Zuid-Afrikaanse kunstenares schrijft proefschrift met steun Fonds Roger Dillemans
Audiovisuele kunst in Zuid-Afrikakanaliseert trauma’s
Dit artikel verscheen in de Campuskrant van 16/5/2007
Zuid-Afrikaanse kunstenares schrijft proefschrift met steun Fonds Roger Dillemans“Audiovisuele kunst in Zuid-Afrikakanaliseert trauma’s”Kunstenaars die willen doctoreren,
kunnen sinds kort een beroep doen op het Fonds Roger Dillemans, dat de besten onder hen financieel steunt om zo aan de universiteit een brug te slaan tussen kennis en kunst. “De prijs maakt me het leven een stuk makkelijker”,
zegt de Zuid-Afrikaanse kunstenares Wendy Morris.
Benedict VancloosterHet Fonds Roger Dillemans zag het daglicht in de marge van de Bolognahervormingen, toen de uitreiking van overheidsbeurzen
ingeperkt werd tot alleen de basisopleidingen. Omdat specialisatieopleidingen
hoe langer hoe meer een noodzaak vormen voor een onderzoeksloopbaan
of leidende functie, besloot
de KU Leuven excellentiebeurzen
te gaan uitreiken aan beloftevolle master-na-masterstudenten. Dit jaar heeft het Fonds, genoemd naar de ererector,
zijn actieradius verruimd en kent het ook prijzen toe aan kunstenaars
die een doctoraat voorbereiden.Wendy Morris, die twaalf jaar geleden
Zuid-Afrika vaarwel zegde om zich bij haar man in het West-Vlaamse Deerlijk te komen vestigen, maakt deel uit van de eerste groep doctorandi aan het Instituut voor Onderzoek in de Kunsten (IvOK). “Ik behaalde eerder drie diploma’s in de kunsten aan de Universiteit van Zuid-Afrika. Als doctorandus
doe ik nu onderzoek naar hoe Zuid-Afrikaanse kunstenaars zich ethisch positioneren tegenover de turbulente
geschiedenis van hun land.”Tot haar onderzoeksobject horen merkwaardig genoeg ook haar eigen kunstwerken. Morris: “In de eerste plaats sta ik stil bij de visuele kunst van William Kentridge, maar daarnaast
ook bij mijn eigen creaties. Vroeger schilderde en tekende ik, sinds een jaar of vier ontwerp ik animatiefilms,
aan de hand van houtskooltekeningen.”
Hoewel ze niet van plan is om grote conclusies te formuleren in haar doctoraat— “Ik wil vooral de juiste vragen stellen” — kost het Wendy Morris niet veel moeite om het eigene van de Zuid-Afrikaanse animatiefilm te benoemen. “Het Apartheidsregime mag dan inmiddels
tot de geschiedenisboeken behoren,
de audiovisuele kunst in Zuid-Afrika
is nog steeds doordrongen van de politiek. Zuid-Afrikaanse kunstenaars moeten rekening houden met de gevoeligheden
van hun door de geschiedenis
getraumatiseerde publiek. Ze hoeven daarom niet aan zelfcensuur te doen, maar kunnen het geschiedenis-
trauma kanaliseren in hun werk.
Selectief geheugen
De prijs van het Fonds Roger Dillemans, een bedrag van vijfduizend euro, maakt een en ander voor Morris een stuk makkelijker:“Ik kan me meer wijden aan mijn doctoraat, dat al veel deuren heeft geopend. Het helpt me om naar buiten te treden met mijn werk als kunstenares
en als onderzoekster. Dit alles kan op termijn hopelijk uitmonden in de publicatie van een boek.”Ter gelegenheid van de academische zitting van 16 mei, waarop de bijzondere
prijs voor doctorandi in de kunsten wordt uitgereikt, zal Morris’ jongste animatiefilm geprojecteerd worden. “De film legt de link tussen de Duitse invasie in België tijdens WO I en de Belgische kolonisatie van Congo. Twee schijnbaar losstaande gebeurtenissen voor wie niet weet dat bijvoorbeeld heel wat van Leopold II zijn agenten in Congo later in de Groote Oorlog als helden
werden toegejuicht in eigen land. WO I mogen de Belgen nooit meer vergeten.
De gruwel van de kolonisatie echter lijkt in hun herinnering te worden
weggemoffeld. De film is dan ook een kritiek op het selectieve nationale geheugen van België.
