|
 |
Vragen en antwoorden
- In onze opleiding zijn in de kandidatuur de helft van de vakken, vakken
die gevolgd worden bij andere opleidingen. Daarover kunnen wij geen
beslissingen nemen. We zijn volledig afhankelijk van de beslissingen
van anderen. Komt hier een arbitrage- of coördinatiecommissie ?
Antwoord:
- We suggereren twee uitgangsprincipes voor oplossing.
Behoud, indien mogelijk, de huidige plaatsing van de vakken die door
meerdere opleidingen worden gevolgd.
- Een voorstel tot plaatsing van dergelijk vak gaat best uit van de
onderwijsprogrammerende opleiding (dit is de opleiding die dit vak
'eerst' op zijn programma plaatste, wat uit de lettercode van het
vak kan afgeleid worden). De programmadirecteur ervan organiseert
het overleg met de betrokken docent en de andere opleidingen die het
vak ook op hun programma plaatsten. Er is als zodanig geen arbitragecommissie.
Probleemgevallen kunnen worden voorgelegd aan de Coördinatiegroep
SES.
- Men kan zich in principe aan de aanbodzijde een indeling indenken
die volledig voldoet aan de regels, circa 50% examens-studiepunten in
januari. Maar wanneer studenten zoals bij ons grote keuzemogelijkheden
hebben, kan men zich indenken dat op grond van zijn keuze een student
uitkomt op 20/80% ook als is het aanbod evenwichtig.
Wat gedaan ? Ervan uitgaan dat de student bij zijn keuze maar moet weten
wat hij doet ?
Antwoord:
Volgende algemene principes voor een oplossing worden naar voor geschoven.
- Het programma wordt in elk geval zo gestructureerd dat de student
een 50/50 'kan' realiseren.
- Een herprogrammeren van de keuzemogelijkheden kan hierbij helpen.
- Niet alle plichtvakken in één semester plaatsen is
eveneens een hulpmiddel.
- Het is best dat voorzien wordt in de regelgeving dat de student,
ondanks keuzemogelijkheden, toch benaderend de 50/50 realiseert (geef
tolereerbare grens voor afwijking aan: bv. 40/60).
- Wanneer op tweede cyclusniveau, het programma wordt opgemaakt niet
per licentiejaar, maar over de hele tweede cyclus, vergroot de kans
dat de 50/50 gerealiseerd wordt, zowel programmatorisch als in hoofde
van de kiezende student (de student moet dan wel zijn programma plannen
voor de hele tweede cyclus ineens).
- In ons systeem kunnen vakken ofwel in 1e licentie of in 2e licentie
worden genomen. Ook hier komen we in een situatie die niet te overzien
valt. Zal er toch niet moeten worden voorzien dat de studenten uit het
aanbod aan examens er een bepaald aantal kiezen zonder ze noodzakelijk
allen te moeten nemen. Wat een goede regeling is in 1e lic., is het
niet noodzakelijk in 2e lic.
Antwoord:
De POC bepaalt welke vakken wanneer gegeven worden, en daardoor ook
wanneer welke examens voorkomen. De student moet (cf. de richtlijnen)
het examen dan afleggen. Er is niet voorzien dat zowel in januari als
in juni examen kan worden afgelegd over een vak gedoceerd en afgewerkt
inhet eerste semester. Basisidee blijft hierbij dat de evaluatie onmiddellijk
aansluit bij de andere onderwijsactiviteiten.
- Kan een jaarvak behouden blijven op voorwaarde dat het opgesplitst
wordt in 2 afzonderlijk te examineren onderdelen. Wordt op deze wijze
een extra vak gecreëerd of worden de punten van deze twee examens
samengeteld tot 1 punt.
Antwoord:
Indien onderwijskundig verantwoord kan een vak worden gegeven over een
periode langer dan een semester. Aan het einde van het eerste semester
kan (maar moet niet) een examen worden georganiseerd over het afgewerkte
deel (een deelpunt wordt meegedeeld). Aan het einde van het tweede semester
volgt het examen over het tweede deel. Men houdt in ieder geval in het
oog dat het ook de bedoeling is het aantal formele examens te laten
dalen door andere evaluatiemethoden te hanteren. Beide deelpunten worden
samengevoegd tot één punt voor de deliberatie. Op die
manier is 'binnen' het vak compensatie mogelijk voor minder in januari
en beter in juni. Slaagt de student niet na de deliberatie in juni en
heeft hij geen overdracht voor dit vak, dan moet hij in september opnieuw
examen afleggen over het geheel. Er wordt dus in bovenstaande beschrijving
geen extra vak gecreëerd. Dat zou slechts zo zijn als het vak wordt
opgesplitst in twee vakken, met twee quoteringen op de deliberatie (maar
denk aan het gulden advies: als streefdoel 10 examens per jaar en niet
opdrijven van het aantal examens).
Belangrijke opmerking:
Aan de Commissie Examenreglement wordt advies gevraagd om overdrachten
van punten van delen van opleidingen mogelijk te maken binnen het academiejaar
(uitbreiding art. 39 Examenreglement) en naar het volgend academiejaar
(uitbreiding art. 40 Examenreglement). Wij raden aan de website Onderwijs
de volgende weken opnieuw te bezoeken voor verdere verduidelijking omtrent
dit punt.
- Indien, zoals onder 4 gesteld, de punten van twee examens worden samengeteld
tot 1 punt:
- welk deel van het programma moet de student opnieuw doen wanneer
hij op één van beide onderdelen een onvoldoende zou
halen;
- kan een onvoldoende van één semester opgetrokken
worden door een voldoende van het andere semester
Antwoord:
Inbegrepen in antwoord op vraag 4.
- In welke mate kan de huidige programmahervorming (binnen de Faculteit
Godgeleerdheid) de komende Sorbonne-Bologna-verklaring anticiperen ?
Antwoord:
Uitspraken over Bologna-implicaties zijn vooralsnog voorbarig.
- Kan (binnen de Faculteit Godgeleerdheid) de nieuwe studiepuntenverdeling
reeds formeel gezien worden als een anticipatie van creditpunten volgens
het ECTS ?
Antwoord:
De Faculteit Godgeleerdheid participeert in Erasmus dus de studiepuntenregeling
voldoet aan de voorwaarden van het ECTS; essentieel is dat de vakbeschrijving
(syllabus) voldoet aan de ECTS-vereisten.
- Onderzoeken van de mogelijkheid om de ALO reeds in de basisopleiding
in te schuiven.
Antwoord:
Een beperkt gedeelte van de vakken binnen de ALO-opleiding (brugvakken)
kan uit de basisopleiding gehaald worden volgens de regels opgesteld
door de ALO-opleiding. Daarnaast kan de eigen opleiding desgevallend
toestaan dat als keuzevakken eigenlijke ALO-vakken gevolgd worden die
'meetellen' binnen de eigen opleiding.
- Januari-examens - samenstelling studieprogramma binnen het SES : krijgt
de student nog de kans (2de cyclus) om na de eerste weken van het tweede
semester zijn studieprogramma aan te passen?
Antwoord:
De syllabi moeten van die aard zijn dat alle relevante informatie waarop
een beslissing gebaseerd kan zijn voorhanden is bij aanvang van het
academiejaar. Het voorstel is dus de termijn waarbinnen het studieprogramma
van het hele jaar moet vastgelegd zijn te handhaven binnen het eerste
semester (datum vast te stellen door de opleiding zelf). Vragen tot
afwijking kunnen, mits gemotiveerde aanvraag, bij de Faculteit worden
ingediend.
- Komt er een week 0 voor de opening van het academiejaar ?
Betekent dit ook dat de standaard huurcontracten voor de koten hierop
worden aangepast zodat studenten niet meer in de eerste week hun kot
moeten inrichten en hun cursussen en boeken nog moeten aanschaffen ?
Antwoord:
Er komt geen week 0 voor de opening.
De sociale sector neemt het initiatief om de implicaties op de huurcontracten
te onderzoeken, gelet op het feit dat in sommige jaren het academiejaar
niet de laatste maandag van september aanvat.
- Kunnen de lesvrije (blok-)weken gebruikt worden voor de afwerking
van papers, opdrachten
Antwoord:
De evaluatie van de opleidingsonderdelen uit het eerste semester dient
afgerond te worden op het einde van het eerste semester. Niet voor alle
vakken worden formele examens georganiseerd. Derhalve kunnen de lesvrije
weken nog gebruikt worden voor het afwerken van opdrachten die dan voor
de examenperiode aanvangt (uiterlijk de laatste dag van de blokperiode)
worden ingeleverd. Belangrijk is in elk geval dat de studenten hierover
tijdig en duidelijk worden geïnformeerd.
- Men heeft de neiging om de zwaardere vakken in het eerste semester
te plaatsen. Dit geeft automatisch een onbalans.
Antwoord:
De evenwichtige verdeling van de studiepunten over de twee semesters
moet gerespecteerd worden.
- In het kader van de Erasmus-uitwisselingen treden soms uitwisselingen
van enkele maanden op. Hoe kan men dit inpassen in het SES-systeem,
de tijdsverdeling binnen 1 semester wordt wel erg krap
Antwoord:
Zoals in het verleden zal er voor de Erasmus-studenten naar een ad hoc
oplossing moeten gezocht worden.
- Vraag tot uitzondering vanwege het Instituut voor Levende Talen voor
de taalvakken waar het accent op taalverwerving ligt om een spreiding
over twee semesters toe te laten. Argumentatie: onderwijskundig is er
nood aan de permanente oefeningen van zich geleidelijk ontwikkelende
vaardigheden en organisatorisch zou een beperking tot een semester een
verdubbeling van de belasting van sommige docenten met zich meebrengen.
Antwoord:
Er lijkt in principe geen probleem om toe te staan dat opleidingsonderdelen
waarin het verwerven van een taal centraal staat over meerdere semesters
wordt gespreid. Het verwerven van dergelijke vaardigheden vereist immers
een geleidelijke ontwikkeling en oefeningen die over langere tijd kunnen
worden gespreid. Er kunnen na het eerste semester ook deelexamens worden
afgenomen. Deze zijn dan definitief en betreffen de taalvaardigheden
die in het eerste semester aan de orde kwamen. Toch kan een dergelijke
maatregel niet als algemene regel gelden. De maatregel valt immers voornamelijk
te beargumenteren voor beginnende taalverwerving. In een aantal opleidingen
staat weliswaar taalverwerving centraal maar is dit ook op specifieke
vaardigheden of gerichte upgrading geconcentreerd. Net zo min als men
de verwerving van dergelijke vaardigheden over het geheel aantal beschikbare
studiejaren spreidt is ook hier een spreiding over beide semesters niet
noodzakelijk. Het is dan ook aan de onderscheiden POCs om hierin
een overwogen beslissing te nemen rekening houdende met de specifieke
doelstellingen van het taalonderwijs in de eigen richting.
Deze beslissing is gebaseerd op onderwijskundige gronden. Zonder twijfel
zouden oplossingen kunnen worden gevonden (door andere taakverdeling
bijvoorbeeld) om te vermijden dat zich een concentratie van de belasting
zou voordoen.
- Verliezen de proefexamens niet alle zin, en behoudt men ze niet enkel
als pseudo-proefexamens.
Antwoord:
Bij de invoering van het semesterexamensysteem vanaf 2001-2002 wordt
ook afgezien van het inrichten van proefexamens. Het systeem van proefexamens
voor een beperkt aantal vakken wordt op termijn vervangen door een systeem
van tussentijdse toetsen voor alle vakken uit de eerste kandidatuur.
- Hoe kan een POC de studietoetsen coördineren, het moment ervan
wordt bepaald door de logica van het vak?
Antwoord:
In eerste instantie kan de programmadirecteur er mee over waken dat
studenten inderdaad de kans krijgen zichzelf voor alle opleidingsonderdelen
uit de eerste kandidatuur tussentijds te toetsen. Bovendien kan de programmadirecteur
er ook over waken dat de toetsen inzake inhoud en oriëntatie aan
de studenten een duidelijk beeld verschaffen van de examenvereisten.
Tenslotte kan de programmadirecteur er mee voor zorgen dat voor die
opleidingsonderdelen waarvoor op vaste tijdstippen toetsen worden georganiseerd
tussen de titularissen afspraken worden gemaakt.
- Op welke wijze kan nu reeds rekening worden gehouden met de evoluties
inzake de harmonisering van het hoger onderwijs in Europa?
Antwoord:
Momenteel is er nog geen duidelijkheid omtrent de vraag hoe in Vlaanderen
de bachelor-master structuur er zal uitzien. Verwacht wordt dat de hervormingen
nog minimaal een drietal jaren op zich zullen laten wachten. Toch kan
nu reeds rekening worden gehouden met de vraag naar versterking van
de flexibiliteit. Wellicht zal worden overgegaan naar een semestersysteem
wat onder meer inhoudt dat studenten hun studies ook in het tweede semester
zouden kunnen aanvatten.
- Zijn twee deeltijdse programmas equivalent aan het semestersysteem
? Kan men twee deeltijdse programmas overnemen in het SES-systeem
?
Antwoord:
Men kan een deeltijds programma van een academische opleiding afwerken
in 1 semester of spreiden over 2 semesters.
- Examens: mondeling of schriftelijk?
Antwoord:
De invoering van het semesterexamensysteem impliceert geen verandering
van de vorm van het examen. Nog steeds blijft gelden dat de titularis
in overleg met de POC de vorm van het examen vastlegt en duidelijk aan
de studenten kenbaar maakt. Vanuit begeleide zelfstudie kan in een aantal
gevallen wel worden gepleit voor het meer frequent gebruik van vormen
van permanente evaluatie waardoor in die gevallen wellicht minder nood
is aan formele examens op het einde van een semester.
- Moet het aantal studiepunten bij de weging van de vakken op de deliberatie
worden betrokken?
Antwoord:
De weging van de vakken kan maar moet niet gebaseerd zijn op de studiepunten.
Of in een opleiding wordt gewogen en op welke wijze is een beslissing
van de examencommissie. Natuurlijk is het evident dat de studenten hierover
duidelijk en tijdig worden geïnformeerd.
- De mogelijkheid van een tweede zit in juni is van belang voor buitenlandse
studenten.
Antwoord:
Voor de buitenlandse studenten moet naar een ad hoc oplossing gezocht
worden
- Mogen lessen die wegvallen omwille van feestdagen en andere activiteiten
worden vervangen? Zo vallen, omwille van introductiedagen en de opening
van het academiejaar in het eerste semester al twee dagen weg.
Antwoord:
Lessen die wegvallen omwille van allerhande redenen mogen worden vervangen.
Toch kan ook gezocht worden naar alternatieven voor de lessen. Zo kan
er voor worden geopteerd studenten een opzoekopdracht te geven of kan
hen een reeks oefeningen worden meegegeven. Dergelijke opdrachten vereisen
natuurlijk dat er in een contactmoment op wordt teruggekomen zodat studenten
de relevantie zien van de opdracht en enige terugkoppeling krijgen.
Introductiedagen moeten zo veel mogelijk in tijd beperkt worden.
- Kan voor laatstejaars wat de invoering betreft de nodige soepelheid
worden ingebouwd.
Antwoord:
In de richtlijnen staat duidelijk gestipuleerd dat met name voor de
laatste jaren een permanente afwijking kan worden gevraagd. Een dergelijke
afwijking moet mogelijk maken op vlotte wijze met stages en verhandelingen
om te gaan. Vermeden moet dan worden dat de vier weken na de kerstvakantie
onbenut blijven en dat de studenten in de juli-zittijd een al te zwaar
examenprogramma moeten afwerken.
- Kan uitstel tot invoering gevraagd worden omwille van een in aantocht
zijnde programmahervorming ?
Antwoord:
In principe kan dit niet. Men dient er ook rekening mee te houden dat
het aanvragen van uitstel van invoering of afwijking van het SES in
elk geval uitgesloten is voor de 1e cyclus. Bovendien is het nu het
geschikt moment om de hervorming door te voeren.
- Wat is de impact van het SES-systeem op de vakinhouden. Dienen deze
ook gereduceerd te worden ? Wat dan met de studieduurtijd ? Blijft deze
constant en worden aangepaste werkvormen voorzien zodat de hoorcolleges
reduceren ?
Antwoord:
De omvang van wat aan bod komt in een opleidingsonderdeel moet niet
noodzakelijkerwijs gereduceerd worden in vergelijking met de huidige
toestand. De dosering van contacturen en uren zelfstandig werken moet
gebeuren binnen het kader van de doelstellingen van het opleidingsonderdeel.
Men zal hier gradueel moeten zoeken naar een aangepaste vormgeving in
het kader van het concept Begeleide Zelfstudie. In elk geval moet in
een eerste stadium m.b.t. hoorcolleges en oefeningen minimaal een 13/15e
regel worden toegepast. Dit betekent dat voortaan 1 s.u. = 1u per week
gedurende 13 weken. Voorgaande impliceert in elk geval niet dat het
aantal contacturen, dat nu minder wordt voorzien dan vroeger, eenvoudig
wordt vervangen door x bladzijden door de student zelf te studeren.
Meer algemeen wordt de vraag ook beantwoord in het document Het
SES aan de K.U.Leuven. Beschrijving en richtlijnen voor uitwerking
onder 4.2: Begeleide Zelfstudie en studieomvang. Samengevat
worden de regels en aandachtspunten waarmee men rekening moet houden
herhaald onder punt C. van het document Invoering SES. Voorstellen
van curriculum voor de opleiding waarop men zich moet baseren
om per 1 maart zijn voorstellen in te dienen. Deze documenten zijn te
consulteren op http://www.kuleuven.ac.be/onderwijs/.
- Wat zijn de criteria voor uitzonderingen op het semesterexamensysteem.
Antwoord:
Het is onmogelijk voor de Vaste werkgroep curriculumhervorming om in
het algemeen uitzonderingscriteria te omschrijven. Allicht kan wel aangegeven
worden wat niet als argument zal kunnen gelden. De Vaste werkgroep beraadt
zich hierover begin januari.
- Lessen 21ste Eeuw.
Blijft het mogelijk het vak Lessen voor de 21ste eeuw te
programmeren met de omvang van een semestervak van 2u, maar over de
scheiding tussen beide semesters heen ?
Blijft het mogelijk het examen te organiseren volgens de huidige modaliteiten
d.w.z. buiten de reglementair voorziene examenperiodes ?
Antwoord:
Voor het Interfacultair College 'Lessen 21ste Eeuw' is het mogelijk
het vak te programmeren met de omvang van een semestervak van 3 studiepunten
gedurende 13 weken over de scheiding van de twee semesters heen. (In
zijn persoonlijke programmatie krijgt de student de keuze om voor het
vak in te schrijven in semester 1 of semester 2).
Het blijft mogelijk het vak te organiseren volgens de huidige modaliteiten.
Deze regeling is ook van toepassing op de andere Interfacultaire Colleges
'Initiatie tot het Ondernemen', 'Gender Studies' en ' Ontwikkeling en
Culturen'.
- Hoe kan/mag het academiejaar georganiseerd worden voor de opleidingsjaren
waarvoor toelating tot uitstel of afwijking wordt verkregen.
- Mogen er in deze opleidingsjaren nog Paasexamens worden ingericht
?
- Mogen er in de vier weken na de Kerstvakantie hoorcolleges en
practica georganiseerd worden voor zover deze niet interfereren
of hinder opleveren voor andere studiejaren en/of studierichtingen
?
- Mogen de hoorcolleges in deze opleidingsjaren zoals in het huidige
jaarsysteem eindigen na de tweede week van mei, gevolgd door een
blokperiode van 2 weken en een examenperiode van vier weken ?
Antwoord:
Het antwoord moet opgesplitst worden naargelang het gaat om een vraag
tot uitstel of een vraag tot afwijking.
VRAAG TOT UITSTEL
- In principe neen, dus geen Paasexamens, maar een voorstel tot het
verderzetten van de bestaande situatie kan onderzocht worden bij de
'Aanvraag tot tijdelijk uitstel invoering'. Tijdelijk uitstel kan
voor een periode van maximaal 1 jaar aangevraagd worden.
- In het document 'Aanvraag tot tijdelijk uitstel invoering' dat aan
de Vaste Werkgroep Curriculumhervorming moet worden voorgelegd, dient
omschreven te worden op welke manier de vier weken tussen het einde
van de Kerstvakantie en de verlofweek die aan het 2e semester voorafgaat,
worden ingevuld. Het geven van hoorcolleges is uitgesloten.
- Het tweede semester omvat in elk geval 13 weken onderwijs- en studieactiviteiten.
In principe moet bij tijdelijk uitstel tot invoering van het SES op
het einde van het jaar een examenperiode van vier weken mogelijk zijn.
VRAAG TOT AFWIJKING
- Voor de opleidingsjaren waarvoor toelating tot afwijking wordt verleend
mogen er geen Paasexamens worden ingericht: 1. het inrichten van Paasexamens
druist in tegen het basisprincipe van de jaarindeling, 2. in dergelijke
gevallen moet overwogen worden of men niet beter opteert voor het
systeem van semesterexamens met examens in januari, 3. het is niet
omdat er een afwijking wordt toegestaan dat er bij de programmahervorming
niet moet gepoogd worden het concept van begeleide zelfstudie te implementeren.
- in het document 'Aanvraag tot permanente afwijking' dat aan de Vaste
Werkgroep Curriculumhervorming moet worden voorgelegd, dient omschreven
te worden op welke manier de vier weken tussen het einde van de Kerstvakantie
en de verlofweek die aan het 2e semester voorafgaat, worden ingevuld.
Het geven van hoorcolleges is uitgesloten.
- neen, slechts in uitzonderlijke gevallen kan hiervan afgeweken worden.
- Hoe kunnen studenten na mislukkingen in het eerste semester op een
goede manier worden begeleid en wie moet daar voor instaan?
Antwoord:
In de nieuwe begeleidingsstructuur worden er per opleidingsonderdeel
didactische teams gevormd. Het is de programmadirecteur die de werkzaamheden
van de didactische teams coördineert. Suggesties tot invulling
van de begeleiding kunnen gevonden worden in de door de Academische
Raad goedgekeurde nota van de Onderwijsraad 'Begeleiding van studenten
eerste kandidatuur aan de K.U.Leuven'. Dit document is te consulteren
op http://www.kuleuven.ac.be/onderwijs/
- Hoe moet de omzetting worden gemaakt van een vak met 30 lesuren in
15 weken naar 13 weken ?
Antwoord
Er werd vastgelegd dat het aantal lesuren per week voor een opleidingsonderdeel
niet kan stijgen. Een compensatie van de vier weggevallen
uren is dus niet mogelijk. Voor het bepalen van de studieomvang naar
de studenten toe dient te worden vertrokken van het aantal studiepunten.
Met andere woorden het aantal studiepunten is determinerend voor de
omvang van de studiedruk en niet het aantal lesuren. Zie ook het antwoord
op vraag 25.
- Is er een zekere flexibiliteit voor wat betreft het aantal studiepunten
per jaar? Dit is belangrijk als studenten keuzemogelijkheden hebben
en bijvoorbeeld vakken ook slechts tweejaarlijks worden geprogrammeerd.
Antwoord
In elk geval is er geen flexibiliteit over de cycli heen. Het programma
van een student in een tweejarige tweede cyclus moet decretaal 120 studiepunten
bedragen. Bovendien dient er voor de studenten de mogelijkheid te zijn
elk jaar opleidingsonderdelen voor 60 studiepunten op te nemen. Toch
is enige flexibiliteit onvermijdelijk, in geen geval mag een marge van
20% naar boven of naar onder overschreden worden.
- Voor wat de eerste kandidatuur betreft wordt voor een reductie gepleit
van het aantal examens tot ongeveer een derde van het aantal opleidingsonderdelen.
Zal deze maatregel niet tot een grote verzwaring leiden of kan toch
naar een gelijke verdeling van de examens worden gestreefd?
Antwoord
In het document 'Het semesterexamensysteem. Beschrijving en richtlijnen
voor uitwerking' staat vermeld dat het aangewezen is dat in januari
voor studenten eerste kandidatuur examens worden georganiseerd voor
een 1/3 van het aantal opleidingsonderdelen en dat er moet rekening
gehouden worden met het aantal studiepunten. Dit mag ook geïnterpreteerd
worden als 40% van het aantal studiepunten. Deze reductie biedt de student
de mogelijkheid om zich geleidelijk aan te passen aan het universitaire
systeem. Het negatieve gevolg is inderdaad een zwaardere examenperiode
op het einde van het tweede semester. Daarom kan inderdaad naar een
meer gelijkwaardige spreiding worden gestreefd. In de documenten is
dit thans ook als dusdanig gepreciseerd.
- Wat wordt verwacht inzake de implementatie van begeleide zelfstudie
in de voorstellen tot curriculumhervormingen van maart e.k.?
Antwoord
Begeleide zelfstudie vormt een systematisch verder uitbouwen van het
onderwijs zoals het aan de K.U.Leuven wordt nagestreefd (trouwens uitdrukkelijk
vermeld in de opdrachtsverklaring). Het betreft de doelen die worden
nagestreefd, de opdrachten die aan studenten worden gegeven, de hulp
die studenten hierbij kunnen ontvangen en de wijze waarop de evaluatie
plaatsgrijpt. De concrete invulling van het concept Begeleide Zelfstudie
kan alleen worden gerealiseerd door de opleidingen zelf, weliswaar binnen
het kader dat in de nota van de Onderwijsraad 'Begeleide Zelfstudie.
Een totaalconcept voor onderwijs aan de K.U.Leuven' en in de brochure
van DUO 'Begeleide Zelfstudie: Een brochure voor docenten' wordt geschetst
(de documenten kunnen via het net worden geconsulteerd op http://www.kuleuven.ac.be/duo/BZ
). Elke hervorming en dus ook de hervorming van de jaarindeling en de
examenorganisatie vormt een uitstekende gelegenheid om in dit verband
stappen te zetten. In elk geval wordt verwacht dat geen voorstellen
worden ingediend die tegen het concept Begeleide Zelfstudie ingaan,
bijvoorbeeld door meer vakken te programmeren, het accent op reproducerend
leren te versterken, opdrachten en keuzemogelijkheden in te perken,
of de variëteit aan werkvormen te reduceren. Integendeel, verwacht
wordt dat in de voorstellen de variëteit aan soorten opdrachten
voor studenten, en de diversiteit aan werkvormen en evaluatievormen
zal stijgen.
- Welke normen zullen worden gehanteerd bij het evalueren van de voorstellen?
Antwoord
In het algemeen zal worden nagekeken of de samenstelling van het programma
beantwoordt aan de algemene principes m.n. het invoeren van twee volwaardige
semesters, aan een (verdere) implementatie van het onderwijsconcept
begeleide zelfstudie en of is voorzien dat dit alles valt binnen de
grenzen van de decretaal vastgelegde maximale studieomvang van een jaarprogramma
tussen 1500 en 1800u. Meer precies zal het voorstel aan volgende basisregels
worden getoetst:
- Komt het totale aantal studiepunten en de verdeling van de studiepunten
overeen met de decretale bepalingen,
- Werd er voor opleidingsonderdelen die over twee semesters zijn
gespreid een afzonderlijke argumentatie toegeleverd,
- Werd een evenwichtige spreiding van het aantal opleidingsonderdelen
over de beide semesters gerealiseerd,
- Werd het aantal examens onder controle gehouden,
- Zijn voor alle vakken syllabi beschikbaar,
- Vinden de formele examens steeds plaats in de examenperiode aansluitend
bij de afronding van het opleidingsonderdeel .
|