VakinformatiedossierWAAROM EEN ONDERZOEK?Waarom de situatie van het vak r.-k. godsdienst bevragen aan de hand van een onderzoeksinstrument? Het antwoord is eenvoudig en complex. Eenvoudig: de bevraging gebeurt met het oog op interne of externe kwaliteitszorg, en is gebaseerd op de regelgeving van het departement onderwijs en de bevoegde kerkelijke overheid.1 Complex: regelmatig komt de vraag: ‘hoe zit dat met het vak godsdienst2?’ De vraag komt van buiten- en binnenstaanders, vanuit de samenleving, vanuit de kerk, vanuit de school, vanuit het vakteam. De vraag is tevens de eerste zorg voor de inspecteur-begeleider. Doorgaans wordt via gesprek en observatie gepolst naar de situatie van het vak. Een aantal aspecten komt aan bod, andere weer niet. De jaren komen en gaan ... Het vak r.-k. godsdienst wordt niet bevraagd door de gewone onderwijsinspectie. Voor levensbeschouwelijke vakken is er aparte inspectie die tegelijk ook instaat voor de begeleiding en ondersteuning van de leraren. In tegenstelling tot de andere vakken zijn voor de levensbeschouwelijke vakken de inspecteur-begeleider en de pedagogisch adviseur dus verenigd in één persoon. Vandaar de functie : inspecteur-adviseur3. Tot die functie behoort controle op de organisatie van het vak (aantal ingerichte uren, bekwaamheidsbewijzen leraren, samenzettingen,..), de controle op de uitvoering van de leerplannen en op de kwaliteit van het godsdienstonderwijs. Daarnaast heeft de inspecteur-adviseur zoals de pedagogische begeleider een ondersteunende opdracht. De inspecteur-begeleider is een voorbijganger, vraag- en/of taakgestuurd. Wanneer het gaat over toezicht en begeleiding in enkele scholen is dit alles te overzien en deels te objectiveren. Elkeen krijgt op een of ander moment stem. Wanneer het gaat over veel scholen is het raadzaam minder aan het toeval over te laten en te zoeken naar een werkinstrument om ‘zicht te krijgen’ op wat is, en het denken te stimuleren rond ‘wat zou kunnen zijn’. Via de contacten en de jaarlijks opgevraagde documenten4 die worden doorgestuurd krijgt de inspecteur-begeleider al wat zicht. We denken daarbij o.a. aan de lessenroosters die bij het begin van het jaar worden doorgestuurd door de directie. Of aan de database die wordt doorgegeven vanuit het departement. We denken aan de vele contacten in scholen, op vergaderingen en nascholingssessies, via e-mail en telefoon. Toch leert de ervaring dat dit alles niet meteen een globaal zicht geeft op alle aspecten van het vak in die school. Een meer omvattend onderzoeksinstrument is een nodige stap. Het instrument is zo opgemaakt dat het de nodige veelzijdige kijk op het vak wil faciliteren. Ervaring leert dat het instrument niet alleen voor de inspectie-begeleiding, maar ook voor de betrokkenen zelf een goede tool is om zicht te krijgen op de kwaliteit van het vak in al zijn aspecten. In die zin kan het instrument zowel voor de leerkracht godsdienst zelf, voor het vakteam, de schoolleiding en de inspectie-begeleiding een handzaam middel zijn in een zorg voor informatie-uitwisseling, kwaliteitsmeting en kwaliteitsverbetering van het vak. Het staat betrokkenen dus vrij om elk vanuit de eigen positie en verantwoordelijkheid in deze initiatief te nemen in respect voor de opdracht van ieders verantwoordelijkheid. Het instrument kan dus gebruikt worden met het oog op interne kwaliteitszorg in een gesprek tussen godsdienstleerkrachten alsook op initiatief van de inspectie-begeleiding vanuit een externe kwaliteitszorg opgestart worden.
Werkwijze op vraag van en naar inspectie-begeleiding toe De vragenlijst richt zich tot verschillende doelgroepen:
Elke doelgroep heeft weet van de volledige vragenlijst, maar beantwoordt slechts het eigen gedeelte en bezorgt dit zelf aan de betrokken inspecteur-begeleider. 1 Zie de canones 804, 805 en 806 van het Wetboek van Canoniek Recht (1983) en decreet betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken 01 december 1993 2 Telkens in dit document over ‘godsdienst’ wordt gesproken wordt het vak ‘rooms-katholieke godsdienst’ bedoeld. 3 In het vervolg van de tekst spreken we over ‘inspecteur-begeleider’. Naast de officiële functie ‘inspecteur-adviseur’ hebben immers sommige congregaties en sommige bisdommen eigen inspecteurs-begeleiders met wisselende titulatuur en bevoegdheid, meestal noemt men hen ‘(inspecteur)-begeleider’, ’-adjunct’ of ‘(inspecteur)-adjutor’. Ook zij kunnen bij kwaliteitszorg en de opvolging van vakdossiers betrokken worden. 4 Zie omzendbrief Onderwijsinspectie cursus katholieke godsdienst SO/2003/03 5 Dit deel is enkel bedoeld voor scholen uit het katholiek onderwijsnet 6 Dit deel wordt in het officieel en vrij niet confessioneel onderwijs enkel op eventuele vraag van de inspecteur-adviseur ingevuld Inloggen om de vragenlijst(en) van het vakinformatiedossier in te vullen Handleiding weldra beschikbaar Een dossier aanmaken Handleiding 'Een vakinformatiedossier opstarten, hoe doe ik dat?' (PDF)
Inloggen op het controlepaneel voor alle vakinformatiedossiers |
|
|