print deze pagina af voeg deze pagina toe aan je favorieten e-mail deze pagina Klik hier om in te loggen Guided Tour

Op stap met de engel(en) van Lucas in de geboorteverhalen.

"En de engel Gabriël zei tot haar: Vrees niet, Maria,
want gij hebt genade in God gevonden" (Lc. 1,30)

 

De geboorte. Naar het Bijbelverhaal geïllustreerd door Julie Vivas. Uitgegeven van Casterman 1987 - ISBN 90 303 9955 4
De geboorte. Naar het Bijbelverhaal geïllustreerd door Julie Vivas.

 

Inhoudstafel 

Klaspraktijk

Inleiding

Impulsen:

  • Impuls A: Een mens is een vat vol ideeën, dromen, gevoelens, verlangens, ingevingen, vermoedens, twijfels, overtuigingen. Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • Impuls B: Waarom blijft dat ene hangen? bruikbaar voor derde graad

  • Impuls C: Een boodschap die van God komt. Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

    Impuls C1: Boodschappen ten goede of ten kwade. Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad
    Impuls C2: Een hele klus om met die innerlijke wereld om te gaan. Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad
    Impuls C3: Onderscheiden welke boodschappen van God komen. Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • Impuls D: Waarom een engel erbij gehaald? Leren begrijpen van geloofstaal. Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • Impuls E: Engelen bij Lucas in het verhaal over geboorte. Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

    Impuls E': Voor klassen met moslim-kinderen: parallellezing: Geboorteverhalen van Jezus in de Koran.

  • Impuls F: Een 'engelcollage' aan de hand van zoekopdrachten. Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • Impuls G: Onvergetelijke engelen. Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

 

Leerkracht

 

Achtergrondinfo

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Klaspraktijk

Inleiding 

Enkele inleidende bemerkingen:

  • De letternummering wijst erop dat de volgorde waarin de impulsen gerangschikt staan geen belang heeft. Hoewel de hier gepresenteerde opbouw bedoeld is om een inhoudelijke lijn uit te zetten voor de leerkracht, kunnen de impulsen en opdrachten elk apart en in andere volgorde gebruikt worden.

  • Niet alle impulsen en bijhorende opdrachten zijn geschikt voor alle leeftijden: per impuls en per opdracht staat aangegeven voor welke leeftijd dit mogelijk is: er zijn suggesties voor kleuters tot en met de derde cyclus of graad. Dit wordt op volgende manier aangegeven:
      : Bruikbaar voor kleuters
      : Bruikbaar in de eerste graad
      : Bruikbaar in de tweede graad
      : Bruikbaar in de derde graad
    Er zijn ook impulsen en opdrachten die voor alle leeftijden geschikt zijn. Hier zal de leerkracht zelf een aanpassing van taal en formulering van opdracht moeten doorvoeren naar de leeftijd van zijn of haar kinderen in de klas.

  • De impulsen zijn zo uitgewerkt dat de informatie voor de leerkracht voor het grootste deel verwerkt is in de inhoudelijke omschrijving van de impuls. Er is nog wat extra achtergrondinformatie voorzien rond engelen in de kindheidsevangelies en de geboorteverhalen van Jezus in de Koran.

  • Deze thema-uitwerking past binnen het leerplan r.-k. godsdienst voor het Lager Onderwijs in Vlaanderen, Erkende Instantie, 1999. Het sluit aan bij de doelen van het 11de onderwerp per cyclus, met name: 'het liturgisch en pastoraal jaar'. Verder bij de eerste cyclus: 'Verhalen over Jezus', de tweede cyclus: 'Symbolen' en de derde cyclus: 'Bewogen mensen zoeken en vinden elkaar: Kerk-andere godsdiensten' en 'Bijbel: een lange geschiedenis van bewogen mensen'.

  • Deze thema-uitwerking leent zich goed voor een leergebiedoverschrijdende benadering: er is vooral aansluiting met Muzische Vorming en Taal.
    Kris De Ruyscher, begeleider Muzische vorming, VVKBaO zegt hierover: "Symbooltaal, rituelen en vieringen brengen ons vanzelfsprekend bij de muzische dimensie in de mens. Wat niet te vatten is in objectieve taal, komt veel beter tot uiting in tal van muzische expressievormen."

  • Er is naar gestreefd om zoveel mogelijk het nodige didactisch materiaal mee op te nemen, zodat de voorbereidingstijd voor de leerkracht zo klein mogelijk blijft.
    Wat nog extra nodig is: kranten of tijdschriften die maatschappelijke actualiteit, aangepast aan het niveau van de kinderen bevatten. Voorbeeld: de Bond, Libelle, Parochieblad... Verder ook knutselmateriaal (klei, stofrepen, materiaal uit de natuur,...) en een goede kinderbijbel waarin het geboorteverhaal volgens Lucas uitvoerig verteld wordt. Wij raden aan: Baukje Offringa, Op weg, Zoetemeer, 1994, p. 185-195. Enkele passages hieruit worden meegegeven in bijlagen.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina


Impulsen 

  • Knooppunt 1: Engelen brengen boodschappen van God aan de mensen; maar wat bedoelt men dan eigenlijk met 'een boodschap'? Post van hemel? Of menselijke verbeelding?

  • Knooppunt 2: Hoe kun je weten of die boodschappen van God komen? Zijn er mensen die meer gevoelig zijn dan anderen voor goddelijke boodschappen?


Impuls A: Een mens is een vat vol ideeën, dromen, gevoelens,
                         verlangens, ingevingen, vermoedens, twijfels, overtuigingen.
 Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

Doe-suggesties:

  • Individuele expressieopdracht Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad:
    Wat zijn bij jou bijzondere, opvallende, eigenaardige, leuke,... ideeën, gevoelens, verlangens... Hoe kijk je naar die voortdurende stroom in de 'binnenkant' van jezelf (of ook je 'ziel', je 'geest')?
    Een schematisch mannetje of vrouwtje laten tekenen en in meerdere tekstballonnetjes met gebruik van allerlei kleuren en lettertypes de gedachten, gevoelens, verlangens laten weergeven.
    Dan, zich hierbij afvragen: wie heb ik nu in beeld gebracht? Mezelf? Een klein stukje van mezelf? Of degene die ik zou willen zijn? Of juist niet wil zijn? Leerlingen hier vrij over laten vertellen. Elke leerling plaatst een titel erbij die voor hem/haar het beste past. Vb 'Dit ben ik' of 'Dit ben ik als ik fier ben op mezelf' of 'Dit ben ik als ik me eenzaam voel' of 'Zo wil ik zijn!'...

  • Per twee Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graad:
    Proberen van elkaar te raden wat de ander denkt, voelt verlangt. De ander probeert uitdrukking te geven aan een gedachte, een gevoel of een verlangen op een niet-verbale wijze: via mime en lichaamsexpressie. 

  • Bij een afbeelding of foto uit kranten of tijdschriften proberen te bedenken wat dat personage denkt, voelt, verlangt. Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

 

Impuls B: Waarom blijft dat ene hangen?
                         Waarom doet die ene ingeving, die ene droom dat ene verlangen
                         iets met je leven? bruikbaar voor derde graad

Vraag voor een filosofisch kringgesprek:

Vertel iets over een ingeving of een droom of een verlangen, dat hardnekkig terugkeert, waar je je niet zo gemakkelijk vanaf kan maken...
Waarom zou die ingeving, die droom, dat verlangen je niet loslaten?

In dat allegaartje van ideeën, dromen, verlangens komen soms 'boodschappen' of 'aanzeggingen' boven drijven. Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

 
Wat is een 'boodschap' of 'aanzegging': We begrijpen iets als een boodschap, als de inhoud ervan ons denken en doen rechtstreeks beïnvloedt, richting geeft, oriënteert,...
 

Voorbeelden:

Ideeën kunnen gaan werken als een boodschap, een aanzegging:

Galileï bijvoorbeeld, had het idee dat de wereld wel eens rond kon zijn in plaats van plat. Dit idee is voor hem de boodschap van zijn leven geworden: hij voelde dat hij er iets mee moest doen, dat dit idee zijn leven en dat van anderen zou veranderen.

Zoek nog andere voorbeelden

Dromen kunnen zich omvormen tot een boodschap:

Als je verliefd wordt op iemand, kan je van die persoon gaan dromen. Die droom kan zo belangrijk worden, dat die op dat moment de boodschap van je leven wordt: je wordt rusteloos en je voelt dan dat je er iets mee moet doen.

Of ook 'I have a dream' van M.L. King
Of...

Zo kunnen we ook blijven vast hangen aan gevoelens, verlangens, vermoedens, ingevingen... Ze kunnen zich in ons vast bijten, ons uit ons lood slaan. Soms kan het ons zo sterk overvallen, dat het bang maakt; alsof we erdoor behekst worden: we hebben er dan niet onmiddellijk greep op hebben.

Impuls C: Een boodschap die van God komt. Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

Impuls C.1: Boodschappen ten goede of ten kwade. Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

Dat zie je meestal pas goed achteraf: daar, toen op dat moment, in die situatie is het fout gelopen; dat had niet mogen gebeuren, daar is de verkeerde beslissing gevallen. Zo kunnen mensen achteraf redeneren. Of omgekeerd: achteraf beseffen: daar op dat moment, dat was een goede ingeving, die droom, die heeft mij gevormd en gemaakt tot wie ik ben; daar heb ik veel aan te danken...

Zoek de goede en de slecht ingevingen die je vermoedt achter verhalen, in krantenberichten,... Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

 
Impuls C.2: Een hele klus om met die innerlijke wereld om te gaan. Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

Vele verhalen en sprookjes vertellen iets over de manier waarop boodschappen een stem kunnen krijgen in het leven van mensen en hoe die boodschappen dat leven ten goede of ten kwade tekenen.

Wat vind jij een mooi verhaal met een 'boodschap' die een doel/bestemming geeft aan iemands leven? Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

 
Impuls C.3: Onderscheiden welke boodschappen van God komen. Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

De bijbel/koran en heel wat andere religieuze literatuur zijn boeken die gaan over het zorgvuldig leren onderscheiden welke boodschappen van God komen.
Voor wat de bijbel betreft: Het gaat steeds om boodschappen die gericht zijn op heil voor alles wat bestaat. Het zijn boodschappen, die voort komen uit de droom van God met de mens (zo ervaren gelovige christenen het). Het zijn boodschappen die 'anders' zijn dan anderen.

Wat bedenk je hierbij, wat voel je hierbij, hoe zouden boodschappen aanvoelen, die van God komen?
Lichter? Helderder? Waarachtiger? Ongrijpbaarder? Taaier? Doordringender? Moeilijker? Verwarrender?... Wat komt er bij jou zoal op? Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

 
Aanknopingspunt in de bijbel: De bekoringen van Jezus in de woestijn. Lc 4,1-13 Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

Vol van heilige Geest keerde Jezus terug van de Jordaan. Hij bleef veertig dagen lang in geestvervoering in de woestijn, waar Hij door de duivel op de proef werd gesteld. Al die dagen at Hij niets, en toen ze voorbij waren kreeg Hij honger. Toen zei de duivel tegen Hem: Als U de Zoon van God bent, zeg dan tegen deze steen dat hij een brood moet worden.' Jezus antwoordde hem: 'Er staat geschreven: Niet van brood alleen zal de mens leven.' Daarop nam de duivel Hem mee omhoog en liet Hem in een flits alle koninkrijken van de wereld zien en zei: 'Heel die macht en al hun pracht zal ik U geven, want zij zijn mij in handen gegeven en ik geef ze aan wie ik wil. Als U mij aanbidt zal het allemaal van U zijn.' Jezus gaf hem ten antwoord: 'Er staat geschreven: De Heer uw God zult u aanbidden en Hem alleen dienen.' Hij bracht Hem naar Jeruzalem, zette Hem op de rand van de tempel en zei: 'Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij bevelen U te beschermen, en: Op hun handen zullen ze U dragen, zodat U aan geen steen uw voet zult stoten.' Jezus antwoordde hem: 'Er is gezegd: U zult de Heer uw God niet op de proef stellen.' Toen de duivel alle beproevingen had uitgevoerd, ging hij van Hem weg voor een bepaalde tijd.

Zie ook www.willibrordbijbel.nl

 
Aanknopingspunt vanuit de Islam Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad:

De eerste openbaring aan Mohammed en de twijfel die Mohammed ziek maakt. Ook de mensen rondom hem die zijn boodschap in twijfel trekken

Zie verder Bijlage 1: Verhalen uit: Mardijah Aldrich Tarentino, Prachtige verhalen uit het leven van Mohammed. Zoetemeer, 1994.

 
Besluit:

Het is niet zo gemakkelijk om boodschappen van God te herkennen en om ze goed te begrijpen.
Toch wil de bijbel het hebben over dit soort van boodschappen; elke bladzijde in de bijbel wil iets zeggen over hoe God spreekt tot de mens.

Impuls D: Waarom een engel erbij gehaald? Leren begrijpen van geloofstaal Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

Klasgesprek over volgende inhoud:

De engel is een signaal, een herkenningsteken.

Er zijn boodschappen, zegt de bijbel, die van God komen.
Die worden herkenbaar gemaakt:

Een engel is zulk een herkenningsteken:
de boodschappen die door een engel gebracht worden in het leven van dit of dat bijbels personage, blijken achteraf diep te hebben ingewerkt op het leven van dat personage.

De vertellers van het bijbelverhaal hebben achteraf begrepen, dat deze boodschappen iets met God te maken hebben.

Zij willen die boodschappen doen opvallen, markeren met fluorstift, zorgen dat ze in het geheugen gebrand worden van de toehoorders of lezers!

Zo is het bezoek van een engel een markeringsteken.
Als er een engel verschijnt, weet je als lezer of toehoorder: opgepast, hier, dit idee, deze droom, dit verlangen, dit gevoel wat hier door de engel uitgesproken wordt, dat is in het leven van die persoon een boodschap van God gebleken. We houden dat vast en we 'markeren' het, omdat we eruit kunnen leren hoe God mensen aanraakt, beroert, aanspreekt in hun ideeën, dromen, verlangens,...
De vertellers willen ons waarschuwen: beluister deze boodschap zorgvuldig, want ze komt van God.

Probeer zelf ook zulk soort van boodschappen te onderscheiden in je eigen leven en in de geschiedenis van mensen. Markeer ze, plaats er bijvoorbeeld een engel bij, zodat je het niet vergeet, zodat ze niet vervluchtigen of verdrongen worden door andere, gemakkelijkere, maar minder 'goede' boodschappen.
Opdrachten:
  • Het mannetje of vrouwtje met de tekstballonnetjes uit de eerste oefening kan hier opnieuw gebruikt worden: de leerlingen vragen om 'onderscheid' te maken tussen wat wel of niet van God zou kunnen komen. Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • Oefening bij 'engelcitaten' uit het kindheidsevangelie van Lucas (zie ook Impuls E).
    Vraag je af: heeft de inhoud van deze boodschap een belangrijke rol gespeeld in het leven van dat personage? Hoezo? Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • Verhaal uit Baukje Offringa: Verhalen om nooit te vergeten, Delft 1987: 'Zijn er nog wel engelen'. (zie bijlage 2) Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad.
    Gespreksvragen:
        Wat kunnen engelen voor mensen betekenen?
        Bestaan engelen echt denk je? Waarom denk je dat? Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • Gesprek rond 'de engelen van Sarajevo' (zie bijlage 3) bruikbaar voor derde graad

  • Engelen in de kunst (zie bijlage 4) Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad
    Bekijk de afbeeldingen.

    • Door welke engel word je aangesproken?
    • Wat roept die in je wakker?
    • Welke boodschap draagt die uit?
    • Komt die boodschap mogelijk van Godswege?
    • Waarom wel of waarom niet?
    • Welke engel past het best bij het kerstverhaal? Waarom denk je dat?
    • Wat bedenk je hierbij?
       
  • Maak nu zelf een engel die bij het kerstverhaal past.
    Materiaalsuggesties: klei, veren, natuurmaterialen, verf, repen stof,... Deze engelen kunnen nadien in de kerstboom gehangen worden. Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

 


Impuls E: Engelen bij Lucas in het verhaal over de geboorte van Jezus Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

Kinderbijbel: Baukje Offringa, Op weg, Zoetemeer, 1994, p. 185-195.
Enkele fragmenten hieruit vind je in bijlage 6.

Zie ook achtergrondinfo

Engelencitaten in de Lucas-versie:
Deze kunnen, zeker met de oudste kinderen in de eigenlijke bijbeltekst gebruikt worden (en niet uit een kinderbijbel).

Zie ook www.willibrordbijbel.nl

 
Lc 1, 11-20: Zacharias

Toen verscheen hem een engel van de Heer, rechts van het offeraltaar. Zacharias raakte in verwarring toen hij hem zag en werd door vrees overvallen. Maar de engel zei tegen hem: 'Schrik niet, Zacharias, want uw gebed is verhoord; uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren, die u de naam Johannes moet geven. Hij zal u vreugde en blijdschap brengen. Om zijn geboorte zullen zich velen verheugen, want hij zal groot zijn in de ogen van de Heer. Wijn en sterke drank zal hij niet drinken , met heilige Geest zal hij vervuld worden, al in de schoot van zijn moeder. Vele Israëlieten zal hij bekeren tot de Heer hun God. Hij zal voor Hem uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaders te keren naar de kinderen, en ongehoorzamen tot de houding van rechtvaardigen, en zo voor de Heer een volk in gereedheid te brengen.' Daarop zei Zacharias tegen de engel: 'Hoe kan ik daar zeker van zijn? Ik ben een oude man en mijn vrouw is al op jaren.' De engel gaf hem ten antwoord: 'Ik ben Gabriël, die God terzijde staat. Ik ben gezonden om met u te spreken en u dit heuglijke nieuws te brengen. Maar u zult zwijgen en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit gebeurt, omdat u mijn woorden niet hebt geloofd; maar die zullen op hun tijd in vervulling gaan.'

Meditatieopdracht:
Druk uit in een gebaar, een kernzin, een houding, wat dit citaat bij jou oproept; je kan er ook met groepjes een levend beeldhouwwerk rond maken (voorzie enkele attributen die de expressiewaarde van de oefening kunnen vergroten, voorbeeld: doeken, stokken,...) en dit achteraf op een 'belevingsgerichte manier' bespreken.

Enkele losse aanzetten tot verdieping:
Wie is Zacharias, wat ziet hij, wat voelt hij, wat verlangt hij? Waarvan droomt hij?

De engel bij Zacharias:
Zacharias is ontstelt...
wordt met een vrees bevangen...
De woorden van de engel klinken ongeloofwaardig...

De engel slaat met verstomming:
Wie zich afsluit voor de stem van de engel staat 'stom' voor situaties van uitzichtloosheid, perspectiefloosheid, duisternis,... onvruchtbaarheid, hoge ouderdom: allemaal verwijzingen naar de dood, die dichtbij is... De dood maakt mensen 'stom'.
De stomheid van Zacharias wijst in de richting van: er zijn geen woorden voor, de mens verliest er zijn taal door: hij loopt erin vast, hij kan er geen zin, geen betekenis aan geven.

De belofte die de engel doet voltrekt zich:
Eerst 'verdraagt' Zacharias zijn stomheid: later leert hij 'begrijpen' wat hem overkomt.
Hij doorloopt een bekeringsproces.

Hij laat achteraf zien dat hij iets van de kracht en de betekenis van het goddelijk perspectief dat zich uitspreekt doorheen de engel begrepen heeft:
Niet Zacharias moet zijn zoon heten, maar Johannes: het levensverhaal van zijn zoon zal slechts te begrijpen zijn vanuit goddelijk perspectief, dat zich inschrijft in de naam of de persoon (in het jodendom is het wezen van de persoon uitgedrukt in de naam) van Johannes.

De lezer hoort door het verhaal over Zacharias een waarschuwing:
Wie het goddelijk perspectief niet aanvoelt in het levensverhaal van Johannes loopt erin vast: en inderdaad hij heeft niet bepaald een rooskleurig leven voor zich als we het naar menselijke maatstaven afmeten: hij zal terecht gesteld worden om wat hij doet en zegt.

 
Lc 1, 26-37: Maria

In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, naar een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. De engel trad bij haar binnen en zei: 'Verheug u, begenadigde, de Heer is met u.' Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. Maar de engel zei: 'Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.' 'Maar hoe moet dat dan?' zei Maria tegen de engel. 'Ik heb geen omgang met een man.' De engel antwoordde haar: 'Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.'

Meditatie-opdracht:
Een speciale vorm van bibliodrama: werken met een koor van engelen en Maria's: (zie bijlage 7) Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

Enkele losse aanzetten tot verdieping:
De engel
doet schrikken,
roept vragen op,
gaat in tegen de gewone logica van het gezond verstand,
spreekt over een andere, een nieuwe dimensie die niet te vatten en niet te beschrijven is binnen de context van gewone situaties, gebeurtenissen of omstandigheden.
Geeft opnieuw een naam op voor het kind: Jezus: de naam is een opdracht, is een werkwoord.

 
Lc 2, 8-14: Een engel bij de herders

Er waren daar in de buurt herders, die in het veld overnachtten om de wacht te houden bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen. Ze schrokken hevig. Maar de engel zei: 'Schrik niet, want ik heb een goede boodschap voor u, een grote vreugde voor het hele volk. Vandaag is in de stad van David uw redder geboren; Hij is de Messias, de Heer. Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.' Plotseling was er bij de engel een heel leger uit de hemel; ze loofden God met de woorden: 'Glorie aan God in de hoogste hemel, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft.'

Meditatie-opdracht:
In groepjes de ontmoeting tussen de engel en de herder(s) in het herderverhaal vertellen of hervertellen, spelen en herspelen. Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

Als engelen liederen van vrede zingen. Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad
Suggesties: Vredesliederen (zie bijlage 8)

  • Sjaloom Haverim
  • Geef vrede Heer geef vrede
  • Vrede op aarde aan alle mensen
  • Alle mensen worden broeders
  • Het einde van de negende symfonie van Beethoven beluisteren

Enkele losse aanzetten tot verdieping:
De herders
worden plots overvallen
voelen een grote vrees
De engel
wijst een teken aan: een kind
Een hemelse heerschare sluit aan, die God verheerlijkt


Impuls E' : Voor klassen met moslimkinderen: parallellezing:
                           Geboorteverhalen van Jezus in de koran.

Francien van Overbeeke-Rippen, Ibrahim en Abraham, koran en bijbel verteld voor kinderen, Zoetemeer, 2000 (zie bijlage 5).

Zie ook achtergrondinfo uit Frans Hitchinson, Ontmoeting. De islam binnen de katholieke godsdienstlessen in het basisonderwijs, 2002.

Zie ook achtergrondinfo uit Meneh Hammad AlJohani, De waarheid over Jezus, Leiden, 1998.


Impuls F: Een 'engelcollage' aan de hand van zoekopdrachten. Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

Deze opdracht kan in groepjes of klassikaal uitgevoerd worden:
Kleef 'engelenvleugels' (zie bijlage 9) bij mensen of situaties waar deze goed passen.
Deze collages kunnen bij de klassieke kerstal geplaatst worden in de klas. Het zijn 'alternatieve kerststallen' die vanuit het oogpunt van de kinderen een veelvoudige zin en betekenis kunnen geven aan de klassieke kerststal. Hierrond kunnen met de kinderen op vele manieren 'geloofsgesprekken' gevoerd worden.

 
De zoekopdrachten:
  • Zoeken naar situaties die de mens slaan met verstomming omwille van de uitzichtloosheid. bruikbaar voor derde graad

  • De engel niet toelaten: zich neerleggen bij de onmenselijkheid, de onrechtvaardigheid, de spiraal van geweld,...
    Waar gebeurt dit rondom ons: veraf, dichtbij? Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • De engel toelaten: leren kijken met de ogen van God. Ga op zoek naar mensen die kijken met de ogen van God?
    Zoek naar voorbeelden! Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • Johannes leeft met een droom, een verlangen dat verder reikt dan eigenbelang op korte termijn.
    Wie zou een Johannes in onze wereld kunnen zijn? Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • Maria is bereid een hoge prijs te betalen voor die droom van God. Ze doet wat de engel zegt: ze noemt haar kind Jezus: dit wil zeggen, ze staat als moeder pal achter zijn weerbarstige, moeilijke levensweg, die naar menselijke normen gedoemd is om te mislukken. Ga op zoek naar voorbeelden van moeders die een hoge prijs moeten betalen voor de rechtvaardigheidsstrijd van hun kinderen.
    Is dit altijd een goede zaak? Hoe weet je of een rechtvaardigheidsstrijd wel of niet past in de droom van God met de mens? bruikbaar voor derde graad

  • In Maria borrelt een onnoemelijke blijheid op, naar aanleiding van het bezoek van de engel. Die blijheid is ook al heel sterk voelbaar in de ontmoeting met Elisabeth en in het Magnificat zingt ze deze blijheid uit: die grote blijdschap is eigenlijk dat wat een onuitwisbare indruk nalaat in het hart van Maria: daardoor kan ze het aan om moeder te zijn van zo iemand als Jezus.
    Zoek voorbeelden van stralende, blije mensen, mensen die door hun blije, gelukkige uitstraling iets van een engel hebben Bruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad (Bruikbaar voor kleuters: laat vleugels plakken bij blije mensen: zo een engelencollage maken)

  • Moeders, vrouwen zijn nog al eens meer: 'als engelen'...
    Zoek voorbeelden! Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • Wie wordt het eerste gewaar dat er iets 'nieuws' in de lucht hangt, wie voorvoelt die aanwezigheid van het goddelijk perspectief? De herders: de verstotenen, de marginalen, de kansarmen: zij zijn de eerste die iets van Gods droom kunnen begrijpen en er, net zoals Maria, blij om zijn. Niet dat ze er rijker of voornamer door worden, maar er trekt een gevoel van blijdschap, van geluk door hun gemoed.
    Zoek naar de herders anno 2003... (aansluiting bij campagne welzijnszorg: www.welzijnszorg.be) Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

  • Het teken van God is een kind, in doeken gewikkeld in een voederbak, een kribbe.
    Ga op zoek rondom je naar iets dat past bij de stal met het kind in de kribbe: waar kom je bij uit? Zet het bij de stal of kleef het in de collage. Bruikbaar voor kleutersBruikbaar voor eerste graadBruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

 


Impuls G: Onvergetelijke engelen. Bruikbaar voor tweede graadbruikbaar voor derde graad

Twee engelenverhalen: (zie bijlage 10)

Leerlingen beluisteren de verhalen en drukken uit wat deze verhalen bij hen oproepen.
Ze noteren (bijvoorbeeld in hun groeiboek) of verwoorden of brengen tot expressie wat voor hen betekenisvol en daarom onvergetelijk is geworden doorheen deze activiteiten.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Leerkracht

Bijlage 1: Verhaal over de openbaring van Mohammed

Tarantino, M.A ., Prachtige verhalen uit het leven van Mohammed, Zoetermeer, 1994, p 3740.

Nadat Mohammed terug was gekeerd van een lange reis vroeg hij aan Chadiedja, zijn vrouw, of ze het goed vond dat hij een paar dagen wegging. Hij wilde alleen zijn, zoals vroeger toen hij schapen hoedde, onder de sterrenhemel bij het rustgevende water van de oase. Alleen daar bij de eenvoudige, zachtmoedige schapen, kwamen zijn gedachten tot rust. Mohammed vastte vaak. Chadiedja begreep niet goed waarom: "Waarom vast je op een werkdag? Waarom maak je het jezelf zo moeilijk?" Hij antwoordde: "Het is juist makkelijker als ik niet eet. Dan kan ik helder nadenken."

Op sommige dagen verliet Mohammed de stad. Het was heel gewoon in die tijd dat mensen een tijdje buiten de stad verbleven om in alle rust na te kunnen denken. Pas bij de berg Hira kon Mohammed het werk uit zijn hoofd zetten. Hij bracht er steeds meer tijd door. Hij probeerde antwoorden te vinden op zijn vragen. Als hij langere tijd op de berg Hira bleef, liet Chadiedja hem eten voor een paar dagen brengen.

Het was een ongewone dag op het einde van de maand Ramadan. Mohammed bracht die dag vastend en de nacht biddend door. Later die nacht, in het pikkedonker, net voor de dag begon, hoorde hij een stem. De stem werd steeds luider en leek uit alle richtingen te komen: vanaf de berg, uit de nacht rondom hem en vanuit zijn eigen binnenste. Hij keek om zich heen. Voor hem verscheen een engel die een doek van groen brokaat vasthield. In geborduurde letters stonden er woorden op geschreven. "Lees op!" beval de engel. Mohammed was verbaasd: "Ik kan niet lezen."De engel omarmde hem stevig en liet hem weer los. "Lees op!" beval de engel opnieuw.
"Ik kan niet lezen." sprak Mohammed dit keer iets luider.Opnieuw omarmde de engel hem. De omhelzing was steviger dan de eerste keer. "Lees op!" beval de engel voor de derde keer. "Wat moet ik oplezen?" riep Mohammed. Hij was bang voor nog zo'n omhelzing.

"Lees, in de Naam van jouw Heer, die geschapen heeft.
Geschapen heeft Hij de mens uit een bloedklonter.
Lees op! Jouw Heer is de edelmoedigste,
die de mens onderwezen heeft met de pen
en hem leerde wat hij niet wist..."

Mohammed herhaalde de woorden, woord voor woord. Even later was Mohammed weer alleen. De engel was verdwenen. Maar de woorden bleven voor altijd in zijn geheugen gegrift. Hij had een wonderlijk gevoel in zijn lichaam. Hij was onder de indruk van wat er gebeurd was.

"Wat is er aan de hand?!" zei hij tegen zichzelf. "Is deze grot behekst? Ben ik bezeten door de duivel?" Hij stond op en voelde hoe hij trilde. Onzeker liep hij de grot uit. Hij daalde langs het bergpad naar het dal. Langzaam drong het tot hem door dat hij iets heel ongewoons had meegemaakt. Het maakte hem bang. Opnieuw riep een stem dezelfde stem hem vanuit de hemel toe: "Mohammed! Jij bent de boodschapper van God. Ik ben Zijn engel, Gabriël."

Mohammed keek omhoog en zag de engel als een reusachtige figuur in de hemel. Mohammed keek angstig naar hem op. Hij draaide zich om en wilde vluchten. Maar waar hij ook keek, de engel was overal! Hulpeloos stond Mohammed daar. Hij kon zich niet bewegen. De engel verdween net zo snel als hij gekomen was. Toen pas kon Mohammed, in het licht van de nieuwe dag, de berg afdalen naar zijn huis. Vanaf nu zullen we Mohammed "de profeet" of "de boodschapper van God" noemen.

De grote twijfel van Mohammed

Na zijn thuiskomst, vertelde Mohammed aan zijn vrouw wat hem was overkomen. Chadiedja zag dat hij over zijn hele lichaam beefde. Ze sloeg een deken om hem heen. Mohammed vertelde haar over de engel die met zijn stralende verschijning de hemel vulde, van het hoogste punt tot aan de horizon. Hij herhaalde de prachtige verzen.

Chadiedja probeerde hem gerust te stellen en te kalmeren. "God zal ons bijstaan", sprak zij. Gerustgesteld viel Mohammed in een diepe slaap. Nadat hij lang uitgerust had, werd Mohammed weer onzeker. Was het echt gebeurd? Of had hij het zich verbeeld? Hij nam Chadiedja's hand en keek in haar ogen alsof hij daar het antwoord wilde vinden. "Misschien zijn de djinn, de duivels, waar de waarzeggers over spreken, bij mij gekomen? Misschien heeft een sluwe duivel mij voor de gek gehouden?"
Chadiedja trok haar echtgenoot dicht tegen zich aan en streek hem zachtjes over zijn haar. "Mijn lieve Aboel Kasim (vader van Kasim), dat kan toch niet. Sinds ik je ken heb je nooit iets gedaan wat niet eerbaar was. Ze noemen jou de betrouwbare! Iedereen kent je goede karakter. Een boze geest of een duivel krijgt geen vat op jou! "En", voegde ze eraan toe, "toen je sliep ben ik bij mijn neef Waraka geweest. Hij weet alles over de godsdienst van de ene God. Toen ik hem vertelde wat jou overkomen was, lichtte zijn oude gezicht op en zei: "Dat moet de engel van de Openbaring geweest zijn! Hij brengt het goede woord van God naar Zijn profeten. Hij is ook verschenen aan Abraham en Mozes." Toen Mohammed dit hoorde, hief hij zijn hoofd op en leek wat geruster. Hij vertrouwde Waraka en wist dat het een wijs man was.

Verzet en lijden van de profeet

De oudsten van de Koraisjstam waren bij de Kaäba samengekomen. Aboe Lahab hield zijn geliefde praatje over zijn neef Mohammed. Het beeld van de god Hobal boven de ingang van de Kaäba keek op hem neer. Hij spuwde zijn woorden als dadelpitten uit zijn mond.: "Mohammed is een dromer. Hij is een bedrieger en een gevaarlijke dwaas! Een man die het geloof en gebruiken van eeuwen opzijschuift! Zien jullie niet waar dit toe leidt? Als het hem lukt het volk van Mekka te overtuigen dat de goden waardeloos zijn..., als hij het voor elkaar krijgt dat de beelden vernietigd worden..., wie komt er dan nog op bedevaart? Er zullen geen pelgrims meer naar Mekka komen. Dan blijven onze geldkisten leeg. En wij, beste familieleden, wij zullen arm worden. Moeten wij lijden door de dwaasheid van die verwaande gek?" Aboe Djahl onderbrak hem. Zijn ogen vernauwden zich tot spleetjes. Hij fluisterde:" Als je het mij vraagt zou hij uit de weg moeten geruimd worden! En bij Hobal", voegde hij eraan toe," ik zou dat zaakje graag zelf opknappen." Een grijze oude man sprak: "Ik heb een beter plan. Wij zorgen ervoor dat Mohammed en zijn volgelingen geen eten meer krijgen. Wij bestuurders van Mekka hangen een bevel aan de deur van de Kaâba. Het verkopen van voedsel aan moslims wordt verboden. "Ook het verkopen van alle andere dingen!" voegde Aboa Lahab er opgewonden aan toe. "Ja ook alle andere dingen. Geen kleding. Helemaal niets! Ze mogen niet trouwen of geen zaken doen." " We hongeren ze uit" schreeuwde Aboe Djahl. "We zullen wel eens zien welke macht deze bedrieger heeft. Ik twijfel er niet aan dat ze hard om Hobal en Al Laat zullen roepen, als hun magen schreeuwen om eten."
De mannen schudden elkaar de hand op de goede afloop. De aankondiging van het verbod werd op perkament geschreven en werd boven de Kaäba opgehangen. Twee jaar lang bleef het bevel daar hangen.
Twee jaar lang leden Mohammed en zijn volgelingen honger en armoede. Ze mochten geen handel drijven. Ze leden vreselijk honger. Veel gelovigen moesten hun huizen verlaten. Ze woonden in de heuvels buiten de stad in tenten. Hun jammerlijke toestand werd een beetje verlicht door het medelijden van enkele mensen. Ondanks hun honger en armoede bleven de gelovigen trouw aan Mohammed en zijn boodschap.

Toen veel later Mohammed in de stad Taïf aankwam en hij zich tesamen met Zaid naar de bestuurders van de stad begaf, bleek dat deze allerminst onder de indruk waren van de woorden van de profeet. "Ha!", riep één van hen, "jij zegt dat jij door God gezonden bent? Ik scheur nog liever het kleed van de Kaäba aan stukken dan dat te geloven." De tweede bekeek de profeet van top tot teen. " Bij God, als jij de waarheid spreekt en je werkelijk profeet bent, ben je voor mij te hoog om je aan te spreken. Als je geen profeet bent en je liegt, dan ben je het aanspreken niet waard. Mohammed probeerde zijn boodschap uit te leggen. Maar de mensen werden zo woedend dat ze hem bespotten en beledigden. Uiteindelijk joegen ze de profeet en Zaid de stad uit. Terwijl ze achter hem aan renden, bekogelden ze hen met wat ze maar konden vinden, zand straatvuil en stenen. Pas buiten de stad raakten ze, gewond aan hun benen, hun achtervolgers kwijt.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Bijlage 2: Verhaal: 'Zijn er nog engelen?'

Baukje Offringa

Het is zaterdagmiddag. Haastig loopt Joke naar het clublokaal bij de kerk. Ze wil deze keer niet te laat zijn, want de rollen voor het kerstspel worden verdeeld en het is de eerste keer dat ze mee mag spelen. Het liefst wil ze de engel zijn met' zo'n witte glanzende jurk aan. In hun kinderbijbel staat een mooi gekleurde plaat van een engel met grote vleugels. 's Avonds in bed droomt Joke er wel eens van als zo'n engel door de lucht te zweven.
Maar als de rollen voor het kerstspel verdeeld worden, vinden alle kinderen, dat Heleen met haar lange blonde haar veel meer op een engel lijkt dan Joke die kort donker haar heeft. Ze krijgt de rol van de herbergierster, maar daar heeft ze geen zin in. Nu moet ze samenspelen met Dang, een Vietnamese jongen, die de herbergier zal zijn.
Dang is nog niet zo lang bij de club. Op een keer toen hij nieuwsgierig voor het raam stond te kijken, vroeg hun leidster of hij binnen wilde komen. En nu komt hij elke zaterdag. Zijn moeder moet dan werken in een restaurant. Hij heeft geen vader meer. Dang spreekt nog niet goed Nederlands en daarom vindt Joke dat hij niet mee kan doen aan het kerstspel. Terwijl ze naar huis loopt, wordt ze steeds bozer. 'Volgende week ga ik niet naar club', zegt ze in zichzelf, 'laat een ander maar voor herbergierster spelen!' Thuis slaat ze de deur met een klap dicht en gooit haar rol onder de kapstok. 'Zo kan het niet wat zachter?' vraagt haar broer Henk, die juist beneden komt. 'Bemoei je met je eigen!' zegt Joke snibbig. Henk blijft voor haar staan en zegt plagend: 'Je bent lelijk als je zo zuur kijkt, weet je dat?' 'Ga weg!' schreeuwt Joke en slaat hem in zijn gezicht. Ze schrikt er zelf van en maakt dat ze weg komt. Henk woedend achter haar aan. Gelukkig komt vader er net aan en die houdt hem tegen. Joke vlucht naar haar kamer en doet de deur op slot.
Ze hoort dat oma komt koffiedrinken. 'Vervelend om hier nu op mijn eentje te zitten', denkt ze. 'Stom eigenlijk om zo kwaad te worden.' Ze gaat naar beneden en probeert ongemerkt in een hoek van de kamer te gaan zitten. Maar moeder vraagt: 'Is dat papier van jou? Het lag in de gang op de grond. Is het van het kerstspel dat jullie gaan spelen?' Joke knikt stug. 'Ben je niet tevreden met je rol?' 'Nee', zegt Joke weer kwaad wordend, 'ik wilde graag de engel zijn, maar dat mag Heleen doen omdat ze lang blond haar heeft. 'k Vind het niet eerlijk. Nu moet ik met die Vietnamese jongen spelen als herbergier en herbergierster.' 'Nou, je bent ook helemaal niet engelachtig, zusje!' zegt Henk grinnikend, 'of je zou moeten spelen voor een boze engel, die klappen uitdeelt met haar vleugels. Zou misschien best leuk zijn, weer eens wat anders dan zo'n zoete engel.' Joke steekt haar tong uit. Maar moeder zegt: 'Iedereen zou in een kerstspel voor engel kunnen spelen. De kleur van je haar of huid doet er niet toe. Ook niet of je een jongen of meisje bent, een Vietnamees, een Indiaan of een neger met kroeshaar ...'
'Dat kan toch niet!' roept Joke verbaasd uit. Ze pakt de kinderbijbel uit de kast en zoekt de plaat op die ze zo mooi vindt. 'Kijk maar. Zó ziet een engel er uit!' 'We weten eigenlijk niet hoe een engel er uit ziet', zegt moeder, 'zo'n engel met vleugels en een stralenkrans, zo hebben de mensen het zich vroeger voorgesteld en de schilders hebben het van elkaar overgenomen.'
'Engelen bestaan niet', zegt Henk, 'hebben jullie er wel eens een gezien? Ik geloof niet in engelen.''Maar het staat toch in het kerstverhaal in de bijbel?' vraagt Joke, 'zo is het toch, vader?'
'In de echte bijbel wordt niet verteld hoe engelen er uit zien, wèl wat ze dóen. Een engel is een boodschapper van God, die de mensen iets komt vertellen of iets in de naam van God doet" "Waren er dan alleen in de tijd van de bijbel engelen?" vraagt Joke, "zijn ze er nu niet meer?" 'Nee hoor!' zegt Henk, 'ik ben er tenminste nog nooit een tegengekomen.' , Ik wel!' zegt oma plotseling. Joke kijkt haar nieuwsgierig aan en vraagt: 'Wanneer dan?' 'Het was in de oorlog', vertelt oma, 'we hadden niet genoeg te eten en melk kon je niet meer kopen in de winkel. Daarom ging ik vaak op de fiets naar een boer om melk te halen. Ik was de oudste thuis. Mijn vader was ondergedoken omdat hij niet voor de Duitsers wilde werken. We hadden geen echte fietsbanden meer, waar je lucht in kunt pompen. Ik had een oude fiets met harde dunne banden zonder lucht erin. Dat was zwaar fietsen! Op een middag midden in de winter ging ik weer naar de boerderij om melk te halen. Het had 's morgens gedooid, maar 's middags begon het weer te vriezen. De weg werd spiegelglad. Daardoor ging het mis. Ik gleed uit en kwam daarbij zo ongelukkig op mijn linkervoet terecht, dat ik er niet meer op kon staan. Nou, daar zat ik dan in die ijzige koude witte wereld op een eenzame weg. Niemand te zien. 'k Was al bang dat ik daar dood zou vriezen, toen er een oude man aan kwam. Hij had een sleetje met een paar stokken bij zich en sokken over zijn schoenen om niet uit te glijden. Hij woonde in een huis verderop en had me zien zitten. Hij legde mijn fiets aan de kant van de weg en hielp me op de slee. Met de stokken waar een paar ijzeren punten aan zaten, kon ik nu zelf sleeën, terwijl hij aan het touw trok. Zo heeft hij me eerst naar zijn huis gebracht, waar ik van zijn vrouw een beker warme melk kreeg. En daarna heeft hij me op die slee helemaal thuis gebracht.Die oude man was niet mooi om te zien in zijn versleten jas, maar voor mij was hij een engel! Het is al meer dan 40 jaar geleden, maar ik zal het nooit vergeten.' Het is even stil na het verhaal van oma. Dan zegt vader: ' Ja, je bent een engel door wat je zégt en wat je dóet.' In die week leert Joke toch maar haar rol. Dang doet erg zijn best om goed Nederlands te spreken. Toch vindt Joke het nog steeds vervelend dat ze samen met hem moet spelen en dat laat ze hem merken ook. Ze gaat niet met zoveel plezier naar het kerstfeest als andere jaren en is blij als het kerstspel afgelopen is. Omdat Joke dicht bij de kerk woont, vraagt de leidster haar of ze wil helpen opruimen. Maar Dang zegt: 'Ik help wel, mijn moeder is toch niet thuis, ze moet de hele avond werken.' 'Vieren jullie dan geen kerstfeest?' vraagt Joke. 'Nee, mijn moeder moet morgen ook werken.' 'Nou, als jij wilt helpen, dan ga ik maar', zegt Joke. Verder weet ze niet veel te zeggen. Ze kan hem geen 'prettig kerstfeest' wensen, want dat zal er niet zijn voor hem. Ze heeft er nu spijt van, dat ze zo lelijk tegen hem deed. Hoe kan ze dat weer goedmaken? Wacht eens ze heeft een mooie pen van Sinterklaas gekregen, met een bootje erin dat heen en weer kan varen. Als ze die eens aan hem geeft?
Ze holt naar huis, rent meteen de trap op naar haar kamer en doet een mooi papiertje om de pen. Ze vertelt moeder, die in de keuken bezig is, wat ze van plan is. Je kunt Dang ook vragen of hij hier wil komen eten en met ons kerstfeest wil vieren,' zegt moeder. 'Dat is leuk, ik ga gauw kijken of hij nog bij de kerk is.' Weg is Joke weer. Dang komt juist de kerk uit. Hij loopt een beetje gebogen met zijn handen in zijn zakken. 'Hé, Dang!' roept Joke, 'wil je bij ons komen eten?' Verrast kijkt Dang op. 'Vindt je moeder dat goed?' , Ja,' zegt Joke, 'ze heeft het zelf gezegd.' Dang gaat graag mee en voelt zich al gauw thuis. Joke ziet hoe hij geniet van alles: de brandende kaarsen, het lekkere eten, het zingen en de spelletjes... Het is al laat als Joke samen met vader Dang thuis brengt. Terwijl Dang de deur open doet, stopt Joke gauw de mooie pen in zijn zak. En als ze met vader naar huis loopt, zegt ze: 'Wat was het vanavond gezellig hè vader! Nog fijner dan andere jaren. Kwam dat nou doordat Dang erbij was? Gek eigenlijk.' Vader glimlacht en zegt: 'Misschien was je vanavond toch een kerstengel!'

 

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Bijlage 3: De engelen van Sarajevo

Luis Jammes fotografeerde verlaten zigeunerkinderen in de achtergelaten en kapotgeschoten huizen op een heuvel bij Sarajevo. Onbeschermd en in het bereik van de kanonnen van de Servische artillerie. De kwetsbaarste van de kwetsbaren.
Deze kinderen droegen in de ogen van de kunstenaarfotograaf een duidelijk boodschap met zich mee. Een boodschap van vrede, tegen de macht van de oorlog.

De kunstenaar bewerkte de foto's van deze kinderen en maakte hen tot engelen. Boodschappers van Godswege.



Vragen bij deze foto's:

  • Welke foto's spreken je aan? Wat roepen ze bij je op aan gedachten, gevoelens, denkbeelden?

  • Welke mensen en situaties kunnen voor jou een boodschap inhouden. Zoek foto's in kranten en tijdschriften. Knip uit en kleef ze op een blad. Teken en schilder naar eigen inzicht er vleugels bij.

  • Mogelijk dragen deze nieuwe engelen ook een boodschap in woorden met zich mee.Schrijf ze erbij.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Bijlage 4: Engelen in de kunst
























Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Bijlage 5: Geboorteverhalen in de Koran

Marjam

Nadat zij opgegroeid was in de tempel, kreeg Marjam een hemelse boodschap. Engelen kwamen bij haar en zeiden: "0 Marjam, Allah geeft jou een blijde boodschap over een Woord dat van Hem komt en als naam zal dragen: 'de Masih, Isa, zoon van Marjam: Hij zal hoog in eer zijn in deze wereld en in het hiernamaals zal hij dicht bij Allah staan. In de wieg en als volwassene zal hij tot de mensen spreken en hij zal rechtvaardig zijn. Maar Marjam zei: Mijn HEER, hoe zou ik een kind krijgen, terwijl geen man mij aangeraakt heeft?" "Toch is het zo", zei de engel. "Allah schept wat Hij wil. Wanneer Hij iets besluit, dan zegt Hij er alleen maar tegen: 'Word!' en het is er. En Hij zal hem Isa het Boek, de Wijsheid, de Taurat (Tora) en de Indjiel het Evangelie onderwijzen.

Als brenger van de boodschap zal hij aan de Israëlieten zeggen: Ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie HEER, dat, wanneer ik voor jullie uit klei een model van een vogel maak, en er dan in blaas, het dan met Allah's goedvinden tot een vogel wordt; en dat ik blindgeborenen en melaatsen genees en doden tot leven breng met Allah's goedvinden. En dat ik zelfs weet wat jullie eten en wat jullie in je huizen bewaren, ook dat is een teken, als je het wilt geloven. En ik ben gekomen om de Taurat te bekrachtigen die er eerder was dan ik; en, om iets toe te laten van wat jullie eerst verboden was, ben ik gekomen met een teken van jullie Heer. Vreest dus Allah en gehoorzaamt mij. Het is Allah, die mijn Heer en jullie Heer is; dient Hem dus. Dat is een betrouwbare weg." Deze belofte die Marjam krijgt is later vervuld. De koran noemt Isa: 'Allah's Woord dat Hij aan Marjam schonk, en een Geest die van Hem uitgaat. Daarom wordt hij 'Masih' genoem, dat is 'Messias' in de bijbel: 'hij die gezalfd is; gezalfd met Gods Woord en Geest.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Bijlage 6: Kinderbijbel

Maria

Baukje Offringa, Op weg, verhalen uit de bijbel voor kinderen, Zoetermeer 1994.

Bij Elisabet en Zacharias zal een kindje geboren worden. Wat zijn ze blij! Elisabet weeft zachte doeken voor het kindje. Terwijl ze daarmee bezig is, komt er een jonge vrouw bij haar binnen. Ze zegt: 'Sjaloom, Elisabet!' Zo groeten ze elkaar in Israël altijd, met het woord sjaloom dat 'vrede' betekent.
Maar wat vreemd, op hetzelfde ogenblik voelt Elisabet dat haar kindje zich beweegt. Verrast legt Elisabet haar hand op haar buik en kijkt op naar de jonge vrouw die nu vóór haar staat. Ze vraagt: 'Ben jij het, Maria? Mijn nichtje uit Nazareth?' Maria glimlacht en omhelst haar tante.
Elisabet staat op en kijkt Maria lang aan. De laatste keer dat ze Maria zag was het nog een meisje, maar nu ... ze ziet dat er iets bijzonders met Maria is. 'Verwacht je een kindje, Maria?' vraagt ze.
'Ja, daarom ben ik hier gekomen', zegt Maria, 'ik heb gehoord dat jij ook een kindje zult krijgen en dat Zacharias een boodschap van een engel heeft gekregen in de tempel. Daarover wil ik met je praten.'
'Ga zitten, Maria', zegt Elisabet, 'rust eerst wat uit, je hebt een lange reis gemaakt. '
Dan vertelt Maria haar geheim: 'De engel van God is ook bij mij geweest. Ik schrok, maar de engel zei: "Wees niet bang, Maria. Je zult een zoon krijgen en je moet hem de naam Jezus geven. Hij zal de koning zijn waar het volk naar verlangt."
Toen de engel verdwenen was, dacht ik dat ik had gedroomd. Ik heb het verteld aan Jozef met wie ik ga trouwen. Hij kon het eerst ook niet geloven. Ik ben maar een gewoon meisje. Zal ik de moeder worden van de koning die vrede zal brengen?'
'Nu weet je dat gebeurt wat je hebt gehoord', zegt Elisabet.
Ja', zegt Maria, 'nu weet ik dat God naar.gewone, eenvoudige mensen omkijkt. Hij heeft ons volk en Zijn belofte aan Abraham niet vergeten. Hij wil dat het goed gaat met ons en dat het goed zal gaan met alle mensen op de aarde. Ik mag moeder worden van het koningskind dat al zo lang wordt verwacht.'
Maria blijft drie maanden bij Elisabet. Daarna gaat ze weer terug naar Nazareth.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Bijlage 7: Werkvormen bibliodrama

Het koor

Oorsprong

Het koor is een werkvorm die afgeleid is van de rol van het koor (Gr. choros: rei) in het Griekse drama. In de Oudheid oorspronkelijk een dansruimte voor rondedans en reidans. Vervolgens: een groep zangers, die in de Griekse spelen en drama´s eenstemmige gezangen ten gehore brachten, doorgaans te samen met mimische bewegingen. Het koor speelde ook mee of zorgde voor de onderbrekingen van de verschillende episoden; ook gaf het wel commentaar op de handeling, vb. de mening van de dichter of de reacties van het publiek. Het koor, een groep van spe(e)l(st)ers ondersteunt, versterkt, bevraagt dus de rol van de protagonist en de antagonist, de hoofdrolspeler en de tegenspeler.

 
Beschrijving van de werkvorm(en)

Uit een verhaal kiest men twee personages die elkaar tegenspelers zijn of die aangever en ontvanger zijn, die woord en wederwoord, vraag en antwoord zijn van elkaar. De groep spe(e)l(st)ers verdeelt zich in twee ongeveer gelijke groepen en kiest voor één van beide verhaalpersonages (rollen). De beide groepen stellen zich in twee rijen tegenover elkaar op aan de éne en andere zijde van het speelveld (min. vijf stappen en max. tien stappen van elkaar). Ze leven zich in, in de rol van de verhaalfiguur die ze gekozen hebben. De ene koorgroep geeft aan, de ander antwoordt, conform het verhaal. Uit beide koorgroepen treedt eerst één personage op de voorgrond (protagonist) door een stap vooruit te zetten, een houding aan te nemen en een uitspraak te doen. Daarna antwoordt een tegenspeler (antagonist) uit het andere koor op de voorzet, het woord, de uitspraak van de protagonist.
Voorbeeld: De protagonist speelt de engel Gabriël met een boodschap aan Maria en zegt 'Gij zult een kind krijgen'. De antagonist in de rol van Maria antwoordt met 'Oh, ik ben zo blij' of 'Daar zit ik niet op te wachten'. Achter deze beide spe(e)l(st)ers bevindt zich nu een koor. Een koor dat de rol van de protagonist of antagonist gaat ondersteunen, versterken, bevragen, verkleinen... Al naargelang de afgesproken speelwijze. Want ook al noemt deze speelwijze 'het koor' er zijn vele koorvormen mogelijk. Bij de meest éénvoudige en gestructureerde vorm neemt elk lid van het koor, alternerend de uitspraak van de protagonist en antagonist over, door er dicht naast of schuin achter hen te gaan staan, de houding over te nemen en de uitspraak na te zeggen. Dus eerst neemt iemand van het koor uit de eerste groep de uitspraak van de protagonist over daarna neemt iemand uit het andere koor de uitspraak van de antagonist over, dan weer iemand uit het eerste koor en zo voort tot ieder aan de beurt is geweest. Hier stopt de begeleid(st)er het eerste spelmoment. De houdingen van de koorleden blijven de hele speeltijd als bevroren op het scène staan tot het spel stopt.
Het tweede spelmoment verloopt helemaal gelijkaardig met het eerste, alleen start het met een andere protagonist en antagonist, die een ander houding aanneemt en een uitspraak doet dan de vorige. Door de herhaling enerzijds en de steeds groter wordende koorgroep rond de twee spe(e)l(st)ers krijgen de eerste uitspraken meer kleur, sterkte, galm, impact... Zo worden ook de diverse mogelijke rolinvullingen verkend. Na enkele spelmomenten verwisselen de spe(e)l(st)ers van rol.

Variaties

Naast het gewoon herhalen van de uitspraken van de protagonist en antagonist en de zelfde houdingen over te nemen, kan men deze houdingen en uitspraken ook versterken of verkleinen. Door bijvoorbeeld de eerste uitspraak, door elk koorlid steeds harder en krachtiger te laten klinken, of omgekeerd steeds zachter en stiller, enkel met stemgeluid. Hetzelfde kan met doen met de uitdrukkingen van het lichaam en de mimiek. Ook kan men de uitspraken van protagonist en antagonist versterken of verzachten door inhoudelijk de tekst van de uitspraak te veranderen, zo aan te passen dat de uitspraak versterkend klinkt. Voorbeeld: Ik breng je een boodschap. Ik breng je een goede boodschap. Een boodschap om U tegen te zeggen. Ik heb voor u een schitterend cadeau...

Men kan ook de alternerende volgorde, eerst iemand van het ene koor, daarna iemand van het andere, loslaten en elk lid van het ene en andere koor vrij naar eigen inzicht een inbreng laten doen. Zo kunnen meerdere leden van éénzelfde koor een aantal uitspraken na elkaar doen vooraleer er door het andere koor geantwoord wordt.

Naast het versterken of verzachten van uitspraken door het koor, is het ook mogelijk om als koor commentaren te leveren op de uitspraken van de protagonist en antagonist. Voorbeeld: De protagonist zegt: 'Ik breng je een goede boodschap' Het koor geeft commentaar: 'Daar moet je niks van geloven'. 'Hij liegt dat ie zwart ziet'. 'Pas op dit is een val'...

Het is ook niet noodzakelijk dat bij elk spelmoment alle leden van het koor een inbreng doen. Het spelmoment stopt dan als er geen verdere inbreng meer komt. En men begint opnieuw met een andere protagonist.

Men kan er ook voor kiezen om meerdere koorleden, meerdere uitspraken te laten doen en meerdere houdingen aan te nemen. Ook is het mogelijk om alle koorleden een eigen inbreng te geven zodat ze niet noodzakelijk vast zitten aan de input van de protagonist of antagonist. Zo kan 'het koor' uitgroeien tot bijvoorbeeld een discussiespel, rolgesprek...)

Men kan ook spelen met één enkel koor, met of zonder publiek. Of met drie of meer koren, naargelang de rollen in het verhaal.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Bijlage 8: Vredesliederen

Download partituren van vredesliederen

Ik zoek een land waar vrede is

Ik zoek een land waar vrede is,
Waar haat en nijd verdwenen is
En waar mensen hand in hand
Te samen leven in dat land

Ik zoek een land waar vrede is,
waar eenzaamheid te dragen is
en waar de mensen zorgen dat
er niemand dood loopt in die stad.

Ik zoek een huis waar vrede is,
waar liefde ons tot woning is
en waar de mensen last en kruis
te samen dragen in dat huis.

Ik zoek een mens die vrede is,
die ons een weg tot leven is
en die de mensen op doet staan,
de handen aan de ploeg doet slaan.

Ik zoek een land dat niet bestaat,
een droom die haast verloren gaat een stad,
een huis, een luchtkasteel,
0 God, vraag ik misschien te veel!

In 't diepe donker

In 't diepe donker scheen een helder licht
voor arme herders klonk een blij bericht:
herders gaat in Betlehem zoeken
vindt een kindje daar in doeken
in een arme stal

Mensen verloren in hun zwarte nacht
zien voor hun ogen wat de hemel bracht
licht is voor hen opgerezen
heeft een nieuwe weg gewezen
naar een donker dal.

Dit is de nacht van de zwervers
(melodie: Herders hij is geboren)

Dit is de nacht van de zwervers
van zoekers naar een huis,
mensen speurend naar vrede.
Wie geeft zijn vijand thuis?
Hoe komt een kind terecht,
waar moet het neergelegd,
hoe zal. het veilig gaan,
wie reikt het vrede aan?

Waar is een plek voor de kleinen,
waar gaan de armen voor?
Wie ontgrendelt de deuren,
Wie breekt de tralies door?
Hoe komt een kind terecht,
waar wordt het neergelegd,
hoe zal het veilig gaan,
wie reikt het vrede aan?

Heden is ons geboren
de mens die ruimte schiep,
die zolang hij mocht leven
om recht en vrede riep.
Hij brengt de mens terecht,
heeft toekomst aangelegd
om veilig in te gaan,
hij reikt ons vrede aan.

Geef vrede, Heer, geef vrede

Geef vrede, Heer, geef vrede
De wereld wil slechts strijd
Al wordt het recht beleden,
De sterkste wint het pleit
Het onrecht heerst op aarde
De leugen triomfeert
Ontluistert elke waarde
O red ons sterke Heer

Geef vrede, Heer, geef vrede,
de aarde wacht zo lang,
er wordt zoveel geleden,
de mensen zijn zo bang,
de toekomst is zo duister
en ons geloof zo klein,
0 Jezus Christus, luister
en laat ons niet alleen!

Geef vrede, Heer, geef vrede,
Gij die de vrede zijt,
die voor ons hebt geleden,
gestreden onze strijd,
opdat wij zouden leven
bevrijd van angst en pijn,
aan mensen blijdschap geven
en vredestichters zijn.

Geef vrede, Heer, geef vrede,
bekeer ons felle hart.
Deel ons uw liefde mede,
die onze boosheid tart,
die onze mond leert spreken
en onze handen leidt.
Maak ons een levend teken:
uw vrede wint de strijd!

Lied: wie moet zwijgen zal gaan spreken
(Melodie: Alle Menschen werden Brüder)

Wie moet zwijgen zal gaan spreken
boventoon zal ondergaan,
armen zullen breeduit lachen,
rijken leeg en schuldig staan.
Tronen, baken, macht en statie,
grof geschut, dwingelandij,
winst uit nood, eer over lijken, al die dingen gaan voorbij!

Blinden zien en doven horen, stommen spreken, lammen gaan.
Mens voor mens komt God ons tegen
en Hij mag voorgoed bestaan.
Niemand ziet zijn levenseinde
als bedreiging van het lot,
ieder weet zich dood of levend
onaantastbaar kind van God.

Wie zich met zijn eigen leven overgeeft aan deze droom,
die zal mensen tegenkomen,
last en lijden, tegenstroom.
Die zal leven, klein, verborgen, solidair en zonder grens
die zal weerloos ooit nog worden: mensen broeder, toekomstmens!

Shalom Havérim (vrede (gewenst)broeders)

Shalom haverim 2x
Shalom 2x
Lehitra'ot 2x
Shalom 2x

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Bijlage 9: Engelenvleugels

Klik op de vleugels voor een grotere versie, bedoeld om af te printen.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Bijlage 10: Twee engelenverhalen

Afgekeurd

Het is een paar dagen na Nieuwjaar. De kerstspullen zijn net weer naar zolder gebracht. De kerstboom, half kaal geworden door al de naalden die er telkens afvielen, ligt op straat. De vuilnisman zal hem zo direct wel meenemen. Karin kijkt er een beetje verdrietig naar. Want nu zijn de dagen van feestvieren echt voorbij. Maar wat ziet ze daar? Wat hangt daar nog te bengelen aan een tak? Een engeltje: Karin maakt voorzichtig het touwtje los en bekijkt het engeltje eens goed. Hè bah, een kaarsvlam heeft het engeltje te pakken gekregen en eraan geknabbeld. Aan één kant is het helemaal zwart geworden. Karin wrijft er met de mouw van haar trui overheen. Die wordt nu ook zwart. Ze loopt naar de keuken en houdt het engeltje onder de kraan. Met zeep en nagelborstel probeert ze het engeltje schoon te krijgen. Het roet gaat er af, maar de witte jurk, een vleugel en ook één kant van het gezicht blijven er zwart uitzien.

Jammer. Het is niet echt een mooi engeltje meer. Maar het zomaar laten meenemen door de vuilnisman, dat is zonde, vindt Karin. Ze stopt het engeltje in haar broekzak. Pas 's avonds als ze naar bed gaat, haalt ze het er uit. Ze trekt een laatje van haar kast open, waarin ze allerlei spulletjes bewaard. Een leeg parfumflesje dat nog heel lekker ruikt, glanzende kralen van een oude ketting van oma, een clowntje dat ze op de kermis heeft gewonnen en nog een heleboel meer van die dingetjes. Er is ook een doosje bij met twee spelende poesjes op het deksel. Ze probeert of het kapotte engeltje daarin past. Het gaat precies. Op roze watjes uit de badkamer wordt het engeltje neergelegd. Als het op haar zij ligt zie je helemaal niet dat het aangebrand is. Zo is het best nog een heel mooi engeltje.

Heel lang ligt het engeltje daar. Karin is het allang vergeten. Het wordt zomer. En op een dag gebeurt er iets heel naars. Karin staat voor een winkel op haar moeder te wachten. Die moet nog heel even een boodschap doen. Twee jongens zijn op de stoep aan het spelen. Maar dan opeens wordt het spelen vechten. Ze schreeuwen naar elkaar en schoppen en stompen. 'Niet doen!' schreeuwt Karin nog, maar het is al te laat. De een geeft de ander een harde duw. Hij valt tegen Karin aan. Met een klap schiet ze met haar hoofd en arm door de ruit van de winkeldeur. Gerinkel, geschreeuw en bloed. Karin weet niet hoe ze er gekomen is, maar als ze haar ogen open doet, hoort ze een dokter in een witte jas zeggen: 'Dat zijn een paar flinke japen meid_ Even flink zijn, een paar hechtingen en stevig verband, dan komt het wel weer goed.' Als Karin 's avonds in bed ligt, kan ze niet slapen. Haar wang en arm doen pijn. Vooral als ze beweegt. Akelig is dat. De volgende dagen gaat ze niet naar school. Wel komt er bezoek: opa en oma. haar vriendinnetjes en het buurjongetje. Van iedereen krijgt ze cadeautjes. Ook de twee jongens van de winkelruit komen haar opzoeken. Ze zijn heel verlegen en brengen een aapje voor haar mee. Al die belangstelling vindt Karin wel leuk, vooral als er kinderen uit de klas komen. Maar na een week wordt het thuis zijn saai. Maar ze moet nog thuis blijven tot het verband eraf gaat en de hechtingen eruit kunnen. Daarvoor moet ze terug naar het ziekenhuis. Dat vindt Karin wel eng. Maar achteraf valt het wel mee. Als de dokter het verband eraf haalt, zegt hij: 'Dat ziet er heel goed uit. Hij knikt tevreden. Maar mama kijkt haar verschrikt aan. 'mag ik even kijken?' vraagt Karin gauw. 'Hier' zegt de dokter en geeft haar een spiegel. 'Kijk, nu is het nog niet zo mooi, maar over een poosje zie je er echt niets meer van. Verbaasd en verdrietig kijkt Karin in de spiegel. De ene kant is heel gewoon, maar de andere.... Er loopt een zwartrode streep over haar wang, met akelige zwarte stippels aan beide kanten. Wat vies staat dat. '0 mama, wat lelijk' huilt ze. Karin kruipt weg in mama's armen. 'Het blijft niet zo, echt niet schat. Over een poosje is het helemaal weg.' troost moeder. 'Morgen?' vraagt Karin hoopvol. 'Nee, morgen nog niet, maar over een paar weken. Je moet even geduld hebben.' Heel verdrietig loopt Karin naast moeder naar de tram. Ze houdt haar hand op haar wang. Niemand mag het zien. 'Ik ga niet naar school hoor.' zegt ze als ze naar huis rijden. 'Want dan zien ze het allemaal:' Thuis vlucht ze direct naar haar kamer. Maar wat moet ze nu doen? Ze heeft geen zin in spelen. Dan trekt ze haar laatje open met alle geheime dingetjes. Ze pakt het doosje met de poesjes en doet het open. Daar ligt het kapotte engeltje. Karin haalt het uit de doos en gaat ermee op bed liggen. Nergens heeft ze zin in, maar dat engeltje vasthouden vindt ze fijn. Ze vindt het lief en drukt het zachtjes tegen zich aan. 'Dag lief engeltje.' zegt ze. En ze valt in slaap met het engeltje tegen zich aan.

De volgende dag moet ze toch weer naar school. Gelukkig brengt mama haar weg. Ze houdt een hand zoveel mogelijk tegen haar wang. Niemand mag het zien. Want al die nieuwsgierige kinderen, dat vindt Karin erg naar. Haar andere hand zit in de broekzak. Vanmorgen is ze wakker geworden met het engeltje op haar kussen. Ze heeft het in de broekzak gestopt. Het is net of ze met het engeltje in haar zak niet zo bang meer is. Als ze het schoolplein op gaat, komt opeens Marleen aangelopen Ze slaat een arm om Karin heen. Karin wil gaan huilen, maar Marleen zegt: 'Geeft niet Karin, ik vind het fijn dat je weer op school bent.' En dat helpt ook. Na de eerste dag lijkt het of de kinderen het heel gewoon vinden dat Karin een streep op haar wang heeft. En Karin vergeet het soms ook.

De dag erna krijgen ze gymles. In het kleedlokaal staat Els naast Karin. Samen kleden ze zich om. Dan tikt Els Karin aan en zegt: 'Moet je eens zien Karin. Vorig jaar ben ik geopereerd en toen had ik een snee van hier tot hier.' En ze laat vol trots haar buik zien. De andere kinderen komen ook kijken. 'Goh, je ziet er haast niks meer van.' roept er één. Ze knikken allemaal. Karin voelt nog eens of het echt waar is dat de streep op de buik verdwenen is. Ze zucht van opluchting. Zou het met haar ook zo gaan? Al heel gauw vergeet Karin haar wang meer en meer. Ze kijkt lang niet zo vaak meer in de spiegel. Ook let ze niet meer op of de mensen naar haar kijken. Iedere morgen doet mama een beetje make-up op de lichtrode streep over haar gezicht. Zo voelt Karin zich iedere dag meer gewoon, zoals vroeger. Het lijkt of de 'scheur' op haar gezicht alleen een nare droom is geweest.

Dan wordt het weer Kerstmis. "Papa komt met de kerstboom thuis en Karin helpt met versieren. Ademloos haalt ze al die mooie dingen uit de zachte papiertjes: zilveren ballen, klokjes, kleurige vogeltjes en massa's slingers. Het wordt allemaal in de boom gehangen. 'Zo is het goed.' zegt papa na een poos, 'We houden ermee op anders wordt hij te vol.' Hij pakt de lege dozen bij elkaar en brengt ze weg. Karin staat even alleen bij de stal. Maar dan rent ze naar boven. Ze komt terug met het kerstengeltje dat ze al die tijd heeft bewaard. Heel voorzichtig hangt ze het aan een takje onder in de boom en zó dat de lelijke kant niet meer te zien is. Dan komen papa en mama binnen. Mama roept verrukt: 'Wat hebben we een mooie kerstboom dit jaar.' Maar dan ziet ze het engeltje hangen. 'Heb jij dat erin gehangen Karin?' vraagt mama verbaasd. 'Dat is toch niet mooi meer.' Karin voelt zich helemaal vollopen met boosheid. 'Het is mijn engeltje. En ik vind het mooi ook al is het een beetje verbrand.' Mama wordt zo rood als een tomaat. Het is even stil. Dan zegt papa: 'Je hebt gelijk Karin. Maar we hangen het op een betere plaats.' Hij maakt het engeltje los en hangt het midden voor in de boom. Nu kan het draaien en iedereen kan het goed zien. En daar viert het engeltje samen met Karin, papa en mama.

De engel

Boven, in het topje van de kerstboom, stond een engel. Hoe zij daar gekomen was, dat kon zij zich met de beste wil niet meer herinneren. Ze had nog een vage heugenis aan een nauwe, donkere ruimte, waaruit zij opeens door een kleine hand in een zee van licht getild was. Het was een glorieuze geboorte geweest en sinds dat ogenblik was zij altijd gelukkig geweest. Dit 'altijd' had eigenlijk nog maar één avond geduurd, maar voor een kerstengel is dat een eeuwigheid, dat begrijp je wel. Arme, kleine kerstengel! Zij wist niet dat het kerstfeest slechts een enkele avond duurt en dat die al bijna voorbij was. Zij stond, met een blikken knipje aan de boom bevestigd, zachtjes heen en weer te wiegen en keek door haar gazen vleugels naar de lichtjes der kaarsen, die beneden haar brandden. En opeens, daar doofde een kaars uit. Meerdere volgden. Het werd steeds donkerder om haar heen en ten laatste zag zij niets dan de zwarte nacht. De engel nieste, want de walm der gedoofde kaarsen prikkelde in haar neus. In het begin dacht zij dat het een grapje was, maar toen het donker bleef, kwam zij tot nadenken. "Ik had beter moeten opletten, toen het nog licht was", dacht zij spijtig, "ik heb helemaal niet gekeken. Ik herinner mij eigenlijk niets. Absoluut niets. Werd het maar weer licht." En het werd licht. Maar hoe geheel anders was dit licht! Grauw, groezelig en met tegenzin viel het door een groot, vierkant raam, en eer het ten volle ontloken was, kwam er een dienstbode in de kamer, pakte de kerstboom en smeet hem op zolder. Bom! Daar lag de engel en keek recht in de naad van de planken vloer.

Het was er verschrikkelijk koud en buitengewoon ongezellig. In het begin dacht de engel weer: "Kom, kom, het is maar een grapje", maar toen zij daar drie volle dagen en nachten in de naad van de houten vloer gekeken had, begon zij zich ernstig ongerust te maken. En hoe langer zij over het licht van het vierkante raam nadacht, hoe duidelijker begreep zij dat dit het mooiste was dat zij ooit gezien had. "Ik zal proberen het je uit te leggen", sprak zij op een maartse dag tegen een muis, die juist voorbijkwam, "door een glazen gat in de hemel viel een verblindend licht bovenop mijn hoofd. Dat is het mooiste wat ik ooit heb meegemaakt. Ik kan je niet zeggen, hoe gelukkig ik eigenlijk was. Maar ik was in die tijd erg onnozel: ik besefte het niet. Nu weet ik het. En nu is het te laat. Maar ik heb tenminste de herinnering." "Dat is altijd wat", meende de muis, na er een hele tijd over te hebben nagedacht, “goedendag, ik moet verder.” Op een dag kwam de meid op zolder en vond de kerstengel in een schemerige hoek op de grond liggen. En zij nam haar op en smeet haar in het kolenhok. Daar lag zij, tussen twee turven, recht tegenover een somber kijkend stuk antraciet. Een week lang zweeg de engel, want zij vond dit geen gezelschap om tegen te praten.

Doch eindelijk, op een dag in september, kon zij zich niet meer inhouden. "Jullie hebt er geen flauwe voorstelling van", sprak zij, "hoe het licht op zolder is. Het doet bijna pijn aan de ogen, zo stralend is het. Jammer genoeg was ik toen te beperkt om mijn zaligheid ten volle te begrijpen. Maar ik heb nu tenminste iets om aan te denken." "Dat is altijd wat", meende het stuk antraciet, "maar ik vind de verlichting hier ook heel redelijk." De engel zweeg. Tegen zulk een bekrompen opvatting was het vruchteloos te spreken. Op zekere ochtend nu speelde het jongetje, dat in het huis woonde, in het kolenhok. En toen hij de engel zag, nam hij haar op en wierp haar in de vuilnisbak. Het was er aardedonker. De engel vatte haar nieuwe toestand aanvankelijk als een scherts op, doch toen het drie dagen lang donker bleef, zó pikdonker, dat niemand in de vuilnisbak een hand voor zijn ogen zag, kwam zij tot nadenken. Zij dacht en zij dacht en ten laatste kon zij het niet meer houden en riep: "Is hier soms iemand om naar mij te luisteren?" "Jawel", zei een stuk spiegelglas, "als het niet te flauw is." En de engel vertelde van het verblindende licht in het kolenhok en hoe verrukkelijk het daar geweest was. "Ik was te dom", besloot zij met een zucht, "om het te begrijpen. Maar nu begrijp ik het. Ik zie het helemaal in." Het stuk spiegelglas zweeg, want het had zoveel ijdelheid in zijn leven gezien, dat het wat eenkennig geworden was. Op een donderdag, in de namiddag, toen het al wat schemerig was, kwam de vuilnisman voorbij. Hij sloeg het deksel op en zag de engel liggen. Nu is het altijd prettig een engel te ontmoeten, doch als men vuilnisman is, voelt men zich dubbel verblijd. En hij stak de engel in zijn zak en gaf haar 's avonds aan zijn vrouw. "Alsjeblieft", zei hij, "voor de kerstboom." En de vrouw van de vuilnisman borg de engel in een kartonnen doos en zette de doos in de kast. "Hallo", zei de engel, na een tijdje stil te hebben gelegen, "is hier iemand?" Maar er was niemand in de doos dan de houtwol waarin de engel lag; en houtwol, dat weet je wel, heeft een zwijgzame aard. En dat was maar heel goed, want de engel had eigenlijk helemaal niks te vertellen. Want hoe zij ook dacht en peinsde over haar oude vuilnisbak, zij zag er niet meer licht in dan in de kartonnen doos waarin zij nu lag: het was in beide even donker. En toen eindelijk, toen zij begreep dat het niet zwarter meer kon worden, liet zij het verleden varen en dacht aan de toekomst. En een nieuw gevoel doorstroomde haar, zij voelde zich blij en vol verwachting.

Alle spijt en alle wrok weken uit haar hart, en zij lag stil en met open ogen te wachten op de kleine hand, die haar omhoog zou heffen uit het duister naar het licht. En de hand kwam en hief haar omhoog naar het topje van een kerstboom. De kerstboom was veel kleiner dan die van het vorig jaar en er brandden ook minder lichtjes in. Maar dat zag de engel niet. Met een blikken knipje aan de top bevestigd, wiegde zij zacht heen en weer en keek door haar gazen vleugels naar fonkelende versierselen van de boom. "Verrukkelijk", dacht zij, "verrukkelijk.” Maar laat ik dit keer goed opletten. Dadelijk is het voorbij. En dan wil ik alles gezien en alles geweten hebben." En zij zag de vuilnisman staan, in een nieuw pak gestoken, zijn vrouwen hun beider kind, met een blauwe strik in het haar. En de ogen van het kind keken strak en regelrecht in een klein, open huisje, waarin ook een man, een vrouwen een kind te zien waren, maar véél en véél kleiner, en verder een os, en een ezel, zo groot als de beestjes in een speelgoeddoos. Opeens schrok de engel. Want daar, aan de nok van het huisje, was een engel bevestigd als zij, met dezelfde gazen vleugels en hetzelfde lint met de handen ophoudend, als zij in haar eigen handen hield. En nu voor het eerst kon zij de woorden lezen, die erop stonden: "Glorie aan God en vrede op aarde aan de mensen van goede wil" En een gevoel van diep geluk doorstroomde de eenzame engel boven in de boom, die zich zo lang verlaten en verongelijkt had gevoeld. "Ik heb een boodschap in mijn handen", dacht zij fier, "nu kan mij niets meer gebeuren. Welke ongelukken mij ook zullen overkomen, ik heb mijn schat bij mij en niemand kan mij die ontnemen." En er overkwamen haar veel ongelukken. Want in het vierde jaar brak zij af van de boom en kwam in een blokkendoos terecht, en van hieruit belandde zij in de lappenmand. En tenslotte woei zij in de tuin op een hoop dorre bladeren en lag daar stil op haar rug.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Achtergrondinfo

Wat zijn engelen?

Engelen zijn in de eerste plaats boodschappers. In de bijbel zendt God 'boodschappers' om aan mensen over te brengen wat Hij heeft te zeggen. In het Hebreeuws is het 'mal'ak': iemand die gezonden is. In het Grieks wordt daarvoor het woord: 'aggelos' gebruikt. Dit woord is in onze taal terecht gekomen: 'aggelos' werd 'engel'. Wanneer in geboorteverhalen en andere teksten sprake is van een 'engel van God', is dit allereerst een literair en theologisch gegeven. Het is geen objectieve uitspraak over het bestaan van engelen, maar een uitdrukking van het geloof dat God degene is van wie deze boodschap uitgaat.

Engelen zijn aanduidingen van Gods nabijheid. In de ontmoetingen met de engel, krijgen de mensen met God te maken, ze laten de lezer horen hoe God omgaat met de mens, met z'n volk. Dus engelen bestaan alsdusdanig niet, maar enkel in verhalen en bij wijze van spreken over God. Ze zijn de wijzen van zeggen dat God anders handelt, dat diens handelen niet in onze normale denkschema's te vatten is.

Zo verschijnen in de beide geboorteverhalen van Jezus bij Matteüs en bij Lucas meermaals engelen. Bij Lucas verschijnt zowel bij Zacharia als bij Maria verschijnt de engel in lichamelijke gedaante. Bij Zacharia staat hij rechts van het wierookaltaar (Lc. 1 ,11), bij Maria moeten we ons voorstellen, dat hij het huis binnentreedt (Lc.1 ,28). Op dezelfde wijze treedt ook de engel des Heren op voor de herders in de geschiedenis van de geboorte (Lc.2,9) aangevuld door een engelenkoor. We hebben dus in de voorgeschiedenis van het Lucas evangelie drie teksten waarin engelen optreden en iedere keer opgevoerd in een reële verschijning. Nu is het interessant dat ook in de voorgeschiedenis van het Matteüs evangelie driemaal een engel des Heren verschijnt namelijk in 1,20; 2,13; en 2,19. Maar hier voltrekt het verschijnen zich niet als iets reëels, in alle drie de teksten wordt uitdrukkelijk opgemerkt, dat de verschijning in een droom geschiedde. In de droom ziet de mens een engel en deze engel zegt de mens, wat hij doen moet.

Bij Lucas krijgt de engel ook een naam. Het is de engel Gabriël. Hij wordt niet voorgesteld. Lucas veronderstelt dat we hem kennen. Er staat niet: 'Toen kwam er een engel die Gabriël heette . . .' of iets dergelijks. Lucas schrijft gewoon: 'Toen werd de engel Gabriël...'. Voor de eerste lezers moet het dus bekend geweest zijn waarover Lucas sprak. Om te weten te komen aan wie deze mensen dachten bij het horen van die naam dienen we op zoek te gaan of er in het Oude Testament sprake is van deze engel en welke zijn functie is. Er zijn twee plaatsen te vinden waar de engel Gabriël wordt vernoemd. Beide keren is dat in het boek Daniël (hoofdstuk 8 en 9). Hij wordt daar gezien als de bode die Daniël uitleg geeft van een visioen. Tevens blijkt duidelijk dat hij de bode is van de Messiaanse tijd. Hij kondigt de redding van Israël aan. Deze redding nu zal plaatsvinden in de eindtijd. Voor de lezer van Lucas moet het dus duidelijk zijn dat in dit verhaal een aankondiging wordt gedaan van deze eindtijd. Door het gebruik van de 'engel Gabriël' worden we geattendeerd op het feit dat het boodschapverhaal niet direct een verslag is van een historische gebeurtenis, maar dat het geschreven is vanuit de gelovige kijk dat met Jezus van Nazareth de Messiaanse tijd is begonnen.

De engel kondigt dus verandering aan, betere en andere tijden, weer recht tussen het onrecht, vrede in plaats van geweld. Bevrijding in de plaats van onderdrukking. De engel die bij Zacharias, een bedienaar van de Tempel verschijnt, doet de man verstommen en de hele eredienst met hem en het hele volk staat er op toe te kijken. Die eredienst is onvruchtbaar zoals hijzelf blijkt en zijn vrouw. Daarbinnen valt de aankondiging dat er nieuwe dingen te gebeuren staan en dat de oude eredienst moet zwijgen. Daarna verschijnt de engel niet langer aan een man, maar aan een vrouw. Niet langer mannen die het voortouw nemen, maar wel vrouwen. Na het bezoek van de engel bij Maria zingt Maria bij Elisabeth o.a 'Hij slaat trotsen van hart uiteen, heersers ontneemt hij hun troon, maar hij verheft de geringen, de hongerigen overlaadt hij met gaven en de rijken zendt hij heen met lege handen.' Ook hier dus duidelijk sprake van een omkering. Net als bij Mozes, waar de uittocht begint bij de actie van vijf vrouwen, nemen bij Jezus twee vrouwen het heft in handen. Echte bevrijding begint bij vrouwen. Als de engel bij de herders verschijnt, verschijnt hij bij de verschoppelingen uit de maatschappij die met de nek werden aangekeken. Heden is u een redder, een bevrijder geboren, krijgen ze te horen. Jehoeshua (= Jezus) betekent God bevrijdt. Opnieuw wordt kleine mensen toekomst beloofd.
In het evangelie van Matteüs verschijnen de engelen in een droom aan Jozef. Waar overspelige vrouwen volgens de Joodse wet, de wet van God dus, ten dode, door steniging waren opgeschreven. Of waar je in het beste geval in stilte afscheid van nam, overgeleverd aan armoede en sociale uitsluiting. Dan hoort Jozef in de stem van de engel, boodschapper van Godswege, 'zijn vrouw op te nemen', zodat ze een aanvaarde plaats in de samenleving krijgt en een goed leven voor haar en haar kind. Je voorvoelt de strijd tussen de God van de joodse wet en de God die Jezus zal verkondigen. Niet de God van de uitsluiting maar een de God die mensen 'opneemt'. Daarom wordt gezegd dat dit kind een kind van de Heilige Geest is. Een geest die heelmakend is (heilig=heel) die niet verdeelt en uitsluit maar opneemt. Die zelfde engel zal nog tweemaal verschijnen in een droom. Eenmaal om het kind en zijn familie te redden van de kindermoord en eenmaal om het weer een thuis te geven. Telkens met de woorden: Sta op neem het kind en haar moeder op. Mensen opnemen zodat ze niet uitvallen, uitgerangeerd worden. Engelen als boodschappers van Godswege, kondigen dus een 'andere' werkelijkheid aan, de wereld omgekeerd.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina


Geboorte en jeugd van Isa /Jezus in de Islam

De vrouw van Imraan verwachtte een kind. Zij sprak de belofte uit dat zij haar kind aan de Heer zou toewijden. Wanneer zij het kind ter wereld bracht, stelde zij echter met verwondering vast dat het een meisje was. Toch hield zij haar belofte: zij noemde het meisje Marjam (Maria) en bad God dat hij haar en haar nageslacht zou beschermen tegen de vervloekte satan. Het meisje werd aan de Heer toevertrouwd. Zakarijja, die in het heiligdom werkte (als priester), moest voor haar zorgen. Maar telkens hij bij haar in het heiligdom binnenkwam, vond hij proviand bij haar. Hij vroeg haar: "Marjam, waar heb je dat vandaan?" En zij zei: "Het komt van God. God geeft levensonderhoud aan wie hij wil, zonder afrekening".

In de koran kondigt God via engelen aan Marjam de geboorte aan van een Woord van God. Zijn naam zal zijn: de Masieh, Isa, de zoon van Marjam. Hij zal in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals in hoog aanzien staan en behoren tot hen die in de nabijheid (van God) zijn. In de wieg en als volwassene zal hij tot de mensen spreken en hij zal een van de rechtschapenen zijn. God zal hem het boek, de wijsheid, de Tawraat (de thora) en de Indjiel (het evangelie) onderwijzen. Als gezant bij de Israëlieten, zal hij hen een teken geven vanwege de Heer: hij zal voor hen uit klei iets maken in de vorm van een vogel, hij zal er dan in blazen, en met Gods toestemming zal het een vogel zijn. Hij zal blindgeborenen en melaatsen genezen, en doden levend maken, met Gods toestemming. Hij zal de mensen meedelen wat zij eten en wat zij in hun huizen opslaan. Daarin zal een teken zijn voor hen die gelovig zijn. Marjam zei: "Mijn Heer, hoe zou ik een kind krijgen, terwijl geen mens me aangeraakt heeft?" Hij zei: "Zo is het. God schept wat Hij wil. Wanneer Hij iets beslist, dan zegt Hij er slechts tegen: 'Wees!' en het is".

Frans Hitchinson,
Ontmoeting. De islam binnen de katholieke godsdienstlessen in het basisonderwijs, 2002.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina


De geboorte van Jezus volgens de islam

Het verslag in de Koran over Jezus begint met de presentatie van zijn moeder Maria. De vrouw van Imraan, de moeder van Maria, beloofde plechtig haar kind aan de dienst van Allah in de tempel te wijden. Zacharias, die de zorg voor Maria op zich nam, trof gewoonlijk voedsel aan bij Maria. Op zijn vraag hoe zij er aan kwam antwoordde zij dat het van God was. Hierover luiden de Koranverzen :

"Toen de vrouw van Imraan zei: "Mijn Heer, ik heb datgene wat in mijn buik was, via mijn gelofte aan U gewijd. Neem het van mij aan, U hoort en weet."
En toen zij haar ter wereld had gebracht, zei zij: "Mijn Heer, ik heb haar gebaard, iemand van het vrouwelijk geslacht...
En ik heb haar Mèryem genoemd en ik beveel haar bij U aan met haar nageslacht om ze te beschermen tegen de vervloekte Satan."
Toen ontving haar Heer het kind in Zijn goedgunstige genade en zij groeide door Zijn goedheid voorspoedig op, terwijl Zacharias de zorg voor haar op zich nam. Iedere keer, dat Zacharias bij haar binnentrad in het heiligdom, vond hij proviand voor haar. "Mèryem," zei hij, "Hoe komt dit bij je?" "Van Allah," antwoordde zij.
Voorwaar Allah schenkt levensonderhoud aan wie Hij ook maar wil zonder er rekenschap voor te vragen."

(3 Soera El Imraan: 3537)

Toen Maria een vrouw was geworden, verscheen de Heilige Geest (dit wil zeggen de aartsengel Gabriël) aan haar in de gedaante van een man om haar het goede nieuws van een zoon te brengen. In de Koran lezen wij de volgende dialoog tussen Maria en de engelen:

"Toen de engelen zeiden: "Mèryem, Allah kondigt u een Woord aan van Hem; zijn naam is de Messias, Jezus, de zoon van Mèryem; hij zal hoog in aanzien staan in deze wereld en in de volgende, in de nabijheid van Allah.
In de wieg zal hij tot de mensen spreken en als volwassene, en hij zal rechtvaardig zijn." "Mijn Heer", zei zij, "hoe zal ik een kind kunnen krijgen, aangezien geen menselijk wezen mij heeft aangeraakt?"
" Zelfs," zei hij, "Allah schept wat Hij wil. Wanneer Hij iets besluit, dan zegt Hij slechts: "Word" en het wordt."

(3 Soera El Imraan: 4547)

Maria werd op wonderbaarlijke wijze zwanger en trok zich terug op een afgelegen plek, waar zij de geboorte afwachtte. De Koran vertelt ons in een hoofdstuk, dat Maria heet, hoe Maria zich voelde en wat de Joden tegen haar zeiden, toen zij haar kind thuis bracht:

"Zij werd zwanger van hem en trok zich terug met hem op een afgelegen plaats. En de geboorteweeën verrasten haar bij de tronk van een palmboom. Zij zei: "0 was ik toch hiervoor gestorven en een vergeten ding gebleven” Maar degene, die beneden haar was (Gabriël) riep tegen haar: "Maak u geen zorgen; zie, uw Heer heeft onder u een beekje doen stromen. En schud ook de tronk van de dadelpalm naar u toe, en er zullen verse en rijpe dadels op u vallen. Eet dus en drink en wees getroost, en als u een sterveling ziet, zeg dan: "Ik heb aan de Barmhartige een gelofte van onthouding gedaan, dus vandaag zal ik tegen niemand spreken." Terwijl zij hem droeg, bracht zij hem toen naar haar familie. Zij zeiden: "0 Mèryem, je hebt waarlijk iets ontstellends gedaan! O zuster van Aäron, je vader was geen slechte man, noch was je moeder een onkuise vrouw." Toen wees Mèryem op het kind, doch zij zeiden: "Hoe zullen wij spreken tot iemand, die nog in de wieg ligt, een klein kind?" Hij zei: "Ik ben de dienaar van Allah; Hij heeft mij de Schrift gegeven en mij tot profeet gemaakt. En Hij heeft mij gezegend, waar ik ook ben. Hij heeft mij voorgeschreven om te bidden, en liefdegaven te geven, zolang ik leef. En eveneens om mijn moeder lief te hebben; Hij heeft mij niet arrogant gemaakt, noch een geweldenaar. Vrede zij met mij, de dag, dat ik werd geboren, en de dag dat ik zal sterven, en de dag, dat ik tot leven wordt gewekt."

(19 Soera Mèryem: 2233)

 

Meneh Hammad AlJohani, De waarheid over Jezus, Leiden, 1998.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Reacties op deze in de kijker

De ingezonden reacties tot nu toe:

  1. 03-03-2009
    Marike
    Leerkracht secundair onderwijs

    Bedankt voor de goede ideeën en leuke verwerkingsopdrachten!


     

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Geef uw eigen aanvullingen, suggesties, ervaringen, reacties,... door

Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.

Naam:
E-mailadres:

U bent:

Uw reactie/vraag/opmerking/suggestie:

Indien gewenst, stuur hierbij een bestand mee:

Visual CAPTCHA

Vul bovenstaande code in:


Als u een bestand meestuurt, kan het even duren vooraleer u
op de volgende pagina terechtkomt
.
Gelieve toch maar één keer op 'Verzenden' te klikken.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina


Bijbelfiche Jezus en Nikodemus