Geschiedenis

In 2025 viert de KU Leuven haar zeshonderdste verjaardag. Daarmee behoort zij tot de oudste universiteiten van Europa. Zij is ook de oudste universiteit van de Lage Landen en wereldwijd de oudste van alle nog bestaande katholieke universiteiten. De Leuvense Universiteit is formeel gesticht door de bul ‘Sapientie immarcessibilis’ die paus Martinus V op 9 december 1425 uitvaardigde. De stad Leuven had met de steun van hertog Jan IV van Brabant en van de stedelijke geestelijkheid de toelating voor de oprichting gevraagd.

De Leuvense Universiteit telde aanvankelijk vier faculteiten: de Artes , het Canoniek Recht, het Burgerlijk Recht en de Geneeskunde. In 1432 is daar met pauselijke toestemming de Theologische faculteit aan toegevoegd.

De universiteit kreeg bij haar oprichting onderdak in wat vandaag de Universiteitshal is. Het imposante gebouw was in 1317 gebouwd als stedelijke lakenhal. Vanaf de ingebruikname door de universiteit tot op vandaag is het eerbiedwaardige gebouw ingericht als de bestuurszetel van de universiteit, met de kantoren van de rector en de vice-rectoren en van diensten van de universiteit. Eeuwenlang bevatte de Universiteitshal ook collegezalen en vergaderlokalen voor de faculteiten. Daarnaast zetelde er de universitaire rechtbank.

Grote geesten

Iets meer dan een eeuw na haar oprichting telde de Leuvense universiteit een 2000-tal studenten, onder wie meer dan 200 buitenlanders. De uitstraling van enkele grote geesten was daar niet vreemd aan, met de humanist Desiderius Erasmus op kop. Hij verbleef verschillende jaren in Leuven en speelde een actieve rol in de ontwikkeling van de nog jonge universiteit. Bekend is zijn bemiddeling voor het drukken en publiceren van het ophefmakende werk ‘Utopia’ van Thomas Morus, dat in 1516 in Leuven is verschenen. Verder was Erasmus de oprichter van het Collegium Trilingue, dat in 1517 op de Leuvense Vismarkt is opgetrokken. Het was een centrum van humanistische bedrijvigheid en kan beschouwd worden als grondlegging van het kritische onderzoek. Met de inbreng van denkers en zoekers uit heel Europa bleef Leuven de wetenschapsbeoefening voortaan hoog in het vaandel voeren, weliswaar met ups en downs, naargelang het intellectuele klimaat.

In de 16de eeuw was Leuven een tijdlang een baken voor geleerden van het hele continent. Grote namen als de reeds genoemde Erasmus, de anatoom Vesalius, de cartograaf Mercator, de wiskundige Gemma Frisius, de opvoedkundige Vives en vele anderen zetten de toon. Daarnaast was de Leuvense universiteit een bastion in de strijd tegen de Reformatie. Leuven onderhield een relatie van loyauteit ten aanzien van de Kerk, zonder evenwel een kerkelijke universiteit te zijn. Vanaf haar stichting staat zij als ‘kritisch denkcentrum’ in een gezonde spanningsverhouding met de kerkelijke autoriteiten.

Ook in 17de en 18de eeuw telde de Leuvense universiteit vermaarde wetenschappers in haar rangen. Zo was er de medicus Jozef Rega, meerdere keren rector, die in 1738 de Universiteitshal uitbreidde met een vleugel, waarin de bibliotheek onderdak vond tot aan de brand in 1914. Rega financierde ook de Kruidtuin (1738), die later aan de stad werd overgedragen, en het Anatomisch Theater (1744), de kern van de medische stadscampus. Het natuurkundig onderzoek kreeg een eerste aanzet in de periode van de Oostenrijkse Nederlanden, met een ‘kabinet’ dat opgetrokken was in het oude Artes-faculteitsgebouw, het huidige Museum M. In het laatste kwart van de 18de eeuw experimenteerde Jan Pieter Minckelers met steenkoolgas als brandstof voor verlichting. Voor doorgedreven en structureel verankerd wetenschappelijk onderzoek moeten we echter, zoals aan de meeste universiteiten, nog bijna een eeuw lang wachten.

De universiteit bepaalde gaandeweg ook meer en meer het stadsbeeld. De talrijke pedagogieën (studiehuizen voor studenten) en colleges, vaak gebouwd met de steun van gulle schenkers, liggen verspreid over de ganse binnenstad. Vele ervan zijn bewaard, zij het soms met ingrijpende verbouwingen. Het historisch architecturale beeld van de universiteit in de binnenstad is niet meer middeleeuws, maar hoofdzakelijk 18de-eeuws.

Nieuw elan

De grote politieke ontwikkelingen lieten de Leuvense universiteit intussen niet ongemoeid. Soms deed ze daar haar voordeel mee, soms onderging zij er lijdzaam de gevolgen van. Haar katholieke uitstraling deed de universiteit geen goed tijdens de Franse overheersing. In 1797 werd de universiteit opgeheven. Na een hiaat van bijna twintig jaar opende koning Willem I van de Verenigde Nederlanden in 1817 in Leuven een neutraal bedoelde rijksuniversiteit. Deze werd in 1834 op initiatief van de Belgische bisschoppen opnieuw vervangen door een katholieke universiteit.

Het onderwijs in de 19de-eeuwse universiteit was aanvankelijk vooral gericht op een soort hogere beroepsopleiding. Gaandeweg, en zeker in het laatste kwart van de 19de eeuw, onderging de universitaire vorming in toenemende mate de invloed het zich snel ontwikkelende wetenschappelijk onderzoek. In de humane wetenschappen wordt in 1889 het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte opgericht met als doel het kritische denken te vernieuwen in contact met het succes van de natuurwetenschappen. De jonge hoogleraar en latere kardinaal Désiré-Joseph Mercier was de initiatiefnemer. Hij begreep dat een moderne universiteit het opkomende natuurwetenschappelijk onderzoek moest omarmen. De universiteit bleef zich sterk profileren op geesteswetenschappelijk gebied, maar ontwikkelde in stijgende mate ook de andere wetenschapsdomeinen. Het volsta hier te verwijzen naar het baanbrekende onderzoek van de hoogleraar Georges Lemaître, die met zijn hypothese van het uitdijende heelal (1927) heeft bijgedragen tot de algemene relativiteitstheorie en de kosmologie, en als grondlegger van de oerknaltheorie (1931) kan worden beschouwd.

Vlaams en internationaal

Hoewel de Leuvense universiteit in Vlaanderen gelegen was, was het Frans er in de 19de eeuw de overheersende communicatietaal. Pas vanaf 1911, toen de eerste Nederlandstalige colleges werden gegeven, werd een voorzichtige vernederlandsing ingezet. In de woelige politieke context van de late jaren 1960, waarin ook de tweetalige Brusselse universiteit werd gesplitst, wordt de ene Leuvense universiteit in twee zelfstandige zusteruniversiteiten opgedeeld: enerzijds de ‘Katholieke Universiteit Leuven’ (KU Leuven) met het Nederlands als bestuurstaal, en anderzijds de Franstalige ‘Université Catholique de Louvain’ (UCL). Deze laatste vestigde zich op de volledig nieuwe campussen van Louvain-la-Neuve (Wallonië) en Woluwé (Brussel). Beide zusteruniversiteiten leven vandaag in uitstekende verstandhouding met elkaar en kennen vele samenwerkingsverbanden in onderwijs, onderzoek en organisatie.

Pieter De Somer werd in 1968 de eerste rector van de zelfstandige KU Leuven. De vernieuwde universiteit trok resoluut de kaart van de internationaal gerichte wetenschappelijke ontwikkeling. Het onderzoek groeide snel, het aantal studenten eveneens. Uitbreiding was aan de orde, zowel in en rond Leuven, met campussen voor wetenschappen en technologie op het Arenbergdomein in Heverlee en voor biomedische wetenschappen op de site Gasthuisberg, waar vanaf de jaren 1980 het nieuwe complex van de Universitaire Ziekenhuizen is opgebouwd.

In 2002 sloot de KU Leuven met veertien Vlaamse hogescholen een associatieovereenkomst die kaderde in de harmoniseringsbeweging die het hele Europese hoger onderwijs vanaf 1999 (Bolognaverklaring) op nieuwe wegen bracht. De academische opleidingen van die hogescholen zijn in 2013 volledig geïntegreerd in de KU Leuven. Sindsdien biedt de universiteit opleidingen aan op campussen in elf verschillende steden.

Vandaag telt de KU Leuven meer dan 50.000 studenten, die op de verschillende campussen in en buiten Leuven verspreid zijn. De universiteit en de universitaire ziekenhuizen hebben elk bijna 10.000 medewerkers in dienst. De KU Leuven hoort bij de Europese onderzoekstop, en kan zich op een aantal vlakken zonder meer als wereldspeler beschouwen. Ze is uitgegroeid tot een kosmopolitische instelling in een zich snel vernieuwende stadsomgeving. De universiteit is prominent aanwezig in de internationale wetenschappelijke wereld. Ze behoudt haar heel eigen profiel, waarin hypergeavanceerde wetenschap hand in hand gaat met leefbaarheid en toegankelijkheid voor mensen met talent.