K.U.Leuven
  Zoeken naar Zoeken naar personeel Zoeken naar studenten Zoeken in het organigram Zoekmatrix Zoeken op trefwoorden

Vragen en antwoorden

  1. In onze opleiding zijn in de kandidatuur de helft van de vakken, vakken die gevolgd worden bij andere opleidingen. Daarover kunnen wij geen beslissingen nemen. We zijn volledig afhankelijk van de beslissingen van anderen. Komt hier een arbitrage- of coördinatiecommissie ?

Antwoord:

  • We suggereren twee uitgangsprincipes voor oplossing.
    Behoud, indien mogelijk, de huidige plaatsing van de vakken die door meerdere opleidingen worden gevolgd.
  • Een voorstel tot plaatsing van dergelijk vak gaat best uit van de onderwijsprogrammerende opleiding (dit is de opleiding die dit vak 'eerst' op zijn programma plaatste, wat uit de lettercode van het vak kan afgeleid worden). De programmadirecteur ervan organiseert het overleg met de betrokken docent en de andere opleidingen die het vak ook op hun programma plaatsten. Er is als zodanig geen arbitragecommissie. Probleemgevallen kunnen worden voorgelegd aan de Coördinatiegroep SES.


  1. Men kan zich in principe aan de aanbodzijde een indeling indenken die volledig voldoet aan de regels, circa 50% examens-studiepunten in januari. Maar wanneer studenten zoals bij ons grote keuzemogelijkheden hebben, kan men zich indenken dat op grond van zijn keuze een student uitkomt op 20/80% ook als is het aanbod evenwichtig.
    Wat gedaan ? Ervan uitgaan dat de student bij zijn keuze maar moet weten wat hij doet ?

Antwoord:

Volgende algemene principes voor een oplossing worden naar voor geschoven.

  1. Het programma wordt in elk geval zo gestructureerd dat de student een 50/50 'kan' realiseren.
  2. Een herprogrammeren van de keuzemogelijkheden kan hierbij helpen.
  3. Niet alle plichtvakken in één semester plaatsen is eveneens een hulpmiddel.
  4. Het is best dat voorzien wordt in de regelgeving dat de student, ondanks keuzemogelijkheden, toch benaderend de 50/50 realiseert (geef tolereerbare grens voor afwijking aan: bv. 40/60).
  5. Wanneer op tweede cyclusniveau, het programma wordt opgemaakt niet per licentiejaar, maar over de hele tweede cyclus, vergroot de kans dat de 50/50 gerealiseerd wordt, zowel programmatorisch als in hoofde van de kiezende student (de student moet dan wel zijn programma plannen voor de hele tweede cyclus ineens).


  1. In ons systeem kunnen vakken ofwel in 1e licentie of in 2e licentie worden genomen. Ook hier komen we in een situatie die niet te overzien valt. Zal er toch niet moeten worden voorzien dat de studenten uit het aanbod aan examens er een bepaald aantal kiezen zonder ze noodzakelijk allen te moeten nemen. Wat een goede regeling is in 1e lic., is het niet noodzakelijk in 2e lic.

    Antwoord:

    De POC bepaalt welke vakken wanneer gegeven worden, en daardoor ook wanneer welke examens voorkomen. De student moet (cf. de richtlijnen) het examen dan afleggen. Er is niet voorzien dat zowel in januari als in juni examen kan worden afgelegd over een vak gedoceerd en afgewerkt inhet eerste semester. Basisidee blijft hierbij dat de evaluatie onmiddellijk aansluit bij de andere onderwijsactiviteiten.


  2. Kan een jaarvak behouden blijven op voorwaarde dat het opgesplitst wordt in 2 afzonderlijk te examineren onderdelen. Wordt op deze wijze een extra vak gecreëerd of worden de punten van deze twee examens samengeteld tot 1 punt.

    Antwoord:

    Indien onderwijskundig verantwoord kan een vak worden gegeven over een periode langer dan een semester. Aan het einde van het eerste semester kan (maar moet niet) een examen worden georganiseerd over het afgewerkte deel (een deelpunt wordt meegedeeld). Aan het einde van het tweede semester volgt het examen over het tweede deel. Men houdt in ieder geval in het oog dat het ook de bedoeling is het aantal formele examens te laten dalen door andere evaluatiemethoden te hanteren. Beide deelpunten worden samengevoegd tot één punt voor de deliberatie. Op die manier is 'binnen' het vak compensatie mogelijk voor minder in januari en beter in juni. Slaagt de student niet na de deliberatie in juni en heeft hij geen overdracht voor dit vak, dan moet hij in september opnieuw examen afleggen over het geheel. Er wordt dus in bovenstaande beschrijving geen extra vak gecreëerd. Dat zou slechts zo zijn als het vak wordt opgesplitst in twee vakken, met twee quoteringen op de deliberatie (maar denk aan het gulden advies: als streefdoel 10 examens per jaar en niet opdrijven van het aantal examens).

    Belangrijke opmerking:
    Aan de Commissie Examenreglement wordt advies gevraagd om overdrachten van punten van delen van opleidingen mogelijk te maken binnen het academiejaar (uitbreiding art. 39 Examenreglement) en naar het volgend academiejaar (uitbreiding art. 40 Examenreglement). Wij raden aan de website Onderwijs de volgende weken opnieuw te bezoeken voor verdere verduidelijking omtrent dit punt.



  3. Indien, zoals onder 4 gesteld, de punten van twee examens worden samengeteld tot 1 punt:
    • welk deel van het programma moet de student opnieuw doen wanneer hij op één van beide onderdelen een onvoldoende zou halen;
    • kan een onvoldoende van één semester opgetrokken worden door een voldoende van het andere semester

      Antwoord:

      Inbegrepen in antwoord op vraag 4.

       

  4. In welke mate kan de huidige programmahervorming (binnen de Faculteit Godgeleerdheid) de komende Sorbonne-Bologna-verklaring anticiperen ?

    Antwoord:

    Uitspraken over Bologna-implicaties zijn vooralsnog voorbarig.


  5. Kan (binnen de Faculteit Godgeleerdheid) de nieuwe studiepuntenverdeling reeds formeel gezien worden als een anticipatie van creditpunten volgens het ECTS ?

    Antwoord:

    De Faculteit Godgeleerdheid participeert in Erasmus dus de studiepuntenregeling voldoet aan de voorwaarden van het ECTS; essentieel is dat de vakbeschrijving (syllabus) voldoet aan de ECTS-vereisten.


  6. Onderzoeken van de mogelijkheid om de ALO reeds in de basisopleiding in te schuiven.

    Antwoord:

    Een beperkt gedeelte van de vakken binnen de ALO-opleiding (brugvakken) kan uit de basisopleiding gehaald worden volgens de regels opgesteld door de ALO-opleiding. Daarnaast kan de eigen opleiding desgevallend toestaan dat als keuzevakken eigenlijke ALO-vakken gevolgd worden die 'meetellen' binnen de eigen opleiding.
  7. Januari-examens - samenstelling studieprogramma binnen het SES : krijgt de student nog de kans (2de cyclus) om na de eerste weken van het tweede semester zijn studieprogramma aan te passen?

    Antwoord:

    De syllabi moeten van die aard zijn dat alle relevante informatie waarop een beslissing gebaseerd kan zijn voorhanden is bij aanvang van het academiejaar. Het voorstel is dus de termijn waarbinnen het studieprogramma van het hele jaar moet vastgelegd zijn te handhaven binnen het eerste semester (datum vast te stellen door de opleiding zelf). Vragen tot afwijking kunnen, mits gemotiveerde aanvraag, bij de Faculteit worden ingediend.
  8. Komt er een week 0 voor de opening van het academiejaar ?
    Betekent dit ook dat de standaard huurcontracten voor de koten hierop worden aangepast zodat studenten niet meer in de eerste week hun kot moeten inrichten en hun cursussen en boeken nog moeten aanschaffen ?

    Antwoord:

    Er komt geen week 0 voor de opening.
    De sociale sector neemt het initiatief om de implicaties op de huurcontracten te onderzoeken, gelet op het feit dat in sommige jaren het academiejaar niet de laatste maandag van september aanvat.
  9. Kunnen de lesvrije (blok-)weken gebruikt worden voor de afwerking van papers, opdrachten …

    Antwoord:

    De evaluatie van de opleidingsonderdelen uit het eerste semester dient afgerond te worden op het einde van het eerste semester. Niet voor alle vakken worden formele examens georganiseerd. Derhalve kunnen de lesvrije weken nog gebruikt worden voor het afwerken van opdrachten die dan voor de examenperiode aanvangt (uiterlijk de laatste dag van de blokperiode) worden ingeleverd. Belangrijk is in elk geval dat de studenten hierover tijdig en duidelijk worden geïnformeerd.
  10. Men heeft de neiging om de zwaardere vakken in het eerste semester te plaatsen. Dit geeft automatisch een onbalans.

    Antwoord:

    De evenwichtige verdeling van de studiepunten over de twee semesters moet gerespecteerd worden.
  11. In het kader van de Erasmus-uitwisselingen treden soms uitwisselingen van enkele maanden op. Hoe kan men dit inpassen in het SES-systeem, de tijdsverdeling binnen 1 semester wordt wel erg krap

    Antwoord:

    Zoals in het verleden zal er voor de Erasmus-studenten naar een ad hoc oplossing moeten gezocht worden.
  12. Vraag tot uitzondering vanwege het Instituut voor Levende Talen voor de taalvakken waar het accent op taalverwerving ligt om een spreiding over twee semesters toe te laten. Argumentatie: onderwijskundig is er nood aan de permanente oefeningen van zich geleidelijk ontwikkelende vaardigheden en organisatorisch zou een beperking tot een semester een verdubbeling van de belasting van sommige docenten met zich meebrengen.

    Antwoord:

    Er lijkt in principe geen probleem om toe te staan dat opleidingsonderdelen waarin het verwerven van een taal centraal staat over meerdere semesters wordt gespreid. Het verwerven van dergelijke vaardigheden vereist immers een geleidelijke ontwikkeling en oefeningen die over langere tijd kunnen worden gespreid. Er kunnen na het eerste semester ook deelexamens worden afgenomen. Deze zijn dan definitief en betreffen de taalvaardigheden die in het eerste semester aan de orde kwamen. Toch kan een dergelijke maatregel niet als algemene regel gelden. De maatregel valt immers voornamelijk te beargumenteren voor beginnende taalverwerving. In een aantal opleidingen staat weliswaar taalverwerving centraal maar is dit ook op specifieke vaardigheden of gerichte upgrading geconcentreerd. Net zo min als men de verwerving van dergelijke vaardigheden over het geheel aantal beschikbare studiejaren spreidt is ook hier een spreiding over beide semesters niet noodzakelijk. Het is dan ook aan de onderscheiden POC’s om hierin een overwogen beslissing te nemen rekening houdende met de specifieke doelstellingen van het taalonderwijs in de eigen richting.
    Deze beslissing is gebaseerd op onderwijskundige gronden. Zonder twijfel zouden oplossingen kunnen worden gevonden (door andere taakverdeling bijvoorbeeld) om te vermijden dat zich een concentratie van de belasting zou voordoen.
  13. Verliezen de proefexamens niet alle zin, en behoudt men ze niet enkel als pseudo-proefexamens.

    Antwoord:

    Bij de invoering van het semesterexamensysteem vanaf 2001-2002 wordt ook afgezien van het inrichten van proefexamens. Het systeem van proefexamens voor een beperkt aantal vakken wordt op termijn vervangen door een systeem van tussentijdse toetsen voor alle vakken uit de eerste kandidatuur.
  14. Hoe kan een POC de studietoetsen coördineren, het moment ervan wordt bepaald door de logica van het vak?

    Antwoord:

    In eerste instantie kan de programmadirecteur er mee over waken dat studenten inderdaad de kans krijgen zichzelf voor alle opleidingsonderdelen uit de eerste kandidatuur tussentijds te toetsen. Bovendien kan de programmadirecteur er ook over waken dat de toetsen inzake inhoud en oriëntatie aan de studenten een duidelijk beeld verschaffen van de examenvereisten. Tenslotte kan de programmadirecteur er mee voor zorgen dat voor die opleidingsonderdelen waarvoor op vaste tijdstippen toetsen worden georganiseerd tussen de titularissen afspraken worden gemaakt.
  15. Op welke wijze kan nu reeds rekening worden gehouden met de evoluties inzake de harmonisering van het hoger onderwijs in Europa?

    Antwoord:

    Momenteel is er nog geen duidelijkheid omtrent de vraag hoe in Vlaanderen de bachelor-master structuur er zal uitzien. Verwacht wordt dat de hervormingen nog minimaal een drietal jaren op zich zullen laten wachten. Toch kan nu reeds rekening worden gehouden met de vraag naar versterking van de flexibiliteit. Wellicht zal worden overgegaan naar een semestersysteem wat onder meer inhoudt dat studenten hun studies ook in het tweede semester zouden kunnen aanvatten.
  16. Zijn twee deeltijdse programma’s equivalent aan het semestersysteem ? Kan men twee deeltijdse programma’s overnemen in het SES-systeem ?

    Antwoord:

    Men kan een deeltijds programma van een academische opleiding afwerken in 1 semester of spreiden over 2 semesters.
  17. Examens: mondeling of schriftelijk?

    Antwoord:

    De invoering van het semesterexamensysteem impliceert geen verandering van de vorm van het examen. Nog steeds blijft gelden dat de titularis in overleg met de POC de vorm van het examen vastlegt en duidelijk aan de studenten kenbaar maakt. Vanuit begeleide zelfstudie kan in een aantal gevallen wel worden gepleit voor het meer frequent gebruik van vormen van permanente evaluatie waardoor in die gevallen wellicht minder nood is aan formele examens op het einde van een semester.
  18. Moet het aantal studiepunten bij de weging van de vakken op de deliberatie worden betrokken?

    Antwoord:

    De weging van de vakken kan maar moet niet gebaseerd zijn op de studiepunten. Of in een opleiding wordt gewogen en op welke wijze is een beslissing van de examencommissie. Natuurlijk is het evident dat de studenten hierover duidelijk en tijdig worden geïnformeerd.
  19. De mogelijkheid van een tweede zit in juni is van belang voor buitenlandse studenten.

    Antwoord:

    Voor de buitenlandse studenten moet naar een ad hoc oplossing gezocht worden
  20. Mogen lessen die wegvallen omwille van feestdagen en andere activiteiten worden vervangen? Zo vallen, omwille van introductiedagen en de opening van het academiejaar in het eerste semester al twee dagen weg.

    Antwoord:

    Lessen die wegvallen omwille van allerhande redenen mogen worden vervangen. Toch kan ook gezocht worden naar alternatieven voor de lessen. Zo kan er voor worden geopteerd studenten een opzoekopdracht te geven of kan hen een reeks oefeningen worden meegegeven. Dergelijke opdrachten vereisen natuurlijk dat er in een contactmoment op wordt teruggekomen zodat studenten de relevantie zien van de opdracht en enige terugkoppeling krijgen. Introductiedagen moeten zo veel mogelijk in tijd beperkt worden.
  21. Kan voor laatstejaars wat de invoering betreft de nodige soepelheid worden ingebouwd.

    Antwoord:

    In de richtlijnen staat duidelijk gestipuleerd dat met name voor de laatste jaren een permanente afwijking kan worden gevraagd. Een dergelijke afwijking moet mogelijk maken op vlotte wijze met stages en verhandelingen om te gaan. Vermeden moet dan worden dat de vier weken na de kerstvakantie onbenut blijven en dat de studenten in de juli-zittijd een al te zwaar examenprogramma moeten afwerken.
  22. Kan uitstel tot invoering gevraagd worden omwille van een in aantocht zijnde programmahervorming ?

    Antwoord:

    In principe kan dit niet. Men dient er ook rekening mee te houden dat het aanvragen van uitstel van invoering of afwijking van het SES in elk geval uitgesloten is voor de 1e cyclus. Bovendien is het nu het geschikt moment om de hervorming door te voeren.
  23. Wat is de impact van het SES-systeem op de vakinhouden. Dienen deze ook gereduceerd te worden ? Wat dan met de studieduurtijd ? Blijft deze constant en worden aangepaste werkvormen voorzien zodat de hoorcolleges reduceren ?

    Antwoord:

    De omvang van wat aan bod komt in een opleidingsonderdeel moet niet noodzakelijkerwijs gereduceerd worden in vergelijking met de huidige toestand. De dosering van contacturen en uren zelfstandig werken moet gebeuren binnen het kader van de doelstellingen van het opleidingsonderdeel. Men zal hier gradueel moeten zoeken naar een aangepaste vormgeving in het kader van het concept Begeleide Zelfstudie. In elk geval moet in een eerste stadium m.b.t. hoorcolleges en oefeningen minimaal een 13/15e regel worden toegepast. Dit betekent dat voortaan 1 s.u. = 1u per week gedurende 13 weken. Voorgaande impliceert in elk geval niet dat het aantal contacturen, dat nu minder wordt voorzien dan vroeger, eenvoudig wordt vervangen door ‘x bladzijden door de student zelf te studeren’.
    Meer algemeen wordt de vraag ook beantwoord in het document ‘Het SES aan de K.U.Leuven. Beschrijving en richtlijnen voor uitwerking’ onder 4.2: ‘Begeleide Zelfstudie en studieomvang’. Samengevat worden de regels en aandachtspunten waarmee men rekening moet houden herhaald onder punt C. van het document ‘Invoering SES. Voorstellen van curriculum voor de opleiding’ waarop men zich moet baseren om per 1 maart zijn voorstellen in te dienen. Deze documenten zijn te consulteren op http://www.kuleuven.ac.be/onderwijs/.
  24. Wat zijn de criteria voor uitzonderingen op het semesterexamensysteem.

    Antwoord:

    Het is onmogelijk voor de Vaste werkgroep curriculumhervorming om in het algemeen uitzonderingscriteria te omschrijven. Allicht kan wel aangegeven worden wat niet als argument zal kunnen gelden. De Vaste werkgroep beraadt zich hierover begin januari.
  25. Lessen 21ste Eeuw.
    Blijft het mogelijk het vak ‘Lessen voor de 21ste eeuw’ te programmeren met de omvang van een semestervak van 2u, maar over de scheiding tussen beide semesters heen ?
    Blijft het mogelijk het examen te organiseren volgens de huidige modaliteiten d.w.z. buiten de reglementair voorziene examenperiodes ?

    Antwoord:

    Voor het Interfacultair College 'Lessen 21ste Eeuw' is het mogelijk het vak te programmeren met de omvang van een semestervak van 3 studiepunten gedurende 13 weken over de scheiding van de twee semesters heen. (In zijn persoonlijke programmatie krijgt de student de keuze om voor het vak in te schrijven in semester 1 of semester 2).
    Het blijft mogelijk het vak te organiseren volgens de huidige modaliteiten.
    Deze regeling is ook van toepassing op de andere Interfacultaire Colleges 'Initiatie tot het Ondernemen', 'Gender Studies' en ' Ontwikkeling en Culturen'.
  26. Hoe kan/mag het academiejaar georganiseerd worden voor de opleidingsjaren waarvoor toelating tot uitstel of afwijking wordt verkregen.
    1. Mogen er in deze opleidingsjaren nog Paasexamens worden ingericht ?
    2. Mogen er in de vier weken na de Kerstvakantie hoorcolleges en practica georganiseerd worden voor zover deze niet interfereren of hinder opleveren voor andere studiejaren en/of studierichtingen ?
    3. Mogen de hoorcolleges in deze opleidingsjaren zoals in het huidige jaarsysteem eindigen na de tweede week van mei, gevolgd door een blokperiode van 2 weken en een examenperiode van vier weken ?

       

Antwoord:

Het antwoord moet opgesplitst worden naargelang het gaat om een vraag tot uitstel of een vraag tot afwijking.

VRAAG TOT UITSTEL

  1. In principe neen, dus geen Paasexamens, maar een voorstel tot het verderzetten van de bestaande situatie kan onderzocht worden bij de 'Aanvraag tot tijdelijk uitstel invoering'. Tijdelijk uitstel kan voor een periode van maximaal 1 jaar aangevraagd worden.
  2. In het document 'Aanvraag tot tijdelijk uitstel invoering' dat aan de Vaste Werkgroep Curriculumhervorming moet worden voorgelegd, dient omschreven te worden op welke manier de vier weken tussen het einde van de Kerstvakantie en de verlofweek die aan het 2e semester voorafgaat, worden ingevuld. Het geven van hoorcolleges is uitgesloten.
  3. Het tweede semester omvat in elk geval 13 weken onderwijs- en studieactiviteiten. In principe moet bij tijdelijk uitstel tot invoering van het SES op het einde van het jaar een examenperiode van vier weken mogelijk zijn.

 

VRAAG TOT AFWIJKING

  1. Voor de opleidingsjaren waarvoor toelating tot afwijking wordt verleend mogen er geen Paasexamens worden ingericht: 1. het inrichten van Paasexamens druist in tegen het basisprincipe van de jaarindeling, 2. in dergelijke gevallen moet overwogen worden of men niet beter opteert voor het systeem van semesterexamens met examens in januari, 3. het is niet omdat er een afwijking wordt toegestaan dat er bij de programmahervorming niet moet gepoogd worden het concept van begeleide zelfstudie te implementeren.
  2. in het document 'Aanvraag tot permanente afwijking' dat aan de Vaste Werkgroep Curriculumhervorming moet worden voorgelegd, dient omschreven te worden op welke manier de vier weken tussen het einde van de Kerstvakantie en de verlofweek die aan het 2e semester voorafgaat, worden ingevuld. Het geven van hoorcolleges is uitgesloten.
  3. neen, slechts in uitzonderlijke gevallen kan hiervan afgeweken worden.

 

  1. Hoe kunnen studenten na mislukkingen in het eerste semester op een goede manier worden begeleid en wie moet daar voor instaan?

    Antwoord:

    In de nieuwe begeleidingsstructuur worden er per opleidingsonderdeel didactische teams gevormd. Het is de programmadirecteur die de werkzaamheden van de didactische teams coördineert. Suggesties tot invulling van de begeleiding kunnen gevonden worden in de door de Academische Raad goedgekeurde nota van de Onderwijsraad 'Begeleiding van studenten eerste kandidatuur aan de K.U.Leuven'. Dit document is te consulteren op http://www.kuleuven.ac.be/onderwijs/

 

  1. Hoe moet de omzetting worden gemaakt van een vak met 30 lesuren in 15 weken naar 13 weken ?

    Antwoord

    Er werd vastgelegd dat het aantal lesuren per week voor een opleidingsonderdeel niet kan stijgen. Een compensatie van de ‘vier weggevallen’ uren is dus niet mogelijk. Voor het bepalen van de studieomvang naar de studenten toe dient te worden vertrokken van het aantal studiepunten. Met andere woorden het aantal studiepunten is determinerend voor de omvang van de studiedruk en niet het aantal lesuren. Zie ook het antwoord op vraag 25.

 

  1. Is er een zekere flexibiliteit voor wat betreft het aantal studiepunten per jaar? Dit is belangrijk als studenten keuzemogelijkheden hebben en bijvoorbeeld vakken ook slechts tweejaarlijks worden geprogrammeerd.

    Antwoord

    In elk geval is er geen flexibiliteit over de cycli heen. Het programma van een student in een tweejarige tweede cyclus moet decretaal 120 studiepunten bedragen. Bovendien dient er voor de studenten de mogelijkheid te zijn elk jaar opleidingsonderdelen voor 60 studiepunten op te nemen. Toch is enige flexibiliteit onvermijdelijk, in geen geval mag een marge van 20% naar boven of naar onder overschreden worden.

 

  1. Voor wat de eerste kandidatuur betreft wordt voor een reductie gepleit van het aantal examens tot ongeveer een derde van het aantal opleidingsonderdelen. Zal deze maatregel niet tot een grote verzwaring leiden of kan toch naar een gelijke verdeling van de examens worden gestreefd?

    Antwoord

    In het document 'Het semesterexamensysteem. Beschrijving en richtlijnen voor uitwerking' staat vermeld dat het aangewezen is dat in januari voor studenten eerste kandidatuur examens worden georganiseerd voor een 1/3 van het aantal opleidingsonderdelen en dat er moet rekening gehouden worden met het aantal studiepunten. Dit mag ook geïnterpreteerd worden als 40% van het aantal studiepunten. Deze reductie biedt de student de mogelijkheid om zich geleidelijk aan te passen aan het universitaire systeem. Het negatieve gevolg is inderdaad een zwaardere examenperiode op het einde van het tweede semester. Daarom kan inderdaad naar een meer gelijkwaardige spreiding worden gestreefd. In de documenten is dit thans ook als dusdanig gepreciseerd.

 

  1. Wat wordt verwacht inzake de implementatie van begeleide zelfstudie in de voorstellen tot curriculumhervormingen van maart e.k.?

    Antwoord

    Begeleide zelfstudie vormt een systematisch verder uitbouwen van het onderwijs zoals het aan de K.U.Leuven wordt nagestreefd (trouwens uitdrukkelijk vermeld in de opdrachtsverklaring). Het betreft de doelen die worden nagestreefd, de opdrachten die aan studenten worden gegeven, de hulp die studenten hierbij kunnen ontvangen en de wijze waarop de evaluatie plaatsgrijpt. De concrete invulling van het concept Begeleide Zelfstudie kan alleen worden gerealiseerd door de opleidingen zelf, weliswaar binnen het kader dat in de nota van de Onderwijsraad 'Begeleide Zelfstudie. Een totaalconcept voor onderwijs aan de K.U.Leuven' en in de brochure van DUO 'Begeleide Zelfstudie: Een brochure voor docenten' wordt geschetst (de documenten kunnen via het net worden geconsulteerd op http://www.kuleuven.ac.be/duo/BZ ). Elke hervorming en dus ook de hervorming van de jaarindeling en de examenorganisatie vormt een uitstekende gelegenheid om in dit verband stappen te zetten. In elk geval wordt verwacht dat geen voorstellen worden ingediend die tegen het concept Begeleide Zelfstudie ingaan, bijvoorbeeld door meer vakken te programmeren, het accent op reproducerend leren te versterken, opdrachten en keuzemogelijkheden in te perken, of de variëteit aan werkvormen te reduceren. Integendeel, verwacht wordt dat in de voorstellen de variëteit aan soorten opdrachten voor studenten, en de diversiteit aan werkvormen en evaluatievormen zal stijgen.

     

  2. Welke normen zullen worden gehanteerd bij het evalueren van de voorstellen?

    Antwoord

    In het algemeen zal worden nagekeken of de samenstelling van het programma beantwoordt aan de algemene principes m.n. het invoeren van twee volwaardige semesters, aan een (verdere) implementatie van het onderwijsconcept begeleide zelfstudie en of is voorzien dat dit alles valt binnen de grenzen van de decretaal vastgelegde maximale studieomvang van een jaarprogramma tussen 1500 en 1800u. Meer precies zal het voorstel aan volgende basisregels worden getoetst:
    1. Komt het totale aantal studiepunten en de verdeling van de studiepunten overeen met de decretale bepalingen,
    2. Werd er voor opleidingsonderdelen die over twee semesters zijn gespreid een afzonderlijke argumentatie toegeleverd,
    3. Werd een evenwichtige spreiding van het aantal opleidingsonderdelen over de beide semesters gerealiseerd,
    4. Werd het aantal examens onder controle gehouden,
    5. Zijn voor alle vakken syllabi beschikbaar,
    6. Vinden de formele examens steeds plaats in de examenperiode aansluitend bij de afronding van het opleidingsonderdeel .

 

 

 

K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven | reacties op de inhoud: Toon Boon
Realisatie: Sigrid Van Huyck | Laatste wijziging: 27-09-2005
URL: http://www.kuleuven.ac.be/onderwijs