Waarom werd flexibilisering ingevoerd ?

De flexibiliseringsmaatregelen zijn net als de invoering van de bachelor-masterstructuur een rechtstreeks gevolg van de Europese afspraken over onderwijs. Het flexibiliseringsdecreet was een antwoord van de Vlaamse regering op de derde doelstelling van de Bologna-verklaring, namelijk: ‘de geleidelijke invoering van een ECTS-compatibel credit(accumulatie)systeem', dat de mobiliteit van de studenten moest bevorderen en moest bijdragen aan de flexibiliteit van onderwijssystemen -in het bijzonder met het oog op het levenslang leren.

De Vlaamse regering en de instellingen voor hoger onderwijs willen via de flexibilisering van het hoger onderwijs komen tot een maximale erkenning van ons intellectueel potentieel. De grijze hersenmassa is immers de belangrijkste, zoniet de enige grondstof waarover onze maatschappij beschikt.
Een flexibel studievoortgangssysteem moet de instellingen meer kansen geven om in te spelen op de behoeften van verscheidene (nieuwe) doelgroepen, bijvoorbeeld:

  • personen die vroeger om sociale redenen het normale traject niet hebben kunnen aanvangen maar die er intellectueel wel toe in staat zijn en dus alsnog een kans moeten krijgen
  • personen die wel hun studies hebben aangevangen, maar die voortijdig zonder diploma zijn uitgestroomd en daaraan nu tegemoet willen komen
  • personen die een bijkomend diploma hoger onderwijs wensen te behalen of specifieke (deel-)competenties of specialisaties (via afzonderlijke opleidingsonderdelen) willen verwerven
  • en dit allemaal al dan niet in combinatie met een job en/of huishoudelijk en familiaal werk.

Door meer doelgroepen te bereiken en een kans te bieden op een diploma hoger onderwijs wilde men tevens de democratisering van het onderwijs nog verder stimuleren.

Randvoorwaarden

Bij dit alles moest men er wel over waken dat de hervormingen voor de modale student (die rechtstreeks uit het secundair onderwijs komt) niet tot studieduurverlenging zouden leiden. Vlaanderen heeft op dit punt immers een reputatie te verdedigen. In vergelijking met enkele omringende landen, wijkt de reële studieduur van een student in het Vlaamse hoger onderwijs immers weinig af van de vooropgestelde studieduur. Hoewel er geen instroomselectie is, behalen toch grote groepen jongeren op een relatief korte termijn een diploma hoger onderwijs. Voor deze studenten zijn bepaalde vormen van flexibilisering zeker zinvol, maar het uitspreiden van de studie in de tijd is in de eerste plaats bedoeld voor specifieke doelgroepen.
De flexibiliseringsmaatregelen mochten ook niet leiden tot een ‘versnippering’ van de curricula: de coherentie van het studieprogramma is een belangrijk aandachtspunt bij de invoering van flexibiliseringsmaatregelen. Studenten die een diploma willen verwerven, zullen daarom doorgaans inschrijven voor ‘modeltrajecten’ waarvan de opleidingsverantwoordelijken het programma vastleggen en zij doen dit binnen de vastgelegde structuur van een academiejaar.