print deze pagina af voeg deze pagina toe aan je favorieten e-mail deze pagina Klik hier om in te loggen Guided Tour

Scriptura project

[Scriptura > De Heilige Schrift > schrift]

Een nieuwe vorm van bijbeldidactiek

Inleiding

Aan de Faculteit Godgeleerdheid van de K.U. Leuven startte prof. Reimund. Bieringer met een groep studenten het Scriptura project. In het academiejaar 2005-2006 kopiëerden zij het Marcusevangelie en in het academiejaar 2007-2008 het Johannesevangelie. THOMAS brengt hier het resultaat van dit project samen met de inleiding van de hand van prof. Reimund Bieringer bij de ingebonden codex waarin hij het project kadert. De studenten hebben deze codex spontaan de "Codex Lovaniensis" genoemd. In de komenden jaren kan het werk aan deze codex worden verdergezet. Maar het project wenst ook anderen uit te nodigen tot gelijkaardige initiatieven.

De Heilige Schrift was oorspronkelijk een met de hand geschreven tekst. De tekst werd met inkt op papyrus en later perkament geschreven. Het feit dat de boeken van de Bijbel vandaag nog bekend zijn hebben wij te danken aan het feit dat ze eeuwenlang altijd opnieuw met de hand overgeschreven werden. Sinds de uitvinding van het drukken van boeken is dit grondig veranderd. De Bijbel is bij de meeste mensen alleen maar nog bekend als gedrukt boek. Sinds het begin van het digitale tijdperk is hierin opnieuw verandering in gekomen. Op hun computerscherm komen de mensen opnieuw nauwer in aanraking met de Bijbelse tekst, maar nu via toetsenbord en muisclick.

De vroegste manuscripten van de Bijbel zijn overgeleverd in scriptio continua in hoofdletters. Hierbij worden alle woorden aan elkaar geschreven zonder leestekens. Aan het einde van een regel stopt men op gelijk welk punt en gaat in de volgende regel gewoon door met hetzelfde woord.

In het academiejaar 2005-2006 hebben we in het vak "Inhoud en theologieën van het Nieuwe Testament" met ongeveer zestig mensen het gehele Marcusevangelie met de hand overgeschreven. Als tekst hebben we hiervoor de Nieuwe Bijbelvertaling gebruikt. Iedereen heeft ongeveer een tiental verzen overgeschreven. Hierbij volgden wij het voorbeeld van de vroegste manuscripten van de Bijbel, met name door het gebruik van hoofdletters, scriptio continua en kolommen. Op deze manier hebben we onze eigen Codex Lovaniensis gemaakt.

In een tijd van fotokopieertoestellen, scanners en computers is de ervaring van het overschrijven van teksten eerder uitzonderlijk. Dit is jammer, want door het overschrijven van teksten kan men zeer diep in aanraking komen met hun inhoud. Bovendien kan me op een unieke manier ervaren dat teksten naast hun betekenis ook voorwerpen zijn van de materiële wereld die als dragers van de tekst dienst doen. Deze dragers van de tekst staan niet volstrekt los van de tekst. Elke overgang naar andere dragers (papyrus, perkament, papier en digitale media) heeft zonder meer ook een impact op de inhoud.

Een samenwerking van zoveel mensen is een unieke ervaring. Ondanks de duidelijke richtlijnen zijn de verschillen in de aard van het gekozen papier, de inkt, het handschrift en de door sommigen toegevoegde versiering van initialen en vrije plekken frappant. Zo is een tekst ontstaan met een zekere eenheid in de verscheidenheid. Ik zou iedereen willen bedanken die aan dit project heeft meegewerkt en er meer van gemaakt heeft dan het vervullen van een lastige opdracht. Overschrijven en van buiten leren van teksten staan tegenwoordig niet hoog in koers. Maar ondanks alle uitvindingen van de mensen zijn ze door niets vervangbaar. In het bijzonder zou ik Zr. Carine Devogelaere willen danken wiens grote inzet en standvastigheid het mogelijk heeft gemaakt de Codex te bundelen en te laten inbinden. Het is onze hoop dat dit project andere gelijkaardige projecten zou kunnen stimuleren. In het jaar van de Bijbelronde van Vlaanderen (oktober 2006 tot oktober 2007) zou de Bijbel niet alleen voorgelezen mogen worden, maar zouden parochies en religieuze gemeenschappen eraan kunnen beginnen hun eigen codex van het Nieuwe Testament of van de gehele Bijbel te maken opdat ze in de liturgie uit hun eigen Codex zouden kunnen voorlezen.

Leuven
Feest van de heilige Albertus de Grote 2006

Prof. dr. Reimund Bieringer

Doelstellingen

  1. Vertrouwd worden met de Bijbel als een tekstgegeven. Ervaren dat teksten naast hun betekenis ook voorwerpen zijn van de materiele wereld.
  2. Ervan bewust worden dat elke overgang naar andere tekstdragers (van papyrus naar perkament, papier en digitale media) zonder meer ook een impact heeft op de inhoud.
  3. Bewust worden van het feit van verschillende handschriften en van verschillende vertalingen van de Bijbel en van het feit dat de Bijbeluitgaven die wij vandaag hebben al sterk bewerkt zijn wat betreft vertaling, hoofdstuk- en versindeling, tussentitels, aantekeningen (zie bijlage).
  4. Gevoelig worden voor de band tussen heilige teksten en de respectvolle en esthetische presentatie ervan.
  5. Zelf binnen treden in het proces van de overlevering van de tekst.
  6. Zich bewust worden van de kansen en problemen die verbonden waren/zijn aan de overlevering van de Bijbeltekst.
  7. Door het overschrijven van teksten in aanraking komen met hun inhoud.
  8. De omgang met de Bijbel beleven als een gemeenschappelijk gebeuren.
  9. Ervaren van eenheid in verscheidenheid, d.w.z. dat ondanks de afspraken in verband met het overschrijven frappante verschillen naar voren komen in de aard van het gekozen papier, de inkt, het persoonlijk handschrift en de door sommigen toegevoegde versieringen van initialen en vrije plekken.
  10. Kennis maken met de tradities en voorschriften wat betreft het “kopiëren” van teksten in andere religieuze tradities, bijvoorbeeld elke synagoge dient een met de hand geschreven torahrol te gebruiken voor het voorlezen van de tekst tijdens de vieringen. Het maken van een torahrol is toevertrouwd aan professionele schrijvers (sefer torah) (zie: De Torá-rol en Sefer Torah (Wikipedia)). Voor de koran als handgeschreven boek, zie: Handschriften van de Koran.

Methode voor het maken van een codex

  1. De deelnemers vertrouwd maken met de ontstaansgeschiedenis van de Bijbel als tekst met onderscheid tussen mondelinge, geschreven, gedrukte en digitale drager van de boodschap.
  2. De deelnemers vertrouwd maken met de geschiedenis van de verschillende Nederlandse Bijbelvertalingen en met de kanalen van beschikbaarheid van deze Bijbelvertalingen (incunabelen, gedrukte boeken, op internet) en een bewuste keuze maken welke vertaling iedereen zal gebruiken bij het overschrijven.
  3. Men kiest een boek van de Bijbel dat aangepast is aan de groep, qua inhoud, bekendheid en lengte en men kiest voor een bepaald type.

    1. Het type unciaal (hiervoor hebben we voor Mc en Joh gekozen):
      Hierbij imiteert men de vroege Griekse handschriften ondanks het feit dat men een Nederlandse vertaling kopieert: alles in hoofdletters, geen spaties, geen leestekens, in kolommen (volg deze link voor een hanteerbaar sjabloon), scriptio continua (men vult alle regels zonder alinea's, aan het einde van een regel stopt men gewoon met de laatste letter die er nog past en schrijft in de volgende regel verder, dus geen afbreken van woorden). Hierbij is het toch aangewezen dat men (verschillend met de uncialen) toch de nummers van verzen en hoofdstukken overneemt.
      Het voordeel van dit type is dat er een zeker vervreemdingseffect is. De misschien zeer vertrouwde tekst wordt op een nieuwe manier ervaren. Dit type is dus minder aangewezen bij deelnemers die niet of weinig vertrouwd zijn met de Bijbel.
    2. Het type gedrukte Bijbel:
      Bij het overschrijven wordt de layout van een hedendaagse gedrukte Bijbel (Willibrord of Nieuwe Bijbelvertaling) geïmiteerd.
      Dit type is vooral aangewezen bij deelnemers die niet of weinig vertrouwd zijn met de Bijbel.
    3. Het type polyglotBijbel:
      Men kan elke zin of elk hoofdstuk in een andere taal overschrijven.
      Dit type is vooral aangewezen als men ook taalvakken bij het project wenst te betrekken.

    Wat het proces van het overschrijven in groep betreft, zijn er ook verschillende modellen denkbaar:

    1. Het simultaan model:
      Iedereen schrijft een bepaald aantal verzen over, bijvoorbeeld 5 of 10. Dit model heeft het voordeel dat iedereen min of meer tegelijk (simultaan) eraan kan werken (onafhankelijk van de plaats) en dat het zo sneller kan worden afgewerkt. Het nadeel is dat de individuele pagina's altijd gedeeltelijk leeg blijven en niet iedereen deze ruimtes gebruikt voor miniatuurkunst.

      NB: praktisch is om te kiezen voor 10 verzen per deelnemer omdat dit ongeveer een pagina vult (soms meer, soms minder - en dat is een probleem). 10 verzen is al een zware opdracht om dit keurig te doen. Vaak moeten de deelnemers verschillende keren opnieuw beginnen. Om frustraties te voorkomen kan men ook minder dan 10 verzen per deelnemer vragen. Eventueel kan ook overwogen worden om in plaats van het evangelie een korter boek van het Nieuwe Testament te kiezen, zoals een brief van Paulus (vooral als de groepen kleiner zijn).

    2. Het estafette model:
      De deelnemers schrijven hun deel telkens de een na de ander over. Als de ene klaar is geeft zij/hij de tekst door aan de volgende die het overschrijven verder zet waar de vorige gestopt was. Het voordeel is dat men tot een meer homogeen geheel komt. Het nadeel is dat het langer duurt voordat men klaar is. Dit model wordt soms georganiseerd met een publieke overschrijfplaats in de kerk of de klas/school waar mensen elkaar aflossen bij het overschrijven terwijl in de buurt andere evenementen doorgaan.

    Ook qua aanpak moet men een beslissing nemen:

    1. De historisch-realistische aanpak:
      Deelnemers worden aangewezen in het geval van fouten niet opnieuw te beginnen, maar verkeerde woorden of letters te doorstrepen en vergeten woorden of zinsdelen in de marge of tussen de regels toe te voegen. De rationale hiervoor is dat dit in de vroege eeuwen zo gebeurde omdat de dragers te duur waren om opnieuw te beginnen.
    2. De kalligrafische aanpak:
      Deelnemers worden aangewezen een zo perfect mogelijke kopie af te geven en men kiest voor het gehele project een kalligrafisch lettertype met een voorbeeldpagina die iedereen volgt.
    3. De aanpak miniatuurkunst:
      Deelnemers worden aangewezen beginletters of tussenruimtes met miniatuurkunst te versieren. Dit is aangewezen als men samenwerkt met het vak 'tekenen' of 'plastische opvoeding'.

  4. De deelnemers uitnodigen om het gekozen evangelie integraal persoonlijk of in groep in de gekozen vertaling te lezen.
  5. De deelnemers kennis laten maken met de Bijbel als manuscript, met voorbeelden.
  6. De deelnemers de betekenis uitleggen van het Scriptura project.
  7. Praktische afspraken maken: verdelen van de perikopen, uitleggen aan welke regels de tekst moet voldoen en creatieve voorbeelden geven. Deadline afspreken. Eventueel kan aan iedereen bijgaande sjabloon ter beschikking gesteld worden om de tekst te structureren.
  8. De verschillende perikopen bij elkaar brengen en aan de groep in zijn geheel ter beschikking stellen.
  9. Samen bekijken van de codex en bespreken wat dit proces betekent voor de omgang met de Bijbel.
  10. De codex een symbolische plaats geven.

Tips

Bij stap 1: zie bijvoorbeeld Griekse handschriften

Bij stap 4: Het Marcusevangelie kan ongeveer in twee lesuren integraal voorgelezen worden.

Bij stap 5: Hier kan men een aantal voorbeelden van mooie manuscripten geven, zie onder andere de volgende links:

Bij stap 6: Zie hiervoor de doelstellingen.

Bij stap 7: Samenwerking met het vak 'tekenen' of 'plastische opvoeding' is hier mogelijk.

Bij stap 8: Dit kan door de codex mooi in te binden, door alle pagina's in kleur te kopiëren, in te scannen en op een CD-rom of een website te plaatsen.

Bij stap 9: Het gaat hier niet zozeer over een subjectieve appreciatie van de kwaliteit van de verschillende perikopen maar om communicatie en reflectie met het oog op de Bijbeldidactische doelstellingen (cfr. supra).

Bij stap 10: Dit kan op de website van de school zijn of in de kapel van de school. De codex kan geschonken worden aan de plaatselijke parochie of bij een speciale gelegenheid als geschenk gegeven worden aan de godsdienstleerkracht, de schoolpastor, de directeur,...

Aanknopingspunten bij het leerplan rooms-katholieke godsdienst

3de graad 1ste jaar: TSO/KSO - Terrein: Samenlevingsopbouw tussen inspiratie en appèl

  1. gemeenschappen van nu confronteren met een Bijbelse kijk op samen leven

3de graad 1ste jaar: ASO - Terrein: Bemind worden en liefhebben

  1. het christelijk spreken over het zich door God bemind weten op het spoor komen en omschrijven
  2. vanuit de Bijbel het elkaar beminnen — met een voorkeurliefde voor de arme — als een roeping verduidelijken

3de graad 2de jaar: ASO - Terrein: Leven als christen

  1. door bespreking op het spoor komen van de eigenheid van verschillende levensstijlen
  2. het karakteristieke van een christelijk leven verwoorden vanuit het Marcusevangelie

4de graad - Terrein: Beginnend levensbeschouwelijk engagement

  1. Bijbelverhalen als neerslag van Gods- en levenservaringen van mensen ontsluiten.


Pagina uit Codex Sinaiticus, 4de eeuw, London, British Museum, Mc 1:1-35a

Voor meer informatie over de Bijbel, bijbelvertaling in het Nederlands en activiteiten in verband met de Bijbel in Vlaanderen zie: http://www.vlaamsebijbelstichting.be/

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina