Algemene informatie

Academiejaar 2011 - 2012

Algemene begintermen voor een bacheloropleiding

Slagen voor een universitaire opleiding is op zich weinig voorspelbaar. Wanneer je uit een wiskundige richting komt, kun je procentueel gezien dan wel een stapje voor hebben, van zekerheid is er geen sprake. Je kunt jezelf wel toetsen aan een aantal verwachtingen vanuit het academisch onderwijs ten aanzien van toekomstige studenten.

Begintermen

Begintermen omschrijven deze verwachtingen. Het zijn dus geen toegangsvoorwaarden. Begintermen worden aan de K.U.Leuven als volgt omschreven:

"Uitspraken die (toekomstige) studenten en opleidingen in operationele termen informeren over de verwachtingen vanuit de universiteit als geheel, vanuit een opleiding of desgevallend vanuit specifieke opleidingsonderdelen. Deze verwachtingen betreffen kenmerken van studenten (bijvoorbeeld inzake voorkennis) bij de aanvang van de opleiding of van een opleidingsonderdeel. Begintermen geven helder aan wat de universiteit, de opleiding, het opleidingsonderdeel verstaat onder het begrip 'normstudent'."

Begintermen verwijzen naar competenties (kennis en vaardigheden), naar attitudes (motieven, houdingen, voorkeuren) of naar fysieke gesteldheid zoals lichamelijke of zintuiglijke kenmerken.

Daarnaast is er een onderscheid tussen begintermen die eerder domeinspecifiek zijn (gebonden aan een bepaalde discipline of professionele activiteit) en deze die domeinoverstijgend, algemeen van aard zijn.

Indicatoren

Er wordt verder nog een onderscheid gemaakt tussen begintermen en indicatoren. Indicatoren zijn concrete vaardigheden of handelingen die een aanwijzing (geen garantie of noodzakelijke voorwaarde) vormen voor het beantwoorden aan de begintermen. De indicatoren zijn niet dwingend met de begintermen verbonden, maar ze kunnen je wel meer houvast geven bij het inschatten of je al dan niet aan de verwachtingen van een normstudent voldoet.

Hieronder vind je de begintermen voor de academische bacheloropleiding. Deze begintermen kunnen nog verder worden aangevuld met begintermen specifiek voor de opleiding.

(Bron: Eindrapport Werkgroep Begintermen)

Ten aanzien van algemene competenties

Begintermen

Indicatoren

voor de universiteit als geheel

  • vermogen tot analyse, synthese en interpretatie
  • van een tekst een schema kunnen maken
  • de elementen van een redenering kunnen identificeren
  • een goede samenvatting kunnen maken
  • goed ontwikkeld geheugen
  • parate kennis hebben over specifieke onderwerpen
  • observatievermogen
  • verschillen opmerken
  • communicatievaardig (mondeling, schriftelijk) (eigen moedertaal)
  • een gesprek kunnen voeren
  • een leesbare en coherente tekst kunnen schrijven
  • een presentatie, voordracht kunnen geven
  • minstens passieve kennis van het Engels en het Frans
  • het nieuws op een Franse of Engelse radio- of tv-zender kunnen volgen
  • een Engelse/Franse krant/roman kunnen lezen
  • observatievermogen
  • in groep kunnen werken
  • aan onbekenden een vraag durven stellen
  • voor de Groep Wetenschap & Technologie

  • mathematisch vaardig
  • een tekst met formules kunnen analyseren
  • een tabel kunnen lezen en er conclusies kunnen uit afleiden
  • kunnen werken met afgeleiden, integralen
  • wetenschappelijk vaardig
  • een wetenschappelijke tekst kunnen lezen, de basisbegrippen begrijpen
  • kennis hebben van de basistermen uit natuurkunde, scheikunde en biologie
  • voor de Groep Biomedische Wetenschappen

  • wetenschappelijk vaardig
  • een wetenschappelijke tekst kunnen lezen, de basisbegrippen begrijpen
  • kennis hebben van de basistermen uit natuurkunde, scheikunde en biologie
  • mathematisch vaardig
  • een tekst met formules kunnen analyseren
  • een tabel kunnen lezen en er conclusies kunnen uit afleiden
  • noties van afgeleiden, integralen, algebraïsche bewerkingen kunnen uitvoeren
  • voor de Groep Humane Wetenschappen A (cultuurwetenschappen)

  • passieve kennis van meerdere moderne talen
  • het journaal in verschillende talen kunnen volgen
  • kranten in verschillende talen kunnen lezen
  • voor de Groep Humane Wetenschappen B (gedragswetenschappen)

  • passieve kennis van meerdere moderne talen, vooral Engels en Frans
  • het journaal in verschillende talen kunnen volgen
  • kranten in verschillende talen kunnen lezen
  • kennis van actuele problemen
  • over actuele thema's eigen opinie hebben en weten hoe anderen er over denken
  •  

    Ten aanzien van attitudes

    Begintermen

    Indicatoren

    voor de universiteit als geheel

  • wetenschappelijke interesse
  • verwonderd zijn over de dingen, zich vragen stellen
  • volgen van wetenschappelijke programma's op tv
  • opzoeken van wetenschappelijke informatie op internet
  • leergierigheid
  • af en toe iets opzoeken in een encyclopedie, op internet en/of in woordenboeken
  • vragen stellen aan deskundigen
  • zelf dingen uitproberen
  • kritische ingesteldheid
  • niet zonder meer accepteren wat ergens gezegd of geschreven wordt
  • op zoek gaan naar bewijsvoering
  • fouten in redeneringen kunnen detecteren
  • creatieve ingesteldheid
  • nieuwe ideeën opperen
  • alternatieve oplossingen bedenken
  • een boodschap origineel verpakken
  • nauwgezetheid
  • precies redeneren
  • afwerken van taken, puntgave weergave van ideeën
  • betrouwbaar zijn in afspraken (bv. groepswerk)
  • zin voor detail
  • teksten nalezen op tikfouten
  • ook de voetnoten lezen
  • regelmatige werkgewoonten
  • opstellen van een studieplan
  • regelmatig bijhouden van nota's
  • bereidheid tot samenwerking
  • samen projecten uitwerken
  • je notities doorgeven
  • ethisch besef
  • zich vragen stellen bij de consequenties van gedragingen, beslissingen
  • de maatschappelijke gevolgen van werkzaamheden, beslissingen inschatten
  • voor de Groep Wetenschap & Technologie

  • positief-wetenschappelijke interesse
  • de wetenschapspagina's in kranten en tijdschriften lezen
  • naar documentaires kijken
  • zelf experimenten uitvoeren
  • geboeid zijn door probleemoplossend denken
  •  

    voor de Groep Biomedische Wetenschappen

  • interesse in biologische processen
  • actief bezig zijn met fauna en flora
  • naar documentaires kijken
  • interesse in mens en gezondheid
  • de gezondheidsbijlagen lezen
  • bijsluiters lezen
  • gezond leven
  • positief-wetenschappelijke interesse
  • de wetenschapspagina's in kranten en tijdschriften lezen
  • zelf experimenten uitvoeren
  • voor de Groep Humane Wetenschappen A  
  • interesse voor het culturele gebeuren (taal en cultuur)
  • in kranten en tijdschriften geregeld de cultuurpagina's lezen
  • geregeld naar theater, film gaan
  • voor de Groep Humane Wetenschappen B  
  • interesse voor het maatschappelijke gebeuren
  • problemen vanuit verschillende hoeken willen beluisteren
  • geregeld naar het nieuws luisteren
  • actief meewerken aan projecten rond ondernemingszin
  • engagement in ngo
  • positief-wetenschappelijke ingesteldheid
  • zelf zoeken naar abstracte voorstellingswijzen
  • experimenten uitdenken
  • zoeken naar empirische bewijsvoering
  •  

    Ten aanzien van fysieke kenmerken

    voor de Groep Biomedische Wetenschappen

  • sterke fysieke conditie
  • lang rechtop kunnen staan