print deze pagina af voeg deze pagina toe aan je favorieten e-mail deze pagina Klik hier om in te loggen Guided Tour

Symbolen
verbinden hemel en aarde

Verwonderd en interpreterend stilstaan bij bomen en bij de hele schepping

Wij moeten worden als bomen.
Die luisteren in den diepe grond.
Dan zal een ruischen ons doorstromen.
En alle bladeren worden mond.

(De Merode)

Midden in de tuin stonden de boom van het leven en
de boom van kennis van goed en kwaad

Gn 2,9


De boom is vergankelijk, maar verwijst naar iets onvergankelijks.
Hij is onvolkomen maar is betrokken op iets dat héél is en volkomen.
Hij schiet tekort om het verlangen naar zin op te vullen,
maar ademt iets dat ten diepste en voorgoed bevredigt.
Hij is onbeschut, maar laat iets van eeuwigheid en geborgenheid doorschemeren
dat zelf geborgenheid kan geven.
Dat eeuwige is hij niet gewoon zelf, wel bestaat hij vandaar uit en daar naartoe.

Romano Guardini

Inhoud:

Algemene Inleiding

Deelthema 1: Dichter-bij bomen

Impuls A: De beleving van een boom
Impuls B: Doorleefde ervaringen met bomen voor jonge kinderen
Impuls C: Doorleefde ervaringen met bomen voor oudere kinderen

Impuls D: Leven in en om de boom
Impuls E: Wijze mensen onder een boom
Impuls F: Vredesbomen en de Vredesweek (Pax Christi e.a.)
Impuls G: De zorg om de bomen en de Week van het Bos

Deelthema 2: Bomen zijn kwetsbaar. Mensen ook. Allerheiligen en Allerzielen

Impuls A: Bomen en hun groeipijnen
Impuls B: Jaarringen vertellen het verhaal van de boom
Impuls C: Bladeren kleuren geel en rood
Impuls D: Bomen kunnen sterven, mensen ook
Impuls E: Bomen, tekens van leven, op een kerkhof
Impuls F: Bomen overleven de dood

Deelthema 3: Een kind in een krib. Een twijg aan een stronk. Kerstbomen, tekens van leven?

De betekenis van gebruiken en beelden, symbolen en rituelen rond de kerstboom en hun actuele zin en betekenis vandaag. Didactische suggesties voor advent en kersttijd. Levensbomen in diverse culturen en religies bij ons en over de hele wereld.

Impuls A: Waarom bomen heilig zijn
Impuls B: De boomverering moet verdwijnen
Impuls C: De betekenissen van de kerstboom
Impuls D: De stronk van Jesse
Impuls E: De kerstboom van Steven
Impuls F: Geactualiseerde levens(kerst)bomen
Impuls G: Lichtbomen

Deelthema 4 : (H)eerlijke bomen voor mensen uit de Zuiden. Zorg om het regenwoud. De mens beheer(s)t God schepping.

Impuls A: Vrouwen bewaren de bomen
Impuls B: Waarom zijn de bananen krom?
Impuls C: De zorg om het regenwoud
Impuls D: Heer of herder, heerser of hoeder over de schepping

Deelthema 5 : Van kruisboom tot paasboom

Impuls A: Het kruis en de boom: de kruisboom
Impuls B: De betekenissen van een kruisboom
Impuls C: Christus aan de kruis-boom
Impuls D: De schreeuw van de kruisboom
Impuls E: Palmpasen
Impuls F: De paasboom

Deelthema 6 : Bomen: een zegening voor de mens. Meibomen, Mariamaand, heiligen en bomen, heilige bomen …

De betekenis van bomen wereldwijd

Van geneesbomen, meibomen, heilige bomen en boomgeesten tot Maria van de boom en Onze Lieve Vrouw aan de staak.

Achtergronden en links


Algemene inleiding (september 2005)

Een voorbeeldthema

Het thema bomen is uitgewerkt als een voorbeeldthema rondom een aantal domeinen van het godsdienstonderricht. Het brengt in brede zin de levensbeschouwelijke benadering van een thema uit de werkelijkheid in beeld en suggereert mogelijkheden om ook binnen de andere leergebieden levensbeschouwelijke en godsdienstige vragen te stellen en openingen te creëren. Het toont wezenlijke aspecten van ervaringsbetrokken onderwijs dat uitgaat van beleefde ervaringen van kinderen in confrontatie met het aanbod van de christelijke traditie en de rijkdom van de levensbeschouwingen en culturen, uitgaande vanuit de eigen bestaanscontext van het kind in een katholieke school. Het werkt tal van mogelijkheden uit hoe interreligieuze communicatie, vanuit een thema uit de werkelijkheid, gestalte kan gegeven worden (ook al zijn er misschien geen kinderen van allochtone oorsprong in de klas). Doorheen de verschillende delen wordt een veelheid van voorbeelden uitgewerkt van gerichte vraagstellingen om een open levensbeschouwelijke communicatie te realiseren met de kinderen in de klas. Dit project geeft bij uitstek een uitgetekend beeld van de wijze waarop symbooldidactiek gestalte kan krijgen in het onderwijs. Het reikt middelen en ideeën aan voor het ontwikkelen van een jaarthema voor heel de school waarbij alle leergebieden kunnen betrokken worden.

Thema bomen

Bomen zijn op aarde de grootste en indrukwekkendste gewassen. Eens geplant, groeien ze ons snel boven het hoofd. Mensen kijken er naar op. We kunnen niet anders. Dat geldt in het bijzonder voor kinderen. Dat merken we aan hun tekeningen: Heel veel stam en weinig kruin. Zo zien ze tegen een boom op.

De wortels van een boom dringen diep of wijd in de grond, op zoek naar water en voedsel voor z'n groei. Zo zijn ze geworteld, verbonden met de aarde. Van daaruit steken hun stam en takken wijd en hoog boven het landschap uit als reiken ze tot aan de wolken.

Bomen staan bekend om hun vele eigenschappen.

  • Om hun kracht: ze staan sterk en geven stevig hout
  • Om hun grootte: ze kijken uit over de horizon en verbinden de aarde met de lucht, de mensheid met de hemel. Ze geven richting aan en zijn oriëntatiepunten.
  • Om hun levensduur: sommige bomen worden meer dan duizend jaar zegt men, we tellen en tekenen de mensengeneraties in de vorm van stambomen.
  • Om hun vruchtbaarheid: elk jaar opnieuw reiken bomen ons hun vruchten aan, gratis en zonder voorwaarden, je moet alleen vragend je hand uitsteken.
  • Om hun veranderende gestalten: ook al wordt een boom in de winter als het ware in z'n blootje gezet, hij geeft niet op, hij ontwikkelt nieuw leven, hij geeft ons de hoop op een lente na de winter, de hoop op leven na de dood, groeien, bloeien en vrucht dragen.
  • Om hun gastvrijheid: talloze kleine dieren en vogels wonen er in en ook kinderen soms. In een eik wonen meer dan duizend dieren.

  • Om hun voedsel: Bomen geven mens en dier uitgebreid te eten : bloemen, zaden, noten en vruchten.
  • Om hun schaduw en bescherming: Ze beschermen tegen te felle zon en regen en vangen met hun bladeren het stof uit de lucht op. Bomen maken het klimaat zachter
  • Om hun hout: met zeer verscheiden eigenschappen voor woningen en huisraad. Grondstoffen voor papier en weefsels.
  • Om hun zuurstofproductie: waardoor de lucht blijvend gezuiverd wordt en mensen ademruimte krijgen. Bomen houden ook koolstofdioxide vast en zorgen mede voor het tegengaan van het broeikast effect door de vervuiling van de lucht.
  • Om hun water: dat ze met hun diepe wortels zeer ver kunnen halen (vb. olijfboom tot 150 m diepte) en vast kunnen houden zodat de aarde groen blijft.
  • Om het vasthouden van de aarde: ze beschermen tegen erosie, modderstromen en verwoestijning. Bomen in de bermen geven het landschap mee vorm. Ze worden gebruikt om het verkeer te geleiden en te scheiden.
  • Om hun geneeskrachtige werking: zowel bloem, blad, vrucht, schors of wortels kunnen een genezende en helende werking hebben voor de mens. Bomen kunnen geluidsoverlast verminderen.

Bomen worden door de mensen naar waarde geschat, geëerd en vereerd, ze krijgen aparte plekken om en rond het huis, op een kruispunt, in het midden van het dorp, als een scherm langs de wegen. Mensen identificeren en vergelijken zich met bomen. Stoer als een eik, trillen als een espenblad, de appel valt niet ver van de boom. De waarden van de samenleving worden uitgedrukt of benadrukt in bomen. Bij voorbeeld: de gemeenschap in de dorpslinde, de rechtspraak bij de eik, gezondheid in geneesbomen, godsdienstigheid in heilige bomen…

Alles wat we zelf zo belangrijk en zinvol vinden in het leven treffen we in een boom aan: Wij willen krachtig zijn, standvastig en groot. Vruchtbaar ook en mededeelzaam. Verbonden met de grond waarop we leven, met de omgeving, de streek, het dorp, met de mensen waar mee wij samen wonen. We willen ons kunnen vernieuwen zoals een boom elk seizoen opnieuw.

Wij willen verder kunnen kijken dan onze neus lang is, nieuwe horizonten ontdekken en vergezichten die steeds verder om ons heen de wereld in kijken terwijl we reiken naar de hemel...

Tegelijk met hun macht en kracht zijn bomen ook kwetsbaar, kleine zwammen en schimmels kunnen een boom verzieken en leegzuigen, een dunne wingerd kan de sterkste en dikste boom versmachten. Bomen kunnen moeilijk tegen koude en droogte, de steppen zijn te koud, de bergen te hoog, de woestijnen te droog. Bomen kennen, net zoals mensen, hun grenzen.

Omwille van dit alles is de boom een beeld van het Leven, vaak uitgebeeld als Levensboom en Wereldboom. Omwille van die rijkdom wordt een boom ook mogelijk plaats van ontmoeting met de God van het Leven.

Een Jaarthema

Omdat het thema 'bomen' zo rijk en veelzijdig is, leent het zich buitengewoon goed om als thema doorheen het jaar dienst te doen. De veelzijdige kenmerken, de verwevenheid met alle aspecten van het menselijk bestaan, het symbool van verbondenheid en levenskracht, een beeld van leefgemeenschap en verbondenheid, uitdrukking van de verbinding tussen hemel en aarde en daardoor inspiratiebron van geestkracht zowel van onder als van bovenuit. De vele aspecten van de menselijke ontwikkeling en het schoolleven vinden er mogelijk hun uitdrukking in zodat alle leergebieden er hun plaats in vinden.

De jaarkring

De aangeboden reeks 'in de kijkers' staat stil bij vele momenten uit de (kerkelijke) jaarkring zoals de Vredesweek en de Week van het bos, Dierendag, Allerheiligen en Allerzielen, Advent en Kerstmis, Vasten, Palmzondag en de Goede Week en de meimaand (Maria maand). Aandacht wordt gegeven aan de verschillende seizoenen.

Christelijke thema's (uit het leerplan en werkplan)

Voor kleuters is het mogelijk om een Belangstellingscentrum (BC) rond Bomen uit te werken. Maar daarnaast kunnen heel wat activiteiten ook passen in andere belangstellingscentra. Ander aspecten van het werkplan godsdienst die hierin aangeraakt en uitgewerkt worden zijn: De grote aandacht voor levensbeschouwelijke en religieuze groei p.29ev., Levensbeschouwelijke verscheidenheid p 85, het werken met verhalen p.87 en bijbelverhalen p.89, uitgebreide aandacht aan rituelen en symboliek p.109, meditatie en gebed p.111, meevieren met (kerkelijke) feesten p.123, heiligen en hun plaats in de kleuterschool p.125, communicatie met kinderen en hun zoektocht naar zin p.127. Doorheen dit alles is er uiteraard aandacht voor het Jezus en Godsbeeld dat daarin doorklinkt p.107.

Voor het lager onderwijs kan het thema bomen naast de jaarkring elementen ingewerkt en kan gebruikt worden in de expliciete thema's:

  • de eerste graad
    • Op verkenning in de natuur,
    • Dragen en gedragen worden
    • Geboorte en groei, van.
  • tweede Cyclus
    • Stilte en gebed,
    • Mens en natuur,
    • Aarde en vruchtbaarheid
    • Symbolen
  • Derde Cyclus
    • Natuur en cultuur
    • Wat maakt mij gelukkig
    • Grenzen van het leven
    • Bewogen worden
    • Andere godsdiensten

Daarnaast zijn vele andere thema's uit het leerplan ook heel goed te linken met het thema bomen zoals: Mag ik zijn wie ik ben; Ik voel mij vandaag zo…; Anders zijn, Verbondenheid; Tussen droom en werkelijkheid… om er enkele te noemen.

Ook komen talloze thema's uit het leven, uit de christelijke godsdienst en de andere levensbeschouwingen uitgebreid aan bod. Verwondering, verbondenheid, symboolgevoeligheid, milieubewustzijn, schepping, zorg en verantwoordelijkheid, meditatie, spiritualiteit, leven en dood, ontwikkelingssamenwerking, zorg om het (regen)woud, helden, heiligen en andere grote figuren, rituelen en vieringen…

Verbinden met andere leergebieden

Het thema Bomen is uitermate makkelijk te verbinden met leergebieden als wereldoriëntatie, muzische vorming en taal en kunnen in die vakken diepgaander worden uitgewerkt.

Uiteraard worden binnen het bestek van deze impulsen voor het vak godsdienst slecht relaties, aanzetten gegeven voor de verbindingen met de onderdelen van de andere leergebieden die daarin verder diepgaander kunnen worden ontwikkeld. Anderzijds kan het vak godsdienst aansluiting vinden bij geplande inhouden en activiteiten van het vak wereldoriëntatie. Zo kunnen voor het leergebied wereldoriëntatie de meeste basisvaardigheden en attituden waarvan sprake op p. 34 e.v. kunnen hierin worden gerealiseerd en eveneens alle 'bestaansdimensies' zoals die zijn aangegeven in het leerplan Wereldoriëntatie p.15 en verder uitgewerkt in de doelen vanaf p. 39. Heel wat doelen van de deelleerplannen Nederlands kunnen in dit thema gerealiseerd worden. Er is veel ruimte gemaakt voor spreken en luisteren uitgaande van de belevingservaringen van de kinderen, via uitwisseling, kringgesprek en filosofisch gesprek. Er wordt gewerkt met verhalen, spreekwoorden, metaforen, creatief schrijven en poëzie. Mede daardoor komen aspecten van taalbeschouwing telkens weer om de hoek kijken en wordt in de aanpak ook de sporen van 'de strategie van elke taalbeschouwer' gevolgd zoals beschreven op p. 45 van het deelleerplan Nederlands Taalbeschouwing. Er is aandacht voor wat een kind in taal kan weergeven van wat het waarneemt, beleeft, ervaart, voelt, denkt en doet zie p. 23: Streefdoel van het deelleerplan Schrijven.

In die zin vindt het gemakkelijk aansluiting bij de doelen van Muzische Vorming zoals uitgedrukt in het deelleerplan Muzisch taalgebruik zie hiervoor ook op p.37 waar verwezen wordt naar verbindingen met de andere leergebieden. Er wordt veel gewerkt met rijk beeldmateriaal zowel uit de realiteit als uit de wereld van de kunst en kinderen worden aangezet via diverse werkvormen en expressiemiddelen de werkelijkheid te verkennen of er uitdrukking aan te geven. Vele communicatieve aspecten krijgen gestalte in dramatisch spel en realiseren daarbij doelen die aangegeven zijn in de respectievelijke deelleerplannen. Daarnaast wordt in rituelen en vieringen gebruik gemaakt van heel wat aspecten van muzikale en bewegingsexpressie.

Verder is het mogelijk om ook vakken als bewegingsopvoeding en wiskunde erbij te betrekken zodat het thema 'bomen' als een project kan worden uitgewerkt.

 
Boom: een christelijke benadering.

Binnen het christendom zijn nogal wat ambivalente standpunten waar te nemen in de omgang met bomen. We merken in het scheppingsverhaal dat bomen Gods eigen aandacht krijgen en door zijn hand tot stand zijn gekomen 'God, de Heer, liet uitde grond allerlei soorten bomen groeien, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten… Genesis 2,9. Anderzijds stellen we vast dat heel wat christelijke predikers, de bomen en bossen die als eerbiedwaardig, helend en heilig werden ervaren, omhakten en vernietigden, zoals blijkt uit heiligenverhalen van Martinus, Bonifacius, Nicolaas e.a. (uitwerking in deelthema 3). Dit gebeurde o.a. in navolging van het Concilie te Arles in 452, dat opriep om te stoppen met de  'godslasterlijke boomcultus. De heilige Bernhard van Clairvaux (Benedictijn) daarentegen schreef: 'Je zult in de bossen meer vinden dan in boeken. De bomen en de stenen zullen je dingen leren die jou geen mens zal kunnen vertellen.' Daarnaast zijn er ook verhalen van heiligen, monniken en mystici, die een bijzondere band met bomen onderhielden. Zij leefden soms letterlijk in een boom om zo dichter bij God te zijn. De Vlaamse mysticus Jan van Ruusbroec, schreef en las onder een boom bij het klooster Groenendal (zie deelthema 1). Volgens een legende mediteerde hij onder een linde die een geheimzinnig licht uitstraalde. En in de Bijbel lezen we dat God aan Abraham verscheen bij de Heilige Eik van Mamre (Genesis 18,1). Als Fransiscus de elementen van de natuur zijn 'broeders en zusters' noemt, 'broeder zon en zuster maan', dan verschijnt die natuur als gelijke van de mens. Verschijnt die natuur in navolging van de mens (scheppingsverhaal) mogelijk ook als beeld van God?

Boom, een deel van Gods schepping

Als christenen de natuur 'schepping' noemen dan zeggen ze dat ze die natuur aantreffen als hen gegeven, als gave, als een gratis geschenk. Ze geven ook aan dat die natuur niet van hen is als een bezit, maar hen door God gegeven.

Toen wij ons huis kochten, kregen wij er drie bomen in de tuin bij. Een jaar later stond in september de vroegere eigenares van het huis, waarin ze zelf geboren en getogen was, op de drempel van de deur. Ze hield een emmertje in haar hand en vroeg of ze wat appelen van die boom mocht kopen, omdat die toch zo goed voor kompot waren en in de winkel niet te krijgen. Het geld om te betalen hield ze uitgestoken in haar hand. De boom zorgde voor een volle emmer appelen. Toen ze wou betalen zeiden we tegen haar: "Die boom was er al voor dat jij als kind geboren bent, toen al gaf die elk jaar z'n appelen. Meer dan zestig jaar heb jij meegemaakt dat deze boom gratis geeft en heb je deze boom mede met zorg omgeven. En wij hebben nu die boom gekregen, we hebben er niets voor moeten doen. En die boom geeft ons gratis z'n appelen … Voor wat we zelf gekregen hebben kunnen we zeker geen geld aannemen. Een boom geeft nu eenmaal gratis."

Wanneer christenen zeggen dat God de natuur geschapen heeft, dan doen ze daarmee geen wetenschappelijke uitspraak over het ontstaan van de natuur maar wel zeggen ze daarmee dat de natuur 'zin' heeft. Christenen zijn overtuigd dat de mens niet overgeleverd is aan willekeurige natuurkrachten of aan 'lot der dingen', maar vertrouwen in hun omgang met de natuur op de 'zorg en de zegen Gods'. Ze zeggen daarbij dat die natuur 'goed' is. 'En God zag dat het goed was' staat er tot zevenmaal toe in het scheppingsverhaal. Christenen beseffen eveneens dat de natuur niet af is, onvolkomen en kwetsbaar en weten zich daarom ook (mede)verantwoordelijke voor de natuur. De mens is volgens het scheppingsverhaal ook behoeder en beheerder van die natuur. De natuur 'Schepping' noemen is voor een christen haar recht doen, haar eer bewijzen, haar bevrijden van uitbuiting en verdrukking, haar uit de chaos vandaan halen in de lijn van de Geest van God die bij de beginverzen van het scheppingsverhaal over de 'duistere oerwateren zweeft' en betrokken spreekt: 'Er moet hier licht komen in deze duisternis'… En… er kwam licht. En de mens roept telkens weer, oude woorden herhalend: Veni Creator Spiritus, Kom Schepper Geest.

Vanuit dit besef ontstaat er bij christen een houding van verwondering, dankbaarheid, vertrouwen, verbondenheid, zinvolheid, heelheid, recht, bevrijding en verantwoordelijkheid. In dit perspectief willen we bij deze reeks 'in de kijkers' ook omgaan met het fenomeen boom' als onderdeel, als representant van die natuur die schepping wordt genoemd.

Een beeld om over God te spreken?!

In vele religies en godsdiensten spelen bomen een belangrijke rol. Omwille van hun veelzijdige betekenis voor de mens (zie thema bomen) worden ze ervaren als teken bij uitstek van het leven zelf en worden ze speciaal verbonden met de wereld der goden. Door de immense rijkdom aan waarden (voor de samenleving) worden, onder andere in de Egyptische, Grieks-Romeinse en Germaanse godsdienst, bomen aan de godheden toegewijd. Zo is de dadelpalm de woning van godinnen in Egypte. De goddelijke status van deze boom wordt mede bepaald door zijn grote bruikbaarheid. De dadelpalm leverde hout, vezels voor touw, manden en matten, en vruchten die zo gegeten werden of waarvan men wijn maakte. Ook de tamarisk werd als heilig beschouwd en rondom tempels geplant. De Godin Nut werd afgebeeld als de Vrouwe van de vijgenboom die haar aanbidders de vrucht of het water van de levensboom schenkt. Ook de eik (toegewijd aan Griekse god Zeus en de Germaanse god Thor), de pijnboom, de palm, de laurier en de olijfboom hebben een heilige of goddelijke status gekregen.

Bijvoorbeeld in Griekenland werd door de stad Athena gekozen voor het goddelijke geschenk van de olijfboom die hen door de godin Athena werd aangereikt. Die Olijfboom werd tijdens de moderne Olympische Spelen van 2004 prominent in beeld gebracht. De toespraken over de zin, betekenis en de waarde van de Spelen werden tijdens de openingsceremonie gehouden onder de vijgenboom die symbolisch uit de hemel neerdaalde. In onze streken is de Germaanse es, of de Yggdrasil als wereldboom de meest bekende. Deze machtige boom heeft volgens de Edda -geschriften drie wortels die tot in drie verschillende werelden reiken en die deze werelden met elkaar verbinden. Eén wortel reikt volgens het Germaanse geloof tot het land van de goden dat elke dag onder zijn takken bijeenkomt om zijn raadsvergaderingen te houden. Christelijke gebruiken rondom de kerstboom zijn mede van deze mythische boom afgeleid (zie deelthema 3).

In de Bhagavad-Gita van India vinden we de asvattha of wereldboom uitgebeeld met wortels die in de hemel groeien, terwijl zijn stam en takken zich omlaag naar de aarde uitstrekken. In het Boeddhisme wordt Boeddha afgebeeld mediterend onder de Bodi-boom.

De boom in de drie monotheïstische godsdiensten

In de drie monotheïstisch godsdiensten (jodendom, christendom en islam)  is er grote weerstand geweest tegen het plaats geven van de boom in de cultus. Men zette zich af tegen de vruchtbaarheidscultussen waar bomen centraal stonden. Toen de christelijke bekering van de Germaanse volkeren begon, was het eerste wat gedaan moest worden, het afschaffen van de boomcultus en het vernietigen van de Heilige Bossen. De verering van bomen werd als afgoderij gezien die bestreden moest worden. Heilige bomen werden gekapt. Op de plekken van de gekapte bomen, lieten missionarissen vaak kleine kerken of kapellen bouwen. Op het platte land bleven oude gebruiken rond bomenverering nog lang behouden. Tot op vandaag treffen we honderden bomen en kapellen verenigd in het Vlaamse landschap aan. Christelijke en Germaanse elementen zijn verenigd.

Toch worden bomen niet enkel verketterd door de grote godsdiensten. Integendeel. Bomen spelen een grote rol in de Joodse religie. De menora, de zevenarmige kandelaar die altijd brandde in de tempel van Jeruzalem, heeft alles te maken met de amandelboom. God gaf Mozes de opdracht om een kandelaar te maken van goud, bloemkelken, knoppen en bloesems zoals die van de amandelboom. De vorm van de Menora is dezelfde als die van de Mesopotamische levensboom: zeven armen gerelateerd aan de zeven planeten. De zeven lichtjes zijn de zeven ogen van de Heer zoals deze verschenen zijn aan de profeet Zacharias. Zij verlichten de gouden Menora, die tussen de olijfbomen stond, wiens vruchten de olie voor de lichten leverden. Wanneer eind januari - begin februari in Israël de bomen beginnen uit te lopen, wordt het Nieuwjaarsfeest der Bomengevierd. Vandaag de dag wordt deze dag wereldwijd gevierd door het eten van fruit dat in Israël verbouwd wordt. In Israël zelf worden op Tu Bishvat vaak bomen geplant door schoolkinderen.

Daarenboven is in het Jodendom de wijnstok één van de beelden voor het volk Israël, het volk van God. (Jesaja 5 en Psalm 80). De 'wijnstok' Israël is door God uit Egypte bevrijd. Als een stek van vreemde bodem is deze wijnstok geplant in het beloofde land. Daar is de wijnstok tot volle bloei gekomen. Een plant met volle druiventrossen. Vrucht dragend in het land van melk en honing. De tempel in Jeruzalem, Gods woonplaats, was versierd met de afbeelding van een reusachtige gouden wijnstok! God zelf wordt beeld van de wijngaardenier.

In het christendom wordt het beeld overgenomen: in het evangelie van Johannes klinken Jezuswoorden als volgt: "Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman". (Johannes 15, 1-11). Dit wil zeggen: In Jezus komt Israël tot ongekende bloei. Jezus wordt herkend als de ware zoon van Israël. Door God zelf geplant onder Zijn volk. En de discipelen zijn de ranken, die moeten vruchten dragen. Zonder vruchten ben je waardeloos, in parabels wordt naar de onvruchtbare vijgenbomen verwezen. Als rank van de wijnstok dreig je te worden afgesneden om bij elkaar geharkt, op een hoop geveegd en verbrand te worden'. In christelijk zin is Christus de ware wijnstok en de discipelen zijn de takken (Joh. 15). In dit beeld wordt de gemeenschap van gelovigen, de Kerk, herkend. Niet alleen de wijnstok verschijnt in beeld. Vanaf de eerste verhalen in Genesis (eerste bijbelboek) doen bomen mee. Met name de levensboom en de boom van kennis van goed en kwaad worden door God in het paradijs geplant. Bomen verschijnen in de psalmen en bij de profeten en in ontmoetingen bij Jezus. Tenslotte ook in de afsluitende boek der Openbaringen verschijnt de levensboom in al zijn glorie in het Nieuwe Jeruzalem.

Het geloof van een moslim wordt vergeleken met een boom omdat volgens de Koran Allah, de Verhevene heeft gezegd: Allah vergelijkt een goed woord met een goede boom (Soera14 :24) De boom wordt beschouwd als de oorsprong van het geloof en haar takken zijn het opvolgen van de opdrachten en het nalaten van wat is afgeraden. De bladeren staan voor al het goede waarin de gelovige zich interesseert en de vruchten van de boom zijn het verrichten van deugdzame daden. De heerlijkheid van het geloof is namelijk het plukken van die vruchten. De volmaaktheid van het geloof wordt bereikt als de vruchten rijp zijn en dan is de heerlijkheid ook zichtbaar. Een geleerde heeft de Islam als volgt vertaald:

het hoofd van de îmân is tawhîd (geloof in één God),
zijn romp is mârifatullah (kennen van Allah),
zijn wortels zijn yaqîn (goede, volledige kennis),
zijn aderen zijn ikhlâs (oprechtheid),
zijn takken zijn Allahs geboden en verboden,
zijn bladeren zijn ontzag voor Allah,
zijn vruchten zijn Allahs rahmah (barmhartigheid),
zijn standplaats is het hart van een moslim,
zijn rivier, die water toevoert, is Allahs wetenschap,
zijn water is de Qur'ân, (koran)
zijn naam is de heilige boom (Sidratu'l muntaha).

Ook de dadelpalm speelt een belangrijke rol in het leven van de moslim en de islam. Volgens de overleveringen vormde Allah naast de kameel ook de dadelpalm uit de rest van dezelfde aarde waaruit hij de mens schiep en hij gaf de aldus geschapen boom aan de mens mee toen deze het paradijs verliet. In de Arabische poëzie wordt de dadelpalm dikwijls vergeleken met de mens wegens zijn 'slanke gestalte en grote schoonheid'. De profeet Isa (Arabische naam in de Koran voor Jezus) wordt volgens de Koran geboren onder een palmboom. Deze boom buigt zich helemaal over moeder en kind en doet zijn uiterste best om bescherming, beschutting en verfrissing te bieden. In de islam spreekt men bewust niet van 'heilige' bomen maar van 'gezegende' bomen, bomen die Gods zegen met zich meedragen.

Het heilige in het alledaagse, sporen van God in de natuur

Met deze in de kijker willen we aandacht geven aan de diepgang van het ervaren van de werkelijkheid waarin we leven. De verwonderende aanwezigheid van het kind in de werkelijkheid is uitgangspunt van alle leren, zeker van het religieuze leren. Het geeft grondig aandacht aan de veelzijdige wijzen waarop een kind in contact, in samenraking met de werkelijkheid komt en aan de meerzinnigheid die deze wederzijdse ontmoeting mogelijk bewerk­stelligt. De ontmoeting met de werkelijkheid gaat uit van onze waarneming en krijgt beteke­nis door onze belevingen, in denken, voelen en handelen, in hoofd, hart en handen. Het gaat over een open ontmoeting met de werkelijkheid waarbij we die werkelijkheid zo hopen te ontmoeten dat ze haar alledaagsheid verliest en iets van diepte, van het geheim, van het mensoverstijgende openbaart.

Deze 'In de kijkers' willen een jaar lang zo de wereld van bomen verkennen dat door hun reële verschijningen heen, aspecten van zin en betekenis, van het mysterie van het leven, van het heilige kunnen opengaan. Met Tjeu van den Berk houden we een pleidooi voor meer, wat hij noemt 'visionaire oplettendheid': "Visionaire oplettendheid wil zeggen: datgene wat vanzelfsprekend schijnt, wat alledaags schijnt, te doorbreken, te doorzien op zijn onvanzelfsprekendheid, op zijn geheim." (Opvoeden in geloven, gedachten over school, geloof en opvoeding. Kapellen 1980 p.98). " Op zo'n moment ervaren we het heilige in het profane, het oneindige in het eindige, het eeuwige in het tijdelijke" (Opvoeden in geloven) p. 101. In een zelfde zin schrijft de Duitse christelijke cultuurfilosoof Romano Guardini het volgende over 'bomen'

De boom is vergankelijk, maar verwijst naar iets onvergankelijks.
Hij is onvolkomen maar is betrokken op iets dat héél is en volkomen.
Hij schiet tekort om het verlangen naar zin op te vullen,
maar ademt iets dat ten diepste en voorgoed bevredigt.
Hij is onbeschut, maar laat iets van eeuwigheid en geborgenheid doorschemeren
dat zelf geborgenheid kan geven.
Dat eeuwige is hij niet gewoon zelf, wel bestaat hij vandaar uit en daar naartoe.

De Nederlandse theologe Marianne Merkx schrijft " Het ontdekken van het heilige in het alledaagse heeft (volgens Lynda Sexson) iets als het ontdekken van een gedicht. Je moet over het vermogen beschikken om echt te kijken. We worden door iets aangetrokken, waardoor we gaan nadenken over ons wezen in verhouding tot God. Dat verandert de werkelijkheid voor ons en onthult het transcendente, dat tenslotte een transformatie eist. Deze onthulling is natuurlijk nooit een totale onthulling, het is slechts een tipje van de sluier, heel even. Een kleine glimp die ons iets toont over Gods" (Marianne Merkx, Een alledaags geheim. De sacramentaliteit van het bestaan, in Bedacht zijn op het onbedachte. DSTS cahier, pp47-63, Zoetermeer. 1998.)

Het heilige in het alledaagse leren vermoeden: valt dat te leren voor kinderen?

Kunnen we de kinderen leren open staan voor de werkelijkheid dat ze dat ze iets van het heilige leren vermoeden of spoortekens van het goddelijke weten te herkennen? We willen er in deze reeks 'In de kijkers' zoveel mogelijk aspecten van dit leren in beeld te brengen. We willen graag starten met een gedicht en een verhaal bij wijze van overgang naar het meer didactische deel van deze inleidende beschouwingen.

Als de ziele luistert

Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft
'lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft
blaren van de bomen
kouten met elkaar gezwind
baren in de stromen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken
wegelen van Gods
heiligen voet
talen en vertolken
'diep geloken woord zo zoet...
als de ziele luistert.

Guido Gezelle


De rijke bramenplukker

Vele jaren geleden leefde er in een groot bos een oude bramenplukker. Zijn vader en moeder lagen al een halve eeuw aan de voet van een beuk begraven, doch dat was de bramenplukker reeds lang vergeten; hij wist niet eens wat het scheefgezakte kruis eigenlijk beduidde doch achtte het raadzaam, wanneer hij er 's nacht langs moest, een omweg te maken.
Verder woonde er niemand in het bos en daarom dacht de bramenplukker dat hij alleen op de wereld was. Deze gedachte deed echter zijn opgewektheid geen schade. Hij zong luidkeels de vrolijkste liederen, zonder ophouden, behalve 's nachts, want dan moest hij slapen - dat is een goede verontschuldiging. Maar verder, verder was er geen vrolijker mens denkbaar. 'Zie,' placht hij 's morgens te zeggen, 'die zilveren parels op de bloemen! Voor wie anders liggen al die diamanten over het gras gestrooid dan voor mij? Wat ben ik rijk!' en als hij door het woud liep, zuchtte hij: 'Wat een hoge gewelven, wat een ruime portalen, wat een prachtige zuilen! En dat alles voor één man!
Des middags lag hij op zijn rug naar de wolken te kijken, die de wonderlijkste figuren voor hem maakten. 'Zie,' sprak hij dan, 'een beer! En daar een winterlandschap! Wie heeft er zo'n zoldering? Ik word er verlegen van!' Maar 's avonds was de bramenplukker het vrolijkst. Dan ging hij onder de laurierboom zitten voor zijn huisje en wachtte gespannen. En plotseling, als de zon voor het laatst haar purperen stralen over de heuvels wierp, begon ver in het woud een fijne hoge stem te jubelen, zo verrukkelijk schoon en toch zo eindeloos weemoedig dat de bramenplukker de tranen in de ogen schoten. 'Heerlijk, prachtig!' riep hij dan ten leste uit, 'dank, dank, onbekende zanger! Wat een muziek! Wat een geluid! Hoe jammer dat ik alleen op de wereld ben!!'

Doch dat was hij niet; op een avond trok een ontdekkingsreiziger door het woud, duwde de kleine deur open en stond glimlachend voor de bramenplukker. 'Vriend,' sprak hij, 'wat eten en een bed, dat is al. Want ik heb honger en slaap. Versta je me?' Doch de bramenplukker zat doodsbleek op zijn stoel en zweeg. 'Komaan,' hernam de reiziger, 'hier is een goudstuk. Dat maakt de tong wat losser.' Nu rees de bramenplukker op. 'Wezen,' sprak hij moeilijk, 'ik heb uw goud niet nodig. Daarom zweeg ik niet. Doch mag ik u eens betasten?'
'Ga je gang,' sprak de reiziger, die een vrolijk man was. En de bramenplukker betastte de reiziger; hij kneep hem in de neus, draaide zijn hoofd naar alle kanten, keek aandachtig in de mond en riep ten slotte: 'Precies als ik! Precies als ik! Alles hetzelfde!' en hij omhelsde hem.
'Wat ben jij een onnozelaar,' lachte de reiziger, zich losmakend, 'heb je nog nooit een mens gezien?' 'Ik ben niet alleen!' riep de bramenplukker, in de handen klappend, 'ik ben niet alleen! Precies zulke benen!' en hij danste rond de tafel.
'Kom,' hernam de reiziger, 'ik heb honger. Bedwing je een beetje.'
En hij zette zich aan tafel, nam een bord uit zijn ransel en zette dit met een veelbetekenende klap voor zich neer. 'Welnu, zei hij, 'laat eens wat zien.' 'Ja, ja!' riep de bramenplukker, 'precies als ik! Juist hetzelfde!' en hij danste naar de provisiekast, haalde brood, worst en ontbijtkoek, en danste met dit alles om de tafel heen, wel driemaal. Toen ging hij zitten, haalde diep adem en zei: 'Bedien u.' De reiziger at zwijgend. Bij elke hap die hij deed, riep de bramenplukker verrukt: 'precies als ik!' Dat was in het begin wat hinderlijk, doch de reiziger had honger en at glimlachend door. Tenslotte hief hij het hoofd op; zijn oog viel op het goudstuk, zoals het daar lag, op de rand van de tafel.' Vriend,' sprak hij, 'waarom wilde je dat goudstuk niet van mij aannemen?' 'Ik heb het niet nodig,' antwoordde de bramenplukker eenvoudig, 'ik heb diamanten.' 'Diamanten?' herhaalde de reiziger, 'heb jij diamanten? Hoeveel?' 'Precies weet ik het niet,' sprak de bramenplukker peinzend, 'een paar grasvelden vol'. 'Zeg het nog eens.' 'Een paar grasvelden vol,' herhaalde de bramenplukker.

Ditmaal was het de reiziger, die doodsbleek op zijn stoel zat.
'Man,' riep hij tenslotte, 'je bent schatrijk!' 'Dat zei ik toch al,' sprak de bramenplukker, 'maar dat is niet alles. Ik heb nog wel andere dingen.' 'Noem nog eens wat, kameraad.' 'Ja,' hernam de bramenplukker verlegen, 'er is zo veel. Daar zijn bijvoorbeeld de spiegels.' 'Spiegels?' vroeg de reiziger gejaagd. 'Ja,' vervolgde de bramenplukker op dezelfde achteloze toon, 'een paar duizend, ik heb ze nooit geteld. Sommige zijn zo groot dat je een dag nodig hebt om er omheen te lopen. Ach ja.' 'Een dag nodig om er - Vriend, waar liggen al die schatten?' 'In mijn huis.' 'Dat moet een paleis zijn!' stamelde de reiziger. 'Het is ook een paleis,' antwoordde de bramenplukker glimlachend, 'ik heb het zelfs nooit helemaal bekeken, daarvoor is het te groot. Er zijn zuilengangen bij waarvan men het eind niet zien kan; duizenden slanke kolommen dragen het gewelf. Dat is een lust om te zien! Doch af en toe ontmoet men wijde, nog hogere portalen; het gewelf is daar niet groen, doch lichtblauw met witte vlekken.' 'Mozaïek dus?' vroeg de reiziger ademloos. 'Ik weet niet wat u bedoelt,' sprak de bramenplukker. De reiziger legde het moeilijke woord uit. 'O, nee!' hernam de bramenplukker lachend, 'dat is slechts kinderspel! Dat zou mij op den duur vervelen: altijd hetzelfde te bekijken. Nee, hier bewegen zich de figuren, zij trekken langzaam en statig voorbij, ja, zij vervormen zich tot de wonderlijkste gedaanten: ijsberen, winterlandschappen, en kabouters met baarden. Zelfs de kleuren veranderen: dan is het diepblauw, dan lichtgrijs, soms beide. Het is heerlijk om te zien; men wordt er nooit moede van!' 'Dat is ongelofelijk!' riep de reiziger, 'ongelofelijk! En dat alles voor één man. Maar, maar je moet je toch wel eens eenzaam gevoelen tussen al die zuilen, galerijen en spiegels?' 'O nee!' sprak de bramenplukker, 'er is muziek genoeg, van alle kanten en de hele dag door.' 'Muziek?' riep de reiziger, 'muziek? Kom, bramenplukker, nu maak je me wat wijs.' 'Nee, wezenlijk niet," verzekerde de bramenplukker, 'de hele dag door en telkens nieuwe liederen. Maar 's avonds worden de solo's gezongen. Daar heb ik een aparte zanger voor. U moet morgenavond eens luisteren. U blijft toch vannacht hier slapen?'

'Nee,' antwoordde de reiziger, zijn jas aantrekkend, 'ik ga onmiddellijk door. Ik ben ontdekkingsreiziger. Dit is mijn grootste ontdekking. Ik ga het iedereen vertellen.' 'Dat moet u doen,' sprak de bramenplukker, 'ik heb mij al lang bezwaard gevoeld er zo heel alleen van te genieten. Maar blijf toch één nachtje! Dan zal ik u morgen alles zelf laten zien en kunt u het nog veel beter vertellen.' 'Nee,' sprak de reiziger, 'tijd is geld! Ik ga onmiddellijk door. Bedankt voor de ontbijtkoek. Adieu.' Hij trok de deur achter zich toe en verdween in de nacht. De bramenplukker snelde naar buiten, doch hij zag niets. ''Wat jammer', mompelde hij, 'tijd is geld! En hij had zoveel parels mogen hebben als een mens kan dragen. Reiziger, reiziger! Kom terug!' Doch de reiziger hoorde hem niet; hij sprong over sloten en heggen, zwom twee rivieren over, trok een donker woud door en was in de stad.

'Burgemeester,' zei hij, 'ik heb iets belangrijks te zeggen.'
'Wel,' sprak de burgemeester, 'dat is prettig. Ga maar op het stadhuis staan.' En de reiziger ging op het stadhuis staan. 'Mensen!' riep hij, 'willen jullie graag parels hebben?' 'Ja zeker!' riepen de mensen.'En voelt er iemand wat voor spiegels, zo groot als dit marktplein?' 'Ja zeker,' riepen de mensen, 'geef ze maar hier!' 'En is er hier soms iemand die graag in een paleis wil wonen met groene zuilengangen en plafonds van beweegbaar mozaïek?' 'Dat willen we best!' riepen de mensen, 'waar staat het?' 'Komt maar mee!' riep de ontdekkingsreiziger, 'loop maar precies achter me aan! We hebben geen tijd te verliezen!'

En zij trokken een donker woud door, zwommen twee rivieren over, sprongen over sloten en heggen, en waren bij de bramenplukker. 'Bramenplukker!' riep de reiziger, 'hier zijn we!' 'Wat aardig!' riep de bramenplukker, 'u laat er geen gras over groeien, dat moet ik zeggen. Hemeltje lief, wat hebt u daar een mensen bij u! Het zijn er wel een paar duizend! Wat gaat u daarmee beginnen?' 'Wij komen de parels halen,' sprak de burgemeester, naar voren tredend, 'en wij gaan in het paleis wonen waar de zoldering van beweegbaar mozaïek is en de zuilen van groen smaragd. Wij komen luisteren naar de muziek en de spiegels moeten we ook hebben.' 'Wel, dat is heerlijk!' riep de bramenplukker, hem omhelzend, 'ik ben zo blij dat jullie het ook waarderen! Dat jullie inzien hoe mooi dat alles is! Welkom, welkom! Ontbijtkoek heb ik niet zoveel, maar wel goed brood en fris water.' 'Wij moeten geen ontbijtkoek,' sprak de burgemeester langzaam, 'wij moeten parels.' 'Die krijgen jullie!' riep de bramenplukker, 'zoveel als je dragen kunt. Wacht tot morgen!' 'Kan het niet vanavond?' vroeg de burgemeester bezorgd, 'tijd is geld!' 'Nee,' hernam de bramenplukker hoofdschuddend, 'nu is het donker. En in het donker ziet men de parels niet. Maar morgenochtend vroeg zult u eens wat zien! Gaan jullie nu wat slapen, we hebben alle tijd.' 'Goed,' sprak de burgemeester, 'slapen, mannen! We hebben alle tijd!'

De volgende morgen lagen de velden glinsterend en flikkerend onder de rode hemel; aan elke grashalm, ook de kleinste, hingen prachtige, zilveren diamanten, en toen de zon opging, veranderden deze in topazen, smaragden en blauwe saffieren, stralend van licht, flonkerend van zuiverheid, schitterender dan aardse juwelen. En daartussen stonden de mensen en spraken over de parels die nu weldra gevonden zouden worden, hele grasvelden vol. Werd nu de bramenplukker maar wakker; zij hielden de ogen strak gevestigd op de kleine deur.

Eindelijk ging zij open; de bramenplukker trad naar buiten en schouwde zwijgend over de velden; zijn ogen stonden vol tranen. 'Jullie treffen het wel," sprak hij zachtjes. 'Wat zegt ie?' mompelde de burgemeester. 'Ik zeg: jullie treffen het wel,' hernam de bramenplukker glimlachend, 'zoveel parels liggen er anders nooit.' 'Ik zie geen parels,' sprak de burgemeester. 'Zien jullie geen parels?' vroeg de bramenplukker verbaasd. 'Wij zien niets,' riepen de mensen, 'wij zien helemaal niets.' De bramenplukker sloeg de handen in elkaar. 'Wat hebben jullie slechte ogen!' riep hij uit, 'kijk om je heen! Zie je het niet?' 'Dat is dauw,' sprak de burgemeester boos. 'Dat - dat wist ik niet,' stamelde de bramenplukker, 'ik dacht -' 'Waar zijn de zuilengangen?* vroeg de burgemeester kort. 'Daar,' fluisterde de bramenplukker. 'Dat zijn bomen,' antwoordde de burgemeester, waar is het mozaïek?' 'Daar,' sprak de bramenplukker. De burgemeester hief de ogen naar de purperen hemel. 'Dat is lucht,' zei hij, 'gewoon lucht Waar zijn de spiegels?' De bramenplukker wees zwijgend in de verte. 'Dat zijn vijvers,' sprak de burgemeester, 'Waar is de muziek?' De bramenplukker stak de wijsvinger op; de burgemeester luisterde. Toen richtte hij zich op en sprak met een bittere glimlach: 'Dat is een nachtegaal, onnozele! Een simpele nachtegaal! Wij zijn bedrogen.' 'Wij zijn bedrogen' schreeuwden de mensen, 'Wij zijn bedrogen!' 'Maar ik heb toch precies verteld zoals het is!' riep de bramenplukker, 'ik heb toch precies...' 'Hang hem op!' riepen de mensen, 'hang hem toch op!'

En toen 's avonds de nachtegaal zijn trillend lied begon, was er niemand om te luisteren. Want de bramenplukker hing juist een tak lager, dood.

Sprookjes van Godfried Bomans

De monnik en de boom

Er was eens een man die echt van de dingen en mensen om zich heen kon genieten. Zijn ogen stonden open voor kleuren. En zijn neus snoof alle geuren op. Vooral de geur van de dennenboom vond hij heerlijk, want die bleef hangen tot diep in de winter, ook al was het grauw en mistig. Het was een man die echt kon genieten. Toch was hij soms verdrietig en kwamen er tranen in zijn ogen. Als de mensen dan vroegen: "Waarom huil je toch?", zei hij zacht: "Ik huil omdat al het mooie voorbijgaat." Dan raapte hij een herfstblad van de grond dat te moe was geworden om al het bruin te dragen en al vol gaten zat. "Al het mooie gaat voorbij", zuchtte hij, "behalve de geur van de dennenboom. Of zou die misschien ook ooit verdwijnen?" Hij had wel eens een preek gehoord van een geleerde en heilige pastoor. Die had toen gezegd: "Alles gaat voorbij. Alleen God niet, die gaat nooit voorbij. God is oneindig." Ja, dacht die man, dat klinkt wel heel mooi, maar ik begrijp er eigenlijk niets van. En wel meer dan duizend keer had hij aan de mensen gevraagd: "Wat is toch oneindig? Weet jij misschien wat oneindig is?" Maar alle mensen aan wie hij het vroeg, haalden hun schouders op. Nee, oneindig, dat wisten zij niet. Omdat hij nergens een antwoord vond, dacht hij: "dan ga ik het God vragen."

Hij trad in het klooster en werd monnik. In het klooster bad hij, telkens opnieuw. "God", zei hij dan, "Ik hoor jouw stem klinken in de zang van de vogels in de bomen, waar ik zo van geniet. Je handen heb je uitgestrekt in het blauw van de lucht, daar hoog boven me. En jij bent het, die met je vingers al die kleuren om mij heen schildert. En die de bomen hun geuren geeft, zoals bij die dennenbomen waar ik zo van houd. Groot ben je, God, in je machtig huis. Maar God, ik zie al dat mooie dat voorbijgaat en nu zeggen ze, dat jij oneindig bent. Maar wat is dat, oneindig? Kun je me vertellen wat dat is? Kun je me dat echt niet vertellen?"

Maar er kwam geen antwoord. Van buiten niet en ook niet van binnen uit zijn hart.

Zeven jaren lang heeft hij zo gebeden. Toen gebeurde er iets heel wonderlijks. Op zekere dag liep hij peinzend door de tuin, almaar biddend en vragend. En opeens rook hij weer de sterke geuren van de machtige dennenboom van het klooster. Hij zag hoe de boom hoog boven het klooster oprees als een pijl die naar de hemel wijst. Hij keek naar de wortels van de boom, naar de stam en zo langzaam naar boven tot waar de boom opging in de lucht. Hij hoorde het zachte ruisen van de wind als een geest om de boom heen en hij rook de geur van de boom die als zachte wierook hem omarmde. Zijn ogen stonden groot open. En ook zijn hart. Een trilling ging door hem heen, een licht beving van ademloze verwondering. Hij wist niet hoe lang hij daar wel stond. In stilte.

Even later wandelde hij terug naar het klooster over het tuinpad. Hé, wat gek, het leek wel of de dingen veranderd waren. Wat vreemd! En de mensen die hij daar zag lopen, die had hij nog nooit gezien... En die mensen hem ook niet. Hij noemde zijn naam. Nu keken de mensen nog verbaasder. Zijn naam zei de mensen niets.

Toen vroeg hij waar zijn vrienden waren, want die zag hij nergens: Bernulf, de kok en Willibrord en abt Odo of misschien broeder Everardus, de portier... Maar niemand kende hen. "Nooit van gehoord", zeiden ze.

Gelukkig was er in dat klooster een pater die alles van oude boeken afwist. En die ging snuffelen en zoeken, net zolang tot hij wat gevonden had. En ja hoor, in een oud, stoffig boek vond hij de namen van de vrienden van de monnik terug. "Hé", zei hij, "de mensen die jij noemt zijn al duizend jaar dood!" Toen knielde de monnik neer en zei: "Dankjewel God. Ik weet nu een heel klein beetje wat 'oneindig' is..."

Reacties op deze in de kijker

De ingezonden reacties tot nu toe:

  1. 17-06-2007
    Hilde Malfait
    Leerkracht lager onderwijs

    Ik zou graag volgend jaar een jaar lang werken rond bomen en mijn thema's daarop enten. Ik ben nog druk bezig en zal jullie van zodra ik klaar ben mijn overzichten en zo doorsturen.

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  2. 02-09-2007
    karine raevens
    Geïnteresseerde

    İk woon en werk in Turkije, mijn kantoor ligt naast een begraafplaats, en op heel veel graven zie ik een cypres afgebeeld, graag had ik de symboliek daar van geweten, enig idee waar ik aan die informatie kan komen.

    Alvast bedankt

    Karine

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  3. 24-01-2008
    margriet
    Geïnteresseerde

    Wat een prachtige inspirerende lessenreeks rond de boom, vooral ook het ervaren van de boom spreekt mij erg aan. Het wortelen en omarmen van de stam. Ik geef particulier tekenlessen in Nederland, ben onlangs begonnen met het onderwerp boom en zal mij zeker laten inspireren door uw prachtige lessen.

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  4. 31-12-2009
    inge

    aan karine:


     


    De meest karakteristieke boom in de islamitische tuin is de cypres,omdat de cypres boom het hele jaar door groen blijft staat deze boom voor de onsterfenlijkheid.

     


    waarschijnlijk daarom?


     


    vriendelijke groeten inge

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  5. 04-04-2010
    Herman Snoeks

    Beste,

    Ik ben reeds lang op zoek naar de tekst van  het gedicht:

    "'t Lieve Vrouwke aan de boom"

    Ik zou zeer tevreden zijn als iemand me deze tekst kan bezorgen.

    Bij voorbaat veel dank!
    Herman

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  6. 09-11-2010
    Tamara WUYTS

    Beste Thomas,


    Ik vind dit een prachtige website en het werken met bomen en kinderen is heel belangrijk, dat zou elke school moeten kunnen doen, het voelen van de natuur, het begrijpen, de symboliek. Prachtig gedaan, echt waar. Ik ben bij deze website gekomen omdat ik voor mijn eindwerk als herboriste over de walnootboom moet schrijven (ik heb al veel info ivm mythologie, geschiedenis, gedichten, recepten enz...) maar tegelijk houd ik veel van bomen en heb een prachtig boek over de spirituele werking met bomen. De kracht en genezing van de bomen, maar een boom omhelzen is al genezend op zich. Ik heb me gisteren in de website verdiept en ik werd er stil van... ik ben blij dat er nog mensen zijn met zulke wonderlijke projecten en vooral voor hooggevoelige kinderen is dit heel belangrijk (ik heb een curus senseetherapeute gevolgd waarin bomen ook te pas komen, oefeningen ook) om hooggevoelige volwassenen en kinderen te begeleiden. Voor de mensen die begrijpen welke invloed de natuurelementen op ons hebben ziet de wereld er mooier uit en de puzzelstukjes vallen in mekaar. We moeten het ons enkel "her-inneren".

    Dit is werkelijk één van de mooiste websites die ik ooit bezocht hebt, bravo!


    Met vriendelijke groeten, Tamara WUYTS

     

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  7. 23-11-2011
    Marijke
    Geïnteresseerde

     Bedankt voor de inspiratie!


     


    Marijke


    Groei: kinderateliers natuureducatie, creatie, relaxatie

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Geef uw eigen aanvullingen, suggesties, ervaringen, reacties,... door

Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.

Naam:
E-mailadres:

U bent:

Uw reactie/vraag/opmerking/suggestie:

Indien gewenst, stuur hierbij een bestand mee:

Visual CAPTCHA

Vul bovenstaande code in:


Als u een bestand meestuurt, kan het even duren vooraleer u
op de volgende pagina terechtkomt
.
Gelieve toch maar één keer op 'Verzenden' te klikken.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina


Gedichtendatabank