Over het patroonsfeest

Aan de Leuvense universiteit wordt het academiejaar vanouds geritmeerd door een paar grote feesten. Eind september vindt de plechtige opening van het academiejaar plaats, en halverwege is er het Patroonsfeest dat de overgang naar het tweede semester markeert. Als patroon van de universiteit geldt niemand minder dan Maria, de moeder van Jezus.

Sedes SapientiaeDe Katholieke Universiteit, die in 1834 werd opgericht door de Belgische bisschoppen, werd meteen toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. De schutsheilige verscheen in de vorm van haar monogram (MR) omringd door leliën en een stralende ster in het zegel van de nieuwe instelling.

Dit was geen ongunstig gesternte want bepaald in de 19e eeuw zou de Mariacultus na de afkondiging van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis en de verschijningen in Lourdes een hoge vlucht nemen.

Indien de oude universiteit van vóór de Franse Revolutie al een patroonheilige bezat, dan was het ongetwijfeld Sint-Pieter, de stadspatroon van Leuven. Die verscheen ook in het zegel van de universiteit, die opgericht was op initiatief van de stad Leuven en veel meer dan de negentiende-eeuwse confessionele instelling in het stedelijk leven was ingebed.

Wel gold het feest van Maria-Geboorte op 8 september tevens als verjaardag, dies natalis, van de universiteit, die met name op de vooravond van die feestdag in 1426, negen maanden na de stichting op 9 december 1425, van start was gegaan.

Natuurlijk nam de toenmalige universiteit ook deel aan de plaatselijke Maria-verering, die zich te Leuven voornamelijk afspeelde rond een in 1442 door Nicolaas de Bruyne (naar een ouder romaans origineel) vervaardigd Mariabeeld in de Sint-Pieterskerk. Tijdens de vermaarde jaarlijkse ommegang stapten de professoren pal achter het beeld op, als corps, terwijl de stadsmagistraat achteraan in de processie het nakijken had.

Sint-PieterskerkDe Leuvense humanist Justus Lipsius die in de controverse met de reformatie omstreeks 1600 de roomse Mariacultus met kritisch-historisch werk ondersteunde, verrichtte ook rond deze Leuvense madonna het eerste wetenschappelijk onderzoek (de studie droeg als titel Diva Lovaniensis en werd uiteindelijk niet gepubliceerd maar bleef in handschrift bewaard en werd zopas uitgegeven door dr. Jeanine de Landtsheer).

Niettemin vatten ook allerlei vrome legenden post: in 1426 zou de openingsplechtigheid van de kersverse universiteit hebben plaatsgevonden tegenover het middeleeuwse Mariabeeld in de Sint-Pieterskerk en in de volgende eeuwen zou de maagd ook belegeringen van stad en universiteit hebben afgeslagen.

Zo werd de wonderbaarlijke redding van Leuven bij het beleg door Franse en Hollandse troepen in 1635 aan haar bovennatuurlijk ingrijpen toegeschreven.

De tijd stond dit fel vereerde en miraculeus geachte beeld gewoon bekend als Onze Lieve Vrouw Sinte Peters. Naar verluidt zou het al in de achttiende eeuw ook Sedes sapientiae, Stoel der wijsheid, zijn genoemd. Met deze aanroeping uit de litanie van Onze-Lieve-Vrouw zou in de negentiende eeuw alvast rector De Ram het beeld in de Sint-Pieterskerk betitelen; aan het beeld had hij trouwens onmiddellijk na de overbrenging van de Katholieke Universiteit uit Mechelen het patroonschap over de universiteit verbonden. Maar de naam Sedes sapientiae geldt ook als benaming voor een welbepaald type van een streng hiëratische voorstelling, waarbij Maria met het Christuskind op de schoot in een strak frontale houding op een troon is gezeten, een type waaraan het Leuvense beeld uitstekend beantwoordt.

Epitoga met zegelAan het begin van de twintigste eeuw deed een nieuwe traditie opgeld. Bij de viering van het vijfenzeventig jarig bestaan van de Katholieke Universiteit in 1909 werd een nieuw neogotisch zegel in gebruik genomen. De spoelvorm verwees naar het middeleeuwse zegel van de faculteiten maar evenzeer naar de mandorla, het ellipsvormige aureool waarin vaak de madonna is vervat.Voor de centrale afbeelding van de maagd stond effectief de Sedes sapientiae uit de Sint-Pieterskerk model, en daar werd in het randschrift ook uitdrukkelijk naar verwezen. Ter gelegenheid van het vijfde eeuwfeest van de Leuvense universiteit in 1927, werd op de koop toe het beeld plechtig gekroond.

De associatie was nu compleet. Het beeld, de titel en de instelling geraakten vervolgens danig verstrengeld zodat het op den duur niet meer duidelijk was of de titel op het beeld of op de instelling sloeg en het er wel eens op leek dat de universiteit met de stoel der wijsheid in de eerste plaats zichzelf bedoelde. Zoveel verwatenheid kon nooit de bedoeling zijn, maar de vermenging miste zijn uitwerking niet. Het zegel met de Sedes sapientiae maakte opgang als embleem dat overal onmiskenbaar de universiteit oproept, op briefomslagen, kepies, T-shirts en bestelwagens.

Tussen de vele Mariafeesten koos de universiteit voor haar Patroonsfeest één van de oudste: het feest van Maria-Zuivering of Onze-Lieve-Vrouw-Lichtmis gevierd op 2 februari, dit is veertig dagen na Kerstmis, een feestelijke herinnering aan het zuiveringsritueel dat Maria als jonge moeder volgens de Joodse wet (Leviticus 12, 2-4) diende te volbrengen. Lichtmis werd het feest van de Sedes sapientiae, de beschermheilige van de universiteit. De naam Lichtmis heeft betrekking op de kaarsjeswijding en de processie met brandende kaarsen voor de mis, overigens de kerstening van een oud Romeins lichtfeest. In Vlaanderen worden die dag traditioneel pannenkoeken gebakken.

In Leuven gaat op 2 februari geen kaarsjesprocessie uit, maar een professorenstoet, een optocht van togati, hoogleraren in hun ambtskleed. Dit gewaad dat dateert van onder het sobere Hollandse bewind uit de tijd van de Rijksuniversiteit Leuven (1817-1835), is van een vrij eenvoudige snit, in ingetogen zwart, dat enkel wordt onderbroken door een biesje en door lintjes, knoppen en kwastjes in de kleuren van de verschillende faculteiten, Franse franje die pas na de Eerste Wereldoorlog naar het voorbeeld van de Sorbonne werd ingevoerd.

de pedellen leiden de stoetDe rector in zijn fraaie tabbaard, zwart met rode kraag en omslagen, wordt voorafgegaan door de pedellen, die ten teken van zijn macht, de scepters dragen. Een van deze staven draagt de beeltenis van Pallas Minerva, de antieke beschermgodin uit de periode van de Leuvense Rijksuniversiteit. De andere staf is opnieuw gekerstend na de splitsing van de universiteit toen het oorspronkelijke exemplaar naar Louvain-la-Neuve verhuisde, en kreeg de Sedes sapientiae als bekroning.

De stoet begeeft zich van de Universiteitshal naar de Sint-Pieterskerk, waar voor het altaar nog steeds het beeld van de Sedes sapientiae prijkt, en na de mis gaat het naar de promotiezaal in de Universiteitshal of naar de aula maxima voor de plechtige uitreiking van de eredoctoraten aan figuren die zich in wetenschappelijk of maatschappelijk opzicht hebben onderscheiden. Die eredoctoraten vormen een aparte academische traditie met alweer een moeilijk naspeurbaar verleden, dat opklimt tot de jaren tachtig van de negentiende eeuw maar niet onlosmakelijk met het ritueel van het Patroonsfeest is verbonden.

Pas in het midden van de jaren vijftig werd het traditie om uitgerekend op 2 februari de uitreiking van eredoctoraten te bundelen en de gegadigden ter gelegenheid van het Patroonsfeest tot doctor honoris causa te promoveren. Het was ook in die sfeer, te midden van het rijke roomse leven en onder het rectoraat van Mgr. Van Waeyenbergh, die een neus had voor public relations en niet bang was voor enig uiterlijk vertoon, dat het Patroonsfeest met de nodige pomp and circumstance zijn volle gewicht kreeg.

 

Mark Derez
Universiteitsarchief
Januari 2003

  • Patroonsfeest: Onze-Lieve-Vrouw-Lichtmis, 2 februari.
    Sinds de stichting van de Katholieke Universiteit Leuven in 1834.
  • Doctoraten honoris causa
    Minstens sinds 1881.
  • Uitreiking doctoraten honoris causa ter gelegenheid van het Patroonsfeest
    Eerste keer op 2 februari 1951, traditie sinds 1954.

 

Bibliografie
  • Léon van der Essen, Notre-Dame de St.-Pierre (Louvain) "Siège de la sagess" (1129-1927), Leuven 1927
  • Justus Lipsius, Diva Virgo Lovaniensis, vertaald en ingeleid door Jeanine de Landtsheer, Wildert 1999.