Wat is een creditsysteem?

In het kader van een studieopdracht voor de VlIR, werd het duidelijk dat de term creditsysteem wel regelmatig opdook, maar dat een eenduidige omschrijving of definitie ervan niet voorhanden was. Als antwoord op deze lacune stellen de auteurs van de VlIR-studie vier kenmerken van een creditsysteem voor:

  1. De uitdrukking van het studieprogramma in studiepunten
  2. Credittransfer of de overdracht van credits
  3. Het accumuleren van credits
  4. De erkenning van elders/eerder verworven competenties/kwalificaties (EVC/EVK).

Aan deze vier criteria kan een creditsysteem worden afgetoetst. Een creditsysteem wordt meer flexibel naarmate op elk van de vier dimensies meer onderling afgestemde initiatieven worden ontwikkeld.

1. De uitdrukking van het studieprogramma in studiepunten

In een creditsysteem wordt het volledige studieprogramma in studiepunten uitgedrukt. Het huidige Vlaamse studiepuntenstelsel is gebaseerd op het ECTS (European Credit Transfer System) waarbij één academiejaar 60 studiepunten telt en één studiepunt overeenkomt met 25 à 30 uren studiebelasting. Aan het eerste principe van de kwantificering van de studieomvang in studiepunten voor het geheel van het studieprogramma voldoet ons systeem alvast.

2. Credittransfer of de overdracht van credits

Het principe van credittransfer berust op de mogelijkheid om credits, verworven voor succesvol afgelegde opleidingsonderdelen aan een andere instelling of opleiding, te erkennen in de eigen instelling of opleiding. In enge zin gaat het hier om de overdracht van studiepunten die in dezelfde opleiding werden verworven aan een andere (buitenlandse) instelling waarmee een samenwerkingsovereenkomst is afgesloten.
De K.U.Leuven heeft, net als veel andere Europese onderwijsinstellingen, in deze context veel ervaring met de studentenuitwisselingen in het kader van Erasmus/Socrates. Het al dan niet erkennen van studiepunten (en examenresultaten met bijhorende quotering) die aan een andere Vlaamse instelling zijn verworven, gebeurt wel voornamelijk nog op ad hoc-basis.

3. Accumuleren van credits

Het principe van creditaccumulatie betekent het optellen of 'sparen' van studiepunten, ook na eventuele studieonderbrekingen dankzij de formele erkenning (voor 'eens en 'altijd') van die opleidingsonderdelen die met succes werden beëindigd en los van het al of niet behalen van de andere opleidingsonderdelen. Een gevolg is dat het studiejaar niet meer noodzakelijk een sturende of voorwaardelijke factor is. Een voordeel van ‘onafhankelijke’ creditverwerving is dat het een gevoel van studievoortgang stimuleert, zeker bij deeltijdse studenten die er langer over doen om hun diploma te behalen. Bovendien sluit dit principe aan bij de filosofie van het levenslang leren in de zin dat elke met succes bekroonde inspanning van de student een meerwaarde moet kunnen opleveren voor de verdere studie- of werkloopbaan.
Met het flexibiliseringsdecreet heeft men via het invoeren van creditbewijzen ("de erkenning van het feit dat een student blijkens een examen de competenties, verbonden aan een opleidingsonderdeel, heeft verworven, vastgelegd in een document of registratie") duidelijk meer ruimte willen geven aan creditaccumulatie.

4. Erkenning van elders/eerder verworven competenties (EVC) en kwalificaties (EVK)

Doorgaans wordt met EVC de erkenning van (eerder/elders) verworven competenties bedoeld: het proces waarbij men competenties (kennis, vaardigheden en houdingen) van individuen inventariseert, erkent en certificeert. Hierbij maakt men een onderscheid tussen verworven competenties en kwalificaties. Competenties zijn de uitkomsten van leerprocessen, dat wil zeggen de kennis, vaardigheden en attitudes die doorheen ervaringen worden opgedaan in diverse sociale en materiële omgevingen. Kwalificaties zijn de formeel erkende competenties uitgedrukt in de vorm van credits, certificaten, attesten of diploma's. Competenties worden ontwikkeld, terwijl kwalificaties worden toegekend.
In het buitenland spreekt men van

  • Accreditation of prior (experiential) learning : AP(E)L of
  • Validation des acquis personnels et professionnels : VAP

Het flexibiliseringsdecreet definieert EVC als: “een eerder verworven competentie, zijnde het geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes verworven door middel van leerprocessen die niet met een studiebewijs werden bekrachtigd”.

Een EVK is volgens het decreet: “een eerder verworven kwalificatie, zijnde elk binnenlands of buitenlands studiebewijs dat aangeeft dat een formeel leertraject, al dan niet binnen onderwijs, met goed gevolg werd doorlopen, voor zover het niet gaat om een creditbewijs dat werd behaald binnen de instelling en opleiding waarbinnen men de kwalificatie wenst te laten gelden”.

Via de introductie van deze begrippen beoogde de wetgever de mogelijkheden tot levenslang leren te vergroten. In Vlaanderen zijn het voor het overgrote deel 18-jarigen die na hun diploma van secundair onderwijs het hoger onderwijs aanvatten. In het buitenland is het studentenpubliek veel gevarieerder. De Vlaamse regering wil nu verscheidene (ook nieuwe) doelgroepen meer kansen bieden om een kwalificatie op een hoog niveau te behalen. Een middel daartoe is meer rekening houden met hun ervaring en voorkennis.