Veelgestelde vragen
Algemeen
Hebben mensen wel het recht proeven op dieren te doen?
Biomedisch onderzoek heeft uiteindelijk als doelstelling om mensen te helpen: zieke mensen genezen of hun lijden verzachten, ziektes voorkomen… Je kan daar enkel dieren voor gebruiken als je ervan uitgaat dat een mensenleven meer waard is dan een dierenleven. Is dat wel zo? Wie dierproeven doet, beantwoordt die vraag positief, en aan de KU Leuven denken we dat dat terecht is. Een mensenleven is fundamenteel waardevol, een dierenleven is dat ook, maar als we voor de keuze staan, kiezen we voor de mens.
Dat heeft te maken met het bewustzijnsniveau van de verschillende levende organismen. Beslissingen over ethisch handelen brengen het bewustzijnsniveau van elk levend wezen in rekening, en dat is het hoogste bij de mens.
Zijn resultaten van dierproeven wel geldig voor mensen?
Het is in elk geval zo dat we enorm veel kunnen leren uit dierproeven. Sommige processen die in ons lichaam plaatsvinden, komen ook voor bij veel primitievere organismen zoals wormen. Andere processen, zoals taalontwikkeling, zijn heel specifiek voor mensen en kunnen dus niet bestudeerd worden bij primitievere organismen. Het hangt er dus maar van af welke onderzoeksvraag je precies stelt, en het is heel belangrijk om voor elke onderzoeksvraag nauwkeurig af te wegen of dierproeven nodig en nuttig zijn, en zo ja, met welke dieren.
Gebeuren dierproeven alleen voor medische doeleinden? Is dat niet de enige sector waarin dierproeven gerechtvaardigd zijn?
Aan de KU Leuven gebeuren dierproeven nagenoeg uitsluitend in het kader van biomedisch onderzoek. Dat gebeurt wel vanuit verschillende disciplines. Zo werken bijvoorbeeld orthopedisten samen met ingenieurs rond beensterkte, gewrichtsbewegingen en dergelijke en doen psychologen gedragsproeven in het kader van biomedisch onderzoek. Het is niet omdat het onderzoek gebeurt door wetenschappers uit niet-biomedische disciplines, dat het niet biomedisch zou zijn, integendeel, inhoudelijk blijft het gaan om biomedisch onderzoek. En welke achtergrond de wetenschappers ook hebben, het principe blijft gelden dat dierproeven enkel toegelaten zijn wanneer er geen andere manier is om de onderzoeksvraag te beantwoorden.
In hoeverre bewijzen dierproeven wat ze moeten bewijzen? Bv. voor medicatie: wat met bijwerkingen als misselijkheid, hoofdpijn …? Die komen toch pas boven water na de eerste 'testgroep' van patiënten?
Dierproeven kunnen inderdaad nooit volledig uitsluiten dat een nieuw geneesmiddel ongewenste bijwerkingen zal hebben bij mensen. Maar zij zijn essentieel om met voldoende inzicht en vertrouwen de volgende stap te zetten, experimenten met mensen. Er moeten eerst voldoende waarborgen zijn over de veiligheid van de medicatie en de procedures, om ernstige neveneffecten uit te sluiten. Daarom verplicht de regelgeving over nieuwe medicatie de onderzoekers om uitgebreid op dieren te testen voor ze naar de eerste patiënten gaan.
Ook voor klinische testen met patiënten zijn er trouwens zeer strikte regels. Een nieuw geneesmiddel moet ook een aantal klinische testen doormaken voor het kan worden goedgekeurd voor bredere toepassing.
Regelgeving & ethiek
Welke nationale en internationale/Europese regelgeving bestaat er over proefdieren? Kan ik die ergens op internet vinden?
Wie proefdieren gebruikt, is gebonden door de Belgische wetgeving, zoals de wet op het dierenwelzijn van 1986 en het recente Koninklijk Besluit van 14 mei 2010. In september 2010 werd ook een nieuwe, Europese richtlijn gestemd, die strengere eisen stelt in verband met, bijvoorbeeld, de behuizing van proefdieren. Deze richtlijn moet nu in alle lidstaten worden omgezet in nationale wetgeving. In het hoofdstukje 'Regelgeving en ethiek’ vind je alle richtlijnen en wettelijke bepalingen als pdf, met een overzichtelijke samenvatting.
Dierproeven moeten steeds goedgekeurd worden. Hoe en op basis van welke criteria gebeurt dit?
Een onderzoeksgroep die dierproeven wil doen, moet om te beginnen een erkenning hebben van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. Voor elk onderzoeksproject met dierproeven moeten ze een aanvraag indienen bij de Ethische Commissie van hun onderzoeksinstelling. In de rubriek 'Regelgeving en ethiek’ vind je meer informatie over de criteria die de Ethische Commissie hanteert.
Wat is de ethische visie van de KU Leuven op proefdieren en dierproeven?
Hier vind je de ethische visie van de KU Leuven.
Onderzoek
In welke soorten onderzoek worden er proefdieren gebruikt?
Er worden proefdieren gebruikt in uiteenlopende onderzoeksdomeinen met tal van toepassingen: onder meer in de transplantatiegeneeskunde, het onderzoek naar giftige stoffen, de hartchirurgie, het kankeronderzoek, … Soms kent dat onderzoek meteen concrete toepassingen, soms is het fundamenteler van aard, zoals het onderzoek naar de werking van onze hersenen, dat pas later concrete toepassingen krijgt, bijvoorbeeld om mensen met hersenletsels te helpen.
Onder de rubriek ‘Onderzoek’ vind je hiervan een aantal voorbeelden.
Alternatieven
Zijn er geen alternatieven? Kunnen computermodellen, weefselonderzoek en andere methoden dierproeven niet vervangen?
Kunnen dezelfde resultaten binnen een onderzoeksgebied niet bereikt worden zonder de dierproeven?
Er bestaan technieken die de nood aan proefdieren kunnen verminderen.
- In-vitro-technieken – in de proefbuis – maken gebruik van cellen van menselijke of dierlijke oorsprong die gekweekt worden, of die van een lichaam worden afgenomen (bijvoorbeeld door bloedafname of biopsie).
- Bij ex-vivo-technieken worden weefsels of organen buiten het lichaam bestudeerd. Dat is niet echt een alternatief, omdat er nog een proefdier nodig is dat het orgaan in kwestie levert.
- In-silico-technieken gebruiken computermodellen om biologische systemen na te bootsen.
- Ook moderne beeldvormingstechnieken (zoals scans) kunnen bijdragen aan een beter begrip van complexe biologische systemen.
De resultaten van deze technieken voorspellen echter maar gedeeltelijk wat er in een volledig levend organisme gebeurt, en daardoor kunnen ze dierproeven niet volledig vervangen. Uiteindelijk moeten de resultaten nog altijd worden bevestigd met dierproeven.
Meer info over deze technieken en hun voor- en nadelen vind je onder de rubriek ‘Alternatieven voor dierproeven’.
Wordt er enkel gebruik gemaakt van dierproeven als er geen enkel ander alternatief is?
Dierproeven zijn verboden als er een alternatief is. De regelgeving staat enkel proeven met dieren toe als de onderzoeksvraag op geen enkele andere manier kan worden beantwoord, en voor elke onderzoeksvraag moeten de onderzoekers de diersoort met het laagst mogelijke bewustzijnsniveau gebruiken.
Ik weet dat proefdieren soms nodig zijn, maar ik ben bang dat ze soms gewoon gebruikt worden omdat het makkelijk en goedkoop is. In hoeverre is de KU Leuven bereid om alternatieve testmethoden te voorzien wanneer die duurder of omslachtiger zijn?
De KU Leuven zal altijd alternatieve testmethoden gebruiken wanneer die voorhanden zijn. Ons ethisch kader verplicht ons hiertoe en het is ook wettelijk voorgeschreven.
Het is ook echt niet zo dat dierproeven goedkoop zijn. De huisvesting en verzorging van proefdieren is onderworpen aan strikte regels om het dierenwelzijn maximaal te garanderen, en de procedures zorgen ervoor dat dierproeven zo duur zijn, dat dat op zich al ontradend werkt.
Bovendien zou het ook niet voordelig zijn om de procedures niet zo nauw te nemen en er de ‘hoekjes af te lopen’: proeven met dieren die niet goed verzorgd zijn, geven onbetrouwbare resultaten. De onderzoekers hebben er dus zelf alle belang bij om zo weinig mogelijk proefdieren te gebruiken en ze zo goed mogelijk te verzorgen.
De dieren
Welke dieren worden er gebruikt?
Verreweg de meeste proefdieren zijn knaagdieren: vooral muizen, en ook nogal wat ratten. In sommige laboratoria wordt ook met lagere diersoorten gewerkt zoals zebravisjes, fruitvliegen of rondwormen. Daarnaast worden voor specifieke onderzoeksvragen ook kleine aantallen konijnen, katten, geiten, varkens, schapen en rhesusapen gebruikt.
Lijden proefdieren veel pijn? Wordt er steeds voor gezorgd dat de dieren zo min mogelijk pijn of ongemak ervaren?
Het lijden van de proefdieren moet (wettelijk) minimaal worden gehouden. Veel experimenten, bijvoorbeeld in verband met transplantatiegeneeskunde, gebeuren volledig onder verdoving. Vaak wordt het dier niet meer wakker en wordt het meteen na het experiment geëuthanaseerd. Wanneer het experiment vereist dat het dier opnieuw wakker wordt, krijgt het pijnstillers. De onderzoekers hebben er zelf ook belang bij om het dierenleed minimaal te houden, want dieren die stress ervaren, geven onbetrouwbare onderzoeksresultaten.
Wat gebeurt er met de dieren na de proef?
Wanneer het experiment voorbij is, worden proefdieren (pijnloos) geëuthanaseerd. De lichamen worden koud bewaard, en geregeld opgehaald door Rendac, een bedrijf gespecialiseerd in de verwerking van dierlijke lichamen.
Hoeveel stress ondervinden proefdieren puur van het in gevangenschap zitten en proefdier zijn? Wordt er geprobeerd om die stress te verminderen? Hoe gaat dat in zijn werk?
De huisvesting heeft een grote invloed op de stress van de dieren. Voor de meeste diersoorten is huisvesting alleen in een kooi bijvoorbeeld een grote bron van stress, en dat wordt verholpen door huisvesting in groepjes. Muizen bijvoorbeeld gaan graag op elkaar liggen, en doen dat ook in de kooien van het proefdierencentrum zoals ze het in de natuur doen. Voor grotere dieren wordt tegen verveling kooiverrijking voorzien, zoals speeltuigen voor apen, en de schapen mogen bij mooi weer buiten op de weide. Het blijft wel zo dat een proefdierencentrum geen natuurlijke leefomgeving is, maar de dierenverzorgers streven naar minimale stress. Dat is ook in het belang van het onderzoek, want dierproeven met gestresseerde dieren geven onbetrouwbare resultaten.
Medewerkers proefdiercentrum
Krijgen proefdiermedewerkers een opleiding?
Wie met proefdieren wil werken, moet daarvoor een welomschreven opleiding volgen. In de rubriek ‘Opleiding en begeleiding’ staat meer informatie in verband met de verplichte opleiding van dierenverzorgers, mensen die experimenten met dieren uitvoeren en mensen die experimenten uittekenen en superviseren.
Wat leren proefdiermedewerkers in hun verplichte opleiding?
In het vak proefdierkunde, dat iedereen die experimenten met proefdieren doet moet volgen, komen zaken aan bod zoals wetgeving, veiligheid, huisvesting, ziektes, belang van genetische achtergrond, en ook dierenwelzijn. Ook dierenverzorgers die in een proefdierencentrum gaan werken, krijgen een specifieke opleiding met theorie en praktijklessen, over dagelijkse verzorging en werken met proefdieren. In de verplichte opleiding voor proefleiders wordt ook aandacht besteed aan ethiek, alternatieven voor dierproeven (de 3 V’s), en gezondheidsrisico’s voor personeel (allergie…). De vereisten van de diverse opleidingen zijn wettelijk vastgelegd (pdf).
