METEN WE MET TWEE MATEN EN GEWICHTEN ALS WE ONZE LEIDERS BEOORDELEN?

28-03-2012 - Marc Hooghe - De Morgen


Puur objectief bekeken is er niet zoveel verschil tussen de managementstijl van Elio Di Rupo en die van Kris Peeters

Het Amerikaanse gebruik om na honderd dagen een eerste oordeel te vellen over een nieuwe president was de afgelopen jaren ook naar ons overgewaaid, maar vanzelfsprekend verdween dat moment vorige week volledig in de schaduw van de busramp in Zwitserland. Die ramp zorgde ervoor dat we ook meteen een heel andere regeringsleider te zien kregen, die onmiddellijk vertrok naar Zwitserland, en aanwezig was op de plechtigheden in Lommel en Leuven. Op dergelijke momenten zien we de eerste minister niet langer als een politicus, maar als een persoon die namens ons allemaal spreekt, en die ook de gevoelens van het hele land moet kunnen vertolken. Di Rupo heeft dat plichtsgetrouw en met veel inzet gedaan, net zoals hij in december onmiddellijk aanwezig was bij de ramp in Luik. De premier gedraagt zich op die momenten zoals we dat van een verantwoordelijk staatsman ook verwachten: de pij maakt de monnik. Het is natuurlijk gemakkelijk om vanuit de oppositie met scherp te schieten, maar je vraagt je toch af hoe politici die er van houden voortdurend te polariseren het zouden doen op dergelijke cruciale ogenblikken. Ook de Vlaamse publieke opinie lijkt langzaam bij te draaien. Begin december vorig jaar werd nog voortdurend geklaagd over het gebrekkige Nederlands van de premier, en die klachten lijken nu zo goed als verdwenen. Het keerpunt daarbij was de toespraak van Di Rupo na de moordaanslag in Luik, die hij in het Nederlands begon. Dat was volslagen absurd: een Franstalige politicus die de inwoners van een Franstalige stad moed probeert in te spreken in een vreemde taal. De toespraak toonde aan hoe sterk Di Rupo de druk aanvoelt om als premier van alle Belgen aanvaard te worden. De klachten over zijn Nederlands zijn sindsdien flink verminderd. Gedeeltelijk omdat zijn uitspraak verbeterd is, ook in moeilijke crisismomenten, maar gedeeltelijk ook omdat de Nederlandstaligen er nu aan gewend zijn geraakt. Het doet minder pijn aan de oren dan dat in het verleden soms het geval was. Toch blijven er ook hardnekkige tegenstanders. De regering-Di Rupo-Vanackere heeft gedaan wat moest: er is een begroting, de pensioenen worden langzaam hervormd en er is zelfs een begrotingscontrole. Echt flitsend of inspirerend is het allemaal niet, maar de Europese Commissie heeft haar fiat gegeven en we doen het zelfs iets beter dan Europa voorschrijft. Meer zelfs, ook de markten krijgen geleidelijk meer vertrouwen, en de fameuze spread met de Duitse overheidsrente is gedaald van 2,1 procent begin dit jaar tot 1,4 procent nu. De regering blijkt dus te doen wat nu eenmaal gedaan moet worden, en Europees commissaris Olli Rehn keek en zag dat het goed was. Di Rupo blijft daarbij trouw aan zijn onderhandelingsstijl, waarmee we ook al mochten kennismaken gedurende zijn periode als formateur: alles wordt uitentreuren besproken en opnieuw besproken tot er uiteindelijk een consensus is. Het is geen fraai spektakel om naar te kijken, maar het blijkt wel efficiënt.

Hardwerkende Vlaming

Vanuit de oppositie schermt men natuurlijk met het argument dat alle maatregelen gericht zijn tegen de hardwerkende Vlaming. Ik ken nochtans heel wat hardwerkende Vlamingen en daar is niemand bij die met een Audi A8-bedrijfswagen rijdt of meer dan 20.000 euro dividenden per jaar opstrijkt, dus dan zal het nog wel meevallen. De weerstand tegen Di Rupo heeft officieel te maken met het feit dat de regering geen meerderheid heeft aan Vlaamse kant, maar dat kan niet de enige reden zijn. Ten eerste is dat grondwettelijk nergens voor nodig, en ten tweede had Leterme ook geen meerderheid aan Vlaamse kant, zonder dat dit een negatieve invloed had op zijn legitimiteit. Het ligt dus blijkbaar eerder aan de persoon: Di Rupo wordt anders beoordeeld dan Leterme. De aanstelling van een Franstalige premier is inderdaad behoorlijk uitzonderlijk. Meestal verwijst men dan naar de regering-Leburton. Maar Edmond Leburton was in 1973-74 amper vijftien maanden eerste minster, hij kon dus nooit uitgroeien tot een premier die door alle Belgen aanvaard werd. Alle premiers van na de Tweede Wereldoorlog die het ten minste de volle vier jaar hebben uitgehouden waren Vlamingen: Achilles Van Acker (Brugge), Gaston Eyskens (Leuven), Théo Lefèvre (Gent), Leo Tindemans (Antwerpen), Wilfried Martens (Gent), Jean-Luc Dehaene (Brugge/Vilvoorde) en Guy Verhofstadt (Gent). De laatste volbloed Waalse premier die het een volledige termijn heeft volgehouden was de Luxemburger Hubert Pierlot (1939-1945), maar de omstandigheden waren toen wel enigszins anders. Het gaat dus veel verder dan alleen maar wat ergernis over het feit dat de premier van dit land een aantal Nederlandse klanken vreemd uitspreekt. In verdeelde samenlevingen gaat de grootste groep er bijna automatisch van uit dat hij het alleenrecht heeft op de belangrijkste politieke positie, en het is blijkbaar moeilijk om dat recht te gunnen aan iemand van de minderheidsgroep. Puur objectief bekeken is er niet zoveel verschil tussen de managementstijl van Di Rupo en die van Kris Peeters. Beiden proberen de conflicten binnen hun regeringsploeg uit te vechten en niet voor het oog van de camera, en ze proberen duidelijk hun privéleven gescheiden te houden van hun publieke rol. De een wordt geprezen voor zijn betrouwbare degelijkheid; de ander krijgt kritiek vanwege een gebrek aan inspirerend leiderschap. Meten we dan toch met twee maten en twee gewichten?

© 2012 De Persgroep Publishing

Back