Wat is flexibilisering?
In het hoger onderwijs betekent flexibilisering volgens de onderzoeksliteratuur vaak: ‘het aanbieden van keuzemogelijkheden aan de studenten’ en dit op verschillende vlakken zoals :
- de leerinhoud, bijv. het aanbieden van keuzevakken
- het studietijdstip, bijv. avondcolleges naast dagcolleges
- het tempo van studievoortgang, bijv. de mogelijkheid om deeltijds te studeren
- de plaats van studie, bijv. uitwisselingen met een buitenlandse universiteit
- de leerstijl, bijv. studentgecentreerde onderwijsconcepten zoals ‘Begeleide zelfstudie’
- de vorm van de evaluatie…, bijv. permanente evaluatie.
Een universiteitsbestuur kan een flexibel aanbod realiseren door het nemen van globale maatregelen zoals een verbreding van de toegang tot het hoger onderwijs, de erkenning van verworven competenties, het uitwerken van regelingen voor credit transfer, het aanbieden van keuzevrijheid binnen het curriculum… Docenten kunnen de flexibiliteit bevorderen o.m. door het gebruik van verschillende onderwijs- en leervormen (de combinatie van het cursusboek met on-line materiaal, face to face onderricht naast het elektronisch leerplatform of videoconferencing…).
Uit deze omschrijving wordt snel duidelijk dat zeer uiteenlopende aspecten van ons hoger onderwijs voor flexibilisering in aanmerking kunnen komen. 'Flexibilisering' mag dan al een veelzijdig begrip zijn (zie ook hieronder), toch wordt het in onze Vlaamse context doorgaans gebruikt om te verwijzen naar de overgang van een jaarsysteem naar een creditsysteem. In het jaarsysteem moest –algemeen gesproken- een student geslaagd zijn voor jaar 1 alvorens hij/zij naar jaar 2 mocht gaan. Met het flexibiliseringsdecreet kwam daar verandering in.
Flexibilisering als meervoudig begrip
Flexibilisering heeft betrekking op verschillende domeinen in het hoger onderwijs. Die domeinen worden hieronder kort toegelicht. De voorbeelden maken duidelijk dat de K.U.Leuven reeds op verschillende terreinen aan flexibilisering heeft gewerkt.
Flexibilisering van de toegang tot het hoger onderwijs
De toegang tot het hoger onderwijs kan worden geflexibiliseerd.
Een meer flexibel toegangsbeleid betekent dat weinig (strikte) toegangseisen worden gesteld bijvoorbeeld door de afwezigheid van toegangsproeven. Men mag stellen dat het Vlaamse hoger onderwijs in vergelijking met onze buurlanden over het algemeen een heel open toegang heeft omdat quasi iedereen met een diploma secundair onderwijs kan instromen. In bepaalde gevallen kunnen zelfs studenten zonder diploma secundair onderwijs worden toegelaten tot een bacheloropleiding.
Onze universiteit heeft, net als de andere instellingen voor hoger onderwijs, weinig mogelijkheden om hier een eigen beleid te voeren, behalve op het vlak van instroom en doorstroom naar master-na-masteropleidingen. Studenten met professionele ervaring die aansluit en overlapt met de gevolgde opleiding kunnen beroep doen op eerder verworven competenties en kwalificaties om de toegang tot het hoger onderwijs te vergemakkelijken.
Flexibilisering van de leeromgeving m.i.v. evaluatie
Een andere vorm is flexibilisering van de leeromgeving en hiermee samenhangend van de onderwijsmethode binnen een specifiek opleidingsonderdeel. Zo kunnen contactonderwijs en het gebruik van meer klassieke werkvormen zoals een handboek bijvoorbeeld gecombineerd worden met teleleren en een elektronisch leerplatform of on-line coaching. Men spreekt van een meer flexibele leeromgeving wanneer verschillende onderwijsmethoden worden aangewend, waarbij de keuze voor onderwijsmethoden mede is bepaald door de noden en voorkeuren van studenten.
Met haar onderwijsvisie van Begeleide zelfstudie stimuleert de K.U.Leuven haar docenten ook de leeromgeving van elke cursus radicaal te herbekijken met de bedoeling deze af te stemmen op de doelstellingen van het opleidingsonderdeel.
Een hiermee samenhangend domein voor flexibilisering is de evaluatie. Flexibiliteit komt dan tot uiting in het hanteren van verschillende aan de situatie aangepaste evaluatievormen. De aandacht voor nieuwe toets- of assessmentvormen waarmee men competenties in een authentieke situatie wil meten, draagt door de uitbreiding van het aantal alternatieven bij tot meer flexibiliteit in dit domein.
De K.U.Leuven werkt universiteitsbreed met het elektronisch toets- en leerplatform TOLEDO. Voor bijna alle opleidingsonderdelen uit het eerste bachelorjaar worden tussentijdse toetsen aangeboden.
Flexibilisering van het curriculum
Ook het curriculum kan geflexibiliseerd worden en dit op verschillende aspecten. De inhoud van het curriculum hoeft niet volledig vast te liggen: men kan meer of minder keuze toelaten voor de studenten; ook de volgorde van de opleidingsonderdelen kan het gevolg zijn van specifieke keuzes van studenten. Een opleidingsprogramma dat de studenten meer mogelijkheden biedt om het curriculum mee vorm te geven, is meer flexibel.
Op dit vlak heeft de K.U.Leuven in het kader van de bachelor-masterhervormingen voorafgaand aan het flexibiliseringsdecreet, reeds vele inspanningen gedaan. Voorbeelden daarvan zijn de vele talencombinaties in Letteren, de optierichtingen binnen Wijsbegeerte, de flexibele bachelor in Wetenschappen, de opleiding Onderwijskunde, nieuwe combinatiemasters zoals Recht, Economie en Bedrijfskunde...
Flexibilisering van de organisatie van het onderwijs
Ook de organisatie van het onderwijs komt voor flexibilisering in aanmerking. Naast de mogelijkheden die een flexibele leeromgeving biedt (bijv. afstandsonderwijs, modulair onderwijs), kunnen ook elementen van de organisatie van het onderwijs de flexibiliteit bevorderen: de indeling van het academiejaar (in kleine tijdsgehelen) met meerdere instapmomenten, meerdere evaluatiemomenten, de mogelijkheid tot deeltijdse studie, avond- en weekendonderwijs of de inrichting van een zomersemester. De Master in toerisme bijvoorbeeld start met haar programma in januari nadat de studenten het schakelprogramma hebben afgerond.
Het flexibiliseringsdecreet legt vooral de focus op de organisatie van de studievoortgang: op welke wijze organiseert men de studie-evaluatie aan het einde van elk academiejaar (wel of geen deliberaties, het al dan niet afschaffen van examencommissies, de mogelijkheid van een niet-bindend studieadvies…).
