print deze pagina af voeg deze pagina toe aan je favorieten e-mail deze pagina Klik hier om in te loggen Guided Tour

Eet aan mijn tafel

Voedsel en maaltijd in levensbeschouwelijk perspectief

Inhoud

  1. Inleiding
  2. Hermeneutische knooppunten
  3. Aanknopingspunten bij het leerplan
  4. Impulsen
    1. Spoor 1: Eten om te leven om te eten
    2. Spoor 2: Brood om van te leven
    3. Spoor 3: Aan tafel
    4. Spoor 4: Gastvrijheid
    5. Spoor 5: Eten met een boodschap
    6. Spoor 6: Eet-cultuur: Over eten in andere culturen en religies
  5. Reacties

Inleiding

Eten lijkt één van de meest evidente dingen die er bestaan. Elke dag komen mensen in contact met voedsel en nemen ze eten tot zich. Vaak zijn het de maaltijden die ochtend, middag en avond inluiden en daardoor orde aanbrengen in de dag. Men zou kunnen zeggen dat men opstaat en gaat slapen met eten. Doordat eten en voedsel zo vanzelfsprekend in het leven van de meeste leerlingen aanwezig zijn, staan ze er dikwijls niet bij stil hoe levensbeschouwelijk geladen deze thematiek wel niet is. Hoe mensen omgaan met voedsel zegt immers vaak iets over hoe ze in het leven staan: gevend of nemend, open of gesloten, solidair of bezitterig,... Deze in de kijker gaat dan ook over meer dan eten alleen. Wanneer bijvoorbeeld de thematiek van ‘brood’ behandeld wordt, staan wij niet alleen stil bij het fysieke product ‘brood’, maar veel meer bij de samenwerking die vereist is om een brood te maken, bij de symbolische waarde van brood als datgene van wat essentieel belang is in het leven van mensen, of bij Jezus als brood van leven.
Sowieso is de maaltijd veel meer dan alleen maar het consumeren van voedingswaren, au fond gaat het hier over het delen van het leven met elkaar, over de identiteit van personen en groepen, over verbondenheid tussen mensen.

Ik van jouw verhaal

Aanknopingspunten bij de catechese rond de eerste communie

Deze in de kijker is niet alleen bruikbaar in de godsdienstles, maar is ook op zijn plaats binnen de catechese ter voorbereiding van de eerste communie. Vooral de sporen “brood om van te leven” en “aan tafel” zijn bijzonder geschikt binnen deze context.

Wat is eerste communie?

In de Rooms-Katholieke kerk nemen kinderen rond hun 7e jaar voor het eerst volledig deel aan de 'Maaltijd van de Heer' of 'eucharististische maaltijd'. Deze eerste deelname aan het sacrament van de eucharistie wordt Eerste Communie of Eerste Heilige Communie genoemd en wordt in het algemeen zeer feestelijk gevierd in de parochie waartoe de kinderen behoren.
Eerste Communie is één van de drie stappen in de inwijding of initiatie in het christelijke geloof. De eerste stap is de doop met water, meestal in het eerste levensjaar van het kind. Door de doop wordt hij of zij opgenomen in de kerkgemeenschap. De tweede stap is de Eerste Communie, de eerste keer dat het kind volledig mag deelnemen aan de 'Maaltijd van de Heer' of eucharistie en het heilig brood ontvangt (te communie gaat). De derde stap is het vormsel, dat meestal rond 12-jarige leeftijd wordt toegediend door de bisschop. Door handoplegging en zalving ontvangen de kinderen of jongeren de Heilige Geest, de kracht die hen in hun leven zal sterken. Doopsel, vormsel en eucharistie worden sacramenten genoemd.
(www.katholieknederland.nl)

De Katechismus over de eerste communie

“De eerste eucharistische communie. Kind van God geworden en met het bruidskleed getooid', wordt de pasgedoopte toegelaten 'tot de bruiloft van het Lam' en ontvangt hij het voedsel van het nieuwe leven, het lichaam en bloed van Christus. Vanuit een levend bewustzijn van de eenheid van de christelijke initiatie wordt in de oosterse kerken de heilige communie gegeven aan allen die pas gedoopt en gevormd zijn, zelfs aan kleine kinderen, het woord van de Heer indachtig: 'Laat de kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen' (Mc. 10,14). In de Latijnse kerk, waar het deelnemen aan de heilige communie voorbehouden wordt aan hen die de jaren van verstand bereikt hebben, wordt de samenhang tussen doopsel en eucharistie uitgedrukt door het pasgedoopte kind bij het altaar te brengen alwaar het Onze Vader gebeden wordt.

Links naar andere In de Kijkers

Leuke links

www.brood.net
www.kookvanjou.nl
www.broodaandebasis.nl

Hermeneutische knooppunten

  • Eten wij om te leven of leven wij om te eten, met andere woorden: is eten voornamelijk een substantie die ons in leven houdt of datgene wat (als enige) zin geeft aan het leven? Hoe moeten mensen leven in die spanning?
  • Heeft iedereen een onvervreemdbaar recht op eten, of is eten iets wat je moet verdienen, een soort van privilege dat je moet verwerven?
  • Is bij voedsel vooral de smaak en het uitzicht (of de prijs) belangrijk of bijvoorbeeld ook de omstandigheden waarin het geproduceerd werd en de invloed ervan op de gezondheid?
  • Is ‘smaak’ iets wat vooral een individueel gegeven is (‘elk zijn eigen smaak’) of heeft smaak ook een culturele en sociale dimensie?
  • Is de maaltijd vandaag de dag iets dat zich (nog steeds) vooral aan tafel afspeelt en in het gezelschap van het gezin of boet dit gebruik aan belang in? Gaan hiermee ook een aantal waarden verloren?
  • Toont gastvrijheid naar anderen toe zich voornamelijk in een bepaald gastvrij gedrag of eerder in een gastvrije mentaliteit? Bestaat er zoiets als ongastvrije gastvrijheid? Kan men gastvrij zijn voor de ene en ongastvrij voor de andere?
  • Zijn er bepaalde voedingswaarden die een diepere, meer symbolische waarde hebben dan andere? Zo ja, welke en waarom?

Aanknopingspunten bij het leerplan

Eerste cyclus

  • 5.2.1.5 Dragen en gedragen worden

    • gastvrijheid leren kennen als vorm van zorg dragen voor mensen in verschillende culturen en godsdiensten, via religieuze verhalen en gebruiken;
  • 5.2.1.10 Brood, tafel, maaltijd houden

    Kinderen verkennen de betekenis van de uitdrukkingen 'broodnodig' en 'brood om van te leven'
    Dit houdt in dat ze
    • de weg van graankorrel tot brood verkennen;
    • de waarde van brood als basisvoedsel ervaren: brood om van te leven;
    • inzien dat elke mens basisvoedsel nodig heeft en er dus recht op heeft;
    • waarderen dat wie brood geeft, zichzelf geeft;
    • ontdekken wat voor mensen 'broodnodig' is;
    • de betekenis herkennen van de woorden "geef ons heden ons dagelijks brood" in het Onze Vader;
  • 5.2.1.10 Brood, tafel, maaltijd houden

    Kinderen ervaren de veelzijdige wijzen waarop mensen samen maaltijd houden
    Dit houdt in dat ze
    • ideeën en/of ervaringen uitwisselen over eetgewoonten en maaltijd houden in eigen gezin, in dat van klasgenoten en in groepen waarin zij verblijven (vakantie, op hotel, op kamp, in een internaat, ...);
    • ontdekken hoe mensen bij een maaltijd niet alleen voedsel delen, maar ook ervaringen en verbondenheid, en op die manier leefgemeenschappen vormen;
    • stilstaan bij het belang van de tafel waarrond de maaltijd en het leven zich afspelen;
    • verhalen beluisteren over de betekenis van de maaltijd bij joden (Pascha) en moslims (in de Ramadan),... en de plaats van kinderen daarbij;
  • 5.2.1.10 Brood, tafel, maaltijd houden
    • verkennen hoe mensen uit andere culturen maaltijd houden, b.v. hindoes, volkeren in Afrika,...
    • inzien dat mensen nood hebben aan medemensen met wie ze leven kunnen delen.
  • 5.2.1.10 Brood, tafel, maaltijd houden
    • het kerkgebouw verkennen waar christenen samenkomen rond een altaartafel;
    • voorwerpen kennen die gebruikt worden in de eucharistie: brood, wijn, hostie, schaal, beker of kelk,...;
    • het verhaal lezen over het laatste avondmaal van Jezus met zijn leerlingen (Lc. 22,14-20);
    • verhalen beluisteren over Jezus die leven deelt met andere mensen, b.v. zijn leerlingen (Lc. 5,1-11), vrouwen (Lc. 8,1-3), Zacheüs (Lc. 19,1-10),...;
    • het verhaal beluisteren over Jezus die kinderen in het midden plaatst (Lc. 18,15-17);
    • de verschillende elementen van de eucharistie leren kennen vanuit de betekenis brood en leven delen met mensen en met Jezus;
    • zich mogelijk uitgenodigd voelen om met elkaar en met Jezus brood en leven te delen;
  • 5.2.1.10 Brood, tafel, maaltijd houden
    • ontdekken wat het betekent dat Jezus zichzelf geeft als brood;
    • ontdekken hoe deelnemen aan de eucharistie ook betekent: een plaatsje krijgen in de grote gemeenschap van de kerk;
    • zich oefenen in het delen met elkaar (snoep, eten, gebruiksvoorwerpen, schrijfgerei,...).
  • 5.2.1.10 Brood, tafel, maaltijd houden
    • verkennen hoe de tafel en de maaltijd bij hun eerste communie een belangrijke rol spelen;
    • gelijkenissen en verschillen ontdekken tussen het samenzijn rond de tafel in de eucharistie en aan de tafel van hun eerste communiefeest;
  • 5.2.1.11 Liturgisch en pastoraal jaar
    • het verhaal van het Laatste Avondmaal (Lc. 22,14-20) verkennen;
    • beluisteren hoe de leerlingen van Emmaüs Christus herkenden bij het 'breken van het brood' (eucharistie) (Lc. 24,13-35);
    • weten dat ook de islam elk jaar een vastenperiode heeft: de ramadan;
  • 5.2.2.10 Symbolen
    • symbolen en symboolhandelingen kennen die christenen hanteren in hun communicatie over geloven: b.v. een kruis, de paaskaars, breken en delen van brood, zalven met olie, gebedshoudingen,...;
  • 5.2.2.11 Liturgisch en pastoraal jaar
    • het breken van het brood en het drinken van de wijn (Witte Donderdag) herkennen in de eucharistie;

Tweede cyclus

  • 5.2.2.6 Mens en natuur, gave en opgave
    • ontdekken dat Jezus zijn verbondenheid met God en met zijn leerlingen uitdrukte met beelden van verbondenheid met de natuur:
  • 5.2.3.4 Groeien in liefde en tederheid
    • in levensverhalen van mensen ontdekken dat liefde die steunt op verbondenheid met God, hen helpt om boven zichzelf uit te stijgen;

Eerste graad secundair onderwijs

In de terreinen voor 1b

  • 1 TIJD - Doelen

    4. feesten situeren in een levensbeschouwelijke kalender;
  • 3 SAMEN-LEVEN - Doelen

    1. het eigen toebehoren tot groepen aangeven en bespreken;

In de terreinen voor het beroepsvoorbereidend leerjaar

  • 2 NATUUR / LICHAMELIJKHEID - Ingrediënten

    vasten en feesten: ritme in lichaam en natuur;

In de terreinen voor het 1e jaar van de 1e graad

  • 1 TIJD - Terreinomschrijving

    Hoe interpreteer ik de tijd? lijn, cirkel, stijgende of dalende lijn - spiraal,... - wat en hoe vier ik? - rituelen feesten, scharniermomenten - samenspel verleden-heden-toekomst
  • 1 TIJD - Doelen

    4. enkele 'eigentijdse' feesten en/of rituelen bevragen op hun levensbeschouwelijke karakter
  • 1 TIJD - Ingrediënten

    'rituelen' en 'feesten' als mijlpalen in de tijd;
  • 2 VERHALEN - Doelen

    6. Het verhaal 'jezus' opbouwen en vertellen

In de terreinen voor het 2e jaar van de 1e graad

  • 1 PIJN - Doelen

    3. in concrete voorbeelden het taal- en tekenkarakter van lichamelijkheid aanduiden;

Impulsen

Spoor 1: Eten om te leven om te eten

1) Eten in beeld

Mensen zeggen wel eens dat ze niet zonder eten kunnen. Deze uitspraak kan echter meerdere betekenissen hebben. Het is inderdaad waar dat mensen niet zonder eten kunnen, anders zouden ze immers omkomen van de honger. Dit is helaas wat jammer genoeg bij een heel groot deel van de bevolking op aarde gebeurt of dreigt te gebeuren. Zowat 854 miljoen mensen op onze wereldbol lijden honger. Zij zijn afhankelijk van een minimum aan voedsel om te overleven. Daartegenover is het leven van heel wat mensen op een andere manier afhankelijk van eten: zij kunnen niet meer zonder eten in die zin dat het hun leven bepaalt, dat het een zin geeft aan hun leven die zij niet meer zouden kunnen missen. Het eten vult hen en vervult ook bepaalde verlangens. Door te eten (te kopen, te consumeren, te bereiden) voelen zij zich letterlijk en figuurlijk minder leeg.

Deze spanning wordt door de leerlingen allicht zelf aangevoeld en ervaren (allen hebben we immers eten nodig om te overleven en allen ervaren we dat het eten in zekere mate zin geeft aan ons leven, dat het ons plezier schenkt, dat wij ernaar uitkijken) en kan verduidelijkt worden door de volgende beeldencollage.

Enkele verwerkingsopdrachten bij deze beelden en bij de spanning tussen eten om te leven en leven om te eten:

  • Vragen:
    • Welke van deze foto’s drukt de idee uit van “leven om te eten” en welke die van “eten om te leven”? Deel de foto’s in volgens deze twee categorieën.
    • Wat zijn verschillende redenen waarom mensen moeten eten?
    • Wat zijn verschillende redenen waarom mensen willen eten?
    • Is eten belangrijk in je eigen leven? Waarom vind je het belangrijk?
    • Komt het soms voor dat je geen zin hebt in eten? Hoe komt dat dan?
  • De leerlingen staan misschien niet altijd stil bij wat er thuis in het winkelkarretje belandt, omdat zij het eten dat op tafel komt als vrij vanzelfsprekend ervaren. Een heel andere zaak is het, wanneer zij plots zelf voor eten zouden moeten zorgen. Zouden zij aan alles denken om een volwaardige maaltijd te maken? Welke producten zouden zij kopen en waarom? Kopen zij die dingen die hun ouders ook kopen of die producten die zij kennen uit reclame-boodschappen? Men kan met de leerlingen een denkbeeldige oefening doen waarbij zij zelf een winkelkarretje moeten vullen met eten voor twee dagen. Zij krijgen daarvoor een groot blad met de tekening van een winkelkarretje erop en vullen daarop de verschillende voedingswaren in die ze zouden kopen. Men kan de leerlingen eventueel helpen door duidelijk te maken dat zij twee maal een ontbijt, twee maal een lunch en twee maal een diner moeten voorzien, net als enkele tussendoortjes. Het is bij de bespreking hiervan, waarbij elke leerling zijn of haar winkelkarretje mag voorlezen, niet de bedoeling om te oordelen, maar wel om te zien of de leerlingen realistisch geweest zijn in hun aankopen en of zij zich beperkt hebben tot de essentie dan wel buitensporig veel gekocht hebben.
  • Een alternatieve opdracht bestaat erin om de leerlingen hun ideale maaltijd te laten omschrijven of tekenen. Zij tekenen hierbij niet alleen de maaltijd zelf, maar ook de setting waarbinnen het eten van deze maaltijd zich afspeelt. Achteraf kan men met de leerlingen naar de tekening gaan kijken of de omschrijving lezen, met de volgende aandachtspunten in het achterhoofd: Wat wordt er gegeten? Met wie? Waar? Wanneer?

2) Het recht op eten

Iedereen heeft recht op voedsel, dat is duidelijk. Helaas zijn er miljoenen mensen aan wie dat recht ontzegd wordt. Het recht op voedsel is opgenomen in de Universele verklaring van de rechten van de mens én in het Verdrag inzake de rechten van het kind. Uit dat laatste document komt de volgende passage:

Artikel 24 Ieder kind heeft recht op de best mogelijke gezondheid en op gezondheidszorg. Nadruk ligt op vermindering van baby- en kindersterfte, op eerstelijnsgezondheidszorg, op voorzien in voldoende voedsel en zuiver drinkwater, op pre- en postnatale zorg voor moeders, op voorlichting over gezondheid, over voeding, over de voordelen van borstvoeding en over hygiëne. Traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid moeten worden afgeschaft.

Op basis van cijfers van de FAO (dit is de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties) berekende Stichting WereldDelen hoeveel voedsel er per wereldbewoner momenteel beschikbaar is. Bij een eerlijke voedselverdeling zijn dat de volgende hoeveelheden per persoon per dag:

  • 264 gram tarwe
  • 269 gram rijst
  • 268 gram mais
  • 60 gram gerst
  • 68 gram overige granen
  • 145 gram aardappelen
  • 313 gram wortel- en knolgewassen
  • 25 gram peulvruchten
  • 303 gram groenten
  • 212 gram fruit
  • 50 gram ruwe suiker
  • 260 gram melk
  • 57 gram vis
  • 50 gram (keuken)olie
  • Omdat dit voor leerlingen misschien moeilijk visualiseerbaar is, kan de leerkracht dit voedsel meebrengen naar de klas zodat de leerlingen zien wat er daadwerkelijk beschikbaar is voor iedereen. Daarna maken zij de vergelijking met wat zij zelf elke dag eten (daarvoor overlopen zij kort wat zij de voorgaande dag hebben gegeten of geeft de leerkracht een lijstje mee om dit te noteren, bijvoorbeeld op een dag in het weekend) en met heel wat kinderen in ontwikkelingslanden daadwerkelijk te eten krijgen (met name nauwelijk iets). Daarbij kan men met de leerlingen gaan filosoferen over de vraag of er zoiets bestaat als het recht op eten en de plicht tot voedselvoorziening. Wie is het dan die recht heeft op eten (zijn er uitzonderingen, zijn er omstandigheden waarin men er geen recht op heeft) en wie heeft de plicht om in eten te voorzien aan mensen?
  • Om het voor de leerlingen nog wat concreter te maken, kan er op de school (indien dit organisatorisch mogelijk is) een zogenaamde Wereldmaaltijd georganiseerd worden. Deze Wereldmaaltijd houdt in dat men de leerlingen een maaltijd gaat voorschotelen op basis van wat er per persoon beschikbaar is bij een eerlijke mondiale voedselverdeling. Waar de leerlingen misschien eerder een zeer sobere maaltijd zullen verwachten van enkel een kopje rijst, is deze maaltijd (die zelfs uit drie gangen kan bestaan) daarentegen zeer ruim, smakelijk en voedzaam. Dit, en de schatting van de FAO, dat de aarde zelfs genoeg kan opbrengen voor het dubbele van de huidige wereldbevolking, contrasteert sterk met de gedachte dat zoveel mensen honger lijden en dat er elke dag duizenden mensen sterven van de honger.
  • Men kan hierop verder ingaan door met de leerlingen op zoek te gaan naar oorzaken van deze onrechtmatige verdeling en naar eventuele (hypothetische) oplossingen. Men kan ook met de leerlingen in gesprek treden over de vraag of zij bereid zouden zijn om de overvloed waarvan zij kunnen genieten op te geven om ervoor te zorgen dat anderen meer zouden kunnen eten.

3) Mood food

In de beeldencollage werd reeds duidelijk dat mensen soms leven om te eten. Het concept mood food bevindt zich in zekere zin binnen deze sfeer. Het gaat hier om eten dat men eet omdat men zich in een welbepaalde gemoedstoestand bevindt (en waarbij men door middel van dat eten die toestand wil veranderen of juist versterken). Zo kan iemand die zich moedeloos voelt, bijvoorbeeld troost vinden in een kop koffie (ze noemen een kop koffie dan ook niet voor niets soms ‘een bakje troost’) en kennen we ook via de tv het beeld van hen die na een liefdesbreuk met een grote pot ijs in de zetel kruipen. Bovendien hebben bepaalde voedingswaren ook effectief een effect op het gemoed en de geestelijke gezondheid. Onderstaand artikeltje getuigt hiervan.

In landen waar veel vis gegeten wordt komt depressie veel minder voor dan in zogenaamde “ingesloten” landen zoals Oostenrijk of Hongarije.
Zelfmoordcijfers in deze landen liggen ook een stuk hoger dan in kustlanden als Portugal en Noorwegen waar veel vis gegeten wordt. Deze vaststelling werd in 1998 bekendgemaakt in het toonaangevende tijdschrift the Lancet. Wetenschappers borduurden op dit thema verder en The American Journal of Psychiatry pakte uit met een studie waaruit bleek dat manisch depressieve patiënten die dagelijks visolie innemen duidelijk minder depressieve gevoelens hebben dan patiënten die een placebo (nepmiddel) krijgen. Vooral vette vis zoals makreel, haring, forel, sardines en zalm zijn rijk aan omega-3-vetzuren. Ook noten, lijnzaad en avocado bevatten dat “pretvet” in hoge dosissen. Het omega-3-vet zou ook een gunstige invloed hebben bij de ziekte van Alzheimer, bij kinderen met ADHD en bij vrouwen met baby blues.

Vorig jaar werd in het British Journal of Psychiatry een markant bewijs geleverd voor de invloed van vitamine-, mineralen- en vetzuursupplementen op crimineel gedrag bij jongeren. Van 230 delinquenten kreeg de helft de supplementen toegediend, de andere helft kreeg een placebo. Na negen maanden bleek het aantal inbreuken op het reglement van de strafinstelling bij de eerste groep met een kwart gedaald en het aantal geweldplegingen zelfs met 40%.
(Dr. Peter Mareen in De Standaard Magazine)

  • De idee van mood food kan bij de leerlingen aangekaart worden door met hen te praten over al dan niet aanwezige etensrituelen wanneer ze zich goed of slecht voelen.
  • Merk je dat je soms aan het eten slaat wanneer je je niet zo goed of verdrietig voelt? Wat eet je dan graag?
    • Is er eten dat je met name graag eet wanneer je blij, gelukkig bent?
    • Merk je dat bepaald eten je soms echt blij en opgewekt kan maken?
    • Is er ook eten dat je verdrietig en eerder loom maakt?
    • Hoor je je ouders soms zeggen dat bepaald eten goed voor je is, dat je bijvoorbeeld van vis slim wordt? Is dit voor jou een reden om dit eten (meer) te eten?
  • Bij jonge leerlingen kan men ook werken met bepaalde afbeeldingen van eten die zij telkens met een blij, verdrietig of neutraal gezichtje verbinden, om zo weer te geven welk gevoel dit eten bij hen oproept. De leerkracht maakt dan een tiental kaartjes waarop verschillende soorten voedsel afgebeeld staan (vis, noten, hamburger, cola, melk, chocolade, frietjes, sla, pasta, brood,...) evenals kaartjes met een blij, verdrietig of neutraal gezicht. De leerlingen leggen elk voedselkaartje bij één van de gezichtjes en proberen ook - al is het dan intuïtief - aan te geven waarom.
  • Rond de uitspraak “je bent wat je eet” kan men met de leerlingen ook aan het werk gaan. Daarbij kan men het volgende mopje als uitgangspunt nemen.

Een eekhoorn zit bij de psychiater. De psychiater vraagt wat het probleem is.
De eekhoorn antwoordt: “Ik las: je bent wat je eet. Ben ik dan een eikel?”
Eerst en vooral gaat men vanuit het grapje met de leerlingen reflecteren over wat de uitspraak “je bent wat je eet” nu eigenlijk betekent in het leven van mensen. Daarna kan men de leerlingen ook vragen om, als ze deze uitspraak op zichzelf toepassen, weer te geven (in woorden of in een tekening) wat zij zouden zijn en zouden willen zijn.
Dit kan eventueel zelfs leiden tot een verkleedpartijtje waarbij de leerlingen zich verkleden in het voedsel dat ze graag zouden zijn.

  • imageOm het eten eens vanuit een ander oogpunt te bekijken, namelijk niet als voedingswaar, kan men met de leerlingen heuse kunstwerkjes maken met eten. Daarbij is het allesbehalve de bedoeling om verspilling van eten in de hand te werken, maar om de leerlingen op een creatieve manier met nieuwe geuren, texturen, etenswaren kennis te laten maken.

    De leerlingen krijgen een blad dik tekenpapier (bij voorkeur A3) en hebben als opdracht om een landschap te maken (eventueel naar het voorbeeld van een - al dan niet zelfgekozen - illustratie) met de volgende elementen:
    • Keukenkruiden (in alle verschillende soorten en kleuren)
    • Ongekookte deegwaren (eveneens in verschillende soorten en kleuren)
    • Zaden en pitten allerhande

Met potlood tekenen zij eerst de contouren van hun landschap die zij dan daarna markeren en opvullen met de organische elementen die zij meegebracht hebben (of die de leerkracht eventueel zelf voorziet). Deze worden met goed klevende lijm aan het blad geplakt. De kunstwerkjes kunnen achteraf in de klas opgehangen worden.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

4) Spreekwoorden rond eten

Omdat eten nu eenmaal zo belangrijk is in het leven van mensen, is het niet verwonderlijk dat er honderden spreekwoorden bestaan die over eten gaan of waarbij men beeldspraak rond eten gebruikt om iets anders duidelijk te maken. Hieronder worden een heel aantal van deze spreekwoorden weergegeven.

  • Aal is geen paling
  • Het is niet ieder gegeven ajuin met droge ogen te schillen
  • Als de appel rijp is, valt hij
  • De appel valt niet ver van de boom
  • Een appel die bedorven is, schendt al wat in de korven is
  • Een appel per dag houdt de dokter weg
  • Mooie appels zijn ook wel zuur
  • Wie appelen vaart, die appelen eet
  • Een appelboom kan geen peren voortbrengen
  • Beter naar de bakker dan naar de apotheker
  • Eigen bier smaakt het best
  • Jong bier moet gisten
  • Biggen worden zwijnen
  • Bitter in de mond, maakt het hart gezond
  • Boeren en varkens worden knorrend vet
  • Ieder moet zijn eigen boontjes doppen
  • Wie boter op zijn hoofd heeft, moet niet in de zon lopen
  • Wie de bramen vreest, moet uit het bos blijven
  • Altijd brood te eten verdriet ook
  • De mens leeft niet van brood alleen
  • Het beste brood legt men voor de venster
  • Men sluit geen brood voor vrienden weg
  • Ongegund brood wordt het meest gegeten
  • Overal wordt brood gebakken
  • Wiens brood men eet, diens woord men spreekt
  • Een hongerige buik heeft geen oren
  • De een zijn dood is de ander zijn brood
  • Drink wat klaar is, eet wat gaar is en spreek wat waar is
  • Men oogst geen druiven van doornen
  • Gebraden duiven vliegen niemand in de mond
  • In de nood eet de duivel vliegen
  • Beter een half ei dan een lege dop
  • Het ei wil wijzer zijn dan de kip
  • Je moet niet al je eieren in één mandje stoppen
  • Kwaad ei, kwaad kuiken
  • De mens is wat hij eet
  • Zien eten, doet eten
  • Men plukt de gans zolang zij veren heeft
  • Garnaal is ook vis, als er niets anders is
  • Geduld is een bitter kruid, maar draagt goede vrucht
  • Wel gekakel, maar geen eieren
  • Alle graan heeft zijn zemelen
  • Veel graantjes maken een brood
  • Als het hek van de dam is, lopen de varkens in het koren
  • Een wijze hen legt wel eens een ei in de brandnetels
  • Honger is de beste kok
  • Honger maakt rauwe bonen zoet
  • Honing in de mond, gal in het hart
  • Waar een bij honing uit zuigt, zuigt een pad venijn uit
  • Kakelen is nog geen eieren leggen
  • Kalfsvlees, half vlees
  • Het kan niet altijd kaviaar zijn
  • Wie niet braden kan, moet uit de keuken blijven
  • Men moet de kip met de gouden eieren niet slachten
  • Men moet geen oude koeien uit de gracht halen
  • Kruimeltjes zijn ook brood
  • In het land van belofte sterft men van honger
  • Je leeft niet om te eten, maar je eet om te leven
  • De liefde van de man gaat door de maag
  • Melk is goed voor elk
  • Een mens is geen aardappel
  • Nood zoekt brood
  • Om een omelet te bakken, moet je eieren breken
  • Een goed paard is zijn haver waard
  • Men moet geen paaseieren op Goede Vrijdag eten
  • Als de peer rijp is, valt hij
  • De raven zullen u geen brood brengen
  • Bij gebrek aan brood, is de schaamte dood
  • Met spek vangt men muizen
  • Spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten
  • Wie honing wil eten, moet lijden dat de bijen hem steken
  • Lang vasten is geen brood sparen
  • Veel is lekker
  • Verandering van spijs doet eten
  • De grote vissen eten de kleine
  • De vis wordt duur betaald
  • Er zwemmen meer vissen in de zee
  • Geen vis zonder graat
  • Wie slaapt, vangt geen vis
  • Op een verbrande vlaai strooit men suiker
  • Men vangt meer vliegen met een lepel honing dan met een vat azijn
  • Wie niet werkt, zal niet eten
  • Als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan
  • Goede wijn behoeft geen krans
  • Honger jaagt de wolven uit het bos
  • Wat men zaait, zal men ook oogsten
  • Wie maaien wil, moet zaaien
  • Men kan met de leerlingen werken rond de betekenis van deze spreekwoorden. Zij kunnen in eerste instantie proberen om de spreekwoorden te verklaren door zelf goed na te denken. Als opdracht kan men hen ook een tiental van deze spreekwoorden mee naar huis geven, om ze op te zoeken of aan ouders en familie naar de betekenis ervan te vragen.
  • De leerlingen kiezen zelf een drietal spreekwoorden uit waarvan ze vinden dat ze goed bij hun eigen leven en karakter passen, een drietal spreekwoorden die passen bij het type mens dat ze graag hebben, en een drietal spreekwoorden die horen bij het type mens waar ze een hekel aan hebben.
  • Men kan de leerlingen enkele van deze spreekwoorden in groepjes laten uitbeelden (de andere leerlingen moeten dan raden om welk spreekwoord het gaat).

5) Afval

  • Het thema voedsel brengt ook de problematiek van afval, massaconsumptie, overschot, milieuvervuiling, etc. met zich mee. Bovenstaande beelden schetsen hiervan een beeld. De leerlingen krijgen op opdracht om bij één van deze beelden een korte reflectie te schrijven, vanuit de vraag welke problemen er verbonden zijn met het afval van voedsel.
  • Om afval ook eens vanuit een andere hoek te bekijken, kan men de leerlingen vragen een aantal lege voedselverpakkingen, etc. mee te brengen en er klassikaal een stilleven mee te maken, dat men daarna kan fotograferen. Het is ook mogelijk om de leerlingen bewust(er) te maken van het sorteren van afval. Daartoe kan men hen het afval dat ze hebben meegebracht (of dat men zelf heeft meegebracht) zelf laten sorteren (men kan er een soort spel van maken, waarbij men een punt krijgt per correct gesorteerd item).
  • De Dreamworks-tekenfilm ‘Over The Hedge’, gaat over een aantal diertjes die, om een voedselvoorraad op te bouwen, bij de mensen van de buitenwijk (waarvoor het bos van de dieren plaats heeft moeten ruimen) eten gaan stelen. De film is tegelijkertijd een (ietwat moraliserende) aanklacht tegen een overdreven consumerisme en de weinig bewuste manier waarop mensen met voedsel omgaan. Men kan met de leerlingen een fragment uit deze film bekijken (met name het fragment waarin de wasbeer R.J. zijn nieuwe vriendjes laat kennismaken met de manier waarop mensen met eten omgaan; dit fragment duurt een vijftal minuten en situeert zich in het begin van de film).

Enkele uitspraken van R.J. in deze context:

  • Ze hebben altijd eten. Wij eten om te leven, zij eten om te leven.
  • De mensenmond is een laadklep.
  • Denken jullie dat ze genoeg hebben? Voor mensen is genoeg nooit genoeg!
  • Wat doen ze met wat ze niet opeten? Dat gooien ze gewoon weg!

Deze uitspraken kunnen met de leerlingen besproken worden. De leerlingen geven hierbij hun eigen visie weer en vertellen over eigen ervaringen. Zij proberen ook de kritiek die R.J. uit op een gevatte manier in eigen woorden weer te geven. R.J. toont zijn vriendjes ook een aantal dingen en situaties die te maken hebben met eten in de mensenwereld. De leerlingen proberen te achterhalen waarop de volgende uitspraken van R.J. slaan:

  • Mensen brengen eten, nemen eten, vervoeren eten en dragen eten
  • Aan dat altaar aanbidden ze eten
  • Dat nemen ze als ze te veel eten
  • Dat doen ze om meer te kunnen eten

6) De smaak te pakken?

Het criterium waarop wij eten beoordelen, is in de eerste plaats de smaak. Het is immers niet voor niets dat de ober in een restaurant na de maaltijd vraagt of het gesmaakt heeft. Smaak lijkt een louter subjectief en individueel gegeven, dat met persoonlijke voorkeur te maken heeft, maar smaken zijn bijvoorbeeld ook cultureel bepaald en hangen vast met bepaalde vooronderstellingen en opvattingen. Bovendien zijn er situaties waarin mensen dingen beter of minder goed kunnen proeven. Weer andere mensen hebben helemaal geen smaak van hun eten. Omdat jonge leerlingen eten meestal ook zullen beoordelen in functie van de smaak ervan, is het interessant om bij deze kwestie even stil te blijven staan.

Onderstaande getuigenissen uit het programma Kookvanjou brengen alle drie een aantal kwesties naar boven die rechtstreeks met smaak te maken hebben en die het belang ervan voor de eet-ervaring naar voren brengen.

Blind proeven
Kookvanjou bracht een bezoekje aan het blindeninstituut Bartiméus te Zeist. Dit om erachter te komen of een gerecht dat mooi wordt gevonden door kinderen die kunnen zien, ook een mooi gerecht is voor kinderen die blind zijn. Is er een verschil tussen mooi?
Pierre maakte in het keukentje van het instituut een gerecht, Surinaamse cassave met batjouw, maar maakte dit gerecht op twee manieren op. Eén heel mooi bordje waar de batjouw in een glas werd gegoten. En tegen het glas werd een frietzakje gezet. Het frietzakje was gemaakt van eetbaar papier en gevuld met gefrituurde cassave (wortelsoort). Op het andere bordje was de batjouw gewoon gegooid met daarop de cassave friet en daarbij een niet gevouwen vel eetbaar papier.
Vervolgens ging Pierre met de bordjes een klas binnen waar blinde en slechtziende kinderen zaten. Ieder kind kreeg dus beide bordjes voor z'n neus. De vraag was: "welk van de 2 gerechten is het mooist?". De kinderen gingen proeven, ruiken en vooral voelen. Het was waanzinnig leuk om dit mee te maken, wat hebben die kinderen een goed gevoel voor eten.
Opmerkelijk was dat de totaal blinde kinderen het best konden proeven. Zij waren de enige die doorhadden dat de smaken van beide bordjes exact hetzelfde waren, maar alleen de opmaak anders was. Ook was het mooi dat een kind alleen door het voelen en ruiken er al achter kwam dat het om een buitenlands gerechtje ging. En eigenlijk is dat niet verwonderlijk, want deze kinderen krijgen op Bartiméus ook kookles en leren al hun zintuigen optimaal te gebruiken. Uiteindelijk kwam uit de test dat de Bartiméusleerlingen ons mooie gerecht ook het mooiste vonden.

Smaakverwachtingen

Een groep kinderen in de Space Expo te Noordwijk zit gespannen in afwachting op wat komen gaat. Ze verwachten natuurlijk een maaltijd die te maken heeft met de ruimte. Die wordt die dag niet geserveerd. De test heeft meer te maken met de ruimte in het hoofd. Zou je een gerechtje eten dat je normaal nooit zou willen hebben als je weet wat erin zit, maar wel als je niet weet wat het is?
Het was voor KooKvanjou erg moeilijk om te besluiten welk product we de kinderen zouden laten proeven. Spruiten, krokodil of sprinkhanen? De keus viel op Thaise meelwormkoekjes. Het werd nog spannend, want twee dagen voor de opname waren de koekjes nog niet uit Thailand aangekomen. Eén dag van tevoren kwamen ze gelukkig wel, maar er brak toch paniek uit, want een deel van de koekjes was gebroken. Tjonge wat had de cameraploeg op de dag zelf een lol. Zou ons proefpanel de koekjes lekker vinden?
We proefden de koekjes ginnegappend. Er was niks mis mee. Gewoon een knapperig happie. Als je goed keek zag je de gedroogde meelwormen zitten, maar het zou ook gewoon een rijstekoek kunnen zijn. Karin van de productie liep al de hele middag met een bak levende maden rond te zeulen. Misschien had ze daarom geen zin om te proeven?
Dan komt het proefmoment voor de kinderen. Allen zijn zeer enthousiast. Niemand van het proefpanel heeft iets in de gaten. Op twee kinderen na vindt iedereen het echt lekker. Van de twee sceptische proevers vindt één proeflid het echt niet lekker en de ander had een ging-wel-ervaring. De meerderheid wil zelfs nog meer koekjes. Dan het moment van de ontknoping. Zouden ze het koekje nog steeds lekker vinden als ze weten waar het van gemaakt is?
Ik haal een grote bak met levende maden te voorschijn. Aaah.........een gegil van walging breekt los. Dit had ik niet verwacht, waardoor ik per ongeluk de bak schuin houd en een paar maden ontvluchten. Nog meer gegil. Geluidsman Jeroen helpt me om de beestjes weer terug in de bak te doen. Ik probeer de kinderen te sussen met het ware verhaal dat dit koekje in Thailand niet vreemd is. En dat de wormen veel eiwit bevatten en niet ongezond zijn. Uiteindelijk na vijf minuten kan erom gelachen worden.

Sondevoeding

Sondevoeding wordt gegeven via het bloed of het maag/darmkanaal wanneer dat langs andere weg niet kan of lukt. Denk bijvoorbeeld aan ernstig zieke kinderen die helemaal niet in staat zijn om te eten maar ook aan kinderen met een eetstoornis die niet meer dan een half boterhammetje per dag kunnen wegkrijgen en die dus bijvoeding nodig hebben om gezond te blijven.
KooKvanjou wilde graag weten of sondevoeding lekker is. Daarom gingen we naar het Emma kinderziekenhuis AMC te Amsterdam waar Rowan Wiebes wordt behandeld. Rowan heeft een longaandoening en is dus sondevoedingexpert. Ze is fantastisch en heeft een stoer en sterk karakter. En ze liet Pierre ervaren hoe sondevoeding smaakte. Pierre kreeg ook een slangetje door zijn neus. En? Sondevoeding heeft geen smaak!
Dat hoeft ook niet omdat je neus en je mond er niets mee te maken hebben. Je proeft dus niets. Wel stoppen sommige fabrikanten er een vanillesmaakje bij: niet voor de smaak, maar voor het boeren. Met vanille krijg je dan een beschaafd luchtje in je neus. Maar ‘geen smaak’ bestaat natuurlijk ook weer niet. Als je sondevoeding met je vinger proeft en niet door een slangetje, dan komt het het dichtst in de buurt van koffiemelk. Ze stoppen er een uitgebalanceerde hoeveelheid stofjes in: eiwitten, vitamine, suiker, zetmeel. Sondevoeding is dus eenheidspot, en altijd vloeibaar zodat het mogelijk wordt met dunnere slangetjes te werken. Niet onbelangrijk gezien de manier waarop een sonde wordt ingebracht: in de neus of in de buikholte.

  • Om het over smaken te hebben, kan men met de leerlingen een spelletjes spelen, ‘proevertje’ genaamd. Hierbij trachten de leerlingen geblinddoekt zoveel mogelijk smaken te herkennen (bijvoorbeeld door een aantal voedingswaren op een lepeltje aan te bieden). Zij geven ook aan of zij deze smaak eerder zuur, zout, zoet of bitter vinden. Deze opdracht is eveneens van belang omdat leerlingen, hoe jong ze ook zijn, er een aantal dingen door onder woorden leren te brengen. Bij oudere kinderen kan men bijvoorbeeld ook vragen om de smaak/textuur/uitzicht van een aantal etenswaren te beschrijven, zonder het etenswaar in kwestie zelf te benoemen.

Vragen bij de teksten:

  • Denk je dat blinde mensen minder goed, even goed of beter kunnen proeven dan ziende mensen?
  • Denk je dat blinde mensen evenzeer als andere mensen kunnen genieten van hun eten, ook al kunnen ze het niet zien?
  • Kan je meer van de smaak van iets genieten wanneer je niet weet wat erin zit dan wanneer je het wel weet? Kan je hiervan voorbeelden geven?
  • Weet jij altijd graag wat er in je eten zit?
  • Ken je zelf iemand die al sondevoeding toegediend heeft gekregen of heb je dit zelf reeds ervaren?
  • Kan je je inbeelden dat je eet zonder er de smaak van te hebben?
  • Kan je andere voorbeelden geven van situaties waar het eten geen smaak heeft?
  • Men kan de leerlingen ook binnen onderstaande termen een rangschikking laten aanbrengen, volgens de eigenschappen die met eten te maken hebben die zij zelf het belangrijkste vinden.
    • Mooi gepresenteerd
    • Leuke kleuren
    • Lekker
    • Door mijn eigen ouders bereid
    • Van een restaurant
    • Met een speeltje erbij
    • In overeenstemming met bepaalde spijswetten
    • Suikervrij
    • Grote porties
    • Gezond
    • Biologisch geproduceerd
    • Vlaamse keuken
    • Buitenlandse keuken
    • Voedzaam
    • ...

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Spoor 2: Brood om van te leven

1) Een hele boterham

Het leerplan vraagt dat leerlingen inzicht krijgen in het productieproces van brood, omdat ze dan beseffen dat een graankorrel een lange weg aflegt, die veel samenwerking en geduld vereist, om brood te worden. Daarom staan we stil bij de historische evolutie en het productieproces van het brood.

De geschiedenis van het brood

Graan is naast vlees en peulvruchten de meest complete energieleverancier. Het komt al eeuwen in ons voedselpakket voor. Tienduizend jaar geleden leefden de eerste mensen van wat ze in de natuur vonden zoals vruchten, bladeren en zaden. Later leerden ze met eenvoudige gereedschappen op dieren te jagen en aten ze vis en vlees. Tijdens het rondtrekken jaagden de mannen en verzamelden de vrouwen knollen, wortels, vruchten en zaden zoals de korrels van wilde granen. Om hun honger te stillen, kauwden ze erop. Het speeksel in de mond zorgde ervoor dat de korrels zacht werden.

Later werden ze gekneusd met een steen en in water geweekt. Zo ontstond een soort broodpap. Behalve met water mengden ze de korrels met bloed van dieren of gesmolten vet en kookten er een pap van. Van de dikke pap maakten ze een dikke ronde koek met een middellijn van ongeveer tien centimeter en twee centimeter dik. Deze plak droogden ze in de zon of bakten ze op gloeiend hete stenen of in de hete as. De warme koeken waren zacht, maar als ze afkoelden, werden ze keihard. Harde koeken werden met een steen in stukken gebroken en in water weer tot pap gekookt. De koeken hadden meestal een gat in het midden. Dan konden ze worden opgehangen om te voorkomen dat knaagdieren ze opaten. Rond 4.500 voor Christus vestigden de eerste boeren zich en werd graan verbouwd.

Zo’n 1.500 jaar voor onze jaartelling ontdekte een Egyptische slaaf dat brood kon rijzen. Deze slaaf had als taak iedere dag vers brood te bakken. Brood dat ouder was dan een dag was niet te eten. Op een dag merkte hij dat hij een restje broodpap van de vorige dag had laten staan. Dit restje was zuur geworden. Om te voorkomen dat iemand dat merkte, deed hij het gauw bij de nieuwe broodpap. De broden die hij daarvan maakte, waren veel luchtiger en smaakten veel lekkerder dan de broden die hij eerst maakte. Hij kreeg veel complimenten over dit brood en hij bakte voortaan brood met een restje deeg van de vorige dag. Naast gewoon brood, bakten de Egyptenaren ook luxe brood waarin lotusbloemen, honing, vijgen, amandelen en dadels werden verwerkt.

Romeinse bakkers (alleen mannen werden bakker) zetten hun initialen in het brood zodat iedereen kon zien welke bakker het brood had gebakken. De broden van toen leken op de pizza’s van nu. De rijke Romeinen gebruikten de broden als bord. Het beleg aten ze op en het brood gooiden ze weg. De arme Romeinen aten de broden wel op.

In ons land kwamen in de steden pas in de Middeleeuwen bakkers. Voor die tijd bakte iedereen zijn eigen brood. Voor het bakken van brood werd rogge gebruikt. Rogge was goedkoop en werd door de lagere standen, de boeren en de horigen, gegeten.

De rijkere standen, de adel en de geestelijken, aten brood dat van tarwe werd gebakken (herenbrood of wit brood). Het deeg voor het (zwarte) roggebrood werd met de handen en zelfs met de voeten gekneed. Om het deeg te laten rijzen werd zuurdeeg, het deeg van de vorige dag, of zure wijn gebruikt. Pas in de 19e eeuw werd gist ontdekt zoals wij die kennen.

http://www.brood.net/default.asp?pid=geschiedenis

  • Om de leerlingen inzicht te doen krijgen in het belang van brood en graanproducten in verschillende tijdperken en contexten (en in de privileges die ermee gepaard gingen), kan men de leerlingen de opdracht geven om een korte spreekbeurt voor te bereiden rond brood/graan in verschillende culturen en tijden.
  • Dat brood maken geen evidentie is, kan men enerzijds verduidelijken door enkele graanhalmen mee te brengen naar de klas, evenals een brood van bij de bakker. Zo worden de leerlingen geconfronteerd met het grote verschil tussen het grondproduct en het uiteindelijke brood. Dit verschil kan men anderzijds ook tonen door samen met de leerlingen een brood of broodjes te bakken. Het maken en kneden van het deeg is een proces dat heel wat geduld vraagt en maakt duidelijk dat dingen er niet zomaar komen, dat het zelf tot stand brengen van iets (in dit geval een brood) tijd en moeite vergt. Bovendien moet het brood ook een lange tijd rijzen: de leerlingen hebben geen onmiddellijk resultaat van hun inspanningen. Een variant hierop is om met de leerlingen pizza’s te maken, waarbij men samen het deeg kan maken en waarbij de leerlingen zelf garnituur voor de pizza kunnen kiezen. Het is belangrijk dat de leerlingen bij deze opdracht (leren) samenwerken.

Recept voor brood

Tijd:

Ongeveer 2 uur 30

Ingrediënten:

- 500 g bloem
- 20 cl lauw water
- 15 g gedroogde gist of 30 g verse gist
- 1 el suiker
- 2 tl zout
- 1,5 el olijfolie

Werkwijze:

- Bloem, gist, zout en suiker met elkaar vermengen. Opletten: de gist mag niet rechtstreeks in contact komen met het zout!
- In het midden van de bloem een kuiltje maken en daarin 2 dl lauw water schenken. Geheel tot een mooi deeg kneden gedurende 10min.
- Gedurende 30 min laten rusten.
- Maak een bal van het deeg en dek de schaal af met een vochtige doek. Op een warme plaats gedurende 1-2 uur laten rijzen.
- Verwarm de oven voor op 220°C.
- Kneed het deeg opnieuw door en maak een platte bal van ca 25 cm. Bakplaat invetten met olie en de deegbal hierop leggen. Deeg dun besmeren met olijfolie en in het midden van de bal met een scherp mes een kruis snijden.
- In de oven gedurende ca 25 min bakken tot het brood hol klinkt als je erop klopt.
- Laten afkoelen op een rooster.

 

  • Na het maken van dit brood kan men met de leerlingen in gesprek treden over het intense proces dat nodig is om van graan brood te maken. Welke samenwerkingsverbanden zijn hiervoor nodig? Staan de leerlingen hier wel bij stil wanneer zij brood eten? Hoe is de samenwerking tussen de leerlingen onderling verlopen? Waren zij ongeduldig voor het resultaat? Kunnen zij zich inleven in de gedachte dat zij hun brood ook elke dag daadwerkelijk zelf zouden moeten maken?
  • Men kan met de leerlingen ook al knutselend aan het werk gaan, door hen zelf een originele broodzak te laten maken of een meegebrachte broodzak te laten bekleden. Men kan hen ook een originele boodschap op de broodzak laten aanbrengen, een teken waarmee ze duidelijk maken dat deze broodzak hun eigen, unieke signatuur draagt.
  • Om het productieproces van brood nog meer in de verf te zetten is het mogelijk om met de leerlingen een bezoekje te brengen aan een ambachtelijke bakker.
  • Als men hier klikt, krijgt men een aantal kleurplaten in verband met brood te zien die men kan afdrukken en door de jongere leerlingen kan laten inkleuren.

2) Broodje gevoel

E-card uitvergronting E-card uitvergronting

E-card uitvergronting E-card uitvergronting

  • Bovenstaande foto’s beelden allen een bepaalde gemoedstoestand of situatie af. De vorm van en het beleg op het brood maken dit duidelijk. De leerlingen krijgen de opdracht om, met brood en een aantal andere ingrediënten (bijvoorbeeld kaas, sla, tomaat, radijsjes, appel, aardbei, boter,...) een bepaalde gemoedstoestand weer te geven. De andere leerlingen kunnen dan raden welke gemoedstoestand er weergegeven wordt. Zij geven ook een titel aan hun broodje, die ze op een blaadje neerschrijven en dan achteraf bekend maken.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

3) Het brood van leven

De bijbel heeft het vaak over brood. Op verschillende plaatsen wordt verwezen naar de symbolische waarde en betekenis van brood, een dimensie waarvoor de leerlingen zeker niet ongevoelig zijn.

Geef ons heden ons dagelijks brood

Onze Vader die in de hemel zijt, geheiligd zij Uw Naam.
Uw Rijk kome, Uw Wil geschiede op aarde als in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.
Amen.

  • Samen met de leerlingen kan men het stil maken en (hen) het Onze Vader (leren) bidden. Bijzondere aandacht wordt daarbij besteed aan de betekenis van de woorden “geef ons heden ons dagelijks brood”. Met de leerlingen staat men stil bij de betekenis hiervan.

Vijf broden en twee vissen

“Jezus ging naar de overkant van het meer van Galilea, bij Tiberias. Veel mensen gingen met hem mee omdat ze wisten dat hij mensen beter kon maken. Jezus ging op de berg zitten met zijn vrienden. Het was bijna Pasen, het grote Joodse feest. Toen Jezus rondkeek zag hij dat er veel mensen met hem mee waren gegaan. Hij vroeg aan Filippus: “Hoe kunnen we genoeg brood kopen om al deze mensen te eten te geven?” Hij vroeg dit om te kijken wat Filippus zou zeggen, want Jezus wist zelf al wat hij zou doen. Filippus zei: “Zelfs als we voor tweehonderd denariën brood kopen, kunnen we iedereen maar een klein stukje geven.”Eén van Jezus vrienden, Andreas, de broer van Petrus, vertelde: “Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen, maar dat is natuurlijk niet genoeg.” Maar Jezus zei: “Laat de mensen gaan zitten.” Er was namelijk veel gras. Iedereen ging zitten, er waren alleen al vijfduizend mannen. Toen pakte Jezus de broden en dankte God. Hij liet de broden en vissen en uitdelen aan alle mensen, en ze aten zoveel ze maar wilden.” Toen iedereen genoeg had gehad zei Jezus tegen zijn vrienden: “Haal de rest van het eten op, zodat we niets weg hoeven te gooien.” Ze haalden wel twaalf manden met de resten van het brood. Toen de mensen dat zagen zeiden ze tegen elkaar: “Dit moet wel de profeet zijn waar we al zo lang op wachten.” Omdat Jezus begreep dat ze hem mee wilden nemen om hem koning te maken, ging hij terug naar de bergen - helemaal alleen.”

Dit is een vertelling van het verhaal in Johannes 6, 1-15
http://www.rorate.com/catkids/scripts/?id=336

Vragen bij de tekst:

  • Welke wonderlijke dingen gebeuren in dit verhaal?
  • Met welke probleemsituatie krijgen de mensen hier te maken?
  • Welke oplossing geeft Jezus?
  • Wat betekent het dat er bij Jezus ineens wel genoeg is?
  • Denk je dat het onmogelijk is om vijf broden en drie vissen vijfduizend mensen te voeden?
  • Is het jou al eens gebeurd dat het lijkt of er te weinig is, maar toch is er genoeg?
  • Hoe gedraagt Jezus zich hier?
  • Vind jij het soms moeilijk om te delen?
  • Een opdracht voor de leerlingen kan erin bestaan om hen een grote koek te geven (of bijvoorbeeld een pannenkoek) en hen die zo goed mogelijk te laten verdelen zodat elke leerling in de klas een stuk van deze koek krijgt. Achteraf kan men dan evalueren of de verdeling eerlijk was. Heeft de verdeler vooral in het eigen voordeel verdeeld, of in het voordeel van anderen? Zijn er leerlingen die niets of veel te weinig gekregen hebben? Is het eenvoudig om zoiets kleins in zoveel stukken te verdelen?
  • Met de leerlingen kan men ook een vorm van bibliodrama uitvoeren. Bijvoorbeeld: Een interviewer komt na de broodbedeling peilen naar de reacties van de aanwezigen. Hij interviewt enkele van deze aanwezigen, die hun mening geven over het gebeurde en over Jezus.

Een hedendaagse versie van dit verhaal: “Een grote groep mensen gaat op wandeltocht door de bergen. Ze willen tegen het middageten weer terug zijn om de maaltijd te kunnen nuttigen in de herberg waar ze overnachten. Door een plotse storm moeten zij enkele uren schuilen in een grottencomplex. Na een tijdje begint iedereen honger te krijgen. Enkele van de mensen hebben een sapje bij of een pakje koekjes, of een appel, of... Die enkele gelukkigen zijn echter niet echt geneigd om hun eten te delen met de grote groep. Ineens staat er een kleine jongen op die zegt: “Ik heb nog een zakje chips bij... Wie heeft er honger?”. Zijn enthousiaste vrijgevigheid wordt al snel gevolgd door die van een meisje dat haar snoepjes begint uit te delen. Eén voor één beginnen de mensen nu hun eten te delen met elkaar en wonderwel krijgt iedereen een hapje eten in handen, net genoeg om na een tijdje de terugtocht te kunnen aanvatten.”

  • De leerlingen lezen dit verhaal en zoeken naar de gelijkenissen tussen dit verhaal en het bijbelverhaal. Zij proberen weer te geven wat de kettingreactie is die de jongen veroorzaakt en waarom het vaak beter is om te delen dan dingen voor zichzelf te houden, ook al is dat niet altijd even evident.

Ik ben het brood van het leven

“De mensen waren boos op Jezus omdat hij zei: “Ik ben het brood dat uit de hemel is gekomen.” Ze zeiden: “Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We kennen zijn vader en moeder. Hoe kan hij dan zeggen dat hij uit de hemel is gekomen. Maar Jezus zei: “Jullie hoeven niet boos te zijn. Niemand kan bij mij komen als de Vader die mij stuurde hem niet naar mij brengt. Wie bij mij komt zal ik laten opstaan uit de dood als het zover is. Er staat in de Bijbel dat mensen het van God te horen zullen krijgen. Wie naar de Vader luistert, komt bij mij. Niemand heeft de Vader gezien, alleen degene die uit God is, heeft de Vader gezien. Ja, echt, ik zeg jullie: wie gelooft zal altijd leven. Ik ben het brood van het leven. Jullie voorouders aten manna in de woestijn, maar ze gingen toch dood. Maar dit brood komt uit de hemel: wie er van eet gaat niet dood. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is gekomen. Als iemand van dit brood eet zal hij altijd leven. Het brood dat ik geef is mijn vlees, zodat de hele wereld kan leven.”
Dit is een vertelling van het verhaal in Johannes 6, 41-51
http://www.rorate.com/catkids/scripts/?id=340

Vragen:

  • Welke onbegrijpelijke elementen zitten er in dit verhaal?
  • Waaraan doet dit verhaal je denken?
  • In welke context kunnen we een variant op het laatste vers (Het brood dat ik geef is mijn vlees, zodat de hele wereld kan leven)?
  • Wat is manna?
  • Wat bedoelt Jezus met het levende brood?
  • Wat betekent het dat wie van dit brood eet eeuwig zal leven?
  • Bij het bijbelverhaal zullen vele leerlingen ongetwijfeld de link leggen met de eucharistie. Hierop wordt echter in spoor 3 verder ingegaan. Toch kan het interessant zijn om hier met de leerlingen over de hostie te spreken. Eerst en vooral wordt er gepeild naar de ervaringen van de leerlingen met de hostie:
    • Wat verstaan wij eigenlijk onder een hostie?
    • Wat betekent de uitspraak “Het lichaam van Christus”?
    • Hoe voel je je wanneer je de hostie ontvangen hebt?
    • Herinner je je nog de eerste keer dat je de hostie ontving (op je eerste communie)?
    • Voelde dit aan als een speciaal moment?
    • Vind je dat men in plaats van een hostie ook gewoon brood zou mogen geven, zoals men dat in sommige kerken doet?
    • Beschouw je de hostie echt als het lichaam van Christus of is dat voornamelijk symbolisch?
    • Vind je dat de mis (in)compleet is zonder het ontvangen van de hostie?

Daarna kan men met de leerlingen de volgende tekstjes lezen of ze aan hen voorlezen:

Hostiebakkerij St. Michael

De hostiebakkerij hoort bij het doveninstituut Viataal. Het is een professionele, kleine fabriek. Er werken 18 bewoners, dove mensen die ook nog een andere (verstandelijke) handicap hebben. Daarnaast werken er 9 mensen uit ‘het dorp’. Die niet-gehandicapte mensen doen het werk dat wat meer risico’s met zich meebrengt. Er worden zo’n 60 tot 65 miljoen hosties per jaar geproduceerd. De klanten komen uit Nederland en het buitenland. Ook in de VS zitten klanten.

Dit is de enige relatief grote hostiebakkerij van Nederland, er zijn er nog twee die aan een klooster vastzitten maar die zijn veel kleinschaliger. Er zijn witte en bruine hosties (met zemelen), grote en kleine, met bedrukking en zonder. Wat er wordt besteld hangt van de pastoor af. De een houdt meer van bruin, de ander meer van wit. De bruine zijn iets krokanter en dikker dan de witte. De opdrukken zijn ook verschillend, de kleine met de kruisjes doen het erg goed. De Engelsen bestellen hosties met Jezus aan het kruis erop.

Ook kan er op verzoek een nieuwe soort hostie worden gemaakt. Zo wilde een Amerikaanse parochie ooit hosties van bronwater gemaakt, dat werd volgens bedrijfsleidster Rita een puinhoop. Ook uit de VS kwam het verzoek voor een hostie met griesmeel. De Paus bestelde voor zijn werkbezoek aan Mexico een hele grote hostie om omhoog te houden; hiervoor moest door de plaatselijke technische school een apart bakijzer worden ontworpen.
De hosties moeten gemaakt zijn van bloem en water, er mag er verder niks bij. De hosties zijn in de fabriek niet meer dan een stukje ouwel. Pas als de pastoor ze heeft gewijd, zijn ze heilig. Maar ze proberen er in de fabriek wel met eerbied mee om te gaan.

Pastoor Frank As over de hostie

Voorkeur voor hosties

Pastoor Frank As houdt niet zo van bruine hosties, want dat geeft een hoop gekraak en gekruimel. Dat is niet praktisch. Bovendien zijn de witte veel mooier, serener vindt hij. Bruin lijkt op echt brood, en dat komt de heiligheid niet ten goede. De restjes neemt de koster als koekjes bij de koffie. Maar dat is niet erg, want hij eet dan alleen maar hosties die niet geconsacreerd zijn.

Ingrediënten van de hostie

Pastoor As vertelt over de oorsprong van de wet van de hostie: die mag alleen maar van bloem en water zijn omdat het zo stamt uit de tijd van Mozes. Mozes was met vele joden in Egypte. Daar werkte het joodse volk als een soort slaven voor de farao’s. Toen ze wilden vluchten, hadden ze weinig tijd. Ze konden dus het brood niet laten rijzen. Omdat het een gedenkwaardige vlucht was (de farao's achtervolgden het joodse volk en werden door een vloedgolf overstroomd) is dit simpele brood al voor Jezus' tijd een soort herdenkingsbrood geworden wat elk jaar met Pasen werd gemaakt. En Jezus hield zijn laatste avondmaal toen dit joodse paasfeest werd gevierd, dus dit is het brood dat hij toen brak voor zijn apostelen.

De consecratie (heiliging) van de hostie

De hostie wordt heilig op het moment dat de pastoor de hostie omhoog houdt en zegt: dit is mijn lichaam, dat zal voor u gebroken worden. God spreekt dan als het ware door de pastoor. Eigenlijk ontvang je Jezus in de gedaante van de hostie als je die eet. Jezus heeft bij dat laatste avondmaal gezegd: doe dit om mij te gedenken en daarom wordt het nog steeds elke zondag (sterfdag van Jezus) gedaan.
De hosties die wel zijn gewijd maar niet op zijn gegeten, gaan in de tabernakel. Het is een offer, maar ook gewoon een maaltijd. Maar toch wordt het zo sober gehouden. Waarom geen toastjes of lekker brood? Het altaar is geen gewone tafel, het is een offertafel. Stel je voor: cola en stokbrood, dat wordt een puinhoop. Het moet toch een beetje serieus blijven.

  • Over deze teksten kan men klassikaal de discussie aangaan. Zo kan men bijvoorbeeld blijven stilstaan bij:
    • de oorsprong van de hostie
    • het symbolische verschil tussen een gewijde en een niet gewijde hostie
    • de vraag of een eucharistie met toastjes en cola evenzeer een eucharistie zou kunnen worden genoemd
    • ...

4) Men leeft niet van brood alleen

  • Om deze uitspraak eens in de verf te zetten, krijgen de leerlingen de opdracht om hun lunchbox voor de gelegenheid eens één keer te vullen met iets wat zij zelf heel belangrijk vinden in hun leven (bijvoorbeeld een foto, een tekstje, een speelgoedje, een armbandje,...) en dat voor hen van grote waarde is. Om de beurt worden de leerlingen uitgenodigd om hun brooddoos te openen en hun waardevolle item te tonen en erover te vertellen.

5) Brood-nodig

Wanneer men iets of iemand brood-nodig heeft, betekent dit dat men eigenlijk niet zonder kan. Deze uitspraak illustreert het belang van brood in het leven van mensen en verwijst tegelijkertijd naar wat essentieel is in het leven.

Men kan aan de leerlingen vragen om eens goed na te denken over datgene wat en die mensen die zij als brood-nodig beschouwen in hun eigen leven. Zonder wie of wat kunnen ze simpelweg niet leven. Al deze elementen schrijven ze op in het onderstaande kader (of op een blaadje dat door de leerkracht wordt voorzien). Achteraf kan men dit overlopen en nagaan welke elementen blijkbaar gemeengoed zijn (wat heeft iedereen broodnodig?).

Ik heb -nodig

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Spoor 3: Aan tafel

Wanneer we de maaltijd beschouwen, is het essentieel dat we ook iets zeggen over wat zich allemaal aan tafel afspeelt. Aan tafel wordt niet alleen gegeten maar spelen zich ook heel wat sociale én levensbeschouwelijke interacties af.

1) Mijn ideale tafel

  • De leerlingen krijgen de opdracht om hun eigen tafel van thuis te beschrijven of te tekenen. Zij geven weer wie er aan de tafel zit en waar iedereen zit (is er een vaste plaats?), waarover aan tafel gesproken wordt, wat er gegeten wordt en wie er meestal aan het woord is. Zij zoeken ook naar drie adjectieven die beschrijven welk gevoel de tafel thuis en het (al dan niet samen) eten bij hen oproept.
  • Daarna ontwerpen de leerlingen zelf een mooie tafel (dit kan eventueel in groepjes gebeuren) waarvan zij vinden dat die verbondenheid en samenzijn uitdrukt. Zij verklaren ook waarom deze tafel (men mag hierbij gerust van het traditionele idee van een rechthoekig tafelblad en vier stoelen afstappen) nu zo ideaal is. Ze geven ook weer wie er aan die ideale tafel mag en kan zitten, voor wie ze gerust een plaatsje vrij willen houden en wat het ideale gespreksonderwerp is voor aan die tafel.

2) Maal-tijd

Bij heel wat leerlingen zal het allicht zo zijn dat zij niet altijd de maaltijd kunnen nuttigen met het hele gezin, omdat hun ouders (of zij zelf) er niet altijd de tijd en de gelegenheid voor hebben. Onderstaande tekstjes verwoorden (bepaalde aspecten van) deze realiteit.

“Daarnaast is ook de leefstijl in veel gezinnen veranderd vergeleken met vroeger. Aten de meeste gezinnen zo’n dertig jaar geleden nog drie keer per dag gezamenlijk aan tafel en was de warme maaltijd een zelfbereide maaltijd met groente, tegenwoordig wordt er in veel gezinnen onregelmatiger gegeten en is er soms te weinig tijd om een verantwoorde maaltijd te
koken.”
www.overgewicht.org/site/pagina.asp?a=625&z=59

Microsoft werkt aan 'waarisiedereenklok'

BRUSSEL - Druk-druk-druk, het is de klaagzang van deze tijd. Zowel voor ouders als voor hun kinderen. Zo druk heeft iedereen het, dat de contacten en de coördinatie binnen een gezin daar vaak onder lijden. Maar de Britse krant The Sunday Times meldt dat de oplossing op komst is: de waarisiedereen?-klok, die aangeeft waar elk gezinslid zich bevindt en wat hij of zij aan het doen is.
Het idee zal Harry Potter-fans vertrouwd in de oren klinken. In het huis van Harry’s vrienden, de Weasley’s, staat een klok met 9 gouden wijzers die aangeven waar elk familielid zich bevindt door te wijzen naar bordjes met thuis, werk of in levensgevaar.
Kennelijk zijn de avonturen van Harry Potter ook computerreus Microsoft niet ontgaan, want in het laboratorium dat Bill Gates in het Britse Cambridge heeft opgezet, wordt gewerkt aan een moderne variant die is bedoeld is om de contacten tussen bezige gezinsleden te verbeteren.
Uitgangspunt daarbij is dat steeds meer gezinnen uit twee werkende ouders en studerende kinderen bestaan, die veel minder vaak op vaste uren thuis zijn dan vroeger. De waarisiedereen-klok bestaat uit een scherm waarop iconen staan met het gezicht van de familieleden erop. Via hun gsm kan met behulp van kleurenvlakken worden geregistreerd waar iedereen zich bevindt. Ook kan bij een dergelijk icoon een boodschap worden doorgegeven zoals moeders: zet om 6 uur de kip in de oven, in plaats van het plakkertje op de ijskast dat daarvoor tegenwoordig vaak wordt gebruikt.
De testfase van dit project is bijna afgerond, en binnenkort zullen enkele proefgezinnen een prototype ontvangen, zo meldt The Sunday Times nog.

(De Standaard, 9 oktober 2005)

  • Men kan, naar het voorbeeld van de waarisiedereen?-klok de leerlingen een schema laten invullen, waarop zij weergeven waar zij meestal bevinden tijdens het eten en met wie ze eten. In elk vakje vullen de leerlingen dus in waar ze deze maaltijd hebben gegeten en met wie ze dit hebben gegeten. Op die manier legt dit schema iets bloot van de sociale dimensie van de maaltijd. Voor sommige leerlingen zal dit allicht confronterend zijn, bijvoorbeeld omdat zij soms alleen moeten eten omdat hun ouders moeten werken. Het ingevulde schema kan achteraf het onderwerp vormen van discussie.
Weekdag Ontbijt Tienuurtje Lunch

Vieruurtje Avondeten Snacks
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
Zondag

3) Tafel-manieren...

  • De leerlingen bekijken de foto’s die soms heel uiteenlopende tafelsituaties weergeven en beantwoorden de volgende vragen:
    • Wat gebeurt hier aan deze tafel?
    • Wie wordt afgebeeld?
    • Waar speelt de foto zich af?
    • Aan welke tafel zou je zelf het liefste zitten, wat de gezelligheid betreft?
    • Aan welke tafel zou je het liefste zitten, wat het eten dat erop ligt betreft?
    • Welke foto lijkt het meest op je eigen thuissituatie?
    • Welke foto komt het vreemdste over? Waarom?
    • Welke foto is het verst verwijderd van je eigen situatie?
    • Welke foto sluit het beste aan bij je eigen thuissituatie, wat betreft de personen die erop worden afgebeeld?
    • Welke foto sluit het beste aan bij je eigen thuissituatie, wat betreft de sfeer die erin aanwezig is?
    • Welke foto geeft de situatie weer waar je zelf het meeste naar verlangt?
    • ...

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

4) Dankbaar

"Wanneer je borden staat af te wassen, bid dan. Wees dankbaar voor het feit dat je borden hebt om af te wassen; dat betekent dat er eten op lag, dat je iemand te eten hebt gegeven, dat je voor één of meerdere personen met liefde hebt gezorgd. Stel je voor hoeveel miljoenen mensen op dit ogenblik helemaal niets af te wassen hebben of niemand hebben voor wie ze de tafel kunnen dekken."

(Paulo Coelho, De heks van Portobello, p. 153)


  • De leerlingen lezen deze tekst (of de leerkracht leest de tekst voor) en proberen zich in te leven in de gedachte dat er zovele mensen zijn die niet eens kunnen afwassen, die de tafel niet kunnen dekken, die geen eten hebben om op de tafel te zetten, die geen familie of vrienden hebben om de tafel voor te dekken. Men kan het stil maken met de leerlingen en bidden voor deze mensen.
  • Deze korte tekst kan ook de aanleiding vormen voor een bezinnend moment waarbij de leerlingen vertellen (of neerschrijven) waarvoor ze allemaal dankbaar zijn in hun leven.

5) Aan de tafel van de Heer

Het Laatste Avondmaal

In woorden...

Een feest is altijd een prettige gebeurtenis. Je zit gezellig bij elkaar; je eet en je drinkt; je babbelt wat en je haalt herinneringen op. De leerlingen genoten ervan maar... waarom was hun Meester zo stil? Ze zagen ineens dat hij bedroefd was en ze zwegen.
“Eén van jullie zal Mij verraden,” zei Jezus. Dat vonden de leerlingen verschrikkelijk. “Jezus, dat kunt u toch niet menen! Nee, zeg dat het niet waar is!” riepen ze verward door elkaar. Judas schrok het meest van al. Jezus leek dus te weten wat hij gedaan had. Toch had Zijn Meester hem niet bij de naam genoemd; zo kreeg hij nog altijd een kans om weer vriendschap te sluiten. Dan zou Jezus hem vergiffenis schenken en Hij zou nooit meer over de fout van Zijn leerling praten. Misschien twijfelde Judas heel even, maar dan dacht hij aan het geld dat hij gekregen had. Teruggeven? Nooit! Want het was gemakkelijk verdiend; hij wist waar Jezus die nacht naartoe zou gaan. Hij wachtte nu gewoon op het goede ogenblik om weg te lopen. “Ga maar,” zei Jezus en Judas sloop naar buiten.
Toen ze gegeten hadden, deed Jezus iets heel bijzonders. Hij veranderde het joodse paasfeest in een christelijk feest. De christenen vieren het elke dag, maar als het Pasen is, denken ze heel speciaal aan wat Jezus deed, tijdens het laatste avondmaal. Hij nam een brood; Hij brak er stukken af die hij aan Zijn leerlingen gaf, terwijl Hij zei: “Neem en eet; dit brood is Mijn Lichaam dat voor je sterven zal. Het wordt een voedsel voor de mensen.” De leerlingen aten van het brood, al begrepen ze nog niet zo goed wat hun Meester bedoelde. Jezus nam ook een beker met wijn en Hij zei: “Drink hiervan; deze wijn is Mijn bloed dat Ik geef voor alle mensen. Van deze dag af maakt God alles nieuw, voor de hele wereld. Als Ik er niet meer ben, moet je doen wat Ik deze avond deed; dan moet je ook aan Mij denken.”

(uit Elseviers Kinderbijbel in 365 vertellingen)

  • De leerkracht laat de leerlingen eerst vertellen wat ze weten over het laatste avondmaal. Daarna leest de leerkracht de tekst voor of laat de leerlingen de tekst lezen. Het kan aangewezen zijn om nog één of enkele andere versies van het verhaal van het laatste avondmaal te presenteren, om aan te tonen dat al die versies hun eigen accent leggen. Zo worden in de bovenstaande versie een aantal elementen toegevoegd die niet eigen zijn aan de tekst.
  • Enkele vragen bij de tekst:
    • Kan je het laatste avondmaal van Jezus met de leerlingen een feest noemen?
    • Wat doet Judas om Jezus te verraden?
    • In welke zin verandert Jezus het joodse paasfeest in een christelijk feest.
    • Op welk moment in de mis komen de woorden voor die Jezus spreekt?
    • Wat bedoelt Jezus met deze woorden?
    • ...

In beelden...

  • De leerlingen kennen misschien het kunstwerk “Het laatste avondmaal” van Da Vinci. Ook indien ze het niet kennen, is dat geen probleem. Met de tekst van het Laatste Avondmaal bij de hand bekijken ze het werk van Da Vinci en vertellen ze wat er op dit kunstwerk allemaal gebeurt.
    • Welke mensen zitten aan tafel?
    • Wat ligt er op tafel?
    • Wat doen deze mensen?
    • Ziet het Laatste Avondmaal er in jouw verbeelding ook zo uit?
    • Is dit een realistische afbeelding van het Laatste Avondmaal?
  • In tweede instantie kan men met de leerlingen gaan kijken naar de actualiserende afbeeldingen van het Laatste Avondmaal.
    • De leerlingen vertellen telkens gedetailleerd wat ze zien en welke verschillen en gelijkenissen er zijn met het werk van Da Vinci.
    • Zij geven weer welk tafereel het verst verwijderd is van het beeld dat de bijbel oproept en welke het meest de geest van het bijbelverhaal uitademt.
    • Ze geven ook weer aan welke tafel zij het liefste zouden aanzitten en waarom.
    • Ze proberen eveneens uit elk kunstwerk de boodschap van dat kunstwerk te halen: wat probeert de maker ons duidelijk te maken, waarop wordt kritiek gegeven,...
    • Men kan aan de leerlingen ook vragen of er mensen zijn die aanzitten aan de tafel, in de verschillende kunstwerken, waarvan men vindt dat ze eigenlijk niet zouden mógen plaatsnemen aan de tafel van de Heer en waarom. Deze vraag kan leiden tot een heel interessante klassikale discussie.

De eucharistie

De eucharistieviering wordt ook wel eens de maaltijd van de Heer genoemd, die gevierd wordt aan de tafel van de Heer. In de eucharistieviering wordt het Laatste Avondmaal herdacht. Het is dan ook niet zo vreemd wanneer men in onderstaand schema de eucharistieviering vergelijkt met een familiefeest. Uiteraard gaat die vergelijking niet zomaar op, en valt de eucharistie niet gelijk te stellen met een ‘gelovig’ familiefeest, maar toch kan men een aantal gemeenschappelijke kenmerken onderscheiden. Voor de leerlingen kan de vergelijking met het familiefeest ook een kapstok zijn om de structuur van de eucharistieviering beter te kunnen vatten.

  • Eerst en vooral kan men peilen naar de ervaringen van leerlingen met familiefeesten.
    • Zijn dit leuke aangelegenheden?
    • Zijn er daar vooral volwassen mensen of ook veel kinderen?
    • Wat wordt er op zo’n feesten meestal gedaan?
    • Komt het verloop van zo’n feest overeen met wat in onderstaand schema staat vermeld?
    • Kan je alle elementen van het schema toepassen op het meest recente familiefeest waarop je aanwezig was?
    • Welke elementen vergeet men in het schema te vermelden?
    • Welke elementen uit het schema waren op dat familiefeest niet aanwezig?
    • Welke elementen vindt men essentieel om van een feest te kunnen spreken?
  • Daarna gaat men met de leerlingen kijken naar het verloop van de eucharistie. Men kan misschien eerst met hen proberen het verloop van de eucharistie samen te stellen (in grote lijnen) zonder dat men naar het schema kijkt. Daarna kan men dan aanvullen met de elementen uit het schema. Bij het bekijken van deze elementen kan men aan de leerlingen vragen om aan te geven welke elementen bij hen niet zo bekend zijn, welke elementen volgens hen echt typerend zijn voor de eucharistie, naar welke elementen zij tijdens de eucharistie (indien zij naar de mis gaan) verlangen en tegen welke ze opzien. Men kan ook aan de leerlingen vragen of en in welke mate zij de eucharistieviering beschouwen als een maaltijd die in een gemeenschap gebeurt.
  • Vervolgens kan men zich focussen op de vergelijking tussen een familiefeest en een eucharistieviering. Men kan de leerlingen hierbij enkele vragen stellen, zoals:
    • Vind je zelf dat de eucharistie op een familiefeest lijkt of is de vergelijking wat overdreven?
    • Waarom lijkt de eucharistie zo op een familiefeest?
    • Kan je ook zelf een aantal belangrijke verschillen noemen?
    • Kan je de andere kerkgangers eigenlijk in zekere zin familie noemen?
    • Is het maaltijd vieren in de kerk iets dat je even gezellig zou noemen als een familiefeest?
    • In het schema wordt vooral gesproken over de positieve kanten van de eucharistie en van het familiefeest, maar kan je van beide ook de eerder negatieve kantjes benoemen?
    • ...

Alle Twee: Echt Feest

Vergelijking tussen een familiefeest en een eucharistieviering: verrassend

Een familiefeest

(Na veel jaren is een familiefeest altijd een soort Herdenkingsfeest. Het geeft steeds weer veel Deugd)

Een Jezusfeest

(Samen Gedenken wat Jezus deed. Het geeft altijd weer nieuwe Moed, Hoop en Geestkracht.)

Aankomst

De bel gaat - de welkomstgroet
De handdruk of kus (herkenning)
Welkom: "kom binnen", "ik ben blij voor wat er hier seffens komen gaat", "heb je de weg goed gevonden?"...
Excuses: "sorry dat het weer zo lang geleden is", "wat ben jij veranderd, we zouden elkaar meer moeten zien dan valt dat niet op..." én: "och, we zullen er op letten, en meer komen..."
Plezier: "blij dat je er bent", "verrassing: ben jij er ook, tof zeg!"

Opening

De klok - intredelied
Het kruisteken
Welkomstwoord: priester legt uit wat het thema is, wat er seffens komen gaat...
Schuldbelijdenis: "samen sorry zeggen", "we hebben ons best niet altijd gedaan" én: verzoening: "vergeving van God en van elkaar"
Lofzang: "hoera, God, wij zijn blij hier te zijn"

Wij maken het gezellig bij elkaar

Vertellen en luisteren over wat ondertussen is gebeurd Iemand legt iets uit, vertelt iets nieuws
We laten zien dat we dat vertellen leuk vinden en dat we het feest fijn vinden. Zo’n familie heeft geloof in mekaar!
We wensen dat het zo kan blijven

Woorddienst

Vertellen en luisteren over oude verhalen en nieuwe
Homilie: priester legt uit wat de oude woorden voor vandaag betekenen
Geloofsbelijdenis: Bevestiging dat we bij elkaar horen (Kerk), geloven in dezelfde verhalen rond God, Jezus en de Geest.
Voorbede: elkaar mooie dingen toewensen, bidden voor elkaar

Aan tafel

Gastheer/vrouw zegt: tijd om aan tafel te gaan
Eerst worden nog cadeautjes open gedaan.
Lekker eten op tafel zetten.
We klinken een glas.
Iemand zegt nog iets over het eten en waarom we gekomen zijn.
We danken voor het lekkere eten. Ondertussen herinnert men zich dankbaar dingen over hoe het vroeger was.
Kinderen en volwassenen amuseren zich apart, maar komen af en, toe bij elkaar langs...
"Smakelijk eten" wensen wij.
Zachte muziek op de achtergrond
We eten samen

Tafeldienst

Priester nodigt uit rond de tafel van Jezus (Jezus is de gastheer! Priester staat in zijn plaats.)
We doen een omhaling (voor elkaar, voor armen, enz... = kerk)
We zetten brood en wijn, bloemen,...op tafel
We zingen een offerandelied.
Priester zegt een gebed over de maaltijd: offerandegebed.
Groot dankgebed: Over Jezus, die goed was, daarvoor stierf, maar in hostie en wijn altijd bij ons wou blijven.
We bidden het "Onze Vader".
Vredeswens
Communielied
Communie met iedereen samen

Tijd om afscheid te nemen

Nog eens elkaar het beste toewensen.
"Kom maar snel terug" vragen we, "het was fijn dat je er was". "Dank u voor je komst".
Uitwuiven: "tot weerziens"

Slot

Voorbede of bezinning: drukt een wens uit voor de toekomst.
Slotgebed: danken voor het vieren
Zending en zegen: doe verder wat goed is en kom snel terug!

http://users.pandora.be/pastonet/

Extra: Korte eerste communie tekstjes rond brood en eten

Voor mijn dromen
groot en klein
kwam ik vandaag
bij Jou bidden,
Jezus
en Jij gaf jouw brood
aan mij.
Dankjewel!

Vandaag kreeg ik brood van Jezus
Hij maakt mij blij
Hij is mijn vriend
Daarom wil ook ik delen
Jij krijg een lieve lach van mij

Ik mag nog heel wat leren,
maar toch ben ik al groot.
Jezus is een vriend van mij,
hij deelt met mij zijn brood.
hij krijgt een stukje van mijn hart,
daar mag hij nu in wonen.
daarom zijn wij zo blij
dat jullie naar ons feest zijn gekomen.

Kom je erbij aan tafel?
Er is brood voor jou en mij.
Kom schuif een beetje nader.
Jezus maakt ons toch zo blij.

Lieve Heer,
Met mijn oren kan ik horen,
leer mij ook naar mensen luisteren;
Met mijn ogen kijk ik rond,
leer mij ook Uw wonderen zien;
Met mijn mond kan ik tateren en zingen,
leer mij ook 'dank U' zeggen
om alle gewone dingen;
Met mijn hart wil ik mensen graag zien,
en wie mij pijn doet toch vergeven ...
Laat mij voortaan met U maaltijd vieren
en Jezus dikwijls in mijn hart ontvangen.

De eerste keer aan tafel gaan
de eerste keer bij Jezus staan
en eten van dit heerlijk brood
dat mensen voedt in alle nood...
De eerste keer hier en vandaag
ik doe dit echt ontzettend graag
en hoop dat ik van nu voortaan
die weg van Jezus voort mag gaan!

Ik ben vandaag zo vrolijk
Ik ben vandaag zo blij
Jezus komt met ons delen
Hij is een vriend van jou en mij

Vandaag leerde ik
dat Jezus tegen God 'papa' zei.
Daarom wil ik het brood
samen met Jezus delen
en maak van groot en klein
een vriend van hem en van mij.

Vanmorgen toen ik sliep
wist ik het al heel goed
Jezus is mijn grote vriend
zijn lieve lach is zo zoet.
En nu kan ik ook wat delen
van kaartjes van mijn grote feest
waar ik zijn brood heb gekregen:
echt, daarop hoopte ik het meest!

Dank u Jezus
voor deze
fijne dag
waarop ik U
voor het eerst
ontvangen mag.

Ik heb hier zo lang op gewacht
Ik heb zo mijn best gedaan
Vandaag komt Jezus bij mij
en geeft het brood terwijl Hij lacht
God, wat vind ik dat zo fijn...

Als ik straks taart eet, Jezus,
zul Jij er dan ook van smullen?
Want je woont nu in mij,
hier, vanbinnen.
Weet je wat?
Ik zal straks maar een extra stuk taart eten,
want misschien ben Jij daar ook zo dol op?

http://users.pandora.be/pastonet/liturgia/vieringen/communie/ectekstjes.html
http://home.scarlet.be/~eercom2/teksteno.htm

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Spoor 4: Gastvrijheid

Een aspect dat geenszins losstaat van de maaltijd, is dat van gastvrijheid. Vaak is het immers zo dat mensen hun gastvrijheid (willen) tonen door het eten dat ze voor hun gasten klaarmaken. Dingen zijn echter niet altijd wat ze op het eerste zicht lijken. Een tafel die met de grootste zorg gedekt is, kan getuigen van zeer veel gastvrijheid, maar kan echter ook ongastvrijheid maskeren.

1) Verhalen over (on)gastvrijheid

Belangrijk bezoek

Met de winter voor de deur weegt het alleen zijn Mevr. Snelders erg zwaar. Ze zou graag iemand te gast willen hebben voor wie ze kon zorgen en met wie ze kon praten. Op een nacht verscheen haar in een droom een engel. Deze vertelde dat ze bezoek zou krijgen van een belangrijke gast. Wees attent en waakzaam’ had de engel gezegd.
De ochtend kon niet vroeg genoeg komen. Vol goede moed stond ze op en begon haar huis schoon te maken. Ze was druk in de weer. Plotseling ging de bel en verstoorde haar werk. Dit is mijn gast dacht ze, en ging naar de deur. Voor haar stond een man, sjofel gekleed, met een lange vieze baard en een kapotte broek. Bij de aanblik moest ze haast kokhalzen. De bedelaar vroeg een boterham. Mevr. Snelders verontschuldigde zich en zei:”Ik verwacht een belangrijke gast’ en deed de deur dicht.
Na het stofzuigen begon ze aan het klaarmaken van de maaltijd. Boven de keukengeluiden uit hoorde ze de deurbel voor de tweede maal. ‘Mijn gast’ riep ze en stoof naar deur. Voor haar stond een keurige dame die een bijdrage vroeg voor kasarme kinderen in ontwikkelingslanden.’U komt ongelegen’ zei ze, ‘ik heb het druk’. Met een klik sloot ze de deur.
Nu begon ze met het klaarmaken van de tafel. Ze blonk het zilveren bestek op en schikte de tafel. En terwijl ze daarmee bezig was, ging de deurbel voor de derde keer. De pastor stond aan de deur. Hij vroeg haar medewerking voor het secretariaat van de parochie. Ze zou gastvrouw kunnen zijn. ‘Ik heb er nu geen tijd voor’, was haar antwoord.
‘s Nachts verscheen de engel opnieuw. Hij zei: ‘Driemaal heeft iemand bij je aangebeld en er stond een belangrijke gast voor je aan de deur. Tot driemaal heb je God niet herkend.

Uit Een huis vol verhalen van René Hornikx

Vragen bij de tekst:

  • Waarin uit zich de openheid voor gastvrijheid bij mevrouw Snelders?
  • Waarin uit zich de ongastvrijheid van mevrouw Snelders?
  • Hoe kan het dat iemand gastvrij en ongastvrij tegelijk is? Kunnen we dan nog over echte gastvrijheid spreken?
  • Bestaat er zoiets als willekeurige gastvrijheid?
  • Hoe komt het dat mevrouw Snelders de bedelaar, de dame en de pastor niet erkent als haar gast?
  • Welke verwachtingen heeft zij rond het bezoek?
  • Wat is de boodschap die de engel aan mevrouw Snelders wil meegeven?
  • Gebeurt het soms ook bij jou dat je de ene persoon beter behandelt dan de andere? Waarmee heeft dat dan te maken?

Druiven

“Op een zekere morgen klopte een boer op de poort van een klooster. Toen Broeder Portier opendeed, reikte de boer hem een prachtige tros druiven aan.
“Beste Broeder Portier, dit zijn de mooiste druiven uit mijn wijngaard. Het is een cadeau.”“Hartelijk dank. Ik breng ze meteen naar vader Abt, die heel blij zal zijn met deze gift. “Nee, nee, ze zijn voor u”“Voor mij? Ik verdien zo’n mooi geschenk van de natuur niet”. “Altijd als ik aanklopte deed u open. Wanneer ik steun nodig had, omdat de oogst mislukt was door de droogte, gaf u mij iedere dag een stuk brood en een glas wijn. Moge deze tros druiven u een beetje van de liefde van de zon, van de schoonheid van de regen en het wonder van God brengen”.
Broeder Portier legde de tros voor zich neer en keek er de hele ochtend naar, vol bewondering: hij was werkelijk prachtig. Daarom besloot hij het cadeau door te geven aan vader Abt, die hem altijd met wijze raad had bijgestaan.
De abt was heel blij met de druiven, maar herinnerde zich dat een van zijn medebroeders ziek was en dacht: ik geef hem die tros, misschien brengt dat wat vreugde in zijn leven. Maar de druiven lagen niet lang bij de zieke op de kamer, want deze dacht: Broeder Kok zorgt voor mij, hij geeft me het beste van het beste te eten. Ik weet zeker dat zoiets hem veel plezier zal doen. Toen Broeder Kok rond het middaguur de maaltijd bracht, gaf hij de druiven aan de kok. “Ze zijn voor u. Omdat u altijd in de weer bent met de producten die de natuur ons verschaft, zult u weten wat u moet doen met dit werk van God”.
Broeder Kok stond versteld van de schoonheid van de tros, en wees zijn hulpje op de volmaaktheid van de druiven. Zo volmaakt dat niemand ze beter zou weten te waarderen dan Broeder Koster, verantwoordelijk voor het bewaren van het Allerheiligste Sacrament, en die door vele kloosterlingen als een heilig man gezien werd.
Broeder Koster gaf op zijn beurt de druiven cadeau aan de jongste novice, zodat deze zou kunnen begrijpen dat Gods werk aanwezig is in de kleinste onderdelen van de schepping. Toen de novice de druiven aannam, vloeide zijn hart over van de liefde voor de Heer, want nooit eerder had hij zo’n mooie tros druiven gezien.
Op hetzelfde moment herinnerde hij zich de eerste keer dat hij aangekomen was bij het klooster, en hij herinnerde zich de man die voor hem de poort had geopend en hem gastvrij ontvangen had. Daardoor mocht hij nu leven in deze gemeenschap, bij deze broeders die de wonderen van God wisten te waarderen.
En zo bracht hij even voor het vallen van de avond de tros druiven naar Broeder Portier. “Geniet ervan, want het overgrote deel van de tijd brengt u hier in uw eentje door”.
Broeder Portier begreep nu dat het cadeau echt voor hem bestemd was. Hij genoot van de smaak van elke druif en sliep gelukkig in. Zo werd de cirkel van geluk en blijdschap gesloten.”

Uit De Zahir van Paolo Coelho

Vragen bij het verhaal:

  • Welke weg leggen de druiven af?
  • Is het ondankbaar dat de ontvangers de druiven doorgeven?
  • Heb je zelf ook al ooit eens een geschenk doorgegeven? Waarom?
  • Hoe komt het dat de oorspronkelijke ontvanger toch ook de uiteindelijke ontvanger wordt en dat hij wanneer hij de druiven de tweede keer ontvangt pas echt vindt dat de druiven echt voor hem zijn?
  • In welke zin gaat dit verhaal over gastvrijheid?

Bezoekje

Op een dag had de vos de eekhoorn uitgenodigd voor een bezoek. De eekhoorn zat in een gemakkelijke stoel en keek om zich heen of hij al iets zag van de versnaperingen die hij die middag zeker zou krijgen. De vos zag hem kijken en zei: "Kijk maar goed. Er is niets. Ik had beukensoezen voor je, maar ik vond ze plotseling zo saai dat ik ze maar heb weggegooid." "Saai?" vroeg de eekhoorn. "Ja" zei de vos. "Je hebt ze dus weggegooid?" vroeg de eekhoorn. De vos knikte. "Je dacht dus..." "Laten we het er maar niet over hebben," viel de vos hem in de rede. De eekhoorn stond op en ging naar het raam. Er zat een plank voor het raam. "Is dit het raam?" vroeg hij. "Ja" zei de vos. "Maar je kunt er niet meer door kijken. Ik vind het uitzicht lelijk. Voorlopig wordt er hier niet naar buiten gekeken." Het was toch al geen geslaagde middag, vond de eekhoorn, maar nu begon hij pas goed te mislukken. Hij ging weer zitten. Na een tijd zei hij: "Ik vind..." "Zeg het maar niet" zei de vos. "Het slaat toch nergens op. Laten we het zwijgen er maar toe doen." De eekhoorn zuchtte en zweeg. Maar even later zei hij snel en luid: "Ik vind stilte saai." "Daar kun je wel eens gelijk in hebben," zei de vos en hij begon allerlei geluiden te maken met zijn keel, zijn tenen, zijn staart en zijn oren. Sommige van die geluiden waren zo lelijk dat de eekhoorn zijn handen voor zijn oren moest houden. Zo zaten ze bij elkaar die middag. Nu eens was het stil, dan weer braken er hartverscheurende, onsamenhangende geluiden los, terwijl de eekhoorn daar tussendoor zo af en toe luidruchtig zuchtte. Toen de avond viel geeuwde de vos en viel hij in slaap. Heel voorzichtig stond de eekhoorn op, ging naar de tafel en schreef op een briefje: Bedankt. Maar hij vond dat toch niet het goede woord en verscheurde het briefje weer. Hij overwoog nog even om de vos hard aan zijn oren te trekken, maar hij vond dat te ver gaan en hij was bovendien bang dat de vos zou wakker worden en het bezoek zou willen voortzetten. Hij keek nog een keer goed om zich heen, want hij vermoedde al hij daar wel nooit meer zou komen en sloop de deur uit. (p. 118-119)

Uit Misschien wisten zij alles? (verhalen over de eekhoorn en de mier) van Toon Tellegen

Vragen bij het verhaal:

  • Wat doet de vos dat de eekhoorn als ongastvrij ervaart?
  • Is de vos volgens jou ook daadwerkelijk ongastvrij?
  • Waarom zou de vos zich zo gedragen?
  • Zou jij als jij de eekhoorn was nog op bezoek gaan bij de vos?
  • De eekhoorn heeft het op drie punten moeilijk met het bezoek aan vos. Eerst is er het eten dat door vos werd weggegooid, dan is er het raam dat werd dichtgemaakt en tenslotte is er de afwezigheid van een gesprek. Men kan het met de leerlingen hebben over wat zij zouden willen eten, wat ze door het raam zouden willen zien en waarover zij zouden willen spreken om het gevoel te hebben dat ze gastvrij behandeld worden en om zich op hun gemak te voelen.

De soepsteen

In een dorp waar veel armoede was, liep een vreemdeling. Hij had een lange weg achter de rug en was hongerig, maar begreep dat hij in dit arme dorp niet zomaar om eten kon vragen. Het was koud. Toch was er in de meeste huizen geen vuur in de open haard.
In een huis waar wel vuur brandde, zag hij een paar gezinnen bij elkaar zitten. "Dat doen ze zeker om brandstof te sparen", dacht de vreemdeling. Hij klopte op de deur en vroeg of hij zich ook bij het vuur mocht warmen. De kamer zat al vol, maar iedereen schoof een plaatsje op zodat er voor de vreemdeling ook nog een plaatsje was. De mensen zagen er hongerig uit. Toch werd er geen eten klaargemaakt.
"Ik zou graag soep op het vuur willen koken", zei de vreemdeling, "hebben jullie een grote pan voor me?" Verbaasd keken de mensen hem aan en vroegen: "Waar wil je soep van koken? Je rugzak is bijna leeg, daar kan niet veel in zitten om soep van te koken."
De man haalde een mooie steen uit zijn zak en zei: "Dit is een heel bijzondere steen. Een soepsteen. Als jullie een pan met water op het vuur zetten, kan ik van deze steen soep koken."
De mensen geloofden niet direct wat de man zei, maar ze hadden wel een grote pan en genoeg water, dus konden ze het allicht proberen. De kinderen dachten: "Misschien is die man een tovenaar." Nieuwsgierig zagen ze hoe hij de steen voorzichtig in de pan met water legde, die op het vuur was gezet. En vol verwachting bleven ze naar de pan kijken, waarin het water langzaam warm werd en tenslotte begon te koken.
Toen zei de man: "Nu zou er eigenlijk een beetje zout aan toegevoegd moeten worden." De vrouw, die in het huis woonde, stond op en haalde wat zout uit de kast. "Ik heb ook nog een laurierblaadje", zei ze, "zal ik dat er ook in doen?" "Goed", zei de man, "Een stukje vlees zou de soep nog lekkerder maken." De buurvrouw zei: "Ik heb in de kelder nog wat soepvlees voor het avondeten bewaard. Nu we hier samen soep gaan eten, kan ik het er wel bijdoen." Ze haalde het vlees en nam ook een paar worteltjes uit de tuin mee. "Een ui en een prei zouden er ook goed in smaken", zei de vreemdeling. "Die heb ik nog in mijn tuin", zei de overbuurman. "Ik heb nog een restje bonen en wat selderij", zei een ander. Iedereen haalde iets op waardoor de soep nog lekkerder en voedzamer kon worden. En even later hing er een heerlijke geur in de kamer. De borden en lepels werden alvast klaar gezet. Na een poosje stond de man op, roerde in de soep en proefde. "De soep is klaar", zei hij en schepte de borden vol.
Allen smulden van die overheerlijke soep. In lange tijd hadden ze niet zo heerlijk gegeten. Ze aten met elkaar de hele pan leeg. Alleen de soepsteen lag er nog in. De vreemdeling stond op en wilde vertrekken. "Uw soepsteen ligt nog in de pan", riep een kind, "je vergeet je soepsteen." "Die mogen jullie houden", zei de man, "daarmee kunnen jullie nog wel duizendmaal soep koken, als je 't maar zo doet als we het nu gedaan hebben." "Dat is een wondersteen", zeiden de kinderen tegen elkaar.
De vreemdeling lachte toen hij dat hoorde terwijl hij de deur uitging. Buiten het dorp gekomen, zocht hij een mooie ronde steen, stopte hem in zijn rugzak en liep fluitend verder.

Vragen bij het verhaal:

  • Wat is de soepsteen?
  • Is dit echt een wondersteen?
  • Is het door de soepsteen dat de soep zo heerlijk smaakt?
  • Zoniet, waardoor dan wel?
  • Hoe komt het dat de vreemdeling de mensen zo weet te motiveren?
  • Zou je de soepsteen niet in zekere zin toch een wonder-steen kunnen noemen?
  • Is er een maaltijd geweest in het verleden die jij je nog in het bijzonder herinnert? Zo ja, welke maaltijd en waarom is ze zo sterk bewaard gebleven in je herinnering?
  • Zijn de arme mensen gastvrij voor de vreemdeling? Waarin wordt dit wel of niet duidelijk?
  • Kan je dit verhaal vergelijken met het verhaal van Jezus en de broden en vissen?
  • Na het lezen van de verhalen kan men met de leerlingen een gesprek opzetten rond de vraag wat gastvrijheid en ongastvrijheid nu precies betekenen. Dit kan men enerzijds doen door de woorden gastvrijheid en ongastvrijheid aan bord te brengen en de leerlingen daarbij (ook met de verhalen in het achterhoofd) associaties bij aan te brengen. Zij kunnen ook de personages uit de verhalen plaatsen bij het woord gastvrij of bij ongastvrij.
  • Men kan echter ook werken met een foto van een gesloten deur en een foto van een geopende deur. De leerlingen zoeken zelf naar voorbeelden van situaties waarbij mensen aan onze deur komen (uiteraard breder op te vatten dan letterlijk mensen die aan de deur aanbellen) en waar we niet gastvrij voor zijn. Deze worden genoteerd rond de gesloten deur. Daarna zoeken de leerlingen naar manieren waarop we toch voor deze mensen onze deur kunnen openzetten. Deze oplossingen worden genoteerd rond de geopende deur.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

2) Gastvrijheid in de Bijbel

In de Bijbel staan verschillende verhalen waarin mensen hun gastvrijheid tonen (of juist het gebrek eraan) ten opzichte van anderen. In vele gevallen toont deze gastvrijheid zich door middel van het aanbieden van een maaltijd. Gastvrijheid kan een manier zijn om God te eren. Toch is uiterlijk vertoon niet alles. De innerlijke openheid en oprechtheid, een zogenaamde ‘spirituele gastvrijheid’ blijkt veel belangrijker te zijn.
Hieronder worden enkele bijbelverhalen weergegeven die de thematiek van gastvrijheid oproepen.

Er komt bezoek

Op een dag zat Abraham voor zijn tent. Sara bleef liever binnen omdat het zo heet was. Daar zag Abraham drie mannen naar zijn tenten komen. En dat met zo’n hitte! Abraham liep de mannen tegemoet en zei: ‘Kom toch in mijn tent. Daar kunnen jullie wat rusten in de schaduw. Ik zal jullie te drinken geven. Er is ook water om je voeten te wassen.’ Ondanks de hitte gingen de drie mannen voor de tent zitten. Abraham gaf hen te drinken. Hij liet ook hun voeten wassen door zijn jongste knechtje. Ondertussen had hij Sara verwittigd dat ze voor het nodige voedsel moest zorgen. Sara bakte brood en ze braadde een stuk vlees. Abraham gaf het eten aan de drie bezoekers.
‘Waar is je vrouw?’ vroeg de man die in het midden zat. ‘In de tent,’ antwoordde Abraham. ‘Ze zal een zoon krijgen,’ zei dezelfde man. Sara zat in de tent te luisteren. Nu begon ze toch hard te lachen. Een kind krijgen? Dat kon niet, daar was ze toch te oud voor. ‘Waarom lacht Sara?’ vroeg de man. ‘Ik lachte niet!’ riep Sara. ‘Je hebt wél gelachen,’ zei de man. ‘Jij geloof niet genoeg in God. Is er dan iéts te moeilijk voor Hem? Ik zal doen wat Ik beloofd heb.’ Abraham schrok. De drie mannen waren geen gewone reizigers. De man die in het midden zat, had gesproken alsof Hij God zelf was. Dan konden zijn twee engelen niet anders dan zijn gezellen zijn.
(uit Elseviers Kinderbijbel in 365 vertellingen)

Vragen bij de tekst:

  • Wie zijn de drie bezoekers?
  • Hoe onthaalt Abraham hen?
  • Wat doet hij precies om hen welkom te doen voelen?
  • Wanneer beseft Abraham dat deze bezoekers geen gewone bezoekers zijn?
  • Hoe wordt de gastvrijheid van Abraham beloond?
  • Heb je het zelf al meegemaakt dat je iets goeds deed voor een ander en dat die ander dan ook voor jou iets goeds terugdeed? Kan je voorbeelden geven?
  • Zou je zelf zomaar je tent openzetten voor onbekenden?
  • Kan je hedendaagse voorbeelden geven van mensen die hun ‘tent’ openzetten voor anderen, voor vreemden?

Jezus bij Maria en Marta

Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. [39] Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. [40] Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’ [41] Jezus zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. [42] Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’ (Lc 10,38-42)


  • De leerkracht vertelt dit verhaal in eigen woorden aan de leerlingen en de leerlingen krijgen de opdracht om de ontmoeting uit te beelden, zij het dan niet op een heel letterlijke manier (woord voor woord), maar creatief en met eigen toevoegingen. Telkens komen drie leerlingen naar voren, waarbij er één iemand Jezus is, één iemand Marta en één iemand Maria. Beide zussen gaan anders om met de gast. De ontmoeting kan enkele keren herhaald worden (tot iedereen eens één van de zussen heeft gespeeld). Achteraf kan men met de leerlingen praten over wat beide vrouwen doen als er een gast is.
  • Men kan ook de leerlingen achteraf enkele vragen stellen:
    • Wie van de klas heeft zijn of haar gast het beste heeft ontvangen en waarom?
    • Wat deed deze persoon precies om Jezus zo goed te ontvangen?
    • Kiest men iemand die Maria speelde of Marta en komt dit overeen met de appreciatie van Jezus van de handelingen van beide vrouwen?
    • Waarom zegt Jezus dat Maria het beste deel heeft gekozen? Is dit niet erg voor Marta die toch echt haar best heeft gedaan?
    • Hoe zou je reageren als iemand waarvoor je je uitslooft je zo zou behandelen?
    • Kan je Jezus’ beweegredenen begrijpen?
    • Wat is er volgens hem belangrijk wanneer men iemand ontvangt?

De maaltijd van de Heer?

Ik kan u niet prijzen om uw samenkomsten. Die doen meer kwaad dan goed. [18] Om te beginnen: ik hoor dat u bij uw samenkomsten in de gemeente partijen vormt. Tot op zekere hoogte geloof ik dat ook. [19] Het is onvermijdelijk dat er partijvorming onder u is, zodat duidelijk wordt wie van u betrouwbaar is. [20] Alleen, u komt niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren. [21] Van wat u hebt meegebracht eet u alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is. [22] Hebt u soms geen eigen huis waar u kunt eten en drinken? Of veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen? Wat moet ik hierover zeggen? Moet ik u soms prijzen? Dat doe ik in geen geval. (1 Kor 11, 17-22)

  • Na de dood van Christus beginnen gemeenschappen de maaltijd van de Heer te vieren. Dit verloopt volgens Paulus echter niet zoals het hoort... De leerkracht kan bovenstaande tekst in iets eenvoudigere woorden aan de leerlingen vertellen.
  • Daarna wordt de tekst besproken met de leerlingen. Zij proberen aan te geven wat het probleem is waarover sprake is. Dit doen ze zo gedetailleerd en volledig mogelijk. Kan men wel spreken over ‘maaltijd vieren’ wanneer men egoïstisch is en schrokt? Ook zoeken ze zelf naar een aantal mogelijke oplossingen voor dit probleem (bijvoorbeeld samen koken of het eten op een grote tafel zetten en eerst de armen laten aanschuiven, of wachten om te eten tot iedereen er is) en trachten ze een houding te beschrijven die volgens Paulus wel prijzenswaardig zou zijn. Ze geven ook weer in welke zin het relaas van Paulus toepasbaar is op een hedendaagse context van maaltijd vieren.

Anderen goed behandelen

Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. [8] Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. [9] Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven? [10] Of een slang, als het om een vis vraagt? [11] Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem daarom vragen. [12] Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. (Mt 7,7-12)

  • De leerlingen lezen de tekst en proberen in eigen woorden weer te geven wat Jezus hier bedoelt. Vooral de zin “Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om brood vraagt, een steen zou geven? Of een slang, als het om vis vraagt?” kan verder bekeken worden, vanuit de vraag wat deze uitdrukkingen betekenen. Het cartoontje bij de tekst kan hierbij het aanknopingspunt vormen.
  • De leerlingen zoeken naar één welgekozen voorbeeld uit het eigen leven waarbij zij het gevoel hadden iemand een steen te geven die om een brood vroeg of waarbij zij meenden zelf een steen te krijgen terwijl zij om brood hadden gevraagd.
  • Men kan in de klas een brood leggen evenals een grote steen. De leerlingen krijgen de kans om om de beurt naar voren te komen, het brood aan te raken en te vertellen over een moment wanneer ze iemand goed behandeld hebben. Zij raken ook de steen aan en vertellen over een moment waarvan ze vinden dat ze een ander slecht behandeld hebben.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Spoor 5: Eten met een boodschap

Dat eten geen neutraal gegeven is, werd reeds duidelijk. Ook de omstandigheden waarin en motieven waarom eten geproduceerd en verkocht worden, zijn allesbehalve neutraal. De laatste tijd houden producenten zich steeds meer bezig met een meer eerlijke productie van voedsel en wordt de verkoop van voedsel in toenemende mate verbonden met goede doelen. Hoewel de overwegingen hiervoor niet altijd louter humanitair zijn, maar soms ook een strategisch en economisch kantje hebben, zijn zulke ontwikkelingen alleen maar toe te juichen. Het is belangrijk dat de leerlingen weten dat men de keuze kan maken tussen voedsel dat in ‘eerlijke’ omstandigheden is tot stand gekomen of waarmee men bij de aankoop ervan bepaalde goede doelen steunt en voedsel dat in minder eerlijke omstandigheden ontstaan is of waar men geen goed doel mee steunt. Die klemtoon op eerlijk voedsel staat centraal bij Oxfam Wereldwinkels, maar ook een aantal andere bedrijven zetten zich hiervoor in.

1) Enkele voorbeelden van eten met een boodschap

- Koekjes ten voordele van Make-A-Wish

Koekjes ten voordele van Unicef
(bij de aankoop van een doos koekjes schenkt Delacre een bedrag aan Unicef waarmee een kind volledig tegen polio gevaccineerd kan worden)


- Ben & Jerry’s ijs

Ben & Jerry's is ontstaan uit de vriendschap en de sociale bewogenheid van het 'hippie' duo Ben Cohen en Jerry Greenfield. Zij leerden elkaar kennen tijdens de sportlessen en hadden een grote passie gemeen... lekker eten! Na menig leuke ervaringen (en ook sommige minder leuke) op verschillende universiteiten besloot het onafscheidelijke duo iets echt FUNS te doen... en wat is er nu leuker dan je eigen baas zijn...? Uit hun gedeelde passie voor lekker eten, hun gekke ideeën en een heel klein budget ontstond in 1978 in het studentenstadje Burlington (Vermont, USA) een ijsjesshop, gerund door 2 onervaren hippies "Ben & Jerry's Homemade Inc." Geld en zaken interesseerden Ben en Jerry absoluut niet... ze wilden enkel veel plezier maken, gekke dingen doen en ondertussen een uniek ijsje verkopen.

Al van sinds de oprichting van hun bedrijfje zijn Ben Cohen en Jerry Greenfield sterk begaan met de maatschappij waarin we leven en deze ingesteldheid groeit nog!
Zo wil men met Ben & Jerry's niet alleen organisaties helpen bij het zoeken naar extra middelen om hun goed doel te realiseren, de manier waarop men bij Ben & Jerry’s zaken doet staat ook volledig in het teken van een sociale missie. Kerngedachte achter de activiteiten: "It's not about how you spend the money, but about how you make the money".

Dit alles wordt vertaald in de Ben & Jerry's missie, die gebaseerd is op 3 pijlers:

Product Missie

We maken, verdelen en verkopen roomijsjes met ingrediënten van de allerhoogste kwaliteit en dit in de meest gekke en lekkere combinaties. Bij het maken hiervan werken we enkel samen met organisaties die, net zoals ons, begaan zijn met het welzijn van de natuur en de mens.

Economische Missie

We willen een leuk bedrijfje uitbouwen, dat gebaseerd is op een duurzame ontwikkeling van onze zaken en winsten. Hierbij willen we een heel open en toffe samenwerking beogen met onze aandeelhouders, klanten, agentschappen, etc. Ook de persoonlijke ontwikkeling van onze gemotiveerde medewerkers is van groot belang.

Sociale Missie

Via al onze activiteiten willen we op een innoverende manier actief meewerken aan het algemene welzijn van de gemeenschap en dit zowel op lokaal, nationaal als internationaal vlak.

Elke activiteit die door Ben & Jerry's wordt georganiseerd, houdt rekening met deze 3 pijlers! Het spreekt voor zich dat we in ons handelen steeds rekening houden met het respect voor individuen binnen en buiten ons bedrijfje. Daarenboven willen we ook de maatschappij waarin we actief zijn, steunen!

Een aantal voorbeelden van deze sociale betrokkenheid;

  • De Ben & Jerry's fabriek in Hellendoorn (Nederland) draait volledig op 'groene' energie.
  • De brownie cakes in de overheerlijke 'Chocolate Fudge Brownies' worden gebakken in de Greystone bakkerij in New York. In Amerika is deze bakkerij heel gekend omdat zij enkel dak- en werklozen tewerkstelt om hen zo terug een eerlijke kans op reïntegratie te geven.
  • Het CAIRING DAIRY project: Ben & Jerry's bekommernis om de kwaliteit van het overheerlijke ijs gaat hééééél ver. Kan je voorstellen dat zelfs de levenskwaliteit van de koeien die ons melk leveren, van groot belang is?! Met het CAIRING DAIRY-project, waar 12 Nederlandse boeren aan deelnemen, ondersteunen we bovenstaande ten volle! De boeren worden regelmatig op 11 parameters streng gecontroleerd; voeding, medicatie, huisvesting,... worden getest, maar ook factoren zoals energieverbruik, fondsen, etc. Hierdoor zijn we zeker dat de koe-bevolking bij deze 12 boeren net zo gelukkig is als ons! Happy cows, happy farmers & great ice cream!
  • De Ben & Jerry's verpakkingen zijn volledig Chloorvrij gebleekt!
  • ... en zo zijn er nog tal van voorbeelden van hoe wij met Ben & Jerry's ons steentje willen bijdragen aan de maatschappij waarin we leven. Dus niet enkel door passief geld aan goede doelen te geven, maar ook door actief mee te werken aan een sociaal verantwoorde productie van het Ben & Jerry's Superpremium ijs.

http://www.benjerry.be

- Oxfam Wereldwinkels

E-card Expresso Boonen

Oxfam Wereldwinkels is allicht het best bekende voorbeeld van eten met een boodschap. In het kader van de meest recente campagne van Oxfam werden verschillende bekende Belgen door cartoonisten ‘onder handen genomen’ en op een ludieke manier verbonden met één van de producten van Oxfam Wereldwinkels.

E-card Honing Albert

E-card 'Honingin Paola'

  • Bij bovenstaande voorbeelden kan men de leerlingen de opdracht geven om telkens neer te schrijven waarom het hier precies gaat om eten met een boodschap en welke boodschap men wil meegeven, welk doel men wil bereiken.
  • Indien men beschikt over computerklassen kan men de leerlingen een kijkje laten nemen op de website van de verschillende organisaties, met name www.oxfam.be, www.unicef.be, www.makeawish.be, www.benjerry.be.
  • Als het mogelijk is, kan men met de leerlingen de plaatselijke Oxfam Wereldwinkel bezoeken, waar men, in overleg met de Wereldwinkel, de leerlingen eventueel een aantal ‘eerlijke’ producten kan laten proeven en waar er een uitleg voorzien kan worden rond fair trade en rond de context waarin de producten geproduceerd worden.
  • Men kan de leerlingen zelf naar een voorbeeld laten zoeken van voedsel met een boodschap, zoals bij de bovenstaande voorbeelden. Dit mag ruim geïnterpreteerd worden, in die zin dat men het ook kan zoeken bij voedsel waarop vermeld staat dat het in eerlijke omstandigheden werd gemaakt.

2) Kraak de ‘voedselcode’

Eten met een boodschap kan men ook nog op een andere manier opvatten dan in bovenstaande voorbeelden. Het eten dat wij eten bevat immers dikwijls heel wat boodschappen. Zo vind je op de verpakking van vlees terug waar dit vlees geproduceerd werd, en staat er een code ter tracering op. Ook vinden we de ingrediënten op de verpakking terug, evenals de voedingswaarde van het product. Een simpel eitje dat men in de winkel aankoopt bevat heel wat informatie. De uitleg hieronder verduidelijkt wat de code op een eitje betekent.

http://marja.landman.googlepages.com/mala2

  • Om het feit dat voedsel meestal heel wat info bevat aan de leerlingen duidelijk te maken, kan men een aantal verpakkingen meebrengen naar school. Men kan echter ook werken met een eitje, waarbij de leerlingen dan, volgens bovenstaand schema de code van het eitje ‘kraken’.
  • Door middel van het werken met verpakkingen kan men de leerlingen ook het verschil uitleggen tussen ‘gewoon’ voedsel en biologisch voedsel, gezien op de verpakkingen telkens wordt aangegeven wanneer het om biologisch voedsel gaat.

Vragen hierbij:

    • Hoe zie je aan voedsel dat het biologisch is?
    • Wat betekent het dat men voedsel ‘bio’ noemt?
    • Kopen jouw ouders wel eens bio?
    • Kan je verschillende redenen geven waarom bio goed is?
    • Vind je dat het verantwoordelijker is om bio-voedsel te kopen dan ander voedsel?
    • ...

3) Wenskoekjes

Als we ‘eten met een boodschap’ heel letterlijk nemen, komen we automatisch uit bij de wenskoekjes, die letterlijk een boodschap bevatten. Deze koekjes, die je soms krijgt wanneer je in een Oosters restaurant gaat eten, bevatten een klein briefje waarop een spreuk staat. Hoewel de spreuken op deze koekjes meestal vrij vaag zijn en niet zoveel zeggen, is de gedachte dat men iemand een koekje geeft waarbij men die andere persoon iets toewenst, wel heel mooi.

Indien men dat wenst, kan men klassikaal wenskoekjes maken. De leerlingen krijgen de gelegenheid om op een klein papiertje een mooie wens te schrijven en daarna kan men samen de koekjes bakken en de wensen erin stoppen. Een recept:

Chinese wenskoekjes
(ca. 30 stuks)
3 eiwitten
60 gr gezeefde poedersuiker
45 gr gesmolten, ongezouten boter
60 gr bloem

Klop de eiwitten schuimig, voeg de poedersuiker en de boter toe en roer tot een glad mengsel. Spatel de bloem erdoor en laat het geheel ca. 15 min rusten. Teken 3 cirkels, doorsnede ca. 8 cm op bakpapier, smeer op de cirkel ca. 1,5 theelepel van het mengsel gelijkmatig en dun uit. Bak steeds maximum 3 koekjes tegelijk, anders worden ze hard voordat ze gevouwen zijn! Bak ze 5 min in de oven op 180 graden, tot de koekjes een goudbruin randje hebben. Haal ze snel met een pannenkoekmes van de bakplaat en vouw ze dubbel met een briefje ertussen. Vouw het ontstane halve cirkeltje nog eens dubbel door hem met de gevouwen kant over de rand van een schaaltje te duwen. (Hierdoor ontstaat een soort U-vorm). Laat de koekjes afkoelen op een rooster.

Indien het niet mogelijk is om klassikaal de koekjes te bakken, kan men de leerlingen ofwel de wens laten opschrijven en in een leeg eitje van een kindersurprise of iets dergelijks laten stoppen, waarna de eitjes worden uitgedeeld en iedereen een wens krijgt. Ook kan men - wanneer men over een computerklas beschikt - de leerlingen een elektronische versie laten maken van een wenskoekje, via http://www.redkid.net/generator/fortune/sign.php.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Spoor 6: Eet-cultuur: Over eten in andere culturen en religies

Wat wij eten, wanneer wij dit eten en hoe wij het eten, heeft vaak te maken met culturele afspraken en tradities. In verschillende culturen duiken uiteenlopende eetpatronen op en ook binnen de verschillende religies bestaan er typische gerechten of specifieke tradities rond eten, die vaak te maken hebben met de geschiedenis en de kern van deze religie. Zo vieren christenen het Laatste Avondmaal in de eucharistie, met brood en wijn (zie daarvoor spoor 2). In onderstaande teksten en verhalen worden enkele gebruiken, rituelen, voorschriften, feesten,... binnen religieuze en culturele tradities beschreven, die allen met eten te maken hebben.

1) De Amerikaanse cultuur

ThanksgivingThanksgiving is een belangrijke Amerikaanse feestdag, die altijd gevierd wordt op de vierde donderdag van november. Traditioneel is dit de dag waarop dank wordt gezegd voor de oogst en voor allerlei andere goede dingen. Thanksgiving wordt gevierd met de hele familie en men legt grote afstanden af om bij elkaar te kunnen zijn. Omdat het in de VS op een donderdag valt is het meestal zo dat werknemers ook op vrijdag vrij krijgen, waardoor er een familiereünie van vier dagen wordt gevierd. Het eten speelt een grote rol: het is traditie om op Thanksgiving Day kalkoen te eten en er wordt dan ook aan deze dag gerefereerd als Turkey Day (Kalkoendag). Traditionele bijgerechten op Thanksgiving Day zijn aardappelpuree, stuffing, zoete aardappels (sweet potatoes), sperziebonen (green beans), veenbessen (cranberries), en als nagerecht pecannotentaart (pecan pie) en pompoentaart (pumpkin pie).

2) Het hindoeïsme

Alle vieringen en plechtigheden van het hindoeïsme worden afgesloten met zingen van de arti (een loflied) waarna de prasad wordt uitgedeeld. Deze bestaat uit zoetigheid en fruit. Meestal volgt er nog een gezamenlijke maaltijd, waarna men nog een poosje gezellig onder elkaar doorbrengt.

Divali is het enige feest dat heel India verenigt. Traditioneel is het bekend als "Het feest van het licht". Het vieren van dit feest gaat gepaard met het nuttigen van zoet eten. Daarnaast steekt men echter ook vaak vuurwerk af. Divali is een vrolijk feest en wordt vaak gevierd in gezinsverband. Het is een feest voor iedereen, voor jong en oud, man en vrouw, arm en rijk. Divali wordt gevierd om het licht te verwelkomen in het leven. Licht wordt namelijk altijd geassocieerd met succes en hoop.

3) De islam

Het Offerfeest is het belangrijkste feest van de islam. Er wordt herdacht dat Ibrahim (Abraham) zijn zoon Ismaël aan God wilde offeren. In een droom kreeg Ibrahim tot drie keer toe van Allah de opdracht zijn zoon te offeren. Toen hij dit daadwerkelijk wilde doen, riep Allah hem een halt toe. Ibrahim had laten zien dat zijn liefde voor Allah zo groot was dat hij zelfs zijn zoon wilde offeren. De engel Gabriël stuurde dan een ram om die te offeren. Ismaël en zijn vader Ibrahim worden als de stamvaders van de Arabieren gezien. Dit verhaal staat ook in het Oude Testament van de christelijke bijbel, maar daar is het Isaäk die geofferd wordt. Het offerfeest duurt drie dagen. Het principe erachter is delen met de anderen, goed doen en overgave aan God. Op de eerste dag wordt een schaap, dat ritueel is geslacht, geofferd. Naast het delen, wat een belangrijk gebruik is in de islam, is het zich overgeven aan Allah en het willen zijn als Ibrahiem heel belangrijk bij het vieren van het Offerfeest.

Op het feest van de geboorte van de profeet vieren moslims de geboortedag van de profeet Mohammed. Mohammed werd geboren in ± 570 van onze jaarrekening. Die gebeurtenis wordt door alle moslims uitbundig gevierd. Dit jaar valt dit op 31 maart 2007. Thuis en in de moskee bezingen mensen het leven van de profeet. Men eet vruchten en zoetigheid en drinkt mierzoete drankjes. Dit gebruik hangt nauw samen met het spreekwoordelijke Arabische 'zoet eten en zoet denken'. Het eten van zoetigheid staat voor moslims symbool voor de positieve manier van denken over de profeet.

Suikerfeest bij ons thuis: ervaringen van een Turks meisje met het Suikerfeest

"En nu vlug naar bed, want morgen is het Seker Bayram (Suikerfeest) en dan moeten we vroeg opstaan." Maar ik kan niet slapen. Een hele tijd lig ik nog in mijn bed te woelen. Ik voel in het donker met mijn hand op de stoel naast mijn bed. Daar liggen mijn nieuwe kleren, een bloemetjesjurk met een kanten kraag en parelmoeren knoopjes, lintjes voor mijn haar en nieuwe sokken. Naast mijn bed staan ook mijn nieuwe schoenen. Ze ruiken naar leer. Vannacht mogen ze binnen staan, daarna niet meer.

In een moslimhuis kom je niet op je schoenen binnen; er mag geen straatvuil binnen komen. Tot laat in de nacht hoor ik nog geluiden op straat. Het is druk. Het is de gewoonte aan het einde van het vasten wat geld naar de armen te brengen, als aalmoes.

Als mijn moeder ons wakker maakt, heb ik het idee dat ik nog maar net slaap. Slaperig word ik in bad gestopt en ingezeept. Mijn haar verdwijnt onder het schuim. Helemaal fris en schoon word ik in mijn nieuwe kleren gestoken. Nu begin ik een beetje wakker te worden, vooral als mijn haar gekamd wordt. Mijn moeder doet de nieuwe lintjes in mijn vlechten. "Net vlinders," zegt ze en ze besprenkelt mijn haar met eau de cologne en rozenwater.

Nu kan het feest beginnen. Drie kwartier na zonsopgang klinkt de oproep tot het feestgebed. Mijn moeder vertelt: "In de tijd van Mohammed ging iedereen naar het feestgebed, mannen, vrouwen en kinderen, jong en oud, want het is de bekroning van de Ramadan. Iedereen ging de moskee binnen met een luid: Allahu, Akbar (God is machtig). In veel landen is dat nog zo. In Turkije blijven de vrouwen en kinderen thuis. Alleen de mannen en de grote jongens gaan."

Buiten de moskee zijn overal rieten matten neergelegd om op te bidden, want vandaag is de moskee te klein voor iedereen. Na het gebed en een toespraak omhelzen de mannen elkaar en wensen elkaar een gezegende Bayram toe. Mijn vader koopt grote dozen snoep en chocolade. Ik mag ze aan hun blauwe en roze lintjes naar huis dragen.

Thuis kussen we met eerbied de hand van onze ouders en brengen de gekuste hand naar ons voorhoofd. Dan gaan we overal op bezoek en herhalen de eerbiedsgroet. Mijn zusje en ik krijgen snoep en geld. 's Middags gaan we samen met onze ouders naar de begraafplaats om stukken uit de koran en een kort smeekgebed voor onze overleden familieleden op te zeggen. Ik geef de planten en de bloemen op de graven water. We wieden het onkruid niet, want ze zeggen dat alles in de natuur hier in gebed is voor degenen die er begraven liggen. De andere dagen van de Seker Bayram gaan we familie en vrienden bezoeken.

Zomaar een dag in de Ramadan: een Turks verhaal over het begin van de Ramadan

“Ik word midden in de nacht wakker door de man met de trommel. Het geroffel van de trom gonst in mijn buik. Ik vind het een beetje eng en kruip helemaal onder mijn dekbed. Maar dan hoor ik het gerammel van potten en pannen in de keuken en de stem van mijn moeder en mijn oudste zus. Plotseling weet ik het weer. Het is vandaag de eerste dag van de Ramadan. De lekkere geur van börek (bladerdeeg gevuld met kaas of gehakt) en chorba (soep) met mint en gebakken uien lokken mij uit bed.

De man met de trommel komt nu de heuvel op en zijn harde geroffel vult onze straat. Met zijn luide stem zingt hij rijmpjes en liedjes over de Ramadan: "Word wakker mensen, word wakker, want vandaag is het vastentijd!" Dan eten en drinken we niet tot de zon weer ondergaat. Het is drie uur in de nacht.

De heuvels langs de Bosporus zijn bezaaid met duizend lichtjes die uit de huizen stralen. Iedereen is wakker, net zoals wij. Het grote kleed wordt op de grond uitgespreid. Mijn kleine zusje en ik kruipen er knus met onze knieën onder. De lage ronde tafel wordt beladen met heerlijke gerechten, witte kaas, olijven, tomaten, donkere kersenjam, honing. De hele familie zit rond de tafel: mijn vader, mijn oma, mijn twee zussen en ik. Mijn moeder bedient iedereen.

Er wordt geklopt. Daar komen mijn oom en tante binnen. De een heeft een baby op de arm, de ander een grote ronde schaal die net uit de oven komt, met cake met nootjes erop. Hij is in vierkante blokjes gesneden. "Bismillah (in de naam van God)," zegt mijn vader en dan begint de zahur, het vroege ontbijt in de vastentijd.

Als alles is opgegeten worden mijn zusje en ik een beetje doezelig en we kruipen samen op de bank onder het rode dekbed. Dan beginnen de hanen te kraaien. Het is nu Imsak, ongeveer anderhalf uur voor zonsopgang, het moment dat de moslims moeten stoppen met eten en drinken. Niet lang daarna klinkt vanaf de minaret van de moskee de Azaan, de oproep tot gebed. Dan doen de grote mensen hun rituele wassing en bidden het ochtendgebed. Daarna gaan we nog een beetje slapen tot het tijd is om naar school te gaan.

Ik doe mijn zwarte schort voor met het witte kanten boordje. Vandaag hoef ik geen Beslem mee, een tasje waar mijn middageten en wat lekkers in zit voor op school. Kinderen mogen proberen te vasten tot het middaggebed.Als we die middag uit school komen, wacht onze oma al op ons met thee en broodjes. "Mash-allah (goed zo)," zegt ze. "Maar gaan jullie niet op straat eten.” (...) Langzaam zakt de zon naar beneden langs de hemel, de lucht is prachtig gekleurd met zachte tinten.

Mijn vader rijdt zijn bestelbusje achteruit het steile straatje af. Mijn neefje en ik mogen meerijden. We gaan naar de bakker in de hoofdstraat om er twee kartonnen dozen vol met piedes te kopen: platte, ronde broden, die de bakker alleen in de Ramadan bakt. Op de terugweg ruikt het in de auto heerlijk naar vers gebakken brood. We delen het uit aan onze buren. De kinderen drukken het warme brood tegen zich aan en hollen naar binnen.

In de avondschemering haasten de grote meisjes zich met hun witte hoofddoeken en hun gebloemde pofbroeken, lachend en roepend - trapje op, trapje af - naar de huizen van de buren om pannetjes en schalen met voedsel, afgedekt met kanten servetten, te brengen.

Het is een paar minuten voor iftar, het ogenblik dat de zon achter de horizon verdwijnt en het vasten wordt verbroken. De meeste mensen staan nu buiten. Winkels worden haastig gesloten, want iedereen wil naar huis. Vanaf de minaret van de moskee klinkt weer de azaan, de oproep tot gebed, het teken dat deze Ramadan-dag voorbij is. We drinken melk en eten een dadel om het vasten te verbreken. Dan gaan we aan tafel, want na een dag vasten wordt er eerst gegeten en dan gebeden. Later op de avond gaan we naar de moskee voor het avondgebed en de Taraa-wie gebeden, die speciaal voor de Ramadan zijn.

4) Het jodendom

De moeder is in het joodse gezin de centrale spil. Zij zorgt voor de verfijning van het joodse leven. Die verfijning is vooral in de keuken te realiseren: door te koken volgens de regels van de joodse koosjere keuken.
Koosjer wil zeggen: eten geschikt naar de joodse wet. De regels zijn ooit zo opgesteld en je moet ze, als jood, accepteren zoals ze zijn, omdat het goed voor je is. Het is niet superieur boven ander voedsel. “Ik leef naar de Thora (waar de koosjere wet instaat) omdat ik naar God wil leven”, aldus mevrouw Loonstein. Het gezin Loonstein leeft volledig volgens de koosjere regels. Een van de belangrijkste wetten: melkproducten en vlees zijn streng gescheiden. De keuken heeft daarom van alle materialen twee: een voor de bereiding van vlees, en een voor melkproducten. Dus: twee aanrechten, twee ovens, twee afwasmachines, twee pannensets, twee dagelijkse serviezen, twee sabbath serviezen. Een orthodox joods gezin heeft dus een heel groot servies. Volgens mevr. Loonstein was koosjer leven vroeger een stuk eenvoudiger: toen had je gewoon een rode kom voor je vleesgerecht en een blauwe voor het melkgerecht. Een rode en blauwe theedoek en twee teiltjes voor de afwas.
De Kasjroetwet is een van de 613 wetten die in de Thora staan. De Thora heeft dezelfde betekenis voor een jood, als de bijbel voor de rooms-katholieke kerkganger. In de Kasjroetwet kun je lezen dat vlees en melk niet tegelijkertijd worden genuttigd, er moet minstens een uur tussen zitten. Verder nog een paar opvallende regels:
1. Insecten mag je niet eten, dat is het laagste van het laagste, zij bewegen zich op de grond.
2. Eieren mogen worden gebruikt, maar mogen niet bevrucht zijn. Want dat is de miskraam van de kip, er zit dus bloed aan. En bloed is verboden.
3. Vlees moet onder rabbinaal toezicht worden versterkt. Dit houdt onder meer in dat het beest alleen met een enkele messnede door zijn keel afgemaakt mag worden. Zo lijdt het beest niet onnodig. Er mag verder geen verdoving worden gebruikt. Het vlees moet tot drie dagen na de slachting met rust gelaten worden om zo het bloed eruit te laten trekken. Je mag beesten eten die gespleten hoeven hebben en herkauwen. Dus: een rund, koe, schaap en een kalf mogen wel. En een kameel, varken, haas en konijn zijn verboden.
4. Van de vissen mogen alleen die gegeten worden met schubben en vinnen. Bijvoorbeeld makreel, tong, zalm.
5. Vogels die hun prooi pakken op aarde zijn toegestaan. Maar vogels die vanuit de lucht jagen zijn verboden te eten.

Chanoeka is het joodse feest van het licht dat 8 dagen bleef branden ook al was er maar amper lampolie genoeg voor 1 dag licht. De kandelaar met 8 (of 9) armen heeft dan ook een speciale plaats op dit feest. Gerechten die bij dit feest horen zijn o.a. latkes (aardappelpannekoekjes met ui) en soevganiot (oliebollen met jam).
Met Chanoeka eet men gerechten gebakken in olie. Zo wordt op een symbolische manier verwezen naar het Chanoeka-wonder; het kruikje olie dat niet een dag maar acht dagen bleef branden.

Recept voor latkes

Benodigdheden

6 grote geschilde aardappelen
1 ui
3 eieren
½ kop meel
zout en peper
olie


Bereiding

De rauwe aardappelen grof raspen en in vergiet uit laten lekken. Dan laatste water eruit persen en droog deppen met keukenpapier. Ui klein snijden. Eieren klutsen. Alle ingrediënten mengen. Mengsel mag niet te stijf worden. De olie heet laten worden. Met een lepel portie maken en deze in de olie leggen. Een beetje platdrukken. Aan beide zijden op niet te hoge temperatuur voorzichtig bakken. Serveren met appelmoes, compote of zure room.

In het joodse restaurant Hoffy's - uitgebaat door de drie broers Hoffman - kan je een sabbatmaaltijd nemen. Mosche Hoffman, een van de restaurantuitbaters, vertelt dat de sabbatmaaltijd voor joodse families erg belangrijk is: ,,Wanneer de mannen - vanaf dertien jaar - van de synagoge terugkomen, steekt de vrouw de kaarsen aan. (Dit zijn minstens twee kaarsen; veel gezinnen hebben het gebruik voor ieder kind nog een kaarsje aan te lichten. Een gezin met vijf kinderen zou dus zeven kaarsen aansteken en zingen we een lied om de nieuwe dag te begroeten.) Ik moet misschien even uitleggen dat de nieuwe dag in de joodse traditie eigenlijk al aan de vooravond begint, als er drie sterren aan de hemel zijn verschenen. Na het begroetingslied drinken we wijn. Nadien volgt nog een danklied voor de vrouw die de zorg voor haar familie draagt. Op dat moment willen we onze diepe waardering uitdrukken voor alles wat zij doet."

"Tijdens de maaltijd zelf staan de kinderen centraal" stelt oud-docent judaïstiek Frans van den Brande. "Het is het moment waarop zij hun vader uitleg vragen over de lezing van de dag, over de regels en gebruiken, de betekenis van de dingen, maar er wordt ook over heel gewone dingen gesproken. Die sabbatmaaltijd kan wel tweeënhalf uur duren en ondertussen wordt er veel gezongen. Zo geven de joden hun enorme liederenschat aan elke nieuwe generatie door.’’

Extra info over de sabbattafel:

De typische sabbattafel is gedekt met een wit tafellaken en met het beste servies. Je ziet de twee kaarsen, maar ook de gevlochten kaars die op zaterdagavond wordt aangestoken. Een reukdoos met geurige kruiden (de geur van de sabbat) wordt doorgegeven. Twee gevlochten broden vind je terug op de tafel omdat Mozes in de woestijn ook manna kreeg voor twee dagen.

5) De Hare Krishna

Bij Hare Krishna gaat het erom dat je je - door het loslaten van materiële zaken en door zuiver te leven (eten!) - openstelt voor de kracht van god en rein wordt. Als je goed leeft, hoef je uiteindelijk niet meer te reïncarneren en word je ten slotte door God de hemel ingetrokken. Vandaar dat handige staartje op het achterhoofd!
Eten is erg belangrijk. Je moet rein eten. Eet je niet zoals voorgeschreven, dus wel vlees, dan kun je na je dood op aarde terugkomen als een beest. Ze eten in de eerste plaats vegetarisch. Geen eieren. Eieren zijn namelijk de menstruatie van een kip en dus onrein. Geen vlees, want je bent wat je eet en bovendien: dus word je wat je eet. Volgens de Hare Krishna is vlees dus heel slecht en als je je er op wat voor manier dan ook mee bezighoudt (ook bijvoorbeeld door het te vervoeren) ben je fout bezig. Het eten (melk, groenten) halen ze vooral van (het liefst eigen) boerderijen want ze willen precies weten waar het vandaan komt. Alles moet rechtstreeks van het land komen! Er bestaat een lijst met 'verboden' etenswaren, enigszins te vergelijken met de joodse Kasjroetlijst. Dierlijke elementen zijn not done. Maar het allerbelangrijkste is dat je verplicht eten offert, want ook als je vegetarisch eten bereidt, doe je andere wezens (lees: de plantjes) pijn. Door te offeren maak je het eten 'Karma-vrij'.
Al het eten moet worden geofferd. Zelfs een zak snoep moet je offeren. Hoe gaat dat offeren? Van elk gerecht wordt een beetje op een zilveren schaal gedaan. Dat wordt naar het altaar gebracht. Het altaar is versierd met bloemen en foto’s van Krishna’s profeten. Er komt een doek voor het altaar. Er wordt gezongen. Dan wordt er 20 minuten gewacht, zodat hun God Hare Krishna de kans krijgt om te gaan eten. Daarna wordt het ‘niet’ aangeroerde eten naar de keuken gebracht en gaan de mensen eten. Een jongen van veertien vertelde ons dat je ook in je hoofd kan offeren.

P3160033fa

6) De Spaanse cultuur

Paella is een oorspronkelijk Valenciaans en tegenwoordig typisch Spaans gerecht met als ingrediënten de lokaal aanwezige producten: in het binnenland: konijn, kip, garrofón, evt. slakken en in een later stadium aan de kust vis en schaaldieren. Omdat paella vaak in grote groep, uit een grote pan wordt gegeten, heeft deze maaltijd een heel sociaal en gezellig karakter.


Bronnen:
http://www.beleven.org/ (Tip:op deze site vindt men nog een heel aantal andere verhalen, waaronder ook sprookjes, die met eten te maken hebben)
http://www.omroep.nl/nps/kookvanjou/
http://www.tertio.be/archief/2007/T371/T371-ge1.htm

  • De thematiek van eten in verschillende tradities en culturen leent zich uitstekend tot het maken van een groepswerk. De klas wordt in groepjes verdeeld die elk over één welbepaalde cultuur of traditie informatie opzoeken (in de bib of op het internet) in verband met de feesten ervan en welk eten er daarbij gegeten wordt, de voedselvoorschriften die er heersen,... Elk groepje komt dan de toegewezen cultuur voorstellen voor de klas. Ze zoeken ook naar een aantal foto’s die hun voorstelling kunnen ondersteunen. Wanneer men op deze manier tewerk gaat, is het aangewezen om de informatie hierboven nog niet aan de hele klas prijs te geven. Men kan wel telkens de leerlingen van het betreffende groepje de informatie geven over de traditie die hen werd toebedeeld, om hen op weg te helpen.
  • Indien men niet met een groepswerk wenst te werken, kan men ook met de leerlingen de verschillende teksten (of een selectie daaruit) gaan lezen of aan hen vertellen. Vooral de getuigenissen komen daarvoor in aanmerking. Indien er toevallig joodse, islamitische, hindoeïstische,... leerlingen in de klas aanwezig zouden zijn, kan men hen ook uitnodigen om zelf iets te vertellen over de feesten in hun religie, over de omgang met eten binnen de eigen traditie,...
  • Men kan er ook voor opteren om de leerlingen alleen de naam te geven van de verschillende feesten en hen zelf, vanuit hun parate kennis, zoveel mogelijk te laten vertellen hierover. Voor de meeste leerlingen is dit misschien te moeilijk; men kan echter ook telkens een korte beschrijving geven van één van bovenstaande feesten en dan de leerlingen laten raden bij welke religie dit feest hoort.
  • Bij het koosjer eten kan men met de leerlingen een oefening doen. Men laat de leerlingen hun lievelingsmaaltijd neerschrijven en men gaat dan klassikaal na of deze maaltijd als koosjer gezien zou kunnen worden en wat men zou moeten veranderen om er een koosjer maal van te maken.
  • Bij de uitspraak “zoet eten, zoet denken” (bij het feest van de geboorte van de profeet) kan men met de leerlingen een associatiespel doen. Zij schrijven alle gedachten die ze bij deze woorden hebben aan bord. Men kan hierbij bijvoorbeeld een aantal zoetigheden, zoals Turks fruit serveren. Er bestaat een Turks spreekwoord: “na zoet eten is het zoet praten”. Men kan met de leerlingen discussiëren over de vraag of daarin misschien de reden zit voor gebruik van het het eten van een zoet nagerecht, dat men in vele culturen kan terugvinden.

7) Tussen twee culturen

Heel wat kinderen, en sowieso heel wat mensen die in België komen maar hun roots hebben in een ander land, groeien op binnen het spanningsveld tussen twee culturen, en ook op het gebied van eten wordt dat duidelijk. Zij kennen enerzijds de typisch Belgische keuken, maar vaak wordt er thuis gekookt in overeenstemming met een heel andere eetcultuur (met, wanneer men bepaalde religieuze tradities aanhangt, een heel aantal specifieke voedselvoorschriften), wat niet altijd even evident is, bijvoorbeeld in het contact met vriendjes. De andere eetcultuur is trouwens ook een manifestatie van de verschillende die er bestaan tussen verschillende culturen en de moeilijkheden en ambivalente gevoelens die mensen die geëmigreerd zijn soms ervaren. De volgende liedjes van Kinderen voor Kinderen behandelen deze thematiek op een fijnzinnige manier.

Baklava of rijstevla

Beluister dit nummer

beluister snelle / trage verbinding

Mijn vader woont in Nederland
M'n moeder in Marokko
Want zij is pas teruggegaan
Haar vaderland dat trok zo
M'n vader zegt nu tegen mij:
Je moet het zelf maar weten
Ga je naar haar, blijf je bij mij
En nou zit ik te zweten

Allah ak'bar, Allah ak'bar
Blijf ik hier of blijf ik daar
Daar in Marokko ben ik thuis
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Liever hier of liever daar
Maar hier in Holland staat mijn huis
Daar lekker elke dag couscous
Hier weer patat met appelmoes
Allah ak'bar, Allah ak'bar

Nou heb ik dus een vaderland
Daar kun je 's winters sleeën
En ook heb ik een moederland
Met prachtige moskeeën
Twee landen, dat is dubbel fijn
En toch zit ik te kniezen
Ga ik naar daar, of blijf ik hier
Ik kan gewoon niet kiezen

Allah ak'bar, Allah ak'bar
Blijf ik hier of blijf ik daar
Daar in Marokko ben ik thuis
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Liever hier of liever daar
Maar hier in Holland staat mijn huis
Daar lekker elke dag couscous
Hier weer patat met appelmoes
Allah ak'bar, Allah ak'bar

Baklava of rijstevla
Marrakech of Appelscha
Ga je nou ja, ga je nou nee
Blijf je nou hier, ga je nou mee

Allah ak'bar, Allah ak'bar
Blijf ik hier of blijf ik daar
Daar in Marokko ben ik thuis
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Liever hier of liever daar
Maar hier in Holland staat mijn huis
Daar lekker elke dag couscous
Hier weer patat met appelmoes
Allah ak'bar, Allah ak'bar

Baklava of rijstevla
Marrakech of Appelscha
Ga je nou ja, ga je nou nee
Blijf je nou hier, ga je nou mee

Allah ak'bar, Allah ak'bar
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Allah ak'bar, Allah ak'bar
Allah ak'bar

Dit liedje kan ook bekeken worden via: http://www.youtube.com/watch?v=iz73BndPg1o

Heimweetaart

Beluister dit nummer

beluister snelle / trage verbinding

Koor
Goud en geel de zon de zon
Warme Afrikaanse zon 2x

solo
Als de zomer weer voorbij is
En het donker is op straat
Als het koud is en het regent
Krijgt mijn moeder het te kwaad
Dan gaat ze bij het raam staan
En zegt ze met een zucht
Dit is toch geen weer meer
Moet je kijken wat een lucht
Waar is de zon gebleven
Ik reis hem achterna
Wat doe ik hier nog langer
Ik ga terug naar Afrika
Gelukkig blijft ze bij ons
Hier in Holland hoort ze thuis
En als het haar teveel wordt
Haalt ze Afrika in huis
Dan gaat ze naar de keuken
En bakt ze met veel vaart
In minder dan een uurtje
Afrikaanse heimweetaart 2x

Refrein
Heel ons huis ruikt naar de zomer
Uit mijn moeders meisjestijd
Heimweetaart met honing
En met liefde toebereid
Laat maar lekker waaien buiten
Heus daar malen wij niet om
Binnen is het hartje zomer
Hier op tafel schijnt de zon

Goud en geel de zon de zon de zon
warme Afrikaanse zon

Als ik weleens verdriet heb
En ik weet zelf niet waarom
Dan denk ik, het is heimwee
Net als mama naar de zon
Naar een zomer in het zuiden
Naar mijn moeders Afrika
Als ik nu toch eens kon vliegen
Dan vloog ik de vogels na

Mama ziet dat ik verdwaald ben
En volkomen van de kaart
Kom, we bakken zegt ze
Afrikaanse heimweetaart 2x

Refrein

Dit liedje kan ook bekeken worden op: http://www.youtube.com/watch?v=kgr9PEDtwsM

  • Men kan met de leerlingen naar de liedjes luisteren en hen deze liedjes eventueel zelfs aanleren. Voor sommige leerlingen, die zelf geëmigreerd zijn of van wie de ouders of grootouders geëmigreerd zijn, zal het gevoel dat in deze liedjes opgeroepen wordt misschien bekend voorkomen (of niet niet). Het kan heel interessant zijn om deze leerlingen te laten vertellen over hoe zij het ervaren om in zekere zin deel uit te maken van twee culturen. Hebben zij ook heimwee? Voelen zij nog een nauwe band met het land van afkomst? Gaan ze er soms nog op bezoek? Eten ze thuis nog gerechten die typisch waren voor het land van afkomst?
  • Het is ook mogelijk om met de leerlingen eerder hypothetisch te spreken over deze thematiek, waarbij zij zich proberen te verplaatsen in iemand die dit meemaakt en zo antwoord proberen te geven op bovenstaande vragen.

Reacties op deze in de kijker

De ingezonden reacties tot nu toe:

  1. 03-03-2009
    Marike
    Leerkracht secundair onderwijs

    Bedankt voor de goede ideeën en leuke verwerkingsopdrachten!


     

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Geef uw eigen aanvullingen, suggesties, ervaringen, reacties,... door

Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.

Naam:
E-mailadres:

U bent:

Uw reactie/vraag/opmerking/suggestie:

Indien gewenst, stuur hierbij een bestand mee:

Visual CAPTCHA

Vul bovenstaande code in:


Als u een bestand meestuurt, kan het even duren vooraleer u
op de volgende pagina terechtkomt
.
Gelieve toch maar één keer op 'Verzenden' te klikken.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina


Gedichtendatabank