Begrijpend lezen in het lager onderwijs: sociale achtergrond bepaalt vaak vaardigheid
Een internationaal onderzoek naar de prestaties voor begrijpend lezen aan het eind van het vierde leerjaar lager onderwijs toont grote verschillen tussen Vlaamse leerlingen. Die verschillen blijken in grote mate bepaald door de sociaal-culturele en etnisch-culturele achtergrond van de leerlingen. Aan de studie namen 137 Vlaamse basisscholen deel.
De onderzoekers koppelden de scores voor begrijpend lezen aan achtergrondgegevens over de leerlingen: geslacht, geboortemaand, geletterdheid bij het begin van het eerste leerjaar (kon het kind dan bijvoorbeeld al zijn eigen naam schrijven), geboorteland van de ouders en taalgebruik thuis, opleidingsniveau van de ouders, het aantal boeken in huis en dergelijke. De effecten van die zogenoemde instroomkenmerken zijn vaak optelbaar en ongunstige instroomkenmerken komen heel vaak in combinatie met elkaar voor.
Kinderen met een laag opgeleide vader hebben meestal ook een laag opgeleide moeder; die ouders hebben vaker een minder gunstige houding tegenover lezen en er zijn minder boeken thuis. Die kinderen blijven ook al eens vaker zitten. Als de effecten daarvan bij elkaar opgeteld worden, komt men tot grote verschillen in leesscores tussen kansarme leerlingen en modale of kansrijke leerlingen.
Boven op de verschillen die sociaal-cultureel van aard zijn, springt één etnisch-cultureel gegeven in het oog: de veel lagere gemiddelde score van Turkse kinderen. In het algemeen blijkt de achterstand van allochtone kinderen in grote mate door sociaal-culturele factoren verklaard te kunnen worden. Maar voor Turkse kinderen in Vlaanderen komt daar toch nog een flinke achterstand bij die niet door sociale factoren verklaard lijkt te kunnen worden.
De verschillen tussen leerlingen geven aanleiding tot verschillen tussen scholen. Maar als je rekening houdt met het soort leerlingen in elke school, verschillen de scholen niet significant van elkaar. Als het over begrijpend lezen gaat, blijken de Vlaamse basisscholen alle nagenoeg even effectief te zijn. Ze dragen alle in ongeveer gelijke mate bij tot de prestaties van hun leerlingen. Het is wel mogelijk dat voor begrijpend lezen verschillen tussen basisscholen in Vlaanderen pas na het vierde leerjaar duidelijk worden, bijvoorbeeld op het einde van het zesde leerjaar.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met professor Jan Van Damme van het Centrum voor Onderwijseffectiviteit en -evaluatie. U kunt ook bellen met Jean-Pierre Verhaeghe of Heidi Knipprath (016 32 61 70). Meer informatie over het onderzoek en de resultaten kunt u vinden op http://ppw.kuleuven.be/pirls/resultaten/Vlaanderen.html.
