Dyslexie?
Wat is dyslexie?
Aan de KU Leuven werken we met de definitie van de Stichting Dyslexie Nederland, zoals voorgesteld in de ‘wegwijzer dyslexie - PDF ’ van het Vlaams Expertisecentrum Handicap en Hoger Onderwijs (VEHHO):
Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau. (Stichting Dyslexie Nederland, 2003)
Dyslexie is dus niet zomaar een verzamelnaam voor leerlingen of studenten met lees- en spellingsproblemen. Het is wel degelijk een specifieke stoornis. Voor de diagnose van dyslexie moet aan 3 voorwaarden voldaan zijn:
- ernstige achterstand,
- hardnekkigheid of resistentie,
- exclusiviteit (geen andere verklarende factoren)
Voor dit diagnostisch proces verwijzen we naar detoelichting door Prof. Pol Ghesquière van de Orthopedagogische Consultatiedienst Leuven en voorzitter Stichting Leerstoornissen aan de KU Leuven - PDF.
De betekenis van dyslexie
Mensen met dyslexie ondervinden voornamelijk problemen met het lezen en schrijven. Door de taalfouten die ze maken, kunnen ze minder verstandig overkomen dan ze zijn.
Voor de persoon met dyslexie leidt dit tot frustraties. Bij de omgeving kunnen er misvattingen ontstaan (hij doet zijn best niet, concentreert zich niet genoeg, studeert niet hard genoeg, …). Lezen en schrijven vragen daardoor meer inspanning en concentratie.
Aan de basis van dyslexie ligt een automatiseringsprobleem. Ondanks veelvuldig oefenen worden bepaalde taken voor iemand met dyslexie geen of moeilijker een automatisme. Dat kan gaan over de klank-tekenkoppeling, woord- en/of cijferbeelden, maar ook over het verschil tussen links en rechts, ….
Dyslexie gaat niet voorbij, het is geen ziekte. Het is belangrijk dat iemand met dyslexie leert waar hij/zij het moeilijker mee heeft en leert compenseren. Ongeveer 1/10 zou een leerstoornis hebben.
Knelpunten voor studenten met dyslexie
De mogelijke knelpunten die mensen met dyslexie ervaren, kunnen individueel zeer verschillend zijn. De ene persoon met dyslexie is de andere niet.
- Het zelfbeeld
- Studenten met dyslexie weten dat ze regelmatig fouten maken, ondanks veel inspanningen. Ze twijfelen vaak aan zichzelf. Dit kan een lager zelfbeeld, onzekerheid en faalangst veroorzaken.
- In het verleden (maar ook in het heden en waarschijnlijk de toekomst) hebben vele studenten met dyslexie van anderen negatieve reacties gekregen (“wat kom je aan de univ zoeken als je niet kan lezen of schrijven? Je studeert gewoon niet hard genoeg, …).
- Studiekeuze
- Het les volgen
- Opletten en noteren tegelijk is geen evidentie voor iemand met dyslexie. Het noteren vraagt immers meer concentratie, waardoor er minder aandacht naar de les zelf kan gaan. Nochtans kunnen studenten met dyslexie veel aan de les hebben. Aangezien het lezen moeilijker kan gaan, is het belangrijk om de informatie al gehoord te hebben, dan kan nadien de cursustekst gemakkelijker geïnterpreteerd worden.
- Het nemen van correcte noties kan een knelpunt zijn. Aangezien het schrijven moeiljker gaat, kunnen er fouten worden opgeschreven en nadien foutief ingestudeerd worden.
- Het studeren zelf
- Aan de universiteit dienen grote hoeveelheden tekst verwerkt te worden. Studenten met dyslexie hebben hier vaak meer tijd voor nodig.
- Het academisch taalgebruik leidt tot moeilijk interpreteerbare zinnen.
- Het doornemen van anderstalige teksten, bijvoorbeeld Engelse handboeken, kunnen extra moeilijkheden opleveren.
- Het instuderen van termen, data, namen, … kan moeizamer verlopen.
- Stage
- Het schrijven van papers
- Het verwoorden van gedachten op papier kan een drempel zijn voor iemand met dyslexie.
- Het brengen van structuur in een tekst is niet eenvoudig.
- Veel studenten met dyslexie schrijven spreektaal, wat kan leiden tot lange zinnen, zonder leestekens, met veel ideeën snel achter elkaar.
- Spellings- en grammaticafouten kunnen regelmatig voorkomen.
- Het afleggen van examens
- Aangezien het lezen en/of schrijven trager kan verlopen, kan tijd een probleem zijn.
- Het correct en volledig lezen van een vraag en het interpreten van de opdracht kan een knelpunten zijn. Het formuleren in schrijftaal van het antwoord op de vraag kan een drempel opleveren. Studenten met dyslexie schrijven soms spreektaal, wat lange zinnen zonder interpunctie kan opleveren. Het is daardoor niet altijd duidelijk wat er precies met het antwoord bedoeld wordt.
- Door de automatiseringsproblemen kunnen studenten met dyslexie woordvindingsmoeilijkheden hebben.
- Meerkeuze vragen zijn regelmatig erg talige vragen, zodanig opgesteld om je te doen twijfelen. Studenten met dyslexie twijfelen zo al wanneer ze lezen en lezen regelmatig fouten of slaan worden over.
- Tijdens open boek examens moet je hele stukken tekst opnieuw lezen.
