Onderwijsevaluatie aan de K.U.Leuven
Door het onderwijs geregeld te evalueren, wordt in het kader van de interne evaluaties nagegaan of de ambities ook daadwerkelijk worden waargemaakt. Naast de evaluaties die de universiteit zelf op het getouw zet, vinden ook op regelmatige basis externe evaluaties plaats. Interne en externe evaluaties zijn op elkaar afgestemd, zoals afgebeeld in onderstaande figuur.
Interne evaluaties
Deze evaluaties gebeuren op initiatief van en door de K.U.Leuven. Binnen het geheel van de interne evaluaties wordt een onderscheid gemaakt tussen de evaluties van de curricula als geheel en van de afzonderlijke opleidingsonderdelen. Daarbinnen gebeuren evaluaties periodiek of ad hoc.
1. Interne curriculumevaluatie
- Periodieke curriculumevaluatie
Om de acht jaar worden alle curricula in hun globaliteit grondig geëvalueerd. De periodieke interne curriculumevaluatie vormt het scharnierpunt tussen de interne kwaliteitszorg enerzijds en de externe kwaliteitsbewaking anderzijds. Ook voor interuniversitaire opleidingen is een aanpak uitgewerkt.
- Ad hoc curriculumevaluatie
Elke POC kan op elk moment een initiatief nemen om de kwaliteit van een opleiding te evalueren. Zij bepaalt dan zelf de focus en aanpak van de evaluatie. Zij kan daarbij een beroep doen op de ondersteuning van DUO. Voor interuniversitaire opleidingen kunnen hier meetinstrumenten worden gevonden.
2. Evaluatie van opleidingsonderdelen
- Periodieke evaluatie van opleidingsonderdelen
Ook de afzonderlijke opleidingsonderdelen worden sinds het begin van de jaren negentig periodiek geëvalueerd. Vanaf 2005-2006 werd een systeem geïmplementeerd waardoor elk opleidingsonderdeel minstens om de twee jaar wordt bevraagd. Dit systeem volgt twee sporen waarvan elk spoor een eigen finaliteit heeft: kwaliteitsverbetering enerzijds en kwaliteitsgarantie anderzijds. Ook voor interuniversitaire opleidingen is een aanpak uitgewerkt.
- Ad hoc evaluatie van opleidingsonderdelen
Elke docent kan te allen tijde het initiatief nemen om zijn/haar onderwijs te evalueren. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van verscheidene evaluatiemethodes (hearings, open- of gesloten vragenlijsten) en -instrumenten (bv. ETLQ-vragenlijst). Ook hier kan een beroep gedaan worden op de ondersteuning van DUO. Voor interuniversitaire opleidingsonderdelen kunnen hier meetinstrumenten worden gevonden.
Externe evaluaties
In het kader van de externe kwaliteitszorg worden de curricula om de acht jaar geëvalueerd door een externe visitatiecommissie. Deze commissie tracht zich op basis van het zelfevaluatierapport en een bezoek een oordeel te vormen over de geleverde kwaliteit. Het visitatierapport, dat de schriftelijke neerslag vormt van dit onderzoek, dient als basis voor het al of niet accrediteren van de opleiding. Ook voor interuniversitaire opleidingen is een aanpak uitgewerkt.
