| Schema | EERSTE CYCLUS Wij - ik - wij Groeien in geborgenheid Vader |
|
Componenten van levensbeschouwelijke en religieuze groei als vindplaatsen van gelovig leven. |
||
| A. Vanuit fundamentele bestaanscondities | A.1 Vertrouwen versus wantrouwen | |
| A.2 Mogelijkheden versus beperkingen | ||
| B. In verbondenheid | B.1 Met zichzelf | |
| B.2 Met anderen | ||
| B.3 Met gemeenschappen | ||
| B.4 Met natuur en cultuur | ||
| C. Groeien in gevoeligheid voor goed en kwaad. | ||
| D. En openkomen voor symboliek: geloofstaal, rituelen, vieringen. | ||
| Schema | TWEEDE CYCLUS jij - ik - jij groeien in verbondenheid Zoon |
|
Componenten van levensbeschouwelijke en religieuze groei als vindplaatsen van gelovig leven. |
||
| A. Vanuit fundamentele bestaanscondities | A.1 Vertrouwen versus wantrouwen | |
| A.2 Mogelijkheden versus beperkingen | ||
| B. In verbondenheid | B.1 Met zichzelf | |
| B.2 Met anderen | ||
| B.3 Met gemeenschappen | ||
| B.4 Met natuur en cultuur | ||
| C. Groeien in gevoeligheid voor goed en kwaad. | ||
| D. En openkomen voor symboliek: geloofstaal, rituelen, vieringen. | ||
| Schema | DERDE CYCLUS zij - ik - zij groeien met kracht Geest |
|
Componenten van levensbeschouwelijke en religieuze groei als vindplaatsen van gelovig leven. |
||
| A. Vanuit fundamentele bestaanscondities | A.1 Vertrouwen versus wantrouwen | |
| A.2 Mogelijkheden versus beperkingen | ||
| B. In verbondenheid | B.1 Met zichzelf | |
| B.2 Met anderen | ||
| B.3 Met gemeenschappen | ||
| B.4 Met natuur en cultuur | ||
| C. Groeien in gevoeligheid voor goed en kwaad. | ||
| D. En openkomen voor symboliek: geloofstaal, rituelen, vieringen. | ||