Visie

Onderzoek voor het welzijn van de mens met oog voor het welzijn van het dier

Onderzoek voor het welzijn van de mens met oog voor het welzijn van het dier

De KU Leuven verricht fundamenteel en translationeel wetenschappelijk onderzoek op dieren. We doen dat weloverwogen en steeds met het oog op het menselijk welzijn. Bij elk nieuw project wegen we zorgvuldig het gebruik van proefdieren af tegenover het belang voor de mens, ook al ligt dat vaak op lange termijn. Medische behandelingen van vandaag vinden hun oorsprong vaak in fundamenteel onderzoek van pakweg 30 jaar geleden. 

Is een mens dan meer waard dan een dier? Wie dierproeven doet, beantwoordt die vraag positief, en wij beamen dat uitgangspunt. Een mensenleven is fundamenteel waardevol, een dierenleven is dat ook, maar als we voor de keuze staan, kiezen we voor de mens.

Dat heeft te maken met het bewustzijnsniveau van de verschillende levende organismen. Dat bewustzijnsniveau is het hoogste bij de mens. Ethisch handelen brengt het bewustzijnsniveau van elk levend wezen in rekening en begrijpt dat het bewustzijn het hoogste is bij de mens. Diezelfde waardenverhouding geldt ook in de vis- en veeteelt voor onze voedselconsumptie. Het is niet goed om het onderscheid tussen mensen en dieren te laten vervagen. 

Wanneer we bepaalde experimenten met dieren doen, kiezen we dan ook telkens voor de soort met het laagst mogelijke bewustzijnsniveau. Als proeven kunnen met wormen, doen we die niet bij gewervelde dieren of zoogdieren. Maar sommige proeven kunnen alleen bij dieren die zo veel mogelijk lijken op de mens, en dan komen we bij de primaten. Daarom gebruiken we ook apen bij onderzoek naar bijvoorbeeld de werking van de hersenen. 

Op basis van dezelfde ethische grondslagen verplicht de wetgeving overigens om in een aantal gevallen dierproeven te doen vooraleer bepaalde testen of behandelingen kunnen en mogen gebeuren bij mensen.

Maar niet alleen het welzijn van de mens, ook het welzijn van de dieren is belangrijk. Dat dierenwelzijn verdient, overeenkomstig wettelijke voorschriften en ethische codes, onze blijvende aandacht. Het is onze constante bekommernis om het aantal proefdieren minimaal en het welzijn van de dieren maximaal te houden. Onderzoekers hebben overigens geen baat bij dieren die zich niet goed voelen of afwijkend gedrag vertonen; dat maakt hun onderzoeksresultaten waardeloos.

We vragen ons steeds af of er geen alternatieven zijn voor de dierproeven. De zogenaamde 3 V’s maken intrinsiek deel uit van ons beleid. Die 3 V’s staan voor verminderen – verfijnen – vervangen. We trachten het aantal dieren in ons onderzoek zo laag mogelijk te houden (verminderen), we streven ernaar om zo veel mogelijk te leren uit de betrokken proeven en het leed voor de dieren zo veel mogelijk te beperken (verfijnen) en waar mogelijk vervangen we dierproeven door experimenten in de proefbuis (vervangen).

Er zijn wellicht weinig wetenschappers die zich geen vragen stellen bij dierproeven, maar er zijn vragen en problemen die een wetenschapper alleen kan bestuderen in levende systemen, dus in dieren. We respecteren diegenen die daar, in hun engagement voor het dierenwelzijn, anders over denken en houden rekening met hun agumenten. Daarom kiezen we met deze website voor een open communicatie over ons beleid.

Dat beleid is gericht op het menselijk welzijn. Dierproeven afschaffen zou de vooruitgang van de geneeskunde en de behandeling van ziekten bij de mens een halt toeroepen, en daar zijn wij niet bij gebaat en, gezien het lange termijn perspectief van ons onderzoek, zeker onze kinderen en kleinkinderen niet.

 

Prof. Mark Waer, rector
Prof. Peter Marynen, vicerector Onderzoeksbeleid
Prof. Jef Arnout, directeur Proefdierencentrum