomt aan de onderzoeksoriëntatie van de onderzoeksgroep(en) (complementariteit, multidisciplinaire, generische)

3. Valorisatie

Algemeen valorisatiepotentieel en de relevantie van het voorgestelde werk voor de betrokken actoren, inclusief de mogelijke valorisatietrajecten die met het project zullen worden nagestreefd

Kwaliteit van het valorisatieplan en onderbouwing hoe het project concreet zal bijdragen tot het verhogen van het valorisatiepotentieel van de onderzoeksgroep(en)

Indienen van aanvragen

Er is jaarlijks minstens één aanvraagronde, met een intentieaanvraag en een volledig in te dienen dossier.
De intentieaanvraag omvat o.a. een beschrijving van het basispotentieel van het kennisplatform, de wetenschappelijke en valorisatiedoelstellingen en het netwerk van de verschillende betrokken actoren. Het volledige aanvraagdossier bestaat uit de intentieaanvraag aangevuld met een volledig uitgewerkt onderzoeks-, organisatorisch en financieel plan.

Aanvragers met een hefboomfinanciering tot kennisplatform moeten eveneens een intentieaanvraag indienen, maar zullen zonder preselectie een volledig aanvraagdossier mogen indienen.

Evaluatie

  • Ontvankelijkheidbeoordeling van de intentieaanvraag op basis van een advies van het IOF-loket aan de voorzitter van de IOF-Raad en de vicerector Onderzoeksbeleid, die desgevallend kunnen oordelen om de ontvankelijkheidbeoordeling voor te leggen aan het IOF-Bureau.
  • Evaluatie van het dossier volgens de vooropgezette criteria. Het IOF-Bureau is belast met de preselectie op basis van de intentieaanvragen op basis van beoordelingen door IOF-raadsleden en referees buiten de Raad. De uiteindelijke aanvragen worden onderworpen aan refereeing zoals beschreven in het algemene deel van de richtlijnen. De IOF-Raad formuleert een advies voor financiering, mede op grond van de refereeing.

Terugkoppeling

Het IOF-loket zal het advies van de IOF-Raad meedelen aan de aanvrager(s), onder voorbehoud van de beslissing. Een negatieve beslissing wordt altijd gemotiveerd.

Rapportering en opvolging

De richtlijnen voor het indienen van de jaarverslagen en jaarplanning werd vastgelegd in het hulpdocument ‘‘IOF Kennisplatformen – Handreiking bij rapportering en planning’’. De IOF-Raad kan op basis van de rapportering, na overleg met de promotor, wijzigingen voorstellen. Een update van de in de richtlijnen vermeldde IOF-boordtabel kan jaarlijks opgevraagd worden.

Links: Overzicht oproepen IOF en specifieke Oproep voor IOF-Kennisplatformen

7. Belangrijke opmerkingen

Eigendomsproblematiek

De aanvragers moeten bereid zijn en in de mogelijkheid zijn de valorisatie-initiatieven te laten verlopen in samenwerking met K.U.Leuven R&D. Onderzoeksgroepen die zich situeren binnen een samenwerkingsverband met een eigen, afzonderlijke valorisatiestrategie (bv. VIB, IMEC, …) komen niet in aanmerking.

Hoe men zal omgaan met de eigendomsproblematiek (Intellectual Property Rights; IPR) dient opgenomen te worden in het valorisatieluik van de aanvraag. De eigendomsrechten op de resultaten bekomen in de projecten worden voor de K.U.Leuven – en desgevallend de betrokken geassocieerde hogeschool – geregeld door de bepalingen van Art.169 ter van het Vlaamse Decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten en hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. K.U.Leuven Research & Development is bevoegd om exploitatie van deze resultaten te ondersteunen en te bewerkstelligen. De exploitatie van de resultaten van de projecten sluit aan bij het valorisatiebeleid van de K.U.Leuven en kan zowel nationaal als internationaal gebeuren. De K.U.Leuven moet autonoom de resultaten van het project kunnen exploiteren.

Als onderzoekers van de K.U.Leuven samenwerken met andere onderzoekers van buiten de K.U.Leuven (bv. VIB, IMEC, …) of met onderzoekers van geassocieerde hogescholen dan dient een overeenkomst opgesteld te worden zodat de valorisatie gestroomlijnd kan gebeuren. De achtergrondkennis dient eigendom te zijn van K.U.Leuven/hogeschool of in dergelijke mate beschikbaar gesteld te zijn aan de K.U.Leuven/hogeschool opdat projectresultaten zonder hypotheek of IPR belemmeringen gevaloriseerd kunnen worden.

Ethische of veiligheidsimplicaties

Implicaties op het vlak van veiligheid moeten worden vermeld in de aanvraag. Indien het project experimenten op mensen of dieren beoogt, moet de aanvraag tot goedkeuring door de Ethische Commissie worden voorgelegd aan de IOF-Raad.

 


* IWT postdoctoraal mandaten Type 1-3:
Type 1: Een onderzoeksmandaat type 1 is specifiek gericht op de voorbereiding van een spin-off. Voor dit type van OZM wordt van de kandidaat, naast een voldoende goede wetenschappelijke kennis en inzicht, vooral een ondernemersgerichte ingesteldheid vereist, gecombineerd met een grote realiteitszin en voorkennis inzake de opstart van een spin-off bedrijf. De nadruk bij het projectvoorstel situeert zich vooral in het economisch valorisatiepotentieel, bij voorkeur in Vlaanderen en de toegevoegde waarde voor industrie en maatschappij.
Type 2: Een onderzoeksmandaat type 2 is gericht op de transfer van basisonderzoek vanuit een onderzoeksinstelling naar een bestaande onderneming (incl. bestaande spin-offs) met het oog op een latere effectieve valorisatie/implementatie door het bedrijf. OZM-activiteiten vinden hoofdzakelijk plaats binnen de onderneming van de industriële promotor. Belangrijke selectiekenmerken hier zijn de kwaliteit van het project en de mogelijkheid die de bursaal heeft om zijn project uit te voeren, naast de normale O&O-activiteiten van het bedrijf.
Type 3 : Een onderzoeksmandaat type 3 is gericht op de valorisatie of voorbereiding tot valorisatie van onderzoeksresultaten bekomen binnen een Vlaamse universiteit of andere onderzoeksinstelling, waar ook de OZM-activiteiten grotendeels plaatsvinden. De mandataris is ofwel afkomstig van voorgenoemde instelling, of wenst zich als (ex-) medewerker van een onderneming te herbronnen via deze "sabbatical". Dit type stemt overeen met het klassieke OZM-concept van IWT-Vlaanderen, zoals in voege voor 2003.