
Op welke wijze kunnen we vanuit de lessen r.-k. godsdienst meewerken aan relationele en seksuele vorming op school? Wanneer en hoe komt het thema aan bod in de godsdienstlessen? Wat is daarbij de eigen invalshoek? Hoe houden we rekening met de mogelijkheden en beperkingen van onze leerlingen?
Vanuit welke visie brengen we het onderwerp ter sprake? Welke criteria reikt die visie aan om het bestaande materiaal dat ons via diverse organisaties ter beschikking wordt gesteld te hanteren?
Op deze vragen wil dit dossier een antwoord zoeken. Het werd samengesteld door inspecteurs-adviseurs r.-k. godsdienst in nauwe samenwerking met diocesane werkgroepen van leerkrachten OV2 en OV3. Het is bedoeld als een groeidossier. Interessante suggesties en impulsen blijven welkom op thomas@kuleuven.be .
Hoe kunnen we vanuit de godsdienstles meewerken aan :
Voor het beantwoorden van deze vragen vertrekken we vanuit :
Een relationele visie
Relatie vanuit Bijbels perspectief |
De mens kan niet zonder de ander. Vanuit een bijbels-christelijke visie is God een relationele God. De God van het verbond kan niet zonder de mens die hij trouw blijft. De mens is dus evenzeer een relationeel wezen, een 'persoon-in-relatie'. "God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen" (Gen 1, 27 - Nieuwe Bijbelvertaling). |
Aspecten van de relationele visie |
Binnen deze relationele visie heeft seksualiteit meerdere belevingsdimensies. Allereerst is er de dimensie van lust en tederheid. Seksualiteit is de expressie van tederheid en affectie. Dat veronderstelt groeien in respect voor zichzelf en de ander. Zo'n liefdevolle en tedere relatie is vruchtbaar. Vruchtbaarheid is ruimer dan voortplanting. Ook een kinderloze relatie is vruchtbaar. Daarnaast is er de sociaal-ethische dimensie. Daarmee verwijzen we naar alle wijsheid die gegroeid is om seksualiteit los te maken van een dierlijke begeerte en om er een menswaardige invulling aan te geven. Deze wijsheden worden bemiddeld door gezin, scholen en opvoeders, Kerkgemeenschap, samenleving, ... Een relatie staat niet alleen en wil erkend worden. Met de dimensie van de sociale erkenning bedoelen we het hele proces dat begint bij het erkennen van de relatie door anderen en dat kan leiden tot een samenlevingscontract, een burgerlijk of kerkelijk huwelijk waarin de gemeenschap de relatie erkent. |
Beelden van relatie |
De beleving van je relatie kan je vergelijken met een huis. De liefde heeft een plaats nodig om te wonen. De fundering is ontegensprekelijk de liefde. Er zijn meerdere kamers in dit huis. In de living en eetplaats voel je je als koppel thuis. Het is een oefenplaats voor tedere omgang met elkaar. Maar niet alles is gericht op het koppel zelf : je ontvangt er mensen die je graag hebt, mensen die je steunen, die zich bij jullie goed voelen zodat je ook 'vruchtbaar' bent voor anderen. De slaapkamer is de plaats waar intimiteit kan groeien en seksualiteit de belichaming van je relatie wordt. Misschien is er ook plaats voor een kinderkamer... als de mogelijkheid er is en de tijd rijp. En je staat er niet alleen voor: vrienden kunnen helpen het huis te bouwen en te verbouwen tot een plaats waarbinnen jullie zich goed voelen. De groei van een relatie kan je ook vergelijken met de bloei van een plant. De wortel hoort stevig te zijn anders knakt de plant bij de minste windstoot. Afgesneden van de wortels verdort de plant. De wortel is hier de kwaliteit van de relatie en van de liefde voor elkaar. De groei van een plant vraagt aandacht en zorg. Ook andere mensen ondersteunen de relatie. De plant is vruchtbaar. Ze brengt vruchten voort. Maar we kunnen ook genieten van de bloeiende plant of van haar geur. Zo kunnen andere mensen zich 'verwarmen' aan de liefde van het koppel. Seksualiteit bevindt zich dan in het hart en in de intimiteit van de plant. |
Tussen ideaal en realiteit |
Met deze beelden wordt een richtinggevend ideaal geschetst. Mensen moeten hierin kunnen groeien. Ook mislukken is menselijk. Er is ook de 'ethiek van het haalbare' en van het zoeken naar 'het meest menswaardig mogelijke' waarbij de verscheidenheid en de eigen mogelijkheden van jongeren voorop staan. Maar ook wanneer het ideaal niet realiseerbaar is, blijft het toch belangrijk om het op een pedagogisch verantwoorde wijze aanwezig te stellen. |
Verantwoordelijkheid |
Concreet beweegt de opvoeding zich in het spanningsveld tussen het waken over minimale grenzen en het streven naar het relationele ideaal. Het is essentieel jongeren te leren om verantwoordelijkheid te nemen in relaties. Niemand mag anderen onder druk zetten of dwingen tot seksueel gedrag. Seksueel gedrag mag ook de fysieke of psychische ontwikkeling van de ander niet schaden. Zelfs wanneer seksueel gedrag met (impliciete) wederzijdse toestemming plaatsvindt, dan nog kan het grensoverschrijdend zijn omdat de ontwikkeling of de heelheid van de betrokkenen geschonden wordt. |
Gezien worden |
De leerkracht die mee instaat voor relationele en seksuele vorming vanuit deze christelijke visie, vertrekt bij het aanvaarden van de jongeren in hun verscheidenheid en vanuit het geloof in hun groei-kansen. Deze visie is geïnspireerd door de handelwijze van Jezus zelf. Hij haalt het best mogelijke uit de mens. Hij ziet mensen langs de weg die niemand anders ziet. "Zacheüs, kom uit de boom" (Lc 19,5). Hij brengt mensen in relatie. Daardoor worden ze 'ge-heeld' zodat ze kunnen groeien naar het voor hen best menselijk mogelijke. |
Voor deze visie vonden we ondermeer inspiratie in : Ethisch advies : seksualiteit bij personen met een handicap (Werkgroep ethiek in de orthopedagogische zorg - Broeders van Liefde) - met dank aan Axel Liegeois en in Roger Burggraeve, Tussen Rome en leven. Essay over een ethiek van het haalbare (opgetekend door Ilse Van Halst), Lannoo, 1994. We danken ook Sophie Veulemans, assistent moraaltheologie (KUL), voor haar feedback en concrete tips.
Vragen bij de visietiekst ter bespreking in het team:

Ook al komen we tijdens de godsdienstlessen toevallig of gepland bij relationele en seksuele onderwerpen of vragen, toch is RSV een zaak van het ganse schoolteam en niet alleen van de leerkracht r.-k.godsdienst.
Een goede relationele vorming vraagt om een collegiale samenwerking waarbij zowel Algemene sociale vorming (ASV) als rooms-katholieke godsdienst (RKG) een eigen invalshoek hebben met eigen ontwikkelingsdoelen. Precies in deze samenwerking ontdekken de jongeren dat alle leerkrachten bekommerd zijn om hun groei in relationele en seksuele menswaardigheid.
Bij thema's die ieders verantwoordelijkheid dragen gebeurt het echter vaak dat niemand het echt opneemt. Daarom is het belangrijk om met de school een doordacht beleid te voeren mbt RSV
Leerkrachten zullen tijd en ruimte moeten creëren om de mogelijkheden van de leerlingen maximaal te verkennen en te ondersteunen. Tijd en ruimte ook om waarden, houdingen, vaardigheden en kennis te ontwikkelen die gericht zijn op groei in relatiegevoeligheid en relatiebekwaamheid.
Het uiteindelijke doel ligt bij het verhogen van de kansen van leerlingen op een gelukkige partnerrelatie en positieve seksualiteitsbeleving enerzijds en het aanreiken van een correct taalgebruik en woordenschat om hierover te spreken anderzijds.
Het curriculum voor het buitengewoon onderwijs OV3 schrijft:
"De specificiteit van het onderwijsaanbod in het buitengewoon secundair onderwijs uit zich in vier essentiële elementen: de geïntegreerde zorgbenadering, het schoolklimaat, de ontwikkelingsdoelen en de handelingsplanning."
In het onderdeel 'gezondheidseducatie' bijvoorbeeld is één van de items 'intieme relaties en seksualiteit' (zie punt 3.7 de ontwikkelingdoelen 43 tot 51). Het is belangrijk - zo schrijft het document - de sociale competenties van de leerlingen te bevorderen. Nog andere onderwerpen die verband houden met relaties en seksualiteit komen gedurende de schoolcarrière van jongeren aan bod. De onderwerpen verschillen naargelang de leeftijd en de leefwereld van de jongeren.
Het doel van RSV wordt in het curriculum BuO als volgt omschreven:
Een concreet schoolbeleid met betrekking tot RSV maakt duidelijk tijdens welke lessen deze onderwerpen en vragen een plaats krijgen.
Tot slot:
RSV is méér dan het bespreken van de risico's en gevaren. Relationele en seksuele vorming biedt kansen voor de totale ontwikkeling van de persoon. Het geeft kansen om in relatie te treden met anderen.
Deze korte verkenning moge duidelijk maken dat het ganse schoolteam hierin verantwoordelijkheid draagt en de leraar RK-godsdienst niet de enige mag zijn die dit thema opneemt.

"Over grote en verheven dingen moet men niet zwijgen maar groot en verheven spreken"
(Spreuk van Eckhardt uit de 13de eeuw )
De gevoelens en de liefdes van mensen zijn grote en verheven dingen. In het licht van het conciliedocument Gaudium et Spes mogen wij ook de lichamelijk en seksuele liefde tussen mensen als gestalte van Gods liefde benoemen.
Zo'n grote en verheven zaken verdienen een taal die het wonderlijke en goddelijke karakter in de verf zet. Als godsdienstleraren zijn we daar bijzonder gevoelig voor.
In onze samenleving bestaat een zeer uiteenlopend taalgebruik rond relaties en seksualiteit, sterk verschillend naargelang het sociale milieu. Dit taalgebruik is voor jongeren weinig doorzichtig, daarom durven wij pleiten voor mildheid én duidelijkheid.
Het gebruik van grove- en schuttingstaal versus standaardtaal
Sommigen jongeren gebruiken gemakkelijk een eigen jongerentaal. Leeftijd en milieu spelen hierbij een belangrijke rol. Deze taal komt dikwijls grof over en wordt door leeftijdsgenoten makkelijk overgenomen zonder goed begrepen te worden.
Het ontwikkelingsniveau van de jongeren in het BuSO staat hen niet toe om altijd de betekenis of de draagwijdte van die woorden en uitdrukkingen te begrijpen.
Enkele kenmerken van dit taalgebruik en aandachtspunten voor de opvoeder:
Leerkrachten moeten tegen dit soort taalgebruik ingaan omdat
Hoe reageren?
Eenduidige taal
Het taalgebruik inzake seksualiteit en relaties zit vol dubbelzinnigheden en is vaak zeer vaag.
Jongeren met een mentale beperking hebben het daar vaak moeilijk mee. Het wordt dubbel moeilijk voor jongeren met ASS. Besteed dus voldoende aandacht aan het taalgebruik wanneer je bezig bent met relationele en seksuele vorming.
Beeldmateriaal
Bij het gebruik van beeldmateriaal is het goed vooraf het niveau van je leerlingen correct in te schatten.
Gebruik je best levensecht materiaal, of kan het met foto's, prenten of tekeningen?
Als we beeldmateriaal gebruiken, moeten we de jongeren voorbereiden op wat ze te zien gaan krijgen. Tonen we een beeld dat choquerend kan overkomen, dan tonen we het slechts even. We toetsen het telkens aan de beleving van de jongeren door vragen te stellen als: Is het gewoon om naar te kijken?, Word je er verlegen van?, Wil je nog eens kijken?... We verifiëren of de leerlingen de boodschap hebben begrepen door hen te vragen wat zij gezien hebben. Uiteraard verplichten we niemand om te kijken.
De ontwikkelingsdoelen bij de verschillende terreinen van de raamplannen OV2 en OV3, bieden een leerlijn om in de godsdienstlessen relationele en seksuele vorming aan bod te brengen. Leerlingen worden uitgedaagd om te groeien :
Voor OV2 en OV3 zochten we in het raamplan naar aanknopingspunten bij de terreinen en ontwikkelingsdoelen en naar mogelijke ingrediënten:
We hebben rond verschillende deelaspecten knooppunten verzameld en aan die groepen van knooppunten één of meerdere impulsen gekoppeld. Soms verwijzen we naar een leerprojectfiche (zie verder).
Impulsen :
Impulsen :
Impulsen :
Impulsen :
Impuls :
Impuls :
Impuls :
"Lesimpulsen worden opgenomen in een leerproject. Aan de hand van een leerprojectfiche wordt het leerproject handig geschematiseerd en geëvalueerd. Leerprojectfiches maken lesmateriaal uitwisselbaar."
Als liefde verliefdheid wordt (Karin Mys, VTS-BusO – Sint-Niklaas)
omvat :
Karin verwerkt verschillende bronnen. Ze gaf volgende op:
Van peuter tot puber (Johan De Keyser, BUSO-De Horizon, Aalst)
Omvat :
Ik zie je graag (Marianne Lootens, Vibso Leieland - Machelen)
Omvat :
Marianne maakte gebruik van volgende bronnen: