Opiniestukken van Johan Wets
De migrantenpopulatie wordt superdivers, maar om met die diversiteit om te gaan ontbreekt een gemeenschappelijke Europese politiek 06-02-2012 De Morgen

De migrantenpopulatie wordt superdivers, maar om met die diversiteit om te gaan ontbreekt een gemeenschappelijke Europese politiek
top
06-02-2012 - Johan Wets - De Morgen
Oude winterdagen zijn goed voor mensen die af en toe over migratie willen reflecteren. De koude winterdagen, en vooral de koude winternachten, brengen jaar na jaar het opvangprobleem in de media, crisismanagers en NGO-initiatieven ten spijt. Dit gebeurt al een paar jaar op rij en het is niet onwaarschijnlijk dat dit scenario zich bij elke stevige winterprik zal blijven herhalen. Maggie De Block wordt een afwachtende houding verweten. In feite doet het doen en laten van een kersverse staatssecretaris er niet echt toe. Toegegeven, indien ze bij haar aantreden onmiddellijk de nodige expertise onder de arm had genomen, voldoende budgetten had verzameld en zich zou verzekerd hebben van de bereidheid van andere departementen om mee te werken, dan zou de huidige 'crisis' zich misschien niet hebben voorgedaan. Indien het weer niet was omgeslagen en we ons nog zouden koesteren in lentetemperaturen evenmin. Het uitblijven van mediagenieke gebeurtenissen en het feit dat het migratiethema niet prominent op de voorpagina's staat, impliceert echter niet dat er geen probleem zou zijn. Europa is al decennia niet echt in staat om een sluitend migratiebeleid te voeren. In de voorbije jaren heeft de EU jaarlijks gemiddeld 1,8 miljoen immigranten verwelkomd. Eurostat heeft vorig jaar in een rapport berekend wat de EU-lidstaten de komende decennia kunnen verwachten in termen van bevolkingsgroei: de Ierse bevolking zou stijgen met 46 procent, de Luxemburgse met 45 procent, de Britse met 27 procent en de Belgische met 24 procent. Dit alles tegen 2060. In dezelfde periode verwacht Eurostat eveneens een daling van de bevolking in een aantal Oost-Europese landen en in Duitsland. De Belgische bevolking zou doorgroeien van 11.000.000 naar 13.445.000. Deze groei komt voor het grootste deel op het conto van de migratie, zowel een intra-Europese migratie als de instroom van derdelanders. De migratiepatronen zijn niet hetzelfde voor de verschillende EU-lidstaten. Toch is migratie hoog op de politieke agenda terechtgekomen. Er worden gemeenschappelijke initiatieven genomen en er worden doelstellingen geformuleerd in onder andere Den Haag (2004) en in Stockholm (2009). Er wordt gewerkt aan een gemeenschappelijk asielbeleid, maar migratie is veel meer dan dat. Er is asielmigratie, maar ook volgmigratie, arbeidsmigratie of studentenmigratie. Migranten zijn formeel in het land aanwezig of verblijven in de illegaliteit, zij komen uit de buurlanden, uit de traditionele migratielanden en meer en meer ook uit andere regio's. Zij verblijven hier kort of verblijven hier lang. De migrantenpopulatie wordt meer en meer divers, ze wordt superdivers. En om met die superdiversiteit om te gaan, is er geen gemeenschappelijke politiek. De verschillende Europese lidstaten ontwikkelen elk hun eigen migratiebeleid - af en toe geleid door een Europese blauwdruk -, in een Europese ruimte waar beslissingen in een van de lidstaten gevolgen kan hebben voor de andere.

EÚn deur dicht, andere open

Een verstrenging van de wetgeving met betrekking tot huwelijksmigratie bijvoorbeeld, heeft op zich weinig impact op de emigratie in de landen van herkomst. Zo laat de Belgische overheid weten dat de daling van de instroom via het kanaal van de huwelijksmigratie al waargenomen kan worden, een paar maanden na het invoeren van de strengere wetgeving. Er komen minder huwelijksmigranten naar BelgiŰ, maar dit betekent niet dat de migratie naar Europa daarmee vermindert. Als er ÚÚn deur gesloten wordt, kunnen er alternatieven in andere lidstaten gevonden worden. Hetzelfde proces geldt ook andersom. Als de toegang tot een land vergemakkelijkt, kan dit merkbare effecten hebben op de immigratie van dat land (Ún leiden tot een verminderde instroom elders). De Poolse migratie na de toetreding tot de EU in 2004 is daar een mooi voorbeeld van. Duitsland heeft na de uitbreiding geopteerd voor jarenlang durende overgangsmaatregelen die op 1 mei 2011 afliepen. De Britten en de Ieren hebben destijds niet voor overgangsmaatregelen gekozen en verdrongen onmiddellijk Duitsland als meest geprefereerde bestemming van Poolse emigranten. De afwezigheid van een gemeenschappelijk beleid op Europees niveau maakt een opbod van striktere maatregelen mogelijk. En laat er geen twijfel over bestaan dat dat voornamelijk gebeurt om ongewenste migranten buiten te houden. In een interview met MO-magazine in de zomer van 2009 is de Ecuadoriaanse president Correa eerder scherp voor het EU-beleid. Hij stelde dat het voor het eerst in de geschiedenis is dat Europa een regio van immigratie is en niet van emigratie en vroeg wat er in Europa gebeurd zou zijn, indien Latijns-Amerika dezelfde houding had aangenomen toen de oorlogsvluchtelingen van de Spaanse burgeroorlog er aankwamen in de jaren dertig of toen Duitsers en Italianen tijdens de Tweede Wereldoorlog naar verschillende Latijns-Amerikaanse staten vluchtten. De eerste keer in de geschiedenis dat Europa een immigratiegebied is in plaats van een emigratiegebied, zo stelt Correa, wordt migratie gecriminaliseerd. Hij vindt het ontgoochelend dat er zowel in de VS als in de EU gestreefd wordt naar een liberalisering voor kapitaal en goederen en dat tegelijkertijd het grondgebied en de binnenlandse arbeidsmarkt voor migranten afgeschermd worden. Het EU-beleid wordt gewogen en door velen te licht bevonden; het Belgische beleid wordt gewogen en eveneens door velen te licht bevonden. Er is nood aan een sluitend migratiebeleid, maar wat is dat, een sluitend migratiebeleid en is zoiets wel mogelijk? Het beleid zou pas 'sluitend' zijn indien de instroom, het verblijf (met daarbij zowel opvangprocedures, verblijfstitels, arbeidsmarktreguleringen, toegang tot het sociale zekerheidssysteem,...) en de uitstroom op een ge´ntegreerde wijze vorm kunnen krijgen, rekening houdend met de impact van de politieke en socio-economische veranderingen in de andere EU-staten. Het beleid zou daarenboven zo flexibel moeten zijn dat fluctuaties door gebeurtenissen in de landen van herkomst kunnen opgevangen worden en zo degelijk dat misbruik geminimaliseerd wordt. En bovendien zou het zo creatief moeten zijn dat personen die bijvoorbeeld niet wettig verblijven, maar die evenmin kunnen weggestuurd worden, toch een verdedigbare plaats in de maatschappij kunnen krijgen.

Kortetermijndenken

Om zo'n beleid vorm te kunnen geven, moeten middelen vrijgemaakt worden - veel middelen -, moet er een gepast institutioneel kader uitgetekend worden voor de verschillende bevoegdheidsniveaus en moet er samengewerkt worden. Op korte termijn is het weinig waarschijnlijk dat een dergelijk ge´ntegreerd en sluitend migratiebeleid vorm zal krijgen. Ons verdienstelijke politieke systeem heeft een nadeel: het is een ge´nstitutionaliseerde vorm van kortetermijndenken. Regelmatig terugkerende verkiezingen maken het moeilijk om de noodzakelijke middelen samen te brengen, nodig om dergelijk beleid uit te tekenen en uit te voeren. Een belangrijke reden daarvoor is dat niet iedereen dezelfde doelstellingen nastreeft. De juiste balans vinden om een beleid uit te tekenen dat voor de verschillende partijen aanvaardbaar is, zal tijd vergen. En ondertussen zal de migratie weer toegenomen zijn, zal de migrantenpopulatie meer divers zijn en zal het beleid weer gewogen en door sommigen te licht bevonden worden. Het migratiebeleid zal altijd veel gemakkelijker te bekritiseren dan te voeren zijn, maar als er voldoende opvangcapaciteit is om asielzoekers zonder onderkomen te huisvesten tijdens de koude winterdagen, zal er iets ander dan het weer de agenda bepalen.
Terug