
Eten lijkt één van de meest evidente dingen die er bestaan. Elke dag komen mensen in contact met voedsel en nemen ze eten tot zich. Vaak zijn het de maaltijden die ochtend, middag en avond inluiden en daardoor orde aanbrengen in de dag. Men zou kunnen zeggen dat men opstaat en gaat slapen met eten. Doordat eten en voedsel zo vanzelfsprekend in het leven van de meeste leerlingen aanwezig zijn, staan ze er dikwijls niet bij stil hoe levensbeschouwelijk geladen deze thematiek wel niet is. Hoe mensen omgaan met voedsel zegt immers vaak iets over hoe ze in het leven staan: gevend of nemend, open of gesloten, solidair of bezitterig,... Deze in de kijker gaat dan ook over meer dan eten alleen. Wanneer bijvoorbeeld de thematiek van ‘brood’ behandeld wordt, staan wij niet alleen stil bij het fysieke product ‘brood’, maar veel meer bij de samenwerking die vereist is om een brood te maken, bij de symbolische waarde van brood als datgene van wat essentieel belang is in het leven van mensen, of bij Jezus als brood van leven.
Sowieso is de maaltijd veel meer dan alleen maar het consumeren van voedingswaren, au fond gaat het hier over het delen van het leven met elkaar, over de identiteit van personen en groepen, over verbondenheid tussen mensen.
Ik
van jouw verhaal
Deze in de kijker is niet alleen bruikbaar in de godsdienstles, maar is ook op zijn plaats binnen de catechese ter voorbereiding van de eerste communie. Vooral de sporen “brood om van te leven” en “aan tafel” zijn bijzonder geschikt binnen deze context.
Wat is eerste communie?
In de Rooms-Katholieke kerk nemen kinderen rond hun 7e jaar voor het eerst volledig deel aan de 'Maaltijd van de Heer' of 'eucharististische maaltijd'. Deze eerste deelname aan het sacrament van de eucharistie wordt Eerste Communie of Eerste Heilige Communie genoemd en wordt in het algemeen zeer feestelijk gevierd in de parochie waartoe de kinderen behoren.
Eerste Communie is één van de drie stappen in de inwijding of initiatie in het christelijke geloof. De eerste stap is de doop met water, meestal in het eerste levensjaar van het kind. Door de doop wordt hij of zij opgenomen in de kerkgemeenschap. De tweede stap is de Eerste Communie, de eerste keer dat het kind volledig mag deelnemen aan de 'Maaltijd van de Heer' of eucharistie en het heilig brood ontvangt (te communie gaat). De derde stap is het vormsel, dat meestal rond 12-jarige leeftijd wordt toegediend door de bisschop. Door handoplegging en zalving ontvangen de kinderen of jongeren de Heilige Geest, de kracht die hen in hun leven zal sterken. Doopsel, vormsel en eucharistie worden sacramenten genoemd.
(www.katholieknederland.nl)
De Katechismus over de eerste communie
“De eerste eucharistische communie. Kind van God geworden en met het bruidskleed getooid', wordt de pasgedoopte toegelaten 'tot de bruiloft van het Lam' en ontvangt hij het voedsel van het nieuwe leven, het lichaam en bloed van Christus. Vanuit een levend bewustzijn van de eenheid van de christelijke initiatie wordt in de oosterse kerken de heilige communie gegeven aan allen die pas gedoopt en gevormd zijn, zelfs aan kleine kinderen, het woord van de Heer indachtig: 'Laat de kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen' (Mc. 10,14). In de Latijnse kerk, waar het deelnemen aan de heilige communie voorbehouden wordt aan hen die de jaren van verstand bereikt hebben, wordt de samenhang tussen doopsel en eucharistie uitgedrukt door het pasgedoopte kind bij het altaar te brengen alwaar het Onze Vader gebeden wordt.
www.brood.net
www.kookvanjou.nl
www.broodaandebasis.nl
In de terreinen voor 1b
In de terreinen voor het beroepsvoorbereidend leerjaar
In de terreinen voor het 1e jaar van de 1e graad
In de terreinen voor het 2e jaar van de 1e graad
1) Eten in beeld
Mensen zeggen wel eens dat ze niet zonder eten kunnen. Deze uitspraak kan echter meerdere betekenissen hebben. Het is inderdaad waar dat mensen niet zonder eten kunnen, anders zouden ze immers omkomen van de honger. Dit is helaas wat jammer genoeg bij een heel groot deel van de bevolking op aarde gebeurt of dreigt te gebeuren. Zowat 854 miljoen mensen op onze wereldbol lijden honger. Zij zijn afhankelijk van een minimum aan voedsel om te overleven. Daartegenover is het leven van heel wat mensen op een andere manier afhankelijk van eten: zij kunnen niet meer zonder eten in die zin dat het hun leven bepaalt, dat het een zin geeft aan hun leven die zij niet meer zouden kunnen missen. Het eten vult hen en vervult ook bepaalde verlangens. Door te eten (te kopen, te consumeren, te bereiden) voelen zij zich letterlijk en figuurlijk minder leeg.
Deze spanning wordt door de leerlingen allicht zelf aangevoeld en ervaren (allen hebben we immers eten nodig om te overleven en allen ervaren we dat het eten in zekere mate zin geeft aan ons leven, dat het ons plezier schenkt, dat wij ernaar uitkijken) en kan verduidelijkt worden door de volgende beeldencollage.






Enkele verwerkingsopdrachten bij deze beelden en bij de spanning tussen eten om te leven en leven om te eten:
2) Het recht op eten
Iedereen heeft recht op voedsel, dat is duidelijk. Helaas zijn er miljoenen mensen aan wie dat recht ontzegd wordt. Het recht op voedsel is opgenomen in de Universele verklaring van de rechten van de mens én in het Verdrag inzake de rechten van het kind. Uit dat laatste document komt de volgende passage:
Artikel 24 Ieder kind heeft recht op de best mogelijke gezondheid en op gezondheidszorg. Nadruk ligt op vermindering van baby- en kindersterfte, op eerstelijnsgezondheidszorg, op voorzien in voldoende voedsel en zuiver drinkwater, op pre- en postnatale zorg voor moeders, op voorlichting over gezondheid, over voeding, over de voordelen van borstvoeding en over hygiëne. Traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid moeten worden afgeschaft.
Op basis van cijfers van de FAO (dit is de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties) berekende Stichting WereldDelen hoeveel voedsel er per wereldbewoner momenteel beschikbaar is. Bij een eerlijke voedselverdeling zijn dat de volgende hoeveelheden per persoon per dag:
Om het voor de leerlingen nog wat concreter te maken, kan er op de school (indien dit organisatorisch mogelijk is) een zogenaamde Wereldmaaltijd georganiseerd worden. Deze Wereldmaaltijd houdt in dat men de leerlingen een maaltijd gaat voorschotelen op basis van wat er per persoon beschikbaar is bij een eerlijke mondiale voedselverdeling. Waar de leerlingen misschien eerder een zeer sobere maaltijd zullen verwachten van enkel een kopje rijst, is deze maaltijd (die zelfs uit drie gangen kan bestaan) daarentegen zeer ruim, smakelijk en voedzaam. Dit, en de schatting van de FAO, dat de aarde zelfs genoeg kan opbrengen voor het dubbele van de huidige wereldbevolking, contrasteert sterk met de gedachte dat zoveel mensen honger lijden en dat er elke dag duizenden mensen sterven van de honger.3) Mood food
In de beeldencollage werd reeds duidelijk dat mensen soms leven om te eten. Het concept mood food bevindt zich in zekere zin binnen deze sfeer. Het gaat hier om eten dat men eet omdat men zich in een welbepaalde gemoedstoestand bevindt (en waarbij men door middel van dat eten die toestand wil veranderen of juist versterken). Zo kan iemand die zich moedeloos voelt, bijvoorbeeld troost vinden in een kop koffie (ze noemen een kop koffie dan ook niet voor niets soms ‘een bakje troost’) en kennen we ook via de tv het beeld van hen die na een liefdesbreuk met een grote pot ijs in de zetel kruipen. Bovendien hebben bepaalde voedingswaren ook effectief een effect op het gemoed en de geestelijke gezondheid. Onderstaand artikeltje getuigt hiervan.
In landen waar veel vis gegeten wordt komt depressie veel minder voor dan in zogenaamde “ingesloten” landen zoals Oostenrijk of Hongarije.
Zelfmoordcijfers in deze landen liggen ook een stuk hoger dan in kustlanden als Portugal en Noorwegen waar veel vis gegeten wordt. Deze vaststelling werd in 1998 bekendgemaakt in het toonaangevende tijdschrift the Lancet. Wetenschappers borduurden op dit thema verder en The American Journal of Psychiatry pakte uit met een studie waaruit bleek dat manisch depressieve patiënten die dagelijks visolie innemen duidelijk minder depressieve gevoelens hebben dan patiënten die een placebo (nepmiddel) krijgen. Vooral vette vis zoals makreel, haring, forel, sardines en zalm zijn rijk aan omega-3-vetzuren. Ook noten, lijnzaad en avocado bevatten dat “pretvet” in hoge dosissen. Het omega-3-vet zou ook een gunstige invloed hebben bij de ziekte van Alzheimer, bij kinderen met ADHD en bij vrouwen met baby blues.
Vorig jaar werd in het British Journal of Psychiatry een markant bewijs geleverd voor de invloed van vitamine-, mineralen- en vetzuursupplementen op crimineel gedrag bij jongeren. Van 230 delinquenten kreeg de helft de supplementen toegediend, de andere helft kreeg een placebo. Na negen maanden bleek het aantal inbreuken op het reglement van de strafinstelling bij de eerste groep met een kwart gedaald en het aantal geweldplegingen zelfs met 40%.
(Dr. Peter Mareen in De Standaard Magazine)
De idee van mood food kan bij de leerlingen aangekaart worden door met hen te praten over al dan niet aanwezige etensrituelen wanneer ze zich goed of slecht voelen.Een eekhoorn zit bij de psychiater. De psychiater vraagt wat het probleem is.
De eekhoorn antwoordt: “Ik las: je bent wat je eet. Ben ik dan een eikel?”
Eerst en vooral gaat men vanuit het grapje met de leerlingen reflecteren over wat de uitspraak “je bent wat je eet” nu eigenlijk betekent in het leven van mensen. Daarna kan men de leerlingen ook vragen om, als ze deze uitspraak op zichzelf toepassen, weer te geven (in woorden of in een tekening) wat zij zouden zijn en zouden willen zijn.
Dit kan eventueel zelfs leiden tot een verkleedpartijtje waarbij de leerlingen zich verkleden in het voedsel dat ze graag zouden zijn.
Om het eten eens vanuit een ander oogpunt te bekijken, namelijk niet als voedingswaar, kan men met de leerlingen heuse kunstwerkjes maken met eten. Daarbij is het allesbehalve de bedoeling om verspilling van eten in de hand te werken, maar om de leerlingen op een creatieve manier met nieuwe geuren, texturen, etenswaren kennis te laten maken.Met potlood tekenen zij eerst de contouren van hun landschap die zij dan daarna markeren en opvullen met de organische elementen die zij meegebracht hebben (of die de leerkracht eventueel zelf voorziet). Deze worden met goed klevende lijm aan het blad geplakt. De kunstwerkjes kunnen achteraf in de klas opgehangen worden.
4) Spreekwoorden rond eten
Omdat eten nu eenmaal zo belangrijk is in het leven van mensen, is het niet verwonderlijk dat er honderden spreekwoorden bestaan die over eten gaan of waarbij men beeldspraak rond eten gebruikt om iets anders duidelijk te maken. Hieronder worden een heel aantal van deze spreekwoorden weergegeven.
Bitter in de mond, maakt het hart gezond5) Afval





Enkele uitspraken van R.J. in deze context:
Deze uitspraken kunnen met de leerlingen besproken worden. De leerlingen geven hierbij hun eigen visie weer en vertellen over eigen ervaringen. Zij proberen ook de kritiek die R.J. uit op een gevatte manier in eigen woorden weer te geven. R.J. toont zijn vriendjes ook een aantal dingen en situaties die te maken hebben met eten in de mensenwereld. De leerlingen proberen te achterhalen waarop de volgende uitspraken van R.J. slaan:
6) De smaak te pakken?
Het criterium waarop wij eten beoordelen, is in de eerste plaats de smaak. Het is immers niet voor niets dat de ober in een restaurant na de maaltijd vraagt of het gesmaakt heeft. Smaak lijkt een louter subjectief en individueel gegeven, dat met persoonlijke voorkeur te maken heeft, maar smaken zijn bijvoorbeeld ook cultureel bepaald en hangen vast met bepaalde vooronderstellingen en opvattingen. Bovendien zijn er situaties waarin mensen dingen beter of minder goed kunnen proeven. Weer andere mensen hebben helemaal geen smaak van hun eten. Omdat jonge leerlingen eten meestal ook zullen beoordelen in functie van de smaak ervan, is het interessant om bij deze kwestie even stil te blijven staan.
Onderstaande getuigenissen uit het programma Kookvanjou brengen alle drie een aantal kwesties naar boven die rechtstreeks met smaak te maken hebben en die het belang ervan voor de eet-ervaring naar voren brengen.
Blind proeven
Kookvanjou bracht een bezoekje aan het blindeninstituut Bartiméus te Zeist. Dit om erachter te komen of een gerecht dat mooi wordt gevonden door kinderen die kunnen zien, ook een mooi gerecht is voor kinderen die blind zijn. Is er een verschil tussen mooi?
Pierre maakte in het keukentje van het instituut een gerecht, Surinaamse cassave met batjouw, maar maakte dit gerecht op twee manieren op. Eén heel mooi bordje waar de batjouw in een glas werd gegoten. En tegen het glas werd een frietzakje gezet. Het frietzakje was gemaakt van eetbaar papier en gevuld met gefrituurde cassave (wortelsoort). Op het andere bordje was de batjouw gewoon gegooid met daarop de cassave friet en daarbij een niet gevouwen vel eetbaar papier.
Vervolgens ging Pierre met de bordjes een klas binnen waar blinde en slechtziende kinderen zaten. Ieder kind kreeg dus beide bordjes voor z'n neus. De vraag was: "welk van de 2 gerechten is het mooist?". De kinderen gingen proeven, ruiken en vooral voelen. Het was waanzinnig leuk om dit mee te maken, wat hebben die kinderen een goed gevoel voor eten.
Opmerkelijk was dat de totaal blinde kinderen het best konden proeven. Zij waren de enige die doorhadden dat de smaken van beide bordjes exact hetzelfde waren, maar alleen de opmaak anders was. Ook was het mooi dat een kind alleen door het voelen en ruiken er al achter kwam dat het om een buitenlands gerechtje ging. En eigenlijk is dat niet verwonderlijk, want deze kinderen krijgen op Bartiméus ook kookles en leren al hun zintuigen optimaal te gebruiken. Uiteindelijk kwam uit de test dat de Bartiméusleerlingen ons mooie gerecht ook het mooiste vonden.
Smaakverwachtingen
Een groep kinderen in de Space Expo te Noordwijk zit gespannen in afwachting op wat
komen gaat. Ze verwachten natuurlijk een maaltijd die te maken heeft met de ruimte. Die wordt die dag niet geserveerd. De test heeft meer te maken met de ruimte in het hoofd. Zou je een gerechtje eten dat je normaal nooit zou willen hebben als je weet wat erin zit, maar wel als je niet weet wat het is?
Het was voor KooKvanjou erg moeilijk om te besluiten welk product we de kinderen zouden laten proeven. Spruiten, krokodil of sprinkhanen? De keus viel op Thaise meelwormkoekjes. Het werd nog spannend, want twee dagen voor de opname waren de koekjes nog niet uit Thailand aangekomen. Eén dag van tevoren kwamen ze gelukkig wel, maar er brak toch paniek uit, want een deel van de koekjes was gebroken. Tjonge wat had de cameraploeg op de dag zelf een lol. Zou ons proefpanel de koekjes lekker vinden?
We proefden de koekjes ginnegappend. Er was niks mis mee. Gewoon een knapperig happie. Als je goed keek zag je de gedroogde meelwormen zitten, maar het zou ook gewoon een rijstekoek kunnen zijn. Karin van de productie liep al de hele middag met een bak levende maden rond te zeulen. Misschien had ze daarom geen zin om te proeven?
Dan komt het proefmoment voor de kinderen. Allen zijn zeer enthousiast. Niemand van het proefpanel heeft iets in de gaten. Op twee kinderen na vindt iedereen het echt lekker. Van de twee sceptische proevers vindt één proeflid het echt niet lekker en de ander had een ging-wel-ervaring. De meerderheid wil zelfs nog meer koekjes. Dan het moment van de ontknoping. Zouden ze het koekje nog steeds lekker vinden als ze weten waar het van gemaakt is?
Ik haal een grote bak met levende maden te voorschijn. Aaah.........een gegil van walging breekt los. Dit had ik niet verwacht, waardoor ik per ongeluk de bak schuin houd en een paar maden ontvluchten. Nog meer gegil. Geluidsman Jeroen helpt me om de beestjes weer terug in de bak te doen. Ik probeer de kinderen te sussen met het ware verhaal dat dit koekje in Thailand niet vreemd is. En dat de wormen veel eiwit bevatten en niet ongezond zijn. Uiteindelijk na vijf minuten kan erom gelachen worden.
Sondevoeding

Sondevoeding wordt gegeven via het bloed of het maag/darmkanaal wanneer dat langs andere weg niet kan of lukt. Denk bijvoorbeeld aan ernstig zieke kinderen die helemaal niet in staat zijn om te eten maar ook aan kinderen met een eetstoornis die niet meer dan een half boterhammetje per dag kunnen wegkrijgen en die dus bijvoeding nodig hebben om gezond te blijven.
KooKvanjou wilde graag weten of sondevoeding lekker is. Daarom gingen we naar het Emma kinderziekenhuis AMC te Amsterdam waar Rowan Wiebes wordt behandeld. Rowan heeft een longaandoening en is dus sondevoedingexpert. Ze is fantastisch en heeft een stoer en sterk karakter. En ze liet Pierre ervaren hoe sondevoeding smaakte. Pierre kreeg ook een slangetje door zijn neus. En? Sondevoeding heeft geen smaak!
Dat hoeft ook niet omdat je neus en je mond er niets mee te maken hebben. Je proeft dus niets. Wel stoppen sommige fabrikanten er een vanillesmaakje bij: niet voor de smaak, maar voor het boeren. Met vanille krijg je dan een beschaafd luchtje in je neus. Maar ‘geen smaak’ bestaat natuurlijk ook weer niet. Als je sondevoeding met je vinger proeft en niet door een slangetje, dan komt het het dichtst in de buurt van koffiemelk. Ze stoppen er een uitgebalanceerde hoeveelheid stofjes in: eiwitten, vitamine, suiker, zetmeel. Sondevoeding is dus eenheidspot, en altijd vloeibaar zodat het mogelijk wordt met dunnere slangetjes te werken. Niet onbelangrijk gezien de manier waarop een sonde wordt ingebracht: in de neus of in de buikholte.
Vragen bij de teksten:
1) Een hele boterham
Het leerplan vraagt dat leerlingen inzicht krijgen in het productieproces van brood, omdat ze dan beseffen dat een graankorrel een lange weg aflegt, die veel samenwerking en geduld vereist, om brood te worden. Daarom staan we stil bij de historische evolutie en het productieproces van het brood.
De geschiedenis van het brood

Graan is naast vlees en peulvruchten de meest complete energieleverancier. Het komt al eeuwen in ons voedselpakket voor. Tienduizend jaar geleden leefden de eerste mensen van wat ze in de natuur vonden zoals vruchten, bladeren en zaden. Later leerden ze met eenvoudige gereedschappen op dieren te jagen en aten ze vis en vlees. Tijdens het rondtrekken jaagden de mannen en verzamelden de vrouwen knollen, wortels, vruchten en zaden zoals de korrels van wilde granen. Om hun honger te stillen, kauwden ze erop. Het speeksel in de mond zorgde ervoor dat de korrels zacht werden.
Later werden ze gekneusd met een steen en in water geweekt. Zo ontstond een soort broodpap. Behalve met water mengden ze de korrels met bloed van dieren of gesmolten vet en kookten er een pap van. Van de dikke pap maakten ze een dikke ronde koek met een middellijn van ongeveer tien centimeter en twee centimeter dik. Deze plak droogden ze in de zon of bakten ze op gloeiend hete stenen of in de hete as. De warme koeken waren zacht, maar als ze afkoelden, werden ze keihard. Harde koeken werden met een steen in stukken gebroken en in water weer tot pap gekookt. De koeken hadden meestal een gat in het midden. Dan konden ze worden opgehangen om te voorkomen dat knaagdieren ze opaten. Rond 4.500 voor Christus vestigden de eerste boeren zich en werd graan verbouwd.
Zo’n 1.500 jaar voor onze jaartelling ontdekte een Egyptische slaaf dat brood kon rijzen. Deze slaaf had als taak iedere dag vers brood te bakken. Brood dat ouder was dan een dag was niet te eten. Op een dag merkte hij dat hij een restje broodpap van de vorige dag had laten staan. Dit restje was zuur geworden. Om te voorkomen dat iemand dat merkte, deed hij het gauw bij de nieuwe broodpap. De broden die hij daarvan maakte, waren veel luchtiger en smaakten veel lekkerder dan de broden die hij eerst maakte. Hij kreeg veel complimenten over dit brood en hij bakte voortaan brood met een restje deeg van de vorige dag. Naast gewoon brood, bakten de Egyptenaren ook luxe brood waarin lotusbloemen, honing, vijgen, amandelen en dadels werden verwerkt.
Romeinse bakkers (alleen mannen werden bakker) zetten hun initialen in het brood zodat iedereen kon zien welke bakker het brood had gebakken. De broden van toen leken op de pizza’s van nu. De rijke Romeinen gebruikten de broden als bord. Het beleg aten ze op en het brood gooiden ze weg. De arme Romeinen aten de broden wel op.
In ons land kwamen in de steden pas in de Middeleeuwen bakkers. Voor die tijd bakte iedereen zijn eigen brood. Voor het bakken van brood werd rogge gebruikt. Rogge was goedkoop en werd door de lagere standen, de boeren en de horigen, gegeten.
De rijkere standen, de adel en de geestelijken, aten brood dat van tarwe werd gebakken (herenbrood of wit brood). Het deeg voor het (zwarte) roggebrood werd met de handen en zelfs met de voeten gekneed. Om het deeg te laten rijzen werd zuurdeeg, het deeg van de vorige dag, of zure wijn gebruikt. Pas in de 19e eeuw werd gist ontdekt zoals wij die kennen.
http://www.brood.net/default.asp?pid=geschiedenis
Dat brood maken geen evidentie is, kan men enerzijds verduidelijken door enkele graanhalmen mee te brengen naar de klas, evenals een brood van bij de bakker. Zo worden de leerlingen geconfronteerd met het grote verschil tussen het grondproduct en het uiteindelijke brood. Dit verschil kan men anderzijds ook tonen door samen met de leerlingen een brood of broodjes te bakken. Het maken en kneden van het deeg is een proces dat heel wat geduld vraagt en maakt duidelijk dat dingen er niet zomaar komen, dat het zelf tot stand brengen van iets (in dit geval een brood) tijd en moeite vergt. Bovendien moet het brood ook een lange tijd rijzen: de leerlingen hebben geen onmiddellijk resultaat van hun inspanningen. Een variant hierop is om met de leerlingen pizza’s te maken, waarbij men samen het deeg kan maken en waarbij de leerlingen zelf garnituur voor de pizza kunnen kiezen. Het is belangrijk dat de leerlingen bij deze opdracht (leren) samenwerken.Recept voor brood
Tijd:
Ongeveer 2 uur 30
Ingrediënten:
- 500 g bloem
- 20 cl lauw water
- 15 g gedroogde gist of 30 g verse gist
- 1 el suiker
- 2 tl zout
- 1,5 el olijfolie
Werkwijze:
- Bloem, gist, zout en suiker met elkaar vermengen. Opletten: de gist mag niet rechtstreeks in contact komen met het zout!
- In het midden van de bloem een kuiltje maken en daarin 2 dl lauw water schenken. Geheel tot een mooi deeg kneden gedurende 10min.
- Gedurende 30 min laten rusten.
- Maak een bal van het deeg en dek de schaal af met een vochtige doek. Op een warme plaats gedurende 1-2 uur laten rijzen.
- Verwarm de oven voor op 220°C.
- Kneed het deeg opnieuw door en maak een platte bal van ca 25 cm. Bakplaat invetten met olie en de deegbal hierop leggen. Deeg dun besmeren met olijfolie en in het midden van de bal met een scherp mes een kruis snijden.
- In de oven gedurende ca 25 min bakken tot het brood hol klinkt als je erop klopt.
- Laten afkoelen op een rooster.
Na het maken van dit brood kan men met de leerlingen in gesprek treden over het intense proces dat nodig is om van graan brood te maken. Welke samenwerkingsverbanden zijn hiervoor nodig? Staan de leerlingen hier wel bij stil wanneer zij brood eten? Hoe is de samenwerking tussen de leerlingen onderling verlopen? Waren zij ongeduldig voor het resultaat? Kunnen zij zich inleven in de gedachte dat zij hun brood ook elke dag daadwerkelijk zelf zouden moeten maken?2) Broodje gevoel


3) Het brood van leven
De bijbel heeft het vaak over brood. Op verschillende plaatsen wordt verwezen naar de symbolische waarde en betekenis van brood, een dimensie waarvoor de leerlingen zeker niet ongevoelig zijn.
Geef ons heden ons dagelijks brood
Onze Vader die in de hemel zijt, geheiligd zij Uw Naam.
Uw Rijk kome, Uw Wil geschiede op aarde als in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.
Amen.
Vijf broden en twee vissen
“Jezus ging naar de overkant van het meer van Galilea, bij Tiberias. Veel mensen gingen met hem mee omdat ze wisten dat hij mensen beter kon maken. Jezus ging op de berg zitten met zijn vrienden. Het was bijna Pasen, het grote Joodse feest. Toen Jezus rondkeek zag hij dat er veel mensen met hem mee waren gegaan. Hij vroeg aan Filippus: “Hoe kunnen we genoeg brood kopen om al deze mensen te eten te geven?” Hij vroeg dit om te kijken wat Filippus zou zeggen,
want Jezus wist zelf al wat hij zou doen. Filippus zei: “Zelfs als we voor tweehonderd denariën brood kopen, kunnen we iedereen maar een klein stukje geven.”Eén van Jezus vrienden, Andreas, de broer van Petrus, vertelde: “Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen, maar dat is natuurlijk niet genoeg.” Maar Jezus zei: “Laat de mensen gaan zitten.” Er was namelijk veel gras. Iedereen ging zitten, er waren alleen al vijfduizend mannen. Toen pakte Jezus de broden en dankte God. Hij liet de broden en vissen en uitdelen aan alle mensen, en ze aten zoveel ze maar wilden.” Toen iedereen genoeg had gehad zei Jezus tegen zijn vrienden: “Haal de rest van het eten op, zodat we niets weg hoeven te gooien.” Ze haalden wel twaalf manden met de resten van het brood. Toen de mensen dat zagen zeiden ze tegen elkaar: “Dit moet wel de profeet zijn waar we al zo lang op wachten.” Omdat Jezus begreep dat ze hem mee wilden nemen om hem koning te maken, ging hij terug naar de bergen - helemaal alleen.”
Dit is een vertelling van het verhaal in Johannes 6, 1-15
http://www.rorate.com/catkids/scripts/?id=336
Vragen bij de tekst:
Een hedendaagse versie van dit verhaal: “Een grote groep mensen gaat op wandeltocht door de bergen. Ze willen tegen het middageten weer terug zijn om de maaltijd te kunnen nuttigen in de herberg waar ze overnachten. Door een plotse storm moeten zij enkele uren schuilen in een grottencomplex. Na een tijdje begint iedereen honger te krijgen. Enkele van de mensen hebben een sapje bij of een pakje koekjes, of een appel, of... Die enkele gelukkigen zijn echter niet echt geneigd om hun eten te delen met de grote groep. Ineens staat er een kleine jongen op die zegt: “Ik heb nog een zakje chips bij... Wie heeft er honger?”. Zijn enthousiaste vrijgevigheid wordt al snel gevolgd door die van een meisje dat haar snoepjes begint uit te delen. Eén voor één beginnen de mensen nu hun eten te delen met elkaar en wonderwel krijgt iedereen een hapje eten in handen, net genoeg om na een tijdje de terugtocht te kunnen aanvatten.”
Ik ben het brood van het leven
“De mensen waren boos op Jezus omdat hij zei: “Ik ben het brood dat uit de hemel is gekomen.” Ze zeiden: “Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We kennen zijn vader en moeder. Hoe kan hij dan zeggen dat hij uit de hemel is gekomen. Maar Jezus zei: “Jullie hoeven niet boos te zijn. Niemand kan bij mij komen als de Vader die mij stuurde hem niet naar mij brengt. Wie bij mij komt zal ik laten opstaan uit de dood als het zover is. Er staat in de Bijbel dat mensen het van God te horen zullen krijgen. Wie naar de Vader luistert, komt bij mij. Niemand heeft de Vader gezien, alleen degene die uit God is, heeft de Vader gezien. Ja, echt, ik zeg jullie: wie gelooft zal altijd leven. Ik ben het brood van het leven. Jullie voorouders aten manna in de woestijn, maar ze gingen toch dood. Maar dit brood komt uit de hemel: wie er van eet gaat niet dood. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is gekomen. Als iemand van dit brood eet zal hij altijd leven. Het brood dat ik geef is mijn vlees, zodat de hele wereld kan leven.”
Dit is een vertelling van het verhaal in Johannes 6, 41-51
http://www.rorate.com/catkids/scripts/?id=340
Vragen:

Daarna kan men met de leerlingen de volgende tekstjes lezen of ze aan hen voorlezen:
Hostiebakkerij St. Michael
De hostiebakkerij hoort bij het doveninstituut Viataal. Het is een professionele, kleine fabriek. Er werken 18 bewoners, dove mensen die ook nog een andere (verstandelijke) handicap hebben. Daarnaast werken er 9 mensen uit ‘het dorp’. Die niet-gehandicapte mensen doen het werk dat wat meer risico’s met zich meebrengt. Er worden zo’n 60 tot 65 miljoen hosties per jaar geproduceerd. De klanten komen uit Nederland en het buitenland. Ook in de VS zitten klanten.
Dit is de enige relatief grote hostiebakkerij van Nederland, er zijn er nog twee die aan een klooster vastzitten maar die zijn veel kleinschaliger. Er zijn witte en bruine hosties (met zemelen), grote en kleine, met bedrukking en zonder. Wat er wordt besteld hangt van de pastoor af. De een houdt meer van bruin, de ander meer van wit. De bruine zijn iets krokanter en dikker dan de witte. De opdrukken zijn ook verschillend, de kleine met de kruisjes doen het erg goed. De Engelsen bestellen hosties met Jezus aan het kruis erop.
Ook kan er op verzoek een nieuwe soort hostie worden gemaakt. Zo wilde een Amerikaanse parochie ooit hosties van bronwater gemaakt,
dat werd volgens bedrijfsleidster Rita een puinhoop. Ook uit de VS kwam het verzoek voor een hostie met griesmeel. De Paus bestelde voor zijn werkbezoek aan Mexico een hele grote hostie om omhoog te houden; hiervoor moest door de plaatselijke technische school een apart bakijzer worden ontworpen.
De hosties moeten gemaakt zijn van bloem en water, er mag er verder niks bij. De hosties zijn in de fabriek niet meer dan een stukje ouwel. Pas als de pastoor ze heeft gewijd, zijn ze heilig. Maar ze proberen er in de fabriek wel met eerbied mee om te gaan.
Pastoor Frank As over de hostie
Voorkeur voor hosties
Pastoor Frank As houdt niet zo van bruine hosties, want dat geeft een hoop gekraak en gekruimel. Dat is niet praktisch. Bovendien zijn de witte veel mooier, serener vindt hij. Bruin lijkt op echt brood, en dat komt de heiligheid niet ten goede. De restjes neemt de koster als koekjes bij de koffie. Maar dat is niet erg, want hij eet dan alleen maar hosties die niet geconsacreerd zijn.
Ingrediënten van de hostie
Pastoor As vertelt over de oorsprong van de wet van de hostie: die mag alleen maar van bloem en water zijn omdat het zo stamt uit de tijd van Mozes. Mozes was met vele joden in Egypte. Daar werkte het joodse volk als een soort slaven voor de farao’s. Toen ze wilden vluchten, hadden ze weinig tijd. Ze konden dus het brood niet laten rijzen. Omdat het een gedenkwaardige vlucht was (de farao's achtervolgden het joodse volk en werden door een vloedgolf overstroomd) is dit simpele brood al voor Jezus' tijd een soort herdenkingsbrood geworden wat elk jaar met Pasen werd gemaakt. En Jezus hield zijn laatste avondmaal toen dit joodse paasfeest werd gevierd, dus dit is het brood dat hij toen brak voor zijn apostelen.
De consecratie (heiliging) van de hostie
De hostie wordt heilig op het moment dat de pastoor de hostie omhoog houdt en zegt: dit is mijn lichaam, dat zal voor u gebroken worden. God spreekt dan als het ware door de pastoor. Eigenlijk ontvang je Jezus in de gedaante van de hostie als je die eet. Jezus heeft bij dat laatste avondmaal gezegd: doe dit om mij te gedenken en daarom wordt het nog steeds elke zondag (sterfdag van Jezus) gedaan.
De hosties die wel zijn gewijd maar niet op zijn gegeten, gaan in de tabernakel. Het is een offer, maar ook gewoon een maaltijd. Maar toch wordt het zo sober gehouden. Waarom geen toastjes of lekker brood? Het altaar is geen gewone tafel, het is een offertafel. Stel je voor: cola en stokbrood, dat wordt een puinhoop. Het moet toch een beetje serieus blijven.

4) Men leeft niet van brood alleen
5) Brood-nodig
Wanneer men iets of iemand brood-nodig heeft, betekent dit dat men eigenlijk niet zonder kan. Deze uitspraak illustreert het belang van brood in het leven van mensen en verwijst tegelijkertijd naar wat essentieel is in het leven.
Men kan aan de leerlingen vragen om eens goed na te denken over datgene wat en die mensen die zij als brood-nodig beschouwen in hun eigen leven. Zonder wie of wat kunnen ze simpelweg niet leven. Al deze elementen schrijven ze op in het onderstaande kader (of op een blaadje dat door de leerkracht wordt voorzien). Achteraf kan men dit overlopen en nagaan welke elementen blijkbaar gemeengoed zijn (wat heeft iedereen broodnodig?).
Ik heb
-nodig
Wanneer we de maaltijd beschouwen, is het essentieel dat we ook iets zeggen over wat zich allemaal aan tafel afspeelt. Aan tafel wordt niet alleen gegeten maar spelen zich ook heel wat sociale én levensbeschouwelijke interacties af.
1) Mijn ideale tafel

2) Maal-tijd
Bij heel wat leerlingen zal het allicht zo zijn dat zij niet altijd de maaltijd kunnen nuttigen met het hele gezin, omdat hun ouders (of zij zelf) er niet altijd de tijd en de gelegenheid voor hebben. Onderstaande tekstjes verwoorden (bepaalde aspecten van) deze realiteit.
“Daarnaast is ook de leefstijl in veel gezinnen veranderd vergeleken met vroeger. Aten de meeste gezinnen zo’n dertig jaar geleden nog drie keer per dag gezamenlijk aan tafel en was de warme maaltijd een zelfbereide maaltijd met groente, tegenwoordig wordt er in veel gezinnen onregelmatiger gegeten en is er soms te weinig tijd om een verantwoorde maaltijd te
koken.”
www.overgewicht.org/site/pagina.asp?a=625&z=59
Microsoft werkt aan 'waarisiedereenklok'
BRUSSEL - Druk-druk-druk, het is de klaagzang van deze tijd. Zowel voor ouders als voor hun kinderen. Zo druk heeft iedereen het, dat de contacten en de coördinatie binnen een gezin daar vaak onder lijden. Maar de Britse krant The Sunday Times meldt dat de oplossing op komst is: de waarisiedereen?-klok, die aangeeft waar elk gezinslid zich bevindt en wat hij of zij aan het doen is.
Het idee zal Harry Potter-fans vertrouwd in de oren klinken. In het huis van Harry’s vrienden, de Weasley’s, staat een klok met 9 gouden wijzers die aangeven waar elk familielid zich bevindt door te wijzen naar bordjes met thuis, werk of in levensgevaar.
Kennelijk zijn de avonturen van Harry Potter ook computerreus Microsoft niet ontgaan, want in het laboratorium dat Bill Gates in het Britse Cambridge heeft opgezet, wordt gewerkt aan een moderne variant die is bedoeld is om de contacten tussen bezige gezinsleden te verbeteren.
Uitgangspunt daarbij is dat steeds meer gezinnen uit twee werkende ouders en studerende kinderen bestaan, die veel minder vaak op vaste uren thuis zijn dan vroeger. De waarisiedereen-klok bestaat uit een scherm waarop iconen staan met het gezicht van de familieleden erop. Via hun gsm kan met behulp van kleurenvlakken worden geregistreerd waar iedereen zich bevindt. Ook kan bij een dergelijk icoon een boodschap worden doorgegeven zoals moeders: zet om 6 uur de kip in de oven, in plaats van het plakkertje op de ijskast dat daarvoor tegenwoordig vaak wordt gebruikt.
De testfase van dit project is bijna afgerond, en binnenkort zullen enkele proefgezinnen een prototype ontvangen, zo meldt The Sunday Times nog.
(De Standaard, 9 oktober 2005)
| Weekdag | Ontbijt | Tienuurtje | Lunch | Vieruurtje | Avondeten | Snacks |
| Maandag | ||||||
| Dinsdag | ||||||
| Woensdag | ||||||
| Donderdag | ||||||
| Vrijdag | ||||||
| Zaterdag | ||||||
| Zondag |
3) Tafel-manieren...







4) Dankbaar
"Wanneer je borden staat af te wassen, bid dan. Wees dankbaar voor het feit dat je borden hebt om af te wassen; dat betekent dat er eten op lag, dat je iemand te eten hebt gegeven, dat je voor één of meerdere personen met liefde hebt gezorgd. Stel je voor hoeveel miljoenen mensen op dit ogenblik helemaal niets af te wassen hebben of niemand hebben voor wie ze de tafel kunnen dekken."
(Paulo Coelho, De heks van Portobello, p. 153)
5) Aan de tafel van de Heer
Het Laatste Avondmaal
In woorden...
Een feest is altijd een prettige gebeurtenis. Je zit gezellig bij elkaar; je eet en je drinkt; je babbelt wat en je haalt herinneringen op. De leerlingen genoten ervan maar... waarom was hun Meester zo stil? Ze zagen ineens dat hij bedroefd was en ze zwegen.
“Eén van jullie zal Mij verraden,” zei Jezus. Dat vonden de leerlingen verschrikkelijk. “Jezus, dat kunt u toch niet menen! Nee, zeg dat het niet waar is!” riepen ze verward door elkaar. Judas schrok het meest van al. Jezus leek dus te weten wat hij gedaan had. Toch had Zijn Meester hem niet bij de naam genoemd; zo kreeg hij nog altijd een kans om weer vriendschap te sluiten. Dan zou Jezus hem vergiffenis schenken en Hij zou nooit meer over de fout van Zijn leerling praten. Misschien twijfelde Judas heel even, maar dan dacht hij aan het geld dat hij gekregen had. Teruggeven? Nooit! Want het was gemakkelijk verdiend; hij wist waar Jezus die nacht naartoe zou gaan. Hij wachtte nu gewoon op het goede ogenblik om weg te lopen. “Ga maar,” zei Jezus en Judas sloop naar buiten.
Toen ze gegeten hadden, deed Jezus iets heel bijzonders. Hij veranderde het joodse paasfeest in een christelijk feest. De christenen vieren het elke dag, maar als het Pasen is, denken ze heel speciaal aan wat Jezus deed, tijdens het laatste avondmaal. Hij nam een brood; Hij brak er stukken af die hij aan Zijn leerlingen gaf, terwijl Hij zei: “Neem en eet; dit brood is Mijn Lichaam dat voor je sterven zal. Het wordt een voedsel voor de mensen.” De leerlingen aten van het brood, al begrepen ze nog niet zo goed wat hun Meester bedoelde. Jezus nam ook een beker met wijn en Hij zei: “Drink hiervan; deze wijn is Mijn bloed dat Ik geef voor alle mensen. Van deze dag af maakt God alles nieuw, voor de hele wereld. Als Ik er niet meer ben, moet je doen wat Ik deze avond deed; dan moet je ook aan Mij denken.”
(uit Elseviers Kinderbijbel in 365 vertellingen)
In beelden...









De eucharistie
De eucharistieviering wordt ook wel eens de maaltijd van de Heer genoemd, die gevierd wordt aan de tafel van de Heer. In de eucharistieviering wordt het Laatste Avondmaal herdacht. Het is dan ook niet zo vreemd wanneer men in onderstaand schema de eucharistieviering vergelijkt met een familiefeest. Uiteraard gaat die vergelijking niet zomaar op, en valt de eucharistie niet gelijk te stellen met een ‘gelovig’ familiefeest, maar toch kan men een aantal gemeenschappelijke kenmerken onderscheiden. Voor de leerlingen kan de vergelijking met het familiefeest ook een kapstok zijn om de structuur van de eucharistieviering beter te kunnen vatten.
Zijn dit leuke aangelegenheden? Alle Twee: Echt Feest Vergelijking tussen een familiefeest en een eucharistieviering: verrassend |
|
Een familiefeest(Na veel jaren is een familiefeest altijd een soort Herdenkingsfeest. Het geeft steeds weer veel Deugd) |
Een Jezusfeest(Samen Gedenken wat Jezus deed. Het geeft altijd weer nieuwe Moed, Hoop en Geestkracht.) |
| Aankomst
De bel gaat - de welkomstgroet |
Opening
De klok - intredelied |
Wij maken het gezellig bij elkaar Vertellen en luisteren over wat ondertussen is gebeurd Iemand legt iets uit, vertelt iets nieuws |
Woorddienst
Vertellen en luisteren over oude verhalen en nieuwe |
Aan tafel
Gastheer/vrouw zegt: tijd om aan tafel te gaan |
Tafeldienst
Priester nodigt uit rond de tafel van Jezus (Jezus is de gastheer! Priester staat in zijn plaats.) |
Tijd om afscheid te nemen
Nog eens elkaar het beste toewensen. |
Slot
Voorbede of bezinning: drukt een wens uit voor de toekomst. |
http://users.pandora.be/pastonet/
Extra: Korte eerste communie tekstjes rond brood en eten
Voor mijn dromen
groot en klein
kwam ik vandaag
bij Jou bidden,
Jezus
en Jij gaf jouw brood
aan mij.
Dankjewel!
Vandaag kreeg ik brood van Jezus
Hij maakt mij blij
Hij is mijn vriend
Daarom wil ook ik delen
Jij krijg een lieve lach van mij
Ik mag nog heel wat leren,
maar toch ben ik al groot.
Jezus is een vriend van mij,
hij deelt met mij zijn brood.
hij krijgt een stukje van mijn hart,
daar mag hij nu in wonen.
daarom zijn wij zo blij
dat jullie naar ons feest zijn gekomen.
Kom je erbij aan tafel?
Er is brood voor jou en mij.
Kom schuif een beetje nader.
Jezus maakt ons toch zo blij.
Lieve Heer,
Met mijn oren kan ik horen,
leer mij ook naar mensen luisteren;
Met mijn ogen kijk ik rond,
leer mij ook Uw wonderen zien;
Met mijn mond kan ik tateren en zingen,
leer mij ook 'dank U' zeggen
om alle gewone dingen;
Met mijn hart wil ik mensen graag zien,
en wie mij pijn doet toch vergeven ...
Laat mij voortaan met U maaltijd vieren
en Jezus dikwijls in mijn hart ontvangen.
De eerste keer aan tafel gaan
de eerste keer bij Jezus staan
en eten van dit heerlijk brood
dat mensen voedt in alle nood...
De eerste keer hier en vandaag
ik doe dit echt ontzettend graag
en hoop dat ik van nu voortaan
die weg van Jezus voort mag gaan!
Ik ben vandaag zo vrolijk
Ik ben vandaag zo blij
Jezus komt met ons delen
Hij is een vriend van jou en mij
Vandaag leerde ik
dat Jezus tegen God 'papa' zei.
Daarom wil ik het brood
samen met Jezus delen
en maak van groot en klein
een vriend van hem en van mij.
Vanmorgen toen ik sliep
wist ik het al heel goed
Jezus is mijn grote vriend
zijn lieve lach is zo zoet.
En nu kan ik ook wat delen
van kaartjes van mijn grote feest
waar ik zijn brood heb gekregen:
echt, daarop hoopte ik het meest!
Dank u Jezus
voor deze
fijne dag
waarop ik U
voor het eerst
ontvangen mag.
Ik heb hier zo lang op gewacht
Ik heb zo mijn best gedaan
Vandaag komt Jezus bij mij
en geeft het brood terwijl Hij lacht
God, wat vind ik dat zo fijn...
Als ik straks taart eet, Jezus,
zul Jij er dan ook van smullen?
Want je woont nu in mij,
hier, vanbinnen.
Weet je wat?
Ik zal straks maar een extra stuk taart eten,
want misschien ben Jij daar ook zo dol op?
http://users.pandora.be/pastonet/liturgia/vieringen/communie/ectekstjes.html
http://home.scarlet.be/~eercom2/teksteno.htm
Een aspect dat geenszins losstaat van de maaltijd, is dat van gastvrijheid. Vaak is het immers zo dat mensen hun gastvrijheid (willen) tonen door het eten dat ze voor hun gasten klaarmaken. Dingen zijn echter niet altijd wat ze op het eerste zicht lijken. Een tafel die met de grootste zorg gedekt is, kan getuigen van zeer veel gastvrijheid, maar kan echter ook ongastvrijheid maskeren.

1) Verhalen over (on)gastvrijheid
Belangrijk bezoek
Met de winter voor de deur weegt het alleen zijn Mevr. Snelders erg zwaar. Ze zou graag iemand te gast willen hebben voor wie ze kon zorgen en met wie ze kon praten. Op een nacht verscheen haar in een droom een engel. Deze vertelde dat ze bezoek zou krijgen van een belangrijke gast. Wees attent en waakzaam’ had de engel gezegd.
De ochtend kon niet vroeg genoeg komen. Vol goede moed stond ze op en begon haar huis schoon te maken. Ze was druk in de weer. Plotseling ging de bel en verstoorde haar werk. Dit is mijn gast dacht ze, en ging naar de deur. Voor haar stond een man, sjofel gekleed, met een lange vieze baard en een kapotte broek. Bij de aanblik moest ze haast kokhalzen. De bedelaar vroeg een boterham. Mevr. Snelders verontschuldigde zich en zei:”Ik verwacht een belangrijke gast’ en deed de deur dicht.
Na het stofzuigen begon ze aan het klaarmaken van de maaltijd. Boven de keukengeluiden uit hoorde ze de deurbel voor de tweede maal. ‘Mijn gast’ riep ze en stoof naar deur. Voor haar stond een keurige dame die een bijdrage vroeg voor kasarme kinderen in ontwikkelingslanden.’U komt ongelegen’ zei ze, ‘ik heb het druk’. Met een klik sloot ze de deur.
Nu begon ze met het klaarmaken van de tafel. Ze blonk het zilveren bestek op en schikte de tafel. En terwijl ze daarmee bezig was, ging de deurbel voor de derde keer. De pastor stond aan de deur. Hij vroeg haar medewerking voor het secretariaat van de parochie. Ze zou gastvrouw kunnen zijn. ‘Ik heb er nu geen tijd voor’, was haar antwoord.
‘s Nachts verscheen de engel opnieuw. Hij zei: ‘Driemaal heeft iemand bij je aangebeld en er stond een belangrijke gast voor je aan de deur. Tot driemaal heb je God niet herkend.
Uit Een huis vol verhalen van René Hornikx
Vragen bij de tekst:
Druiven
“Op een zekere morgen klopte een boer op de poort van een klooster. Toen Broeder Portier opendeed, reikte de boer hem een prachtige tros druiven aan.
“Beste Broeder Portier, dit zijn de mooiste druiven uit mijn wijngaard. Het is een cadeau.”“Hartelijk dank. Ik breng ze meteen naar vader Abt, die heel blij zal zijn met deze gift. “Nee, nee, ze zijn voor u”“Voor mij? Ik verdien zo’n mooi geschenk van de natuur niet”. “Altijd als ik aanklopte deed u open. Wanneer ik steun nodig had, omdat de oogst mislukt was door de droogte, gaf u mij iedere dag een stuk brood en een glas wijn. Moge deze tros druiven u een beetje van de liefde van de zon, van de schoonheid van de regen en het wonder van God brengen”.
Broeder Portier legde de tros voor zich neer en keek er de hele ochtend naar, vol bewondering: hij was werkelijk prachtig. Daarom besloot hij het cadeau door te geven aan vader Abt, die hem altijd met wijze raad had bijgestaan.
De abt was heel blij met de druiven, maar herinnerde zich dat een van zijn medebroeders ziek was en dacht: ik geef hem die tros, misschien brengt dat wat vreugde in zijn leven. Maar de druiven lagen niet lang bij de zieke op de kamer, want deze dacht: Broeder Kok zorgt voor mij, hij geeft me het beste van het beste te eten. Ik weet zeker dat zoiets hem veel plezier zal doen. Toen Broeder Kok rond het middaguur de maaltijd bracht, gaf hij de druiven aan de kok. “Ze zijn voor u. Omdat u altijd in de weer bent met de producten die de natuur ons verschaft, zult u weten wat u moet doen met dit werk van God”.
Broeder Kok stond versteld van de schoonheid van de tros, en wees zijn hulpje op de volmaaktheid van de druiven. Zo volmaakt dat niemand ze beter zou weten te waarderen dan Broeder Koster, verantwoordelijk voor het bewaren van het Allerheiligste Sacrament, en die door vele kloosterlingen als een heilig man gezien werd.
Broeder Koster gaf op zijn beurt de druiven cadeau aan de jongste novice, zodat deze zou kunnen begrijpen dat Gods werk aanwezig is in de kleinste onderdelen van de schepping. Toen de novice de druiven aannam, vloeide zijn hart over van de liefde voor de Heer, want nooit eerder had hij zo’n mooie tros druiven gezien.
Op hetzelfde moment herinnerde hij zich de eerste keer dat hij aangekomen was bij het klooster, en hij herinnerde zich de man die voor hem de poort had geopend en hem gastvrij ontvangen had. Daardoor mocht hij nu leven in deze gemeenschap, bij deze broeders die de wonderen van God wisten te waarderen.
En zo bracht hij even voor het vallen van de avond de tros druiven naar Broeder Portier. “Geniet ervan, want het overgrote deel van de tijd brengt u hier in uw eentje door”.
Broeder Portier begreep nu dat het cadeau echt voor hem bestemd was. Hij genoot van de smaak van elke druif en sliep gelukkig in. Zo werd de cirkel van geluk en blijdschap gesloten.”
Uit De Zahir van Paolo Coelho
Vragen bij het verhaal:
Bezoekje
Op een dag had de vos de eekhoorn uitgenodigd voor een bezoek. De eekhoorn zat in een gemakkelijke stoel en keek om zich heen of hij al iets zag van de versnaperingen die hij die middag zeker zou krijgen. De vos zag hem kijken en zei: "Kijk maar goed. Er is niets. Ik had beukensoezen voor je, maar ik vond ze plotseling zo saai dat ik ze maar heb weggegooid." "Saai?" vroeg de eekhoorn. "Ja" zei de vos. "Je hebt ze dus weggegooid?" vroeg de eekhoorn. De vos knikte. "Je dacht dus..." "Laten we het er maar niet over hebben," viel de vos hem in de rede. De eekhoorn stond op en ging naar het raam. Er zat een plank voor het raam. "Is dit het raam?" vroeg hij. "Ja" zei de vos. "Maar je kunt er niet meer door kijken. Ik vind het uitzicht lelijk. Voorlopig wordt er hier niet naar buiten gekeken." Het was toch al geen geslaagde middag, vond de eekhoorn, maar nu begon hij pas goed te mislukken. Hij ging weer zitten. Na een tijd zei hij: "Ik vind..." "Zeg het maar niet" zei de vos. "Het slaat toch nergens op. Laten we het zwijgen er maar toe doen." De eekhoorn zuchtte en zweeg. Maar even later zei hij snel en luid: "Ik vind stilte saai." "Daar kun je wel eens gelijk in hebben," zei de vos en hij begon allerlei geluiden te maken met zijn keel, zijn tenen, zijn staart en zijn oren. Sommige van die geluiden waren zo lelijk dat de eekhoorn zijn handen voor zijn oren moest houden. Zo zaten ze bij elkaar die middag. Nu eens was het stil, dan weer braken er hartverscheurende, onsamenhangende geluiden los, terwijl de eekhoorn daar tussendoor zo af en toe luidruchtig zuchtte. Toen de avond viel geeuwde de vos en viel hij in slaap. Heel voorzichtig stond de eekhoorn op, ging naar de tafel en schreef op een briefje: Bedankt. Maar hij vond dat toch niet het goede woord en verscheurde het briefje weer. Hij overwoog nog even om de vos hard aan zijn oren te trekken, maar hij vond dat te ver gaan en hij was bovendien bang dat de vos zou wakker worden en het bezoek zou willen voortzetten. Hij keek nog een keer goed om zich heen, want hij vermoedde al hij daar wel nooit meer zou komen en sloop de deur uit. (p. 118-119)
Uit Misschien wisten zij alles? (verhalen over de eekhoorn en de mier) van Toon Tellegen
Vragen bij het verhaal:
De soepsteen
In een dorp waar veel armoede was, liep een vreemdeling. Hij had een lange weg achter de rug en was hongerig, maar begreep dat hij in dit arme dorp niet zomaar om eten kon vragen. Het was koud. Toch was er in de meeste huizen geen vuur in de open haard.
In een huis waar wel vuur brandde, zag hij een paar gezinnen bij elkaar zitten. "Dat doen ze zeker om brandstof te sparen", dacht de vreemdeling. Hij klopte op de deur en vroeg of hij zich ook bij het vuur mocht warmen. De kamer zat al vol, maar iedereen schoof een plaatsje op zodat er voor de vreemdeling ook nog een plaatsje was. De mensen zagen er hongerig uit. Toch werd er geen eten klaargemaakt.
"Ik zou graag soep op het vuur willen koken", zei de vreemdeling, "hebben jullie een grote pan voor me?" Verbaasd keken de mensen hem aan en vroegen: "Waar wil je soep van koken? Je rugzak is bijna leeg, daar kan niet veel in zitten om soep van te koken."
De man haalde een mooie steen uit zijn zak en zei: "Dit is een heel bijzondere steen. Een soepsteen. Als jullie een pan met water op het vuur zetten, kan ik van deze steen soep koken."
De mensen geloofden niet direct wat de man zei, maar ze hadden wel een grote pan en genoeg water, dus konden ze het allicht proberen. De kinderen dachten: "Misschien is die man een tovenaar." Nieuwsgierig zagen ze hoe hij de steen voorzichtig in de pan met water legde, die op het vuur was gezet. En vol verwachting bleven ze naar de pan kijken, waarin het water langzaam warm werd en tenslotte begon te koken.
Toen zei de man: "Nu zou er eigenlijk een beetje zout aan toegevoegd moeten worden." De vrouw, die in het huis woonde, stond op en haalde wat zout uit de kast. "Ik heb ook nog een laurierblaadje", zei ze, "zal ik dat er ook in doen?" "Goed", zei de man, "Een stukje vlees zou de soep nog lekkerder maken." De buurvrouw zei: "Ik heb in de kelder nog wat soepvlees voor het avondeten bewaard. Nu we hier samen soep gaan eten, kan ik het er wel bijdoen." Ze haalde het vlees en nam ook een paar worteltjes uit de tuin mee. "Een ui en een prei zouden er ook goed in smaken", zei de vreemdeling. "Die heb ik nog in mijn tuin", zei de overbuurman. "Ik heb nog een restje bonen en wat selderij", zei een ander. Iedereen haalde iets op waardoor de soep nog lekkerder en voedzamer kon worden. En even later hing er een heerlijke geur in de kamer. De borden en lepels werden alvast klaar gezet. Na een poosje stond de man op, roerde in de soep en proefde. "De soep is klaar", zei hij en schepte de borden vol.
Allen smulden van die overheerlijke soep. In lange tijd hadden ze niet zo heerlijk gegeten. Ze aten met elkaar de hele pan leeg. Alleen de soepsteen lag er nog in. De vreemdeling stond op en wilde vertrekken. "Uw soepsteen ligt nog in de pan", riep een kind, "je vergeet je soepsteen." "Die mogen jullie houden", zei de man, "daarmee kunnen jullie nog wel duizendmaal soep koken, als je 't maar zo doet als we het nu gedaan hebben." "Dat is een wondersteen", zeiden de kinderen tegen elkaar.
De vreemdeling lachte toen hij dat hoorde terwijl hij de deur uitging. Buiten het dorp gekomen, zocht hij een mooie ronde steen, stopte hem in zijn rugzak en liep fluitend verder.
Vragen bij het verhaal:

2) Gastvrijheid in de Bijbel
In de Bijbel staan verschillende verhalen waarin mensen hun gastvrijheid tonen (of juist het gebrek eraan) ten opzichte van anderen. In vele gevallen toont deze gastvrijheid zich door middel van het aanbieden van een maaltijd. Gastvrijheid kan een manier zijn om God te eren. Toch is uiterlijk vertoon niet alles. De innerlijke openheid en oprechtheid, een zogenaamde ‘spirituele gastvrijheid’ blijkt veel belangrijker te zijn.
Hieronder worden enkele bijbelverhalen weergegeven die de thematiek van gastvrijheid oproepen.

Op een dag zat Abraham voor zijn tent. Sara bleef liever binnen omdat het zo heet was. Daar zag Abraham drie mannen naar zijn tenten komen. En dat met zo’n hitte! Abraham liep de mannen tegemoet en zei: ‘Kom toch in mijn tent. Daar kunnen jullie wat rusten in de schaduw. Ik zal jullie te drinken geven. Er is ook water om je voeten te wassen.’ Ondanks de hitte gingen de drie mannen voor de tent zitten. Abraham gaf hen te drinken. Hij liet ook hun voeten wassen door zijn jongste knechtje. Ondertussen had hij Sara verwittigd dat ze voor het nodige voedsel moest zorgen. Sara bakte brood en ze braadde een stuk vlees. Abraham gaf het eten aan de drie bezoekers.
‘Waar is je vrouw?’ vroeg de man die in het midden zat. ‘In de tent,’ antwoordde Abraham. ‘Ze zal een zoon krijgen,’ zei dezelfde man. Sara zat in de tent te luisteren. Nu begon ze toch hard te lachen. Een kind krijgen? Dat kon niet, daar was ze toch te oud voor. ‘Waarom lacht Sara?’ vroeg de man. ‘Ik lachte niet!’ riep Sara. ‘Je hebt wél gelachen,’ zei de man. ‘Jij geloof niet genoeg in God. Is er dan iéts te moeilijk voor Hem? Ik zal doen wat Ik beloofd heb.’ Abraham schrok. De drie mannen waren geen gewone reizigers. De man die in het midden zat, had gesproken alsof Hij God zelf was. Dan konden zijn twee engelen niet anders dan zijn gezellen zijn.
(uit Elseviers Kinderbijbel in 365 vertellingen)
Vragen bij de tekst:
Jezus bij Maria en Marta
Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. [39] Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. [40] Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’ [41] Jezus zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. [42] Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’ (Lc 10,38-42)
De maaltijd van de Heer?
Ik kan u niet prijzen om uw samenkomsten. Die doen meer kwaad dan goed. [18] Om te beginnen: ik hoor dat u bij uw samenkomsten in de gemeente partijen vormt. Tot op zekere hoogte geloof ik dat ook. [19] Het is onvermijdelijk dat er partijvorming onder u is, zodat duidelijk wordt wie van u betrouwbaar is. [20] Alleen, u komt niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren. [21] Van wat u hebt meegebracht eet u alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is. [22] Hebt u soms geen eigen huis waar u kunt eten en drinken? Of veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen? Wat moet ik hierover zeggen? Moet ik u soms prijzen? Dat doe ik in geen geval. (1 Kor 11, 17-22)
Anderen goed behandelen
Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. [8] Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. [9] Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven? [10] Of een slang, als het om een vis vraagt? [11] Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem daarom vragen. [12] Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. (Mt 7,7-12)

Dat eten geen neutraal gegeven is, werd reeds duidelijk. Ook de omstandigheden waarin en motieven waarom eten geproduceerd en verkocht worden, zijn allesbehalve neutraal. De laatste tijd houden producenten zich steeds meer bezig met een meer eerlijke productie van voedsel en wordt de verkoop van voedsel in toenemende mate verbonden met goede doelen. Hoewel de overwegingen hiervoor niet altijd louter humanitair zijn, maar soms ook een strategisch en economisch kantje hebben, zijn zulke ontwikkelingen alleen maar toe te juichen. Het is belangrijk dat de leerlingen weten dat men de keuze kan maken tussen voedsel dat in ‘eerlijke’ omstandigheden is tot stand gekomen of waarmee men bij de aankoop ervan bepaalde goede doelen steunt en voedsel dat in minder eerlijke omstandigheden ontstaan is of waar men geen goed doel mee steunt. Die klemtoon op eerlijk voedsel staat centraal bij Oxfam Wereldwinkels, maar ook een aantal andere bedrijven zetten zich hiervoor in.
1) Enkele voorbeelden van eten met een boodschap
- Koekjes ten voordele van Make-A-Wish

Koekjes ten voordele van Unicef
(bij de aankoop van een doos koekjes schenkt Delacre een bedrag aan Unicef waarmee een kind volledig tegen polio gevaccineerd kan worden)
- Ben & Jerry’s ijs
Ben & Jerry's is ontstaan uit de vriendschap en de sociale bewogenheid van het 'hippie' duo Ben Cohen en Jerry Greenfield. Zij leerden elkaar kennen tijdens de sportlessen en hadden een grote passie gemeen... lekker eten! Na menig leuke ervaringen (en ook sommige minder leuke) op verschillende universiteiten besloot het onafscheidelijke duo iets echt FUNS te doen... en wat is er nu leuker dan je eigen baas zijn...? Uit hun gedeelde passie voor lekker eten, hun gekke ideeën en een heel klein budget ontstond in 1978 in het studentenstadje Burlington (Vermont, USA) een ijsjesshop, gerund door 2 onervaren hippies "Ben & Jerry's Homemade Inc." Geld en zaken interesseerden Ben en Jerry absoluut niet... ze wilden enkel veel plezier maken, gekke dingen doen en ondertussen een uniek ijsje verkopen.
Al van sinds de oprichting van hun bedrijfje zijn Ben Cohen en Jerry Greenfield sterk begaan met de maatschappij waarin we leven en deze ingesteldheid groeit nog!
Zo wil men met Ben & Jerry's niet alleen organisaties helpen bij het zoeken naar extra middelen om hun goed doel te realiseren, de manier waarop men bij Ben & Jerry’s zaken doet staat ook volledig in het teken van een sociale missie. Kerngedachte achter de activiteiten: "It's not about how you spend the money, but about how you make the money".
Dit alles wordt vertaald in de Ben & Jerry's missie, die gebaseerd is op 3 pijlers:
Product Missie We maken, verdelen en verkopen roomijsjes met ingrediënten van de allerhoogste kwaliteit en dit in de meest gekke en lekkere combinaties. Bij het maken hiervan werken we enkel samen met organisaties die, net zoals ons, begaan zijn met het welzijn van de natuur en de mens. |
Economische Missie We willen een leuk bedrijfje uitbouwen, dat gebaseerd is op een duurzame ontwikkeling van onze zaken en winsten. Hierbij willen we een heel open en toffe samenwerking beogen met onze aandeelhouders, klanten, agentschappen, etc. Ook de persoonlijke ontwikkeling van onze gemotiveerde medewerkers is van groot belang. |
Sociale Missie Via al onze activiteiten willen we op een innoverende manier actief meewerken aan het algemene welzijn van de gemeenschap en dit zowel op lokaal, nationaal als internationaal vlak. |
Elke activiteit die door Ben & Jerry's wordt georganiseerd, houdt rekening met deze 3 pijlers! Het spreekt voor zich dat we in ons handelen steeds rekening houden met het respect voor individuen binnen en buiten ons bedrijfje. Daarenboven willen we ook de maatschappij waarin we actief zijn, steunen!
Een aantal voorbeelden van deze sociale betrokkenheid;
- Oxfam Wereldwinkels

Oxfam Wereldwinkels is allicht het best bekende voorbeeld van eten met een boodschap. In het kader van de meest recente campagne van Oxfam werden verschillende bekende Belgen door cartoonisten ‘onder handen genomen’ en op een ludieke manier verbonden met één van de producten van Oxfam Wereldwinkels.


2) Kraak de ‘voedselcode’
Eten met een boodschap kan men ook nog op een andere manier opvatten dan in bovenstaande voorbeelden. Het eten dat wij eten bevat immers dikwijls heel wat boodschappen. Zo vind je op de verpakking van vlees terug waar dit vlees geproduceerd werd, en staat er een code ter tracering op. Ook vinden we de ingrediënten op de verpakking terug, evenals de voedingswaarde van het product. Een simpel eitje dat men in de winkel aankoopt bevat heel wat informatie. De uitleg hieronder verduidelijkt wat de code op een eitje betekent.

http://marja.landman.googlepages.com/mala2
Vragen hierbij:
3) Wenskoekjes
Als we ‘eten met een boodschap’ heel letterlijk nemen, komen we automatisch uit bij de wenskoekjes, die letterlijk een boodschap bevatten. Deze koekjes, die je soms krijgt wanneer je in een Oosters restaurant gaat eten, bevatten een klein briefje waarop een spreuk staat. Hoewel de spreuken op deze koekjes meestal vrij vaag zijn en niet zoveel zeggen, is de gedachte dat men iemand een koekje geeft waarbij men die andere persoon iets toewenst, wel heel mooi.

Indien men dat wenst, kan men klassikaal wenskoekjes maken. De leerlingen krijgen de gelegenheid om op een klein papiertje een mooie wens te schrijven en daarna kan men samen de koekjes bakken en de wensen erin stoppen. Een recept:
Chinese wenskoekjes
(ca. 30 stuks)
3 eiwitten
60 gr gezeefde poedersuiker
45 gr gesmolten, ongezouten boter
60 gr bloem
Klop de eiwitten schuimig, voeg de poedersuiker en de boter toe en roer tot een glad mengsel. Spatel de bloem erdoor en laat het geheel ca. 15 min rusten. Teken 3 cirkels, doorsnede ca. 8 cm op bakpapier, smeer op de cirkel ca. 1,5 theelepel van het mengsel gelijkmatig en dun uit. Bak steeds maximum 3 koekjes tegelijk, anders worden ze hard voordat ze gevouwen zijn! Bak ze 5 min in de oven op 180 graden, tot de koekjes een goudbruin randje hebben. Haal ze snel met een pannenkoekmes van de bakplaat en vouw ze dubbel met een briefje ertussen. Vouw het ontstane halve cirkeltje nog eens dubbel door hem met de gevouwen kant over de rand van een schaaltje te duwen. (Hierdoor ontstaat een soort U-vorm). Laat de koekjes afkoelen op een rooster.
Indien het niet mogelijk is om klassikaal de koekjes te bakken, kan men de leerlingen ofwel de wens laten opschrijven en in een leeg eitje van een kindersurprise of iets dergelijks laten stoppen, waarna de eitjes worden uitgedeeld en iedereen een wens krijgt. Ook kan men - wanneer men over een computerklas beschikt - de leerlingen een elektronische versie laten maken van een wenskoekje, via http://www.redkid.net/generator/fortune/sign.php.


Wat wij eten, wanneer wij dit eten en hoe wij het eten, heeft vaak te maken met culturele afspraken en tradities. In verschillende culturen duiken uiteenlopende eetpatronen op en ook binnen de verschillende religies bestaan er typische gerechten of specifieke tradities rond eten, die vaak te maken hebben met de geschiedenis en de kern van deze religie. Zo vieren christenen het Laatste Avondmaal in de eucharistie, met brood en wijn (zie daarvoor spoor 2). In onderstaande teksten en verhalen worden enkele gebruiken, rituelen, voorschriften, feesten,... binnen religieuze en culturele tradities beschreven, die allen met eten te maken hebben.
1) De Amerikaanse cultuur
Thanksgiving is een belangrijke Amerikaanse feestdag, die altijd gevierd wordt op de vierde donderdag van november. Traditioneel is dit de dag waarop dank wordt gezegd voor de oogst en voor allerlei andere goede dingen. Thanksgiving wordt gevierd met de hele familie en men legt grote afstanden af om bij elkaar te kunnen zijn. Omdat het in de VS op een donderdag valt is het meestal zo dat werknemers ook op vrijdag vrij krijgen, waardoor er een familiereünie van vier dagen wordt gevierd. Het eten speelt een grote rol: het is traditie om op Thanksgiving Day kalkoen te eten en er wordt dan ook aan deze dag gerefereerd als Turkey Day (Kalkoendag). Traditionele bijgerechten op Thanksgiving Day zijn aardappelpuree, stuffing, zoete aardappels (sweet potatoes), sperziebonen (green beans), veenbessen (cranberries), en als nagerecht pecannotentaart (pecan pie) en pompoentaart (pumpkin pie).
2) Het hindoeïsme
Alle vieringen en plechtigheden van het hindoeïsme worden afgesloten met zingen van de arti (een loflied) waarna de prasad wordt uitgedeeld. Deze bestaat uit zoetigheid en fruit. Meestal volgt er nog een gezamenlijke maaltijd, waarna men nog een poosje gezellig onder elkaar doorbrengt.
Divali is het enige feest dat heel India verenigt. Traditioneel is het bekend als "Het feest van het licht". Het vieren van dit feest gaat gepaard met het nuttigen van zoet eten. Daarnaast steekt men echter ook vaak vuurwerk af. Divali is een vrolijk feest en wordt vaak gevierd in gezinsverband. Het is een feest voor iedereen, voor jong en oud, man en vrouw, arm en rijk. Divali wordt gevierd om het licht te verwelkomen in het leven. Licht wordt namelijk altijd geassocieerd met succes en hoop.
3) De islam
Het Offerfeest is het belangrijkste feest van de islam. Er wordt herdacht dat Ibrahim (Abraham) zijn zoon Ismaël aan God wilde offeren. In een droom kreeg Ibrahim tot drie keer toe van Allah de opdracht zijn zoon te offeren. Toen hij dit daadwerkelijk wilde doen, riep Allah hem een halt toe. Ibrahim had laten zien dat zijn liefde voor Allah zo groot was dat hij zelfs zijn zoon wilde offeren. De engel Gabriël stuurde dan een ram om die te offeren. Ismaël en zijn vader Ibrahim worden als de stamvaders van de Arabieren gezien. Dit verhaal staat ook in het Oude Testament van de christelijke bijbel, maar daar is het Isaäk die geofferd wordt. Het offerfeest duurt drie dagen. Het principe erachter is delen met de anderen, goed doen en overgave aan God. Op de eerste dag wordt een schaap, dat ritueel is geslacht, geofferd. Naast het delen, wat een belangrijk gebruik is in de islam, is het zich overgeven aan Allah en het willen zijn als Ibrahiem heel belangrijk bij het vieren van het Offerfeest.
Op het feest van de geboorte van de profeet vieren moslims de geboortedag van de profeet Mohammed. Mohammed werd geboren in ± 570 van onze jaarrekening. Die gebeurtenis wordt door alle moslims uitbundig gevierd. Dit jaar valt dit op 31 maart 2007. Thuis en in de moskee bezingen mensen het leven van de profeet. Men eet vruchten en zoetigheid en drinkt mierzoete drankjes. Dit gebruik hangt nauw samen met het spreekwoordelijke Arabische 'zoet eten en zoet denken'. Het eten van zoetigheid staat voor moslims symbool voor de positieve manier van denken over de profeet.
Suikerfeest bij ons thuis: ervaringen van een Turks meisje met het Suikerfeest
"En nu vlug naar bed, want morgen is het Seker Bayram (Suikerfeest) en dan moeten we vroeg opstaan." Maar ik kan niet slapen. Een hele tijd lig ik nog in mijn bed te woelen. Ik voel in het donker met mijn hand op de stoel naast mijn bed. Daar liggen mijn nieuwe kleren, een bloemetjesjurk met een kanten kraag en parelmoeren knoopjes, lintjes voor mijn haar en nieuwe sokken. Naast mijn bed staan ook mijn nieuwe schoenen. Ze ruiken naar leer. Vannacht mogen ze binnen staan, daarna niet meer.
In een moslimhuis kom je niet op je schoenen binnen; er mag geen straatvuil binnen komen. Tot laat in de nacht hoor ik nog geluiden op straat. Het is druk. Het is de gewoonte aan het einde van het vasten wat geld naar de armen te brengen, als aalmoes.
Als mijn moeder ons wakker maakt, heb ik het idee dat ik nog maar net slaap. Slaperig word ik in bad gestopt en ingezeept. Mijn haar verdwijnt onder het schuim. Helemaal fris en schoon word ik in mijn nieuwe kleren gestoken. Nu begin ik een beetje wakker te worden, vooral als mijn haar gekamd wordt. Mijn moeder doet de nieuwe lintjes in mijn vlechten. "Net vlinders," zegt ze en ze besprenkelt mijn haar met eau de cologne en rozenwater.
Nu kan het feest beginnen. Drie kwartier na zonsopgang klinkt de oproep tot het feestgebed. Mijn moeder vertelt: "In de tijd van Mohammed ging iedereen naar het feestgebed, mannen, vrouwen en kinderen, jong en oud, want het is de bekroning van de Ramadan. Iedereen ging de moskee binnen met een luid: Allahu, Akbar (God is machtig). In veel landen is dat nog zo. In Turkije blijven de vrouwen en kinderen thuis. Alleen de mannen en de grote jongens gaan."
Buiten de moskee zijn overal rieten matten neergelegd om op te bidden, want vandaag is de moskee te klein voor iedereen. Na het gebed en een toespraak omhelzen de mannen elkaar en wensen elkaar een gezegende Bayram toe. Mijn vader koopt grote dozen snoep en chocolade. Ik mag ze aan hun blauwe en roze lintjes naar huis dragen.
Thuis kussen we met eerbied de hand van onze ouders en brengen de gekuste hand naar ons voorhoofd. Dan gaan we overal op bezoek en herhalen de eerbiedsgroet. Mijn zusje en ik krijgen snoep en geld. 's Middags gaan we samen met onze ouders naar de begraafplaats om stukken uit de koran en een kort smeekgebed voor onze overleden familieleden op te zeggen. Ik geef de planten en de bloemen op de graven water. We wieden het onkruid niet, want ze zeggen dat alles in de natuur hier in gebed is voor degenen die er begraven liggen. De andere dagen van de Seker Bayram gaan we familie en vrienden bezoeken.
Zomaar een dag in de Ramadan: een Turks verhaal over het begin van de Ramadan
“Ik word midden in de nacht wakker door de man met de trommel. Het geroffel van de trom gonst in mijn buik. Ik vind het een beetje eng en kruip helemaal onder mijn dekbed. Maar dan hoor ik het gerammel van potten en pannen in de keuken en de stem van mijn moeder en mijn oudste zus. Plotseling weet ik het weer. Het is vandaag de eerste dag van de Ramadan. De lekkere geur van börek (bladerdeeg gevuld met kaas of gehakt) en chorba (soep) met mint en gebakken uien lokken mij uit bed.
De man met de trommel komt nu de heuvel op en zijn harde geroffel vult onze straat. Met zijn luide stem zingt hij rijmpjes en liedjes over de Ramadan: "Word wakker mensen, word wakker, want vandaag is het vastentijd!" Dan eten en drinken we niet tot de zon weer ondergaat. Het is drie uur in de nacht.
De heuvels langs de Bosporus zijn bezaaid met duizend lichtjes die uit de huizen stralen. Iedereen is wakker, net zoals wij. Het grote kleed wordt op de grond uitgespreid. Mijn kleine zusje en ik kruipen er knus met onze knieën onder. De lage ronde tafel wordt beladen met heerlijke gerechten, witte kaas, olijven, tomaten, donkere kersenjam, honing. De hele familie zit rond de tafel: mijn vader, mijn oma, mijn twee zussen en ik. Mijn moeder bedient iedereen.
Er wordt geklopt. Daar komen mijn oom en tante binnen. De een heeft een baby op de arm, de ander een grote ronde schaal die net uit de oven komt, met cake met nootjes erop. Hij is in vierkante blokjes gesneden. "Bismillah (in de naam van God)," zegt mijn vader en dan begint de zahur, het vroege ontbijt in de vastentijd.
Als alles is opgegeten worden mijn zusje en ik een beetje doezelig en we kruipen samen op de bank onder het rode dekbed. Dan beginnen de hanen te kraaien. Het is nu Imsak, ongeveer anderhalf uur voor zonsopgang, het moment dat de moslims moeten stoppen met eten en drinken. Niet lang daarna klinkt vanaf de minaret van de moskee de Azaan, de oproep tot gebed. Dan doen de grote mensen hun rituele wassing en bidden het ochtendgebed. Daarna gaan we nog een beetje slapen tot het tijd is om naar school te gaan.
Ik doe mijn zwarte schort voor met het witte kanten boordje. Vandaag hoef ik geen Beslem mee, een tasje waar mijn middageten en wat lekkers in zit voor op school. Kinderen mogen proberen te vasten tot het middaggebed.Als we die middag uit school komen, wacht onze oma al op ons met thee en broodjes. "Mash-allah (goed zo)," zegt ze. "Maar gaan jullie niet op straat eten.” (...) Langzaam zakt de zon naar beneden langs de hemel, de lucht is prachtig gekleurd met zachte tinten.
Mijn vader rijdt zijn bestelbusje achteruit het steile straatje af. Mijn neefje en ik mogen meerijden. We gaan naar de bakker in de hoofdstraat om er twee kartonnen dozen vol met piedes te kopen: platte, ronde broden, die de bakker alleen in de Ramadan bakt. Op de terugweg ruikt het in de auto heerlijk naar vers gebakken brood. We delen het uit aan onze buren. De kinderen drukken het warme brood tegen zich aan en hollen naar binnen.
In de avondschemering haasten de grote meisjes zich met hun witte hoofddoeken en hun gebloemde pofbroeken, lachend en roepend - trapje op, trapje af - naar de huizen van de buren om pannetjes en schalen met voedsel, afgedekt met kanten servetten, te brengen.
Het is een paar minuten voor iftar, het ogenblik dat de zon achter de horizon verdwijnt en het vasten wordt verbroken. De meeste mensen staan nu buiten. Winkels worden haastig gesloten, want iedereen wil naar huis. Vanaf de minaret van de moskee klinkt weer de azaan, de oproep tot gebed, het teken dat deze Ramadan-dag voorbij is. We drinken melk en eten een dadel om het vasten te verbreken. Dan gaan we aan tafel, want na een dag vasten wordt er eerst gegeten en dan gebeden. Later op de avond gaan we naar de moskee voor het avondgebed en de Taraa-wie gebeden, die speciaal voor de Ramadan zijn.
4) Het jodendom
De moeder is in het joodse gezin de centrale spil. Zij zorgt voor de verfijning van het joodse leven. Die verfijning is vooral in de keuken te realiseren: door te koken volgens de regels van de joodse koosjere keuken.
Koosjer wil zeggen: eten geschikt naar de joodse wet. De regels zijn ooit zo opgesteld en je moet ze, als jood, accepteren zoals ze zijn, omdat het goed voor je is. Het is niet superieur boven ander voedsel. “Ik leef naar de Thora (waar de koosjere wet instaat) omdat ik naar God wil leven”, aldus mevrouw Loonstein. Het gezin Loonstein leeft volledig volgens de koosjere regels. Een van de belangrijkste wetten: melkproducten en vlees zijn streng gescheiden. De keuken heeft daarom van alle materialen twee: een voor de bereiding van vlees, en een voor melkproducten. Dus: twee aanrechten, twee ovens, twee afwasmachines, twee pannensets, twee dagelijkse serviezen, twee sabbath serviezen. Een orthodox joods gezin heeft dus een heel groot servies. Volgens mevr. Loonstein was koosjer leven vroeger een stuk eenvoudiger: toen had je gewoon een rode kom voor je vleesgerecht en een blauwe voor het melkgerecht. Een rode en blauwe theedoek en twee teiltjes voor de afwas.
De Kasjroetwet is een van de 613 wetten die in de Thora staan. De Thora heeft dezelfde betekenis voor een jood, als de bijbel voor de rooms-katholieke kerkganger. In de Kasjroetwet kun je lezen dat vlees en melk niet tegelijkertijd worden genuttigd, er moet minstens een uur tussen zitten. Verder nog een paar opvallende regels:
1. Insecten mag je niet eten, dat is het laagste van het laagste, zij bewegen zich op de grond.
2. Eieren mogen worden gebruikt, maar mogen niet bevrucht zijn. Want dat is de miskraam van de kip, er zit dus bloed aan. En bloed is verboden.
3. Vlees moet onder rabbinaal toezicht worden versterkt. Dit houdt onder meer in dat het beest alleen met een enkele messnede door zijn keel afgemaakt mag worden. Zo lijdt het beest niet onnodig. Er mag verder geen verdoving worden gebruikt. Het vlees moet tot drie dagen na de slachting met rust gelaten worden om zo het bloed eruit te laten trekken. Je mag beesten eten die gespleten hoeven hebben en herkauwen. Dus: een rund, koe, schaap en een kalf mogen wel. En een kameel, varken, haas en konijn zijn verboden.
4. Van de vissen mogen alleen die gegeten worden met schubben en vinnen. Bijvoorbeeld makreel, tong, zalm.
5. Vogels die hun prooi pakken op aarde zijn toegestaan. Maar vogels die vanuit de lucht jagen zijn verboden te eten.
Chanoeka is het joodse feest van het licht dat 8 dagen bleef branden ook al was er maar amper lampolie genoeg voor 1 dag licht. De kandelaar met 8 (of 9) armen heeft dan ook een speciale plaats op dit feest. Gerechten die bij dit feest horen zijn o.a. latkes (aardappelpannekoekjes met ui) en soevganiot (oliebollen met jam).
Met Chanoeka eet men gerechten gebakken in olie. Zo wordt op een symbolische manier verwezen naar het Chanoeka-wonder; het kruikje olie dat niet een dag maar acht dagen bleef branden.
Recept voor latkes
Benodigdheden
6 grote geschilde aardappelen
1 ui
3 eieren
½ kop meel
zout en peper
olie
Bereiding
De rauwe aardappelen grof raspen en in vergiet uit laten lekken. Dan laatste water eruit persen en droog deppen met keukenpapier. Ui klein snijden. Eieren klutsen. Alle ingrediënten mengen. Mengsel mag niet te stijf worden. De olie heet laten worden. Met een lepel portie maken en deze in de olie leggen. Een beetje platdrukken. Aan beide zijden op niet te hoge temperatuur voorzichtig bakken. Serveren met appelmoes, compote of zure room.
In het joodse restaurant Hoffy's - uitgebaat door de drie broers Hoffman - kan je een sabbatmaaltijd nemen. Mosche Hoffman, een van de restaurantuitbaters, vertelt dat de sabbatmaaltijd voor joodse families erg belangrijk is: ,,Wanneer de mannen - vanaf dertien jaar - van de synagoge terugkomen, steekt de vrouw de kaarsen aan. (Dit zijn minstens twee kaarsen; veel gezinnen hebben het gebruik voor ieder kind nog een kaarsje aan te lichten. Een gezin met vijf kinderen zou dus zeven kaarsen aansteken en zingen we een lied om de nieuwe dag te begroeten.) Ik moet misschien even uitleggen dat de nieuwe dag in de joodse traditie
eigenlijk al aan de vooravond begint, als er drie sterren aan de hemel zijn verschenen. Na het begroetingslied drinken we wijn. Nadien volgt nog een danklied voor de vrouw die de zorg voor haar familie draagt. Op dat moment willen we onze diepe waardering uitdrukken voor alles wat zij doet."
"Tijdens de maaltijd zelf staan de kinderen centraal" stelt oud-docent judaïstiek Frans van den Brande. "Het is het moment waarop zij hun vader uitleg vragen over de lezing van de dag, over de regels en gebruiken, de betekenis van de dingen, maar er wordt ook over heel gewone dingen gesproken. Die sabbatmaaltijd kan wel tweeënhalf uur duren en ondertussen wordt er veel gezongen. Zo geven de joden hun enorme liederenschat aan elke nieuwe generatie door.’’
Extra info over de sabbattafel:
De typische sabbattafel is gedekt met een wit tafellaken en met het beste servies. Je ziet de twee kaarsen, maar ook de gevlochten kaars die op zaterdagavond wordt aangestoken. Een reukdoos met geurige kruiden (de geur van de sabbat) wordt doorgegeven. Twee gevlochten broden vind je terug op de tafel omdat Mozes in de woestijn ook manna kreeg voor twee dagen.
5) De Hare Krishna
Bij Hare Krishna gaat het erom dat je je - door het loslaten van materiële zaken en door zuiver te leven (eten!) - openstelt voor de kracht van god en rein wordt. Als je goed leeft, hoef je
uiteindelijk niet meer te reïncarneren en word je ten slotte door God de hemel ingetrokken. Vandaar dat handige staartje op het achterhoofd!
Eten is erg belangrijk. Je moet rein eten. Eet je niet zoals voorgeschreven, dus wel vlees, dan kun je na je dood op aarde terugkomen als een beest. Ze eten in de eerste plaats vegetarisch. Geen eieren. Eieren zijn namelijk de menstruatie van een kip en dus onrein. Geen vlees, want je bent wat je eet en bovendien: dus word je wat je eet. Volgens de Hare Krishna is vlees dus heel slecht en als je je er op wat voor manier dan ook mee bezighoudt (ook bijvoorbeeld door het te vervoeren) ben je fout bezig. Het eten (melk, groenten) halen ze vooral van (het liefst eigen) boerderijen want ze willen precies weten waar het vandaan komt. Alles moet rechtstreeks van het land komen! Er bestaat een lijst met 'verboden' etenswaren, enigszins te vergelijken met de joodse Kasjroetlijst. Dierlijke elementen zijn not done. Maar het allerbelangrijkste is dat je verplicht eten offert, want ook als je vegetarisch eten bereidt, doe je andere wezens (lees: de plantjes) pijn. Door te offeren maak je het eten 'Karma-vrij'.
Al het eten moet worden geofferd. Zelfs een zak snoep moet je offeren. Hoe gaat dat offeren? Van elk gerecht wordt een beetje op een zilveren schaal gedaan. Dat wordt naar het altaar gebracht. Het altaar is versierd met bloemen en foto’s van Krishna’s profeten. Er komt een doek voor het altaar. Er wordt gezongen. Dan wordt er 20 minuten gewacht, zodat hun God Hare Krishna de kans krijgt om te gaan eten. Daarna wordt het ‘niet’ aangeroerde eten naar de keuken gebracht en gaan de mensen eten. Een jongen van veertien vertelde ons dat je ook in je hoofd kan offeren.

6) De Spaanse cultuur
Paella is een oorspronkelijk Valenciaans en tegenwoordig typisch Spaans gerecht met als ingrediënten de lokaal aanwezige producten: in het binnenland: konijn, kip, garrofón, evt. slakken en in een later stadium aan de kust vis en schaaldieren. Omdat paella vaak in grote groep, uit een grote pan wordt gegeten, heeft deze maaltijd een heel sociaal en gezellig karakter.
Bronnen:
http://www.beleven.org/ (Tip:op deze site vindt men nog een heel aantal andere verhalen, waaronder ook sprookjes, die met eten te maken hebben)
http://www.omroep.nl/nps/kookvanjou/
http://www.tertio.be/archief/2007/T371/T371-ge1.htm
7) Tussen twee culturen
Heel wat kinderen, en sowieso heel wat mensen die in België komen maar hun roots hebben in een ander land, groeien op binnen het spanningsveld tussen twee culturen, en ook op het gebied van eten wordt dat duidelijk. Zij kennen enerzijds de typisch Belgische keuken, maar vaak wordt er thuis gekookt in overeenstemming met een heel andere eetcultuur (met, wanneer men bepaalde religieuze tradities aanhangt, een heel aantal specifieke voedselvoorschriften), wat niet altijd even evident is, bijvoorbeeld in het contact met vriendjes. De andere eetcultuur is trouwens ook een manifestatie van de verschillende die er bestaan tussen verschillende culturen en de moeilijkheden en ambivalente gevoelens die mensen die geëmigreerd zijn soms ervaren. De volgende liedjes van Kinderen voor Kinderen behandelen deze thematiek op een fijnzinnige manier.
Baklava of rijstevla
Beluister dit nummer
Mijn vader woont in Nederland
M'n moeder in Marokko
Want zij is pas teruggegaan
Haar vaderland dat trok zo
M'n vader zegt nu tegen mij:
Je moet het zelf maar weten
Ga je naar haar, blijf je bij mij
En nou zit ik te zweten
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Blijf ik hier of blijf ik daar
Daar in Marokko ben ik thuis
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Liever hier of liever daar
Maar hier in Holland staat mijn huis
Daar lekker elke dag couscous
Hier weer patat met appelmoes
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Nou heb ik dus een vaderland
Daar kun je 's winters sleeën
En ook heb ik een moederland
Met prachtige moskeeën
Twee landen, dat is dubbel fijn
En toch zit ik te kniezen
Ga ik naar daar, of blijf ik hier
Ik kan gewoon niet kiezen
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Blijf ik hier of blijf ik daar
Daar in Marokko ben ik thuis
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Liever hier of liever daar
Maar hier in Holland staat mijn huis
Daar lekker elke dag couscous
Hier weer patat met appelmoes
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Baklava of rijstevla
Marrakech of Appelscha
Ga je nou ja, ga je nou nee
Blijf je nou hier, ga je nou mee
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Blijf ik hier of blijf ik daar
Daar in Marokko ben ik thuis
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Liever hier of liever daar
Maar hier in Holland staat mijn huis
Daar lekker elke dag couscous
Hier weer patat met appelmoes
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Baklava of rijstevla
Marrakech of Appelscha
Ga je nou ja, ga je nou nee
Blijf je nou hier, ga je nou mee
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Allah ak'bar
Dit liedje kan ook bekeken worden via: http://www.youtube.com/watch?v=iz73BndPg1o
Heimweetaart
Beluister dit nummer
Koor
Goud en geel de zon de zon
Warme Afrikaanse zon 2x
solo
Als de zomer weer voorbij is
En het donker is op straat
Als het koud is en het regent
Krijgt mijn moeder het te kwaad
Dan gaat ze bij het raam staan
En zegt ze met een zucht
Dit is toch geen weer meer
Moet je kijken wat een lucht
Waar is de zon gebleven
Ik reis hem achterna
Wat doe ik hier nog langer
Ik ga terug naar Afrika
Gelukkig blijft ze bij ons
Hier in Holland hoort ze thuis
En als het haar teveel wordt
Haalt ze Afrika in huis
Dan gaat ze naar de keuken
En bakt ze met veel vaart
In minder dan een uurtje
Afrikaanse heimweetaart 2x
Refrein
Heel ons huis ruikt naar de zomer
Uit mijn moeders meisjestijd
Heimweetaart met honing
En met liefde toebereid
Laat maar lekker waaien buiten
Heus daar malen wij niet om
Binnen is het hartje zomer
Hier op tafel schijnt de zon
Goud en geel de zon de zon de zon
warme Afrikaanse zon
Als ik weleens verdriet heb
En ik weet zelf niet waarom
Dan denk ik, het is heimwee
Net als mama naar de zon
Naar een zomer in het zuiden
Naar mijn moeders Afrika
Als ik nu toch eens kon vliegen
Dan vloog ik de vogels na
Mama ziet dat ik verdwaald ben
En volkomen van de kaart
Kom, we bakken zegt ze
Afrikaanse heimweetaart 2x
Refrein
Dit liedje kan ook bekeken worden op: http://www.youtube.com/watch?v=kgr9PEDtwsM
De ingezonden reacties tot nu toe:
03-03-2009
Marike
Leerkracht secundair onderwijs
Bedankt voor de goede ideeën en leuke verwerkingsopdrachten!
Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.