Opiniestukken van Alain-Laurent Verbeke
Alleen debat over dotatiesysteem is ernstig te nemen (Alain-Laurent Verbeke) 31-01-2013 De Tijd
Ook schijnechtscheidingen zijn schandelijke fraude (A.-L. Verbeke) 09-05-2012 De Tijd
Pak fraude aan, maar dan wel alle fraude 11-01-2012 De Standaard
Politieke crisis is nog niet groot genoeg 22-02-2011 De Morgen
Vijf routes out of the box voor Belgische impasse 18-02-2011 De Tijd
Alain-Laurent Verbeke pleit voor de benoeming van een internationale bemiddelaar 28-01-2011 De Morgen
Externe bemiddelaar is heus geen gek idee 13-01-2011 De Tijd

Alleen debat over dotatiesysteem is ernstig te nemen (Alain-Laurent Verbeke)
top
31-01-2013 - Alain-Laurent Verbeke - De Tijd
De discussie moet niet gaan over de stichting van koningin Fabiola, maar over het dotatiesysteem. Betaal de dotaties niet forfaitair uit, maar op basis van bewezen onkosten, zoals in Nederland.

Alain-Laurent Verbeke Hoogleraar aan de KU Leuven, professor aan Harvard Law School en advocaat bij Greenille Koning Albert tikte in zijn jaarlijkse toespraak voor de gestelde lichamen koningin Fabiola - zonder haar bij naam te noemen - op de vingers. Dat was mijns inziens niet echt nodig. Ook het publieke debat over de private stichting 'Fons Pereos' van koningin Fabiola heeft mij verwonderd. Diverse krachten verenigden zich om ons allen ervan te overtuigen dat dit een onoorbare zet was, en de argumenten waren niet min. Oneigenlijk gebruik of zelfs misbruik van de koninklijke dotatie, fiscaal misbruik, bevoordeling van haar buitenlandse Spaanse familieleden met Belgisch belastinggeld. Er werd ook zwaar op de emoties gespeeld. Overdrijven, uitvergroten en contrasteren: de rijke profiterende koningin tegenover de vele hard werkende burgers die zwaar getroffen zijn door de crisis. Nochtans, wat heeft de koningin gedaan? Zij heeft een private stichting opgericht. Dat is perfect wettelijk, en veel families doen het. Zij heeft die stichting gefinancierd. Volgens haar verklaringen is dat gebeurd met gelden die zij heeft geŽrfd van haar familie en van haar peter. Zij heeft aan die stichting een doel gegeven (zoals de wet vereist). Onder meer de nagedachtenis van haar man eren en katholieke goede werken steunen. En ook familieleden helpen die zich in een probleemsituatie zouden bevinden.

Fiscale motieven

Wat is daar in godsnaam verkeerd aan? Waarom zou de koningin haar man, wijlen koning Boudewijn, die zij onvoorwaardelijk bemint en bewondert, niet mogen eren? En waarom zou die dame, die geen kinderen heeft, haar familieleden niet financieel mogen steunen? Er zijn duizenden kinderloze echtparen die na het overlijden van de langstlevende hun vermogen willen overmaken aan hun neven en nichten. De successierechten kunnen enorm hoog oplopen. Als tante haar vermogen van een half miljoen euro legateert aan haar nichtje, betaalt het nichtje daarop (in Vlaanderen) 305.000 euro successierechten. Om die belastingen te verminderen, maken mensen massaal gebruik van een testament met een zogenaamd duolegaat. Tante geeft dan een legaat van bijvoorbeeld 25.000 euro aan een vzw of goed doel en de rest aan haar nichtje. Ze legt aan de vzw de last op alle successierechten te betalen, ook die op het deel van het nichtje. Door die fiscale truc verminderen de successierechten voor het nichtje met bijna 120.000 euro. Het is overduidelijk dat het duolegaat bijna uitsluitend is ingegeven door fiscale motieven. Enkel en alleen om de hoge successierechten te drukken, wordt aan een goed doel een legaat toegekend. Zelden maakt iemand een duolegaat om in eerste instantie een goed doel te bevoordelen. Als er derhalve ťťn constructie is die echt kunstmatig is, en waarbij het niet-fiscale motief - het bevoordelen van het goede doel - 'zodanig verwaarloosbaar is dat de verrichting onmogelijk lijkt als er geen rekening wordt gehouden met de fiscale motieven', dan is het wel het duolegaat. Fiscaal misbruik dus. Nochtans orakelde de fiscus enkele maanden geleden dat de duolegaten volledig okť zijn. Maar als koningin Fabiola een volkomen wettelijke constructie opzet, is er plots sprake van misbruik. Dat vind ik hypocriet.

Dotatiegeld

Hypocriet en demagogisch is het ook om de indruk te wekken dat de koningin belastinggeld, het overschot van haar dotatie, in de stichting zou inbrengen. En ze zou dan op die manier belastinggeld naar Spaanse neven en nichten draineren, zo luidt de verontwaardigde commentaar. Daar is blijkbaar niets van aan. En zelfs al dat wel het geval zou zijn, dan nog is de kritiek onterecht. Waarom? Omdat het debat op het verkeerde niveau wordt gevoerd. Het is perfect legitiem om het dotatiesysteem zelf te bekritiseren. Om te argumenteren dat de koningin minder moet krijgen. Of nog beter, om de dotatiegelden niet op forfaitaire basis uit te betalen, maar op basis van bewezen onkosten zoals in Nederland. Als een medewerker voor mij een boek moet kopen van 78 euro, dan geef ik geen forfait van 100 euro waarvan hij het overschot mag houden. Hij zal mij een kasticket geven en het wisselgeld van 22 euro teruggeven. Dat zou ook zo moeten zijn met dotaties. Maar zolang het dotatiesysteem forfaitair is, is de consequentie dat de begunstigde het overschot mag houden. En dan mag hij of zij er mee doen wat hij wil. Dus ook inbrengen in een private stichting. Al is dat misschien niet zo kies. Wellicht daarom deed koningin Fabiola dat ook niet. Jammer dat ze haar stichting onder druk van de publieke opinie zal ontbinden. Zij heeft niets verkeerd gedaan. Als ze per se een geste wil doen, zou ze de overschotten van haar dotaties van de voorbije jaren kunnen terugstorten of enkele jaren, al is het maar gedeeltelijk, afstand doen van haar dotatie.

ALAIN-LAURENT VERBEKE

Ook schijnechtscheidingen zijn schandelijke fraude (A.-L. Verbeke)
top
09-05-2012 - Alain-Laurent Verbeke - De Tijd
Tegen schijnhuwelijken wordt terecht streng opgetreden. Er zijn echter ook fiscale schijnechtscheidingen die aangepakt moeten worden.

Alain-Laurent Verbeke Hoogleraar aan de KU Leuven en advocaat bij Greenville De Vlaamse 'miserietaks' blijft de geesten beroeren. Als bij een echtscheiding het huis, dat aan beide echtgenoten toebehoorde, aan ťťn echtgenoot wordt toegewezen, dan is op die 'verdeling' een belasting verschuldigd van 1 procent. Straks zelfs een van 2,5 procent met vrijstellingen. De verdelingsbelasting wordt verhoogd op de 'kap' van mensen die scheiden. Vandaar de naam miserietaks. Er zijn echter echtscheidingen zonder 'miserie', eenvoudig omdat er geen breuk in de relatie is. Die 'schijnechtscheidingen' worden georganiseerd om aanzienlijke fiscale voordelen binnen te rijven. Ook die vorm van fraude is schandelijk. Bij het recente debat over de programmawet werd mijn opmerking over frauduleuze echtscheidingen door Limburgs provincieraadslid Veerle Wouters (N-VA) geminimaliseerd als belastingontwijking. Bijna 15 jaar geleden werd ook al schamper geantwoord op een parlementaire vraag: dat men niet over statistische gegevens beschikt en dat het voor de belastingambtenaar praktisch onmogelijk is om te bewijzen dat het over een schijnechtscheiding gaat.

Belastinggeld

Ik durf dat tegen te spreken. Er is sprake van fraude en het is mogelijk de schijn van een echtscheiding aan te tonen. Er is geen enkele reden om die praktijken niet aan te pakken en zo nog wat extra belastinggeld binnen te halen, nu op de 'kap' van mensen die het verdienen. De fraudeurs stellen een bepaalde situatie (echtscheiding) voor als de werkelijkheid; ze schrijven zich in op twee verschillende adressen. Maar in realiteit zetten ze hun samenleven als koppel en als gezin ongewijzigd verder. De kinderen en de naaste omgeving weten meestal zelfs niet dat pa en ma gescheiden zijn. Dan is de echtscheiding geen realiteit, maar schijn. Dat doe je enkel om de fiscale voordelen van de schijntoestand. Het is echtscheidingsfraude en vaak ook domiciliefraude. De vrouw is bijvoorbeeld ingeschreven in Hasselt en de man in Knokke, terwijl hij in werkelijkheid bij zijn ex-vrouw en gezin woont. Het belangrijkste fiscale voordeel volgt uit de betaling van alimentatie aan de ex-echtgenoot, vaak de vrouw. Door de alimentatie te kapitaliseren tot een som, kan de man 80 procent daarvan in een keer in aftrek nemen van zijn beroepsinkomsten. Bij de vrouw wordt dat alimentatiekapitaal omgezet in een fictief jaarbedrag door toepassing van een omzettingscoŽfficiŽnt, voor 80 procent belast vanaf de dag waarop het kapitaal is uitbetaald tot aan de dag van haar overlijden.

Enorm

Het fiscale voordeel kan enorm zijn. Veronderstel dat de man een zelfstandige is, die op een bepaald moment in een keer een grote uitbetaling, commissie of ereloon ontvangt. In principe moet hij daarop onmiddellijk personenbelasting betalen. Als hij die grote som echter in een keer als alimentatiekapitaal aan zijn (zogezegde ex-)vrouw kan uitkeren, betaalt hij op die som een minimum aan belastingen, gelet op de grote aftrek ten belope van 80 procent. Bij de vrouw wordt de belasting beperkt tot 80 procent van de commissie, en zeer ruim in de tijd gespreid. Als het huis in Hasselt waar de vrouw woont, op naam van de man staat, is dat een onderhoudsuitkering in natura die bij de man opnieuw voor 80 procent aftrekbaar is, terwijl de vrouw op 80 procent van de werkelijke huurwaarde wordt belast. Nog een bijkomende fiscale besparing valt te realiseren wanneer de schijn-ex-echtgenoten overeenkomen om de alimentatie deels uit te betalen aan de kinderen. Alle fiscale voordelen die uit een echtscheiding volgen (er zijn ook nadelen, zoals het verlies van de huwelijkscoŽfficiŽnt), zijn volstrekt gerechtvaardigd voor wie uit de echt scheidt. Maar niet voor wie het spel niet eerlijk speelt.

ALAIN-LAURENT VERBEKE

Pak fraude aan, maar dan wel alle fraude
top
11-01-2012 - Alain-Laurent Verbeke - De Standaard
Moeten zwaar frauderende ondernemers worden aangepakt? Ja. Maar pak dan ook de enorme zwarte economie in BelgiŽ aan. En pak alle fraude aan, groot en klein. Het rechtvaardigheidsgevoel kan alleen maar toenemen, en wie weet wordt het voor de burger een eer en een voorrecht om belastingen te betalen?

Door Alain-Laurent Verbeke

> Is hoogleraar aan de KU Leuven en advocaat bij Greenille in Brussel. > Vindt het terecht dat grote fraude bij ondernemers zwaar wordt bestreden. > Maar stelt dat ook de aanzienlijke zwarte economie stevig moet worden aangepakt. Fiscaliteit zou een vrij simpele aangelegenheid kunnen en moeten zijn. Burgers ondernemen, voeren handel, werken en verdienen daar geld mee. Het samenlevingsverband, georganiseerd in staatsverband, eist een stuk van dat geld op om te voorzien in collectieve diensten en om de kwetsbaren en zwakkeren in de samenleving een vangnet te bieden. Belastingen zijn een herverdelingsmechanisme. Herverdeling van diensten waar eenieder van kan profiteren (onderwijs, gezondheidszorg, wegen) en van steun voor wie het moeilijk heeft (werkloosheid, invaliditeit, pensioen). Vanuit dat perspectief zou het een eer en een voorrecht moeten zijn om belastingen te betalen. Dat privilege vooronderstelt twee basisvoorwaarden. Het belastinggeld moet op een transparante en efficiŽnte manier worden besteed aan voornoemde doelstellingen die maatschappelijk verantwoord en aanvaard zijn. Niet aan grote kabinetten, vriendjespolitiek, en zeker niet aan de organisatie van een systeem waarbij arbeid wordt afgestraft. Bovendien moet er een faire balans zijn tussen de inspanningen van het individu, dat door ondernemen risico's neemt ťn geld verdient, en de plicht om bij te dragen aan het collectief.

EGOŌSTISCHE POENSCHEPPER

In Nederland nam de PvdA in haar verkiezingsprogramma van 2010 op dat topinkomens, boven 150.000 euro per jaar, 60 procent belastingen zouden moeten betalen. Ook premier Elio Di Rupo schijnt van mening te zijn dat het immoreel is om meer dan 150.000 euro bruto per jaar te verdienen. De PS-ideologie omhelst - minstens in theorie - de klasseloze maatschappij. Vele uitspraken vanuit PS-hoek schetsen een negatief beeld van de ondernemer. Hij lijkt gedegenereerd tot een egoÔstische poenschepper, tegenover de werkende klasse die wordt uitgebuit en het gelag moet betalen. We lijken bijwijlen weer aanbeland in de harde 19de eeuw van de industriŽle revolutie. Steeds vaker ontstaat een gevoel van afgunst tegenover degene die nogal wat geld verdient en vermogen opbouwt. De gedachte van de 19de-eeuwse filosoof Pierre-Joseph Proudhon dat eigendom diefstal is, lijkt niet veraf. Beseft men hoezeer we ondernemers nodig hebben voor een gezonde economie? Waar zullen al die werknemers die een fijne job, werkzekerheid, pensioen, 38-urige werkweek, 13de en 14de maand, vakantiegeld en zovele andere privileges claimen, werken als er geen ondernemers meer zijn? Wat zou het recht om te staken, zo goed gekend en beoefend bij onze vakbonden, betekenen zonder ondernemingen die werk verschaffen? Wat zijn onze economie en ons maatschappelijk systeem zonder de talloze zelfstandigen en kmo-bedrijfsleiders die bereid zijn om zich 24 uur per dag en 7 dagen per week in te zetten voor hun bedrijf, keihard te werken en risico's te nemen, en dan natuurlijk - als het lukt - goed geld te verdienen? Verantwoordelijkheid is een gelaagd begrip. Collectieve verantwoordelijkheid, voor de ander, de zwakkere medemens. Maar ook individuele verantwoordelijkheid, voor zichzelf, door het heft in eigen handen te nemen, te ondernemen, te studeren, creatief te zijn. Er is een balans nodig tussen beide.

LEGE DOOS

Collectieve verantwoordelijkheid is een lege doos zonder een groep ondernemende mensen die hun individuele verantwoordelijkheid nemen, die werken en werkgelegenheid verschaffen en geld opbrengen waarmee de doos van het collectief kan worden gevuld. Ondernemers moeten solidair zijn. Ze moeten correct belastingen betalen. Als aan de genoemde basisvereisten van fiscaliteit is voldaan, zullen de meeste ondernemers (wellicht zelfs met plezier) belastingen betalen, als een 'civic duty' of burgerplicht. Wie dat niet doet, en fraudeert, moet worden aangepakt. Dat wordt vandaag al stevig gedaan. Zeker sinds fiscale onderzoeken steeds vaker worden gecriminaliseerd en worden omgezet in strafonderzoeken onder leiding van het parket. Wie beweert in Zwitserland of Monaco te wonen, maar in werkelijkheid de meeste tijd in BelgiŽ rondhangt, fraudeert en moet streng worden aangepakt. Wie geheime commissies int in het buitenland, en daarop geen belastingen betaalt, evenzeer. Men moet echter alle soorten fraude aanpakken, groot en klein. Ook wie in Knokke zijn domicilie heeft om ocharmen de gemeentebelastingen te ontwijken, maar in werkelijkheid altijd in Brussel vertoeft, pleegt domiciliefraude. Wie een echtscheiding organiseert om allerlei fiscale voordelen te plukken, en dan met dezelfde partner het samenleven voortzet, pleegt fiscale fraude. Ook de zelfstandige die weigert werk aan te nemen omdat men een factuur vraagt, of de vrij beroeper die een deel 'onder tafel' vraagt, pleegt fraude.

HERVERDELINGSMECHANISME

En dan is er de grootste fraude door misbruik te maken van het herverdelingsmechanisme van de belastingen en de sociale zekerheid. Een kennis van mij wou onlangs iemand in dienst nemen, volledig officieel en correct, als huispersoneel. De kandidaat ontving een werkloosheidsvergoeding van ongeveer 1.140 euro netto. Het aangeboden loon bedroeg ongeveer 1.550 euro netto. De kandidaat heeft vriendelijk bedankt, met de boodschap dat dat veel te weinig is en dat hij veel meer kan verdienen door in het zwart bij te klussen, boven op zijn werkloosheidsvergoeding. Dat is een vorm van fraude die massaal voorkomt, bij onder meer werklozen en bruggepensioneerden. Het is een fraude die minstens even schandalig is als de grote fraude door ondernemers. Op een Tax Encounter van Econopolis enkele weken geleden verklaarde econoom Geert Noels dat we in BelgiŽ een zwarte economie hebben die ongeveer 20 procent bedraagt. Hij verwees naar Frankrijk waar de zwarte economie is gedaald tot 10 procent, sinds men de verplichting heeft ingevoerd om bijna alle betalingen elektronisch te doen. Waarop wachten we? Als Di Rupo I het ernstig meent met het aanpakken van de fraude, mag er niet met twee maten en twee gewichten worden gewerkt. Laten we inderdaad de grote fraude bij ondernemers aanpakken. Maar laten we tegelijkertijd ook de allergrootste fraude aanpakken, de enorme zwarte economie waar het electoraat van Di Rupo gretig aan meewerkt.

Politieke crisis is nog niet groot genoeg
top
22-02-2011 - Alain-Laurent Verbeke - De Morgen

Politici willen geen externe bemiddelaar omdat ze nog niet aanvoelen dat ze die nodig hebben en de burger ligt er niet wakker van omdat hij nog niet ligt te bloeden

ē Martin C. Euwema (in BelgiŽ werkende Nederlander) en Alain-Laurent Verbeke zijn gewoon hoogleraar aan de K.U.Leuven en directeurs van het Leuven Center for Collaborative Management.
ē Verbeke pleitte eerder in deze krant voor een externe bemiddelaar om de politieke crisis te bezweren. 'Maar, Alain, hoe pijnlijk is de patstelling ťcht?', vraagt Euwema.

Euwema en Verbeke dialogeren over constructief onderhandelen

Naar aanleiding van de politieke crisis voerden we de voorbije dagen een dialoog over Belgische compromissen en constructief onderhandelen. En die begon als volgt:

Martin Euwema: "Beste Alain, je hebt een behartenswaardige oproep gedaan in De Morgen (28/1) en eerder al in De Tijd (13/1) waarin je pleit voor een externe bemiddelaar of een team van bemiddelaars die kunnen helpen om de politieke crisis via een constructieve dialoog tot een oplossing te brengen. Dit is zeker een goed idee en het proberen waard. Het alternatief dat je schetst, een BelgiŽ dat verder afglijdt richting chaos, is bepaald geen wenkend perspectief. Toch vraag ik me af of de tijd rijp is voor een externe bemiddelaar, bijvoorbeeld een ervaren, buitenlandse mediator in internationale conflicten. Het is nogal wat, indien de koning zo'n stap buiten de landsgrenzen zet. Dat kan alleen als partijen ook voelen (a) dat ze echt een externe bemiddelaar nodig hebben; (b) dat de bestaande kaders ontoereikend zijn geworden en een duurzame oplossing belemmeren. Kortom, dat er onorthodox gedacht moet worden. Denk jij dat die condities aanwezig zijn?"

Alain-Laurent Verbeke: "Martin, als ik je goed begrijp, dan stel je dat een externe bemiddelaar die partijen helpt om out of the box te denken, alleen maar kan werken als aan twee voorwaarden is voldaan. Ik begin met je tweede vereiste, dat de bestaande kaders een duurzame oplossing belemmeren. Die conditie lijkt mij wel vervuld in de Belgische context. Al sinds begin jaren 70 wordt druk gezet op het centralistische Belgische kader om tegemoet te komen aan de aanvankelijk economisch regionalistische aspiraties van de Walen en de cultureel-linguistisch-communautaire dromen van de Vlamingen. Over meer dan drie decennia is via allerlei loodgieterswerk steeds verder gesleuteld aan het bestaande kader om altijd maar weer tegemoet te komen aan de diverse wensen. Het is een heel complex kader geworden dat kraakt in al zijn voegen en op vele plaatsen lek slaat. Het kader voldoet dus niet meer en na meer dan drie jaar standstill is duidelijk dat het een duurzame oplossing belemmert.

"Daarnaast stel je ook dat partijen moeten voelen dat ze echt een externe bemiddelaar nodig hebben. Het is inderdaad de vraag of de partijen aan de tafel, de politici, dit zo aanvoelen. Waarschijnlijk niet. Wellicht begrijp ik niets van de machtselementen in de wereld van de grote mensen. En toch denk ik dat politici dienaars van de samenleving en het algemeen belang zouden moeten zijn. Zij moeten dus hun verantwoordelijkheid nemen en zorgen dat we niet de dieperik in gaan. Zelfs als ze nu nog steeds denken dat ze het wel alleen kunnen en er zullen uitgeraken, dan nog zie ik niet in waarom het zou verkeerd zijn om nu al een externe bemiddelaar ter hulp te roepen om de processen van communicatie en coŲperatie uit te tekenen en het out of the box denken te begeleiden. Baat het niet, dan schaadt het toch ook niet?"

Euwema: "Een belangrijke conditie om gemotiveerd te gaan onderhandelen is een zogenaamde 'hurting stalemate'. Vrij vertaald: een pijnlijke patstelling. Dat er een patstelling is, is duidelijk. Maar hoe pijnlijk is die? En voor wie? Ik ontmoet vooral veel cynisme in BelgiŽ over de politiek. Dit cynisme gaat gepaard met een laconieke houding en humor, waarmee de situatie lijkt te worden gerelativeerd: 'Ach, als er ťťn regering niet functioneert hebben we er nog zes. En de EU is nog nooit zo succesvol voorgezeten als door onze ontslagnemende regering. Dus dit kan prima nog even voortduren...' Kortom, Alain, ik betwijfel of momenteel voldoende pijn gevoeld wordt om een bemiddelaar van buiten toe te laten."
Verbeke: "Het is juist dat er voor de aanstelling van zo'n bemiddelaar ook een voldoende democratisch draagvlak moet zijn. Je suggereert dat dit er vandaag niet is, omdat de situatie niet pijnlijk genoeg is. Ook hier heb je wellicht gelijk. De gewone burgers blijven er nog altijd gerust in. We zijn rijk en leven zeer comfortabel. Zoals ik in De Morgen schreef, is de bankrekening de beste behoeder van de vrede. Zolang er niet echt drastisch in de portemonnee wordt gezeten, zolang we niet echt bloeden, zal de passieve Belgische burger er vrij gerust in blijven en zich wentelen in een cynische glimlach omtrent onze surrealistische volksaard.

"Welk intriest beeld doemt hier nu op! Politici willen nog geen externe bemiddelaar omdat ze nog niet aanvoelen dat ze die nodig hebben en de burger ligt er ook niet wakker van omdat hij nog niet ligt te bloeden. Hallo? We moeten dus eerst in de afgrond storten, alvorens er draagvlak kan ontstaan voor een bepaalde oplossing? Ik durf hopen dat zowel politici als bevolking verstandiger zijn dan dat en dat zij liever voorkomen dan genezen."

Euwema: "Machiavelli stelde heel wat eeuwen geleden al: 'Benut altijd de mogelijkheden van een stevige crisis.' Ik vrees dat er eerst nog wat meer crisisgevoel moet ontstaan. Dat kan snel, als de rente op Belgische staatsobligaties verder oploopt en het gebrekkige beleid rond asielzoekers door Europa wordt gesanctioneerd en BelgiŽ door OESO, IMF en EU wordt geviseerd. Denk jij dat dit zou bijdragen aan de acceptatie van zo'n bemiddelaar?"

Verbeke: "Dat is zeker. Overigens is er in mijn beleving vandaag al een crisis en een enorm groot economisch risico. Ik vrees oprecht voor de toekomst van onze sociale welvaartsstaat en, puur egoÔstisch, voor mijn pensioen en voor de financiŽle situatie van mijn drie kinderen die zwaar zullen mogen betalen voor de stommiteiten van vandaag. Van in mijn prille jeugd al heb ik, met de oliecrisis in 1973, over de devaluatie in 1982 en de tunnelverhalen van Wilfried Martens gedurende heel de jaren 80, tot de besparingen om de Maastrichtnorm te halen in de jaren 90, eigenlijk nooit iets anders gekend dan crisis en besparingen. En dat stopt maar niet. Integendeel, sinds 2007 is het erger dan ooit en kunnen we zelfs niet meer met een gerust hart geld op een bankrekening plaatsen. Hoe men dan nog kan twijfelen dat het 5 voor 12 is en toch rustig verder potverteren, is voor mij zowel onbegrijpelijk als onverantwoordelijk."

Euwema: "Wellicht is in de tussentijd een bemiddelaar die van buiten de politiek komt in BelgiŽ ook een alternatief? In Nederland heeft Wijers de rol vervuld waar jij voor pleit. Een gerespecteerd bemiddelaar, werkzaam bij de wereldbank en letterlijk dus buitenstaander. Zou zo iemand ook in BelgiŽ te vinden zijn? Het moet haast wel, en tenzij Reynders nu een wonder verricht, is de tijd er wellicht rijp voor..."

Vijf routes out of the box voor Belgische impasse
top
18-02-2011 - Alain-Laurent Verbeke - De Tijd
Ons land zit muurvast. De irritatie over de al jaren woedende stellingenoorlog neemt zienderogen toe. Het Belgische compromis, waarvoor we overal ter wereld worden bewonderd, is niet meer. Hoe geraken wij uit die coma?

Bij een onderhandeling die vast zit, moet men 'out of the box' denken. Weg van de gebaande paden en de vastgeroeste visies. 'Go to the balcony', bekijk de situatie van op afstand, vanaf het balkon. Dan zie je de relativiteit van het verhaal beter. Het dwingt om het ondenkbare te denken, om echt creatief te zijn. Laten we even brainstormen.

De spelregels voor een goede brainstorming zijn dubbel: 'no evalution' en 'no ownership'. Iedereen rond de tafel moet de grenzen van zijn denken aftasten en mag met de gekste ideeŽn komen. Hoe zot je voorstel ook is, je wordt er niet om uitgelachen of op afgerekend. En als er een goed idee is, behoort het tot de groep en kan niemand eigendom claimen. Op die manier komen er veel ideeŽn op tafel, vaak knettergek of onhaalbaar. Maar precies die laatste zijn soms de trigger voor een idee dat wŤl een goed spoor blijkt te zijn.

Ik heb even - tegen alle regels in - op mijn eentje gebrainstormd en kom voorlopig tot vijf routes 'out of the box'. Er is natuurlijk de voor de hand liggende route van nieuwe verkiezingen, maar die reken ik even niet mee. Alle routes betreffen het proces of de werkwijze, niet de inhoud. Want als alles is vastgelopen, moet men eerst proberen de wagen weer op de rails te krijgen, alvorens te bepalen in welke richting men zal rijden.

1 externe bemiddelaar

Eerder (De Tijd 13 januari) bepleitte ik al de aanstelling van een externe bemiddelaar. Het moet iemand zijn die niet in het conflict zit: een onafhankelijke en neutrale derde die boven de verhitte gemoederen kan uitstijgen. Hij is meerzijdig partijdig: empathisch betrokken bij ťlk van de partijen. Zo leert hij de partijen om op een constructieve manier met elkaar te communiceren. Hij begeleidt en faciliteert hun communicatie en onderhandelingen. Hij tekent een procedure uit, en bepaalt hoe, wanneer en met wie hij gaat praten. Uiteindelijk blijven het de partijen in het conflict die samen de oplossing moeten vinden. Politici moeten niet vrezen, zij blijven de keyspelers.

2 humor

Met BelgiŽ als bakermat van het surrealisme, zouden we kunnen proberen om humor op een positieve manier te hanteren. Hier ligt een verpletterende verantwoordelijkheid voor de media, die veel te escalerend berichten over de politieke situatie en het conflict. In een studie die wij in een Amerikaans juridisch tijdschrift publiceerden, pleitte mijn collega Martin Euwema en ikzelf ervoor dat de media aan beide kanten van de taalgrens gebruik zouden maken van een model voor de-escalatie. Het positieve gebruik van humor kan daarbij constructief en waardevol zijn.

3 inkeer en verantwoordelijkheid

Wij zijn getuige van een enorm conflict tussen het eigenbelang van politici, die enkel op korte termijn denken, en het algemeen belang van het volk. Dat algemeen belang is ons economisch en sociaal welzijn, onze welvaartsstaat waarmee men nu al jaren aan het spelen is. Zoals de Amerikaanse Harvardprofessor Robert Mnookin gisteren opmerkte in een interview in De Tijd, gunnen de politici niemand van de andere kant nog een oplossing van het probleem ('reactive devaluation'). Ze vrezen vanuit puur electoraal eigenbelang voor hun stemmen. En dus voor hun macht.

Als politici nu eens eindelijk tot inkeer zouden komen, hun verantwoordelijkheid zouden opnemen, en focussen op waar het echt om gaat, zorgen voor efficiŽnt bestuur opdat onze rijkdom niet verloren gaat, dan zou het rap opgelost zijn. Uiteindelijk is dat toch het belang dat alle Belgen verenigt: dat het land op een verantwoorde manier wordt bestuurd, zodat wij ons comfortabele leventje niet verliezen. Zegt Di Rupo niet bij herhaling dat hij niet wil dat de Franstaligen verarmen? Hij is goed bezig, op deze manier!

4 voogdij

Een ander spoor is dat de druk vanuit Europa zwaar wordt opgevoerd. Misschien moet de Europese Unie maar tot de conclusie komen dat de speeltijd voorbij is. Ze zou kunnen besluiten dat de prutsers die de hoofdstad van Europa besturen, en de belendende percelen Vlaanderen en WalloniŽ, nu genoeg tijd hebben verloren. Men zou ons land, dat toch maar de omvang heeft van een metropool, onder voogdij kunnen plaatsen.

5 geweld

Beslist geen aantrekkelijke oplossingsspoor is dat van agressie en geweld. En toch. We voelen dat de sfeer grimmiger wordt. Wie er gerust op is dat wij Belgen pacifisten zijn, dat het conflict nooit in geweld kan eindigen, moet zich afvragen hoe lang die vredevolle houding zal blijven duren als het economisch slechter en slechter gaat.

Nu horen we - gelukkig - nog altijd positieve berichten over onze economische toestand. Maar voor hoe lang nog? Hoe lang moet het duren tot de gewone burger het niet meer pikt dat zijn voorrechten en privileges van de sociale welvaartsstaat teloorgaan?

Waar is een burger toe in staat als er zwaar in zijn portemonnee wordt gezeten? Ik hou mijn hart vast voor de tolerantie van verarmde mondige burgers die dag na dag hun levensstandaard zien dalen.

De beste behoeder van de vrede is de bankrekening, de economie. En die staat vandaag op het spel.

Alain Verbeke

ē Is gewoon hoogleraar aan de K.U.Leuven en de universiteit van Tilburg, gastdocent aan Harvard en advocaat bij het kantoor Greenille in Brussel.
ē Ontleedde met Robert Mnookin (Harvard) het Belgische probleem in de studie 'Bye Bye Belgium' (2006).

Alain-Laurent Verbeke pleit voor de benoeming van een internationale bemiddelaar
top
28-01-2011 - Alain-Laurent Verbeke - De Morgen

Sire, BelgiŽ heeft een buitenstaander nodig

Harvardprofessor Mnookin is vertrouwd met de Belgische context en heeft een ijzersterke reputatie in het oplossen van ingewikkelde conflicten. Onlangs schreef hij het boek 'Bargaining with the Devil'

ē Alain-Laurent Verbeke is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven en Tilburg, Visiting Professor of Law Harvard, en advocaat bij Greenille.
ē De Wetstraat heeft nood aan een bemiddelaar. 'Zeker geen Belg en wellicht ook geen politicus.' Alain-Laurent Verbeke suggereert enkele absolute toppers om de impasse te doorbreken.

De institutionele toestand van ons land is hopeloos, maar wťl ernstig. De lijdensweg van de Belgische staatshervorming is ondraaglijk. Wij zijn machteloze getuigen van een dovemansgesprek en stellingenoorlog. Een game of chicken: de prijs van de crash zal door ons allemaal worden betaald. Het beroemde Belgische compromis, waarvoor we overal ter wereld worden bewonderd, is op sterven na dood. Hoe raken wij uit deze coma?

Onderhandelen tegen beter weten in

Bij een negotiatie die vastzit, moet men out of the box denken. Weg van de gebaande paden en de vastgeroeste visies. "Go to the balcony", bekijk de situatie van op afstand, vanaf het balkon. Dan zie je de relativiteit van het verhaal beter. Het dwingt om het ondenkbare te denken, om echt creatief te zijn. Als onze politici dat zelf niet kunnen, hetgeen zij nu al meer dan drie jaar met brio aantonen, dan moeten ze aanvaarden dat er hulp van buitenaf komt.

Tot nu was er een rijke variatie aan onderhandelaars, verkenners, verduidelijkers, bemiddelaars. Maar alle deelnemers aan het proces zijn steevast betrokken partij. Al sinds juni 2007 duurt dit spelletje voort. Vlamingen willen vooruit. Franstaligen willen het status quo. Tegen beter weten in onderhandelen dezelfde spelers, die elke dag opnieuw bewijzen dat zij niet in staat zijn om naar elkaar te luisteren, laat staan elkaar te begrijpen. Dit leidt nergens toe.

Wij hebben nood aan een professionele bemiddelaar, die van buitenaf komt. Iemand die zelf op geen enkele wijze bij het conflict betrokken is, er geen belangen in heeft. Zeker geen Belg dus. Iemand die de zaken in een ruim perspectief kan plaatsen, met oog voor de lange termijn. Wellicht dus beter geen politicus, ook.

Internationaal zijn er een aantal topbemiddelaars met een sterke reputatie. Die zouden kunnen komen uit organisaties zoals het IMF of de Wereldbank. Of uit academische middens: topexperts met een sterke trackrecord in de praktijk van het onderhandelen en vooral bemiddelen van complexe conflicten.

Het Harvard Program on Negotiation (PON) herbergt een aantal absolute toppers. Zo is er mijn eigen leermeester, Professor Robert H. Mnookin, Directeur van PON en professor aan Harvard Law School. In 2006 was hij zes maanden bij mij te gast als titularis van een Internationale Francqui Leerstoel. Wij bestudeerden toen de Belgische situatie vanuit de negotiatietheorie. Mnookin interviewde talrijke spelers zowel uit de politieke, economische, sociale als culturele sector. Hij is vertrouwd met de Belgische context en heeft een ijzersterke reputatie in het oplossen van ingewikkelde conflicten. Onlangs schreef hij het boek Bargaining with the Devil, waarin hij een analyse maakt van onderhandelingen, ook politiek, met tegenpartijen die men als kwaad en slecht ervaart. Ik vermeld ook professor Carrie Menkel-Meadow van Georgetown, Washington; een leading lady met decennia ervaring in internationaal conflictmanagement. De koning is op zoek naar uitwegen uit de impasse. Waarom niet een bemiddelaarscollege van enkele internationale experts aanstellen? Ik zal zijne Majesteit met genoegen een lijstje bezorgen.
Tolerantie van de portemonnee

Een bemiddelaar is een onafhankelijke en neutrale derde die boven de verhitte gemoederen kan uitstijgen. Hij is meerzijdig partijdig: empathisch betrokken bij ťlk van de partijen. Zo leert hij de partijen om op een constructieve manier met elkaar te communiceren. Hij begeleidt en faciliteert hun communicatie en onderhandelingen. Hij tekent een proces, een procedure uit, en bepaalt aldus hoe, wanneer en met wie hij gaat praten. Uiteindelijk blijven het de partijen in het conflict die samen de oplossing moeten vinden. Politici moeten niet vrezen; zij blijven de hoofdrolspelers.

De macht blijft in handen van de partijen, die samen en vrijwillig een oplossing vinden, geholpen en gefaciliteerd door de bemiddelaar. Door zijn empathie en communicatiecapaciteiten toont de bemiddelaar aan de conflictpartijen hoe zij op een constructieve manier kunnen onderhandelen. Hoe men kan leren echt te luisteren naar de visie, bekommernissen, angsten van de ander. Hoe men kan proberen om gezamenlijke, niet-conflicterende belangen te zien, en niet enkel te focussen op tegenstrijdige belangen. Hoe men weer vertrouwen en respect kan opbouwen. Hij tekent een procedure uit die bruggen kan slaan tussen kloven. De bemiddelaar kan de Belgische spelers tonen hoe zij, zoals echtgenoten die in een vechtscheiding terecht dreigen te komen, een coŲperatief communicatiepatroon kunnen aanleren.

Men moet zich trouwens geen illusies maken. Een coŲperatief proces van communicatie en echt luisteren is absoluut noodzakelijk om ergens te geraken. Waar dan ook. De procedure is op dit moment belangrijker dan de inhoud. Zonder een andere manier van met elkaar omgaan en praten, komt er gewoon geen constructief resultaat.

Of we nu naar een confederale structuur gaan, of naar meer macht voor het centrale BelgiŽ, of we het status-quo behouden, of gewoon het land splitsen in twee onafhankelijke staten: het maakt allemaal niet uit. Wat ook het resultaat is, in gelijk welk scenario zijn Vlamingen en Franstaligen gedoemd om met elkaar overeen te komen. Het zal in geen enkel model lukken, zelfs niet in het status quo, als men niet in staat is om op een andere manier, respectvol en coŲperatief, met elkaar om te gaan.

Het alternatief is dat wij verder afglijden, om uiteindelijk in een chaos terecht te komen. Wie er gerust in is dat wij Belgen pacifisten zijn, dat het conflict nooit in geweld kan eindigen, moet zich afvragen hoe lang die vredevolle houding zal blijven duren als het economisch slechter en slechter gaat. Nu horen we - gelukkig nog altijd positieve berichten over onze economische toestand. Hoe lang nog? Hoe lang moet het duren tot de verwende gewone burger het niet meer pikt dat zijn voorrechten en privileges van de sociale welvaartsstaat teloorgaan? Waar is een burger toe in staat als er zwaar in zijn portemonnee wordt gezeten? Ik houd mijn hart vast voor de tolerantie van verarmde mondige burgers die dag na dag hun levensstandaard zien dalen. De beste behoeder van de vrede is de bankrekening, de economie. En die staat vandaag op het spel.

Externe bemiddelaar is heus geen gek idee
top
13-01-2011 - Alain-Laurent Verbeke - De Tijd

Alain-Laurent Verbeke

ē Is gewoon hoogleraar aan de universiteiten van Leuven en Tilburg, visiting professor of law aan Harvard University en advocaat bij het kantoor Greenille in Brussel.
ē Ziet met lede ogen aan dat de regeringsonderhandelingen in een kringetje blijven draaien.
ē Vindt dat er een of meerdere onafhankelijke en neutrale derden moeten worden bijgehaald.

De uitzichtloosheid van de regeringsonderhandelingen dringt ons steeds meer op om ťcht 'out of the box' te denken. Wie dat durft te doen, komt onvermijdelijk uit op het inzetten van een externe bemiddelaar in de Belgische politieke malaise. Want het gaat er niet langer over of BelgiŽ moet, mag of niet kan. De inzet is het behoud van ons sociaaleconomisch niveau.

Een belang dat vele kiezers wŤl verenigt, is dat het land op een verantwoorde manier wordt bestuurd.

De lijdensweg van de Belgische staatshervorming wordt bijna ondraaglijk. De gewone burger begint zich te roeren, met boodschappen op sociaalnetwerksites en oproepen tot protestmarsen. Het aantal e-mails dat ik ontvang van buitenlandse collega's met vragen of links naar artikelen in hun media neemt drastisch toe. Men draait in een kringetje, met steeds dezelfde spelers. De Belgische politiek is als een razende hond die altijd maar krampachtiger in zijn eigen staart probeert te bijten.

Als onderhandelingen vastzitten, moet men meer dan ooit 'out of the box' denken. Weg van de gebaande paden en de evidente stellingen die al zovele jaren weerklinken. 'Go to the balcony', zeggen de Amerikanen. En bekijk de situatie van op een afstand, vanaf het balkon. Dan zie je de relativiteit van het verhaal beter in. Het dwingt om het ondenkbare te denken. Om te proberen echt creatief te zijn.

BelgiŽ heeft dringende nood aan out of the box denken, zowel op het niveau van wie het proces leidt als op het vlak van hoe we eindelijk een uitweg kunnen vinden.

SPELERS

Vooreerst is het nodig te sleutelen aan de spelers in het proces. Tot nu hebben we een rijke variatie gehad aan onderhandelaars, verkenners, verduidelijkers en bemiddelaars. Maar alle deelnemers aan het proces, in welke rol ook, zijn steevast betrokken partij: politicus ťn Belg.
Een echte bemiddelaar daarentegen is een onafhankelijke en neutrale derde die boven de verhitte gemoederen kan uitstijgen. Hij is meerzijdig partijdig: empathisch betrokken bij ťlk van de partijen. Zo leert hij de partijen constructief met elkaar te communiceren. Hij begeleidt en faciliteert hun communicatie en onderhandelingen.

Al sinds juni 2007 zijn wij getuige van een dovemansgesprek en een stellingenoorlog. Tegen beter weten in onderhandelen voortdurend dezelfde spelers, die elke dag opnieuw bewijzen dat zij niet in staat zijn om naar elkaar te luisteren, laat staan elkaar te begrijpen. Het wordt stilaan duidelijk dat dat nergens toe leidt. Of misschien toch: naar de afgrond.

Wij hebben nood aan een professionele bemiddelaar die van buitenaf komt. Iemand die op geen enkele wijze bij het conflict betrokken is, er geen belangen in heeft. Zeker geen Belg dus. Iemand die de zaken in een ruim perspectief kan plaatsen, met oog voor de lange termijn. Wellicht dus beter geen politicus ook. Internationaal is er een aantal topbemiddelaars met een sterke reputatie. Het lijkt mij een goed idee een college van drie van dergelijke internationale experts aan te stellen als bemiddelaars om de hond te tonen hoe hij zijn staart met rust kan laten.

MIDDELEN

Een van de grote uitdagingen voor onze moderne verwende samenleving is het herontdekken van een faire balans tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, tussen rechten en plichten. Responsabilisering begint bij elk van ons. In alle lagen van de bevolking en alle mogelijke contexten. Wie eerlijk de hand in eigen boezem steekt, zal moeten toegeven dat hij of zij nog veel werk heeft op de weg naar verantwoordelijkheidszin die het pure eigenbelang overstijgt.
Maar de burger vraagt terecht dat de overheid het voorbeeld geeft. Responsabilisering van de overheidsorganisatie is daarom een noodzakelijke voorwaarde voor meer verantwoord burgerschap, voor een nieuwe civil society. Een overheid die haar verantwoordelijkheid neemt, handelt efficiŽnt en transparant. Dat is het behoorlijk bestuur dat broodnodig is om de sociale en economische uitdagingen te pakken, met hoop en met perspectieven voor verandering en verbetering.

Het doel kan en mag dus niet zijn om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen, om bevoegdheden over te dragen naar gemeenschappen en gewesten, om Brussel geld te geven, om de financieringswet te hervormen. Evenmin kan het de bedoeling zijn BelgiŽ tot elke prijs in stand te houden. Dat alles zijn middelen, al dan niet adequaat, om een doel te bereiken. Dat doel is verantwoord bestuur. Stilaan wordt het doel echter er gewoon voor te zorgen dat we economisch niet over de kop gaan en ons welvaartspeil nog een beetje kunnen redden.

De jongste jaren, misschien wel decennia, zijn de middelen het doel gaan domineren. BHV splitsen, bevoegdheidsdevolutie, een confederaal model en Vlaamse onafhankelijkheid enerzijds, BelgiŽ en het status-quo behouden anderzijds: het worden allemaal doelen op zich. Terwijl het slechts mogelijke middelen (zouden mogen) zijn om een verantwoordelijke overheid te realiseren.
Natuurlijk weet ik wel dat verantwoordelijkheid en politiek met mekaar een eigenzinnige spanningsverhouding hebben. Een toppoliticus zei mij ooit dat al mijn principes uit de negotiatietheorie goed zijn voor contractnegotiaties of onderhandelingen van erfenisconflicten, maar waardeloos in de politiek. Ook al omdat ik als naÔeve academicus niets begrijp van de machtsdynamiek waar politici zo subtiel mee kunnen omgaan. Hij heeft gelijk. Maar daarom hoef ik dat nog niet te accepteren.

Een klassieke spanning die een onderhandelaar moet managen, is die tussen zijn eigenbelang en dat van zijn opdrachtgever. Als advocaat ga ik daar elke dag bewust mee om. Het belang van mijn cliŽnt primeert. Een politicus zal u verzekeren dat hij dat ook doet: het belang van zijn kiezer, die hem zijn stem en vertrouwen gaf, gaat boven alles. Ik durf dat te betwijfelen. Eenvoudig omdat het niet mogelijk is. Om te beginnen weet die politicus niet wie voor hem heeft gestemd. En daarenboven zijn de belangen van die kiezers op massa's punten heel verschillend en vaak allerindividueelst.

Een belang dat vele kiezers wŤl verenigt, is dat het land op een verantwoorde manier wordt bestuurd. Volgens simpele principes zoals zaaien naar de zak, de tering naar de nering zetten. Niet megalomaan zijn. Niet zichzelf bedienen. Feeling hebben voor belangenconflicten. Oprecht het ego, de ijdelheid en de ambitie kunnen inbedden in een missie om te besturen en de samenleving te dienen. Minister, in het Latijn, betekent dienaar.

IN THE BOX

Vergeet BHV. Vanop het balkon bekeken is het een ridicule en compleet irrelevante discussie. Laten we hulp zoeken bij een onafhankelijke bemiddelaar. En hopen dat die kan herijken op het echte doel. Focus op responsabilisering. Op onze gezamenlijke, niet-conflicterende belangen en niet alleen maar op de tegenstrijdige belangen. Waarom zou een verantwoorde overheidsorganisatie noodzakelijkerwijze enkel kunnen met minder BelgiŽ of zelfs zonder BelgiŽ? Niet het speelterrein zal ons sociaaleconomisch vooruithelpen, wel de spelregels.

Misschien moeten we BelgiŽ weer in de doos steken. De vraag is niet of BelgiŽ moet of mag of niet kan. De vraag is of en hoe wij ons sociaaleconomisch niveau kunnen behouden. Dat mag met minder BelgiŽ als dat beter is om het doel te bereiken. Maar dat moet niet. In elk geval liever BelgiŽ met nieuwe spelregels en responsabilisering dan de huidige chaos.
Back