print deze pagina af voeg deze pagina toe aan je favorieten e-mail deze pagina Klik hier om in te loggen Guided Tour

Relationele en seksuele vorming in de godsdienstles (BUSO)

  1. Een relationele visie op seksualiteit: een richtinggevend ideaal
  2. Een zaak van het ganse schoolteam
  3. Aandachtspunten
  4. Aankopingspunten bij het leerplan
  5. Knooppunten en lesimpulsen

Vooraf

Op welke wijze kunnen we vanuit de lessen r.-k. godsdienst meewerken aan relationele en seksuele vorming op school? Wanneer en hoe komt het thema aan bod in de godsdienstlessen? Wat is daarbij de eigen invalshoek? Hoe houden we rekening met de mogelijkheden en beperkingen van onze leerlingen?
Vanuit welke visie brengen we het onderwerp ter sprake? Welke criteria reikt die visie aan om het bestaande materiaal dat ons via diverse organisaties ter beschikking wordt gesteld te hanteren?

Op deze vragen wil dit dossier een antwoord zoeken. Het werd samengesteld door inspecteurs-adviseurs r.-k. godsdienst in nauwe samenwerking met diocesane werkgroepen van leerkrachten OV2 en OV3. Het is bedoeld als een groeidossier. Interessante suggesties en impulsen blijven welkom op thomas@kuleuven.be

Een relationele visie op seksualiteit : een richtinggevend ideaal

Hoe kunnen we vanuit de godsdienstles meewerken aan :

  • een positieve beleving van lichamelijkheid en tederheid ;
  • begeleiding naar een respectvolle, liefdevolle en verantwoordelijke relatie ?
  • ondersteuning in het maken van verantwoorde keuzes met betrekking tot seksueel gedrag ?

Voor het beantwoorden van deze vragen vertrekken we vanuit :

  • een positieve visie die seksualiteit ziet als een wezenlijke dimensie van het mens zijn ;
  • een ruime visie die onder seksualiteit niet alleen 'genitale seksualiteit' verstaat, maar ook alle belevingen en uitingen van affectiviteit, tederheid, intimiteit en erotiek.

Een relationele visie

Relatie vanuit Bijbels perspectief

De mens kan niet zonder de ander. Vanuit een bijbels-christelijke visie is God een relationele God. De God van het verbond kan niet zonder de mens die hij trouw blijft. De mens is dus evenzeer een relationeel wezen, een 'persoon-in-relatie'. "God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen" (Gen 1, 27 - Nieuwe Bijbelvertaling).
Menselijke seksualiteit wordt in deze visie de belichaming van de liefdesrelatie tussen twee mensen. Het ideaal van de liefdevolle, trouwe en duurzame relatie staat voorop.

Aspecten van de relationele visie

Binnen deze relationele visie heeft seksualiteit meerdere belevingsdimensies. Allereerst is er de dimensie van lust en tederheid. Seksualiteit is de expressie van tederheid en affectie. Dat veronderstelt groeien in respect voor zichzelf en de ander. Zo'n liefdevolle en tedere relatie is vruchtbaar. Vruchtbaarheid is ruimer dan voortplanting. Ook een kinderloze relatie is vruchtbaar. Daarnaast is er de sociaal-ethische dimensie. Daarmee verwijzen we naar alle wijsheid die gegroeid is om seksualiteit los te maken van een dierlijke begeerte en om er een menswaardige invulling aan te geven. Deze wijsheden worden bemiddeld door gezin, scholen en opvoeders, Kerkgemeenschap, samenleving, ... Een relatie staat niet alleen en wil erkend worden. Met de dimensie van de sociale erkenning bedoelen we het hele proces dat begint bij het erkennen van de relatie door anderen en dat kan leiden tot een samenlevingscontract, een burgerlijk of kerkelijk huwelijk waarin de gemeenschap de relatie erkent.

Beelden van relatie

De beleving van je relatie kan je vergelijken met een huis. De liefde heeft een plaats nodig om te wonen. De fundering is ontegensprekelijk de liefde. Er zijn meerdere kamers in dit huis. In de living en eetplaats voel je je als koppel thuis. Het is een oefenplaats voor tedere omgang met elkaar. Maar niet alles is gericht op het koppel zelf : je ontvangt er mensen die je graag hebt, mensen die je steunen, die zich bij jullie goed voelen zodat je ook 'vruchtbaar' bent voor anderen. De slaapkamer is de plaats waar intimiteit kan groeien en seksualiteit de belichaming van je relatie wordt. Misschien is er ook plaats voor een kinderkamer... als de mogelijkheid er is en de tijd rijp. En je staat er niet alleen voor: vrienden kunnen helpen het huis te bouwen en te verbouwen tot een plaats waarbinnen jullie zich goed voelen.

De groei van een relatie kan je ook vergelijken met de bloei van een plant. De wortel hoort stevig te zijn anders knakt de plant bij de minste windstoot. Afgesneden van de wortels verdort de plant. De wortel is hier de kwaliteit van de relatie en van de liefde voor elkaar. De groei van een plant vraagt aandacht en zorg. Ook andere mensen ondersteunen de relatie. De plant is vruchtbaar. Ze brengt vruchten voort. Maar we kunnen ook genieten van de bloeiende plant of van haar geur. Zo kunnen andere mensen zich 'verwarmen' aan de liefde van het koppel. Seksualiteit bevindt zich dan in het hart en in de intimiteit van de plant.

Tussen ideaal en realiteit

Met deze beelden wordt een richtinggevend ideaal geschetst. Mensen moeten hierin kunnen groeien. Ook mislukken is menselijk. Er is ook de 'ethiek van het haalbare' en van het zoeken naar 'het meest menswaardig mogelijke' waarbij de verscheidenheid en de eigen mogelijkheden van jongeren voorop staan. Maar ook wanneer het ideaal niet realiseerbaar is, blijft het toch belangrijk om het op een pedagogisch verantwoorde wijze aanwezig te stellen.

Verantwoordelijkheid

Concreet beweegt de opvoeding zich in het spanningsveld tussen het waken over minimale grenzen en het streven naar het relationele ideaal. Het is essentieel jongeren te leren om verantwoordelijkheid te nemen in relaties. Niemand mag anderen onder druk zetten of dwingen tot seksueel gedrag. Seksueel gedrag mag ook de fysieke of psychische ontwikkeling van de ander niet schaden. Zelfs wanneer seksueel gedrag met (impliciete) wederzijdse toestemming plaatsvindt, dan nog kan het grensoverschrijdend zijn omdat de ontwikkeling of de heelheid van de betrokkenen geschonden wordt.
Respect voor het persoon-zijn van de ander, gelijkwaardigheid en wederkerigheid zijn fundamentele waarden in een relationele visie.

Gezien worden

De leerkracht die mee instaat voor relationele en seksuele vorming vanuit deze christelijke visie, vertrekt bij het aanvaarden van de jongeren in hun verscheidenheid en vanuit het geloof in hun groei-kansen. Deze visie is geïnspireerd door de handelwijze van Jezus zelf. Hij haalt het best mogelijke uit de mens. Hij ziet mensen langs de weg die niemand anders ziet. "Zacheüs, kom uit de boom" (Lc 19,5). Hij brengt mensen in relatie. Daardoor worden ze 'ge-heeld' zodat ze kunnen groeien naar het voor hen best menselijk mogelijke.

Voor deze visie vonden we ondermeer inspiratie in : Ethisch advies : seksualiteit bij personen met een handicap (Werkgroep ethiek in de orthopedagogische zorg - Broeders van Liefde) - met dank aan Axel Liegeois en in Roger Burggraeve, Tussen Rome en leven. Essay over een ethiek van het haalbare (opgetekend door Ilse Van Halst), Lannoo, 1994. We danken ook Sophie Veulemans, assistent moraaltheologie (KUL), voor haar feedback en concrete tips.

Vragen bij de visietiekst ter bespreking in het team:

  • Vanuit een bijbels-christelijke visie houdt men een richtinggevend ideaal voor wanneer men over seksualiteit spreekt. Is dit wel haalbaar voor mensen met een mentale of fysieke beperking?
  • Is een visie die een integratie nastreeft van de verschillende aspecten van seksualiteit  een onbereikbare utopie of alleen weggelegd voor mensen die tot een bepaalde sociale elite behoren? Of kan zo’n visie ook een dankbaar richtsnoer zijn om op een rustige manier aan een relatie te werken of er alvast van te dromen?
  • Is seksualiteit een privézaak of is het net goed en noodzakelijk dat hierover een waardegesprek gevoerd wordt? Op welke manier wordt dit waardegesprek gekleurd door de bijbels-christelijke traditie?
  • Verschillende organisaties bieden goed bruikbaar didactisch materiaal aan in verband met relationele en seksuele vorming. Is het voldoende wanneer het onze leerlingen aanspreekt of is het noodzakelijk om telkens na te gaan vanuit welke visie op mens en relaties het materiaal is opgebouwd? Welke criteria reikt het richtinggevend ideaal van de visietekst aan om bestaan didactisch materiaal kritisch te beoordelen?
  • De beelden van relatie die de visietekst vermeldt (het huis en de plant) kunnen te denken geven. Of leggen ze het ideaal teveel vast? Zijn de beelden dankbare hulpmiddelen om met de leerlingen over relatie te spreken? Kennen leerlingen nog andere beelden die helpen om over een levengevende relatie te spreken?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Een zaak van het ganse schoolteam

Ook al komen we tijdens de godsdienstlessen toevallig of gepland bij relationele en seksuele onderwerpen of vragen, toch is RSV een zaak van het ganse schoolteam en niet alleen van de leerkracht r.-k.godsdienst.

Een goede relationele vorming vraagt om een collegiale samenwerking waarbij zowel Algemene sociale vorming (ASV) als rooms-katholieke godsdienst (RKG) een eigen invalshoek hebben met eigen ontwikkelingsdoelen. Precies in deze samenwerking ontdekken de jongeren dat alle leerkrachten bekommerd zijn om hun groei in relationele en seksuele menswaardigheid.

Bij thema's die ieders verantwoordelijkheid dragen gebeurt het echter vaak dat niemand het echt opneemt. Daarom is het belangrijk om met de school een doordacht beleid te voeren mbt RSV

Leerkrachten zullen tijd en ruimte moeten creëren om de mogelijkheden van de leerlingen maximaal te verkennen en te ondersteunen. Tijd en ruimte ook om waarden, houdingen, vaardigheden en kennis te ontwikkelen die gericht zijn op groei in relatiegevoeligheid en relatiebekwaamheid.
Het uiteindelijke doel ligt bij het verhogen van de kansen van leerlingen op een gelukkige partnerrelatie en positieve seksualiteitsbeleving enerzijds en het aanreiken van een correct taalgebruik en woordenschat om hierover te spreken anderzijds.

Het curriculum voor het buitengewoon onderwijs OV3 schrijft:

"De specificiteit van het onderwijsaanbod in het buitengewoon secundair onderwijs uit zich in vier essentiële elementen: de geïntegreerde zorgbenadering, het schoolklimaat, de ontwikkelingsdoelen en de handelingsplanning."

In het onderdeel 'gezondheidseducatie' bijvoorbeeld is één van de items 'intieme relaties en seksualiteit' (zie punt 3.7 de ontwikkelingdoelen 43 tot 51). Het is belangrijk - zo schrijft het document - de sociale competenties van de leerlingen te bevorderen. Nog andere onderwerpen die verband houden met relaties en seksualiteit komen gedurende de schoolcarrière van jongeren aan bod. De onderwerpen verschillen naargelang de leeftijd en de leefwereld van de jongeren.
Het doel van RSV wordt in het curriculum BuO als volgt omschreven:

  1. jongeren begeleiden in hun lichamelijke en emotioneleontwikkeling
  2. jongeren begeleiden in het ontdekken en integreren van waarden en normen ivm relaties en seksualiteit
  3. jongeren begeleiden op het vlak van preventie en risico's

Een concreet schoolbeleid met betrekking tot RSV maakt duidelijk tijdens welke lessen deze onderwerpen en vragen een plaats krijgen.

Tot slot:
RSV is méér dan het bespreken van de risico's en gevaren. Relationele en seksuele vorming biedt kansen voor de totale ontwikkeling van de persoon. Het geeft kansen om in relatie te treden met anderen.

Deze korte verkenning moge duidelijk maken dat het ganse schoolteam hierin verantwoordelijkheid draagt en de leraar RK-godsdienst niet de enige mag zijn die dit thema opneemt.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Aandachtspunten

Taal

"Over grote en verheven dingen moet men niet zwijgen maar groot en verheven spreken"
(Spreuk van Eckhardt uit de 13de eeuw )

De gevoelens en de liefdes van mensen zijn grote en verheven dingen. In het licht van het conciliedocument Gaudium et Spes mogen wij ook de lichamelijk en seksuele liefde tussen mensen als gestalte van Gods liefde benoemen.
Zo'n grote en verheven zaken verdienen een taal die het wonderlijke en goddelijke karakter in de verf zet. Als godsdienstleraren zijn we daar bijzonder gevoelig voor.

In onze samenleving bestaat een zeer uiteenlopend taalgebruik rond relaties en seksualiteit, sterk verschillend naargelang het sociale milieu. Dit taalgebruik is voor jongeren weinig doorzichtig, daarom durven wij pleiten voor mildheid én duidelijkheid.

Het gebruik van grove- en schuttingstaal versus standaardtaal

Sommigen jongeren gebruiken gemakkelijk een eigen jongerentaal. Leeftijd en milieu spelen hierbij een belangrijke rol. Deze taal komt dikwijls grof over en wordt door leeftijdsgenoten makkelijk overgenomen zonder goed begrepen te worden.
Het ontwikkelingsniveau van de jongeren in het BuSO staat hen niet toe om altijd de betekenis of de draagwijdte van die woorden en uitdrukkingen te begrijpen.

Enkele kenmerken van dit taalgebruik en aandachtspunten voor de opvoeder:

  1. De woorden die ze gebruiken hebben voor hen niet dezelfde betekenis als voor de begeleiders.
  2. Sommigen willen "stoer" of "volwassen" overkomen en compenseren hun zwak presteren op andere vlakken door het gebruik van grove taal.
  3. Het kan een uitlaatklep zijn voor opgekropte gevoelens en spanningen.
  4. Sommigen vangen deze taal ergens op en imiteren ze zonder de echte betekenis van bepaalde woorden te begrijpen. Wanneer ze hiermee succes oogsten in de groep, worden zij bevestigd en dit stimuleert hen om verder met schunnige woorden uit te pakken.
  5. Niet zelden wordt deze taal ook gebruikt om anderen te kleineren of te verwijten.
  6. Door dit taalgebruik wordt vaak de rust in de groep gestoord. Er wordt altijd gereageerd. Het is hun wapen om zich te laten opmerken en om aandacht te vragen.
  7. Vulgaire taal kan ook gebruikt worden om te testen hoever men kan gaan.
  8. Bepaalde woorden liggen ook 'gender'-gevoelig. Het is dikwijls een stoere mannentaal gelinkt aan porno en prestatieseks die kwetsend overkomt bij meisjes.
  9. Het kan een weinig respectvol klimaat oproepen.

Leerkrachten moeten tegen dit soort taalgebruik ingaan omdat

  1. leerlingen een taal moeten leren die aanvaardbaar is binnen het klasgebeuren en binnen een ruimer maatschappelijke context.
  2. respectvolle omgang met elkaar, begint met een respectvolle taal.
  3. het voor een storend klasklimaat zorgt en eerder hilariteit oproept dan samenwerking stimuleert.
  4. het maatschappelijk niet aanvaardbaar is en we deze jongeren juist willen helpen in het verwerven van een eigen plaats binnen de maatschappij.

Hoe reageren?

  1. De jongeren het zwijgen opleggen is geen oplossing. We kunnen jongeren beter laten inzien dat schuttingstaal niet zomaar gebruikt kan worden. Elk talenspel heeft zijn eigen context: je schrijft geen wetenschappelijke taal in een liefdesbrief en je gebruikt geen medische vakjargon in een jeugdjournaal. Dit kan met jongeren worden ingeoefend door hen bijvoorbeeld de volgende vragen voor te leggen: Waarvan is dit taalgebruik een teken? Waar horen wij deze taal? Begrijpen wij wat we zeggen? ...
  2. Jongeren een positief alternatief aanreiken en met hen het standaardtaalgebruik inoefenen is belangrijk. Het correct taalgebruik zal gestimuleerd en bevestigd worden.

Eenduidige taal

Het taalgebruik inzake seksualiteit en relaties zit vol dubbelzinnigheden en is vaak zeer vaag.

  1. Over seksualiteit wordt vaak in omfloerste termen gesproken. Denk maar aan: Ik ben op..., Ze hebben het gedaan....
  2. De betekenis van woorden hangt vaak af van de context waarin ze gebruikt worden. Betekent vrijen: knuffelen, een relatie hebben of seksuele gemeenschap hebben?
  3. De letterlijke betekenis van woorden is vaak zeer verwarrend.

Jongeren met een mentale beperking hebben het daar vaak moeilijk mee. Het wordt dubbel moeilijk voor jongeren met ASS. Besteed dus voldoende aandacht aan het taalgebruik wanneer je bezig bent met relationele en seksuele vorming.

Beeldmateriaal

Bij het gebruik van beeldmateriaal is het goed vooraf het niveau van je leerlingen correct in te schatten.

Gebruik je best levensecht materiaal, of kan het met foto's, prenten of tekeningen?
Als we beeldmateriaal gebruiken, moeten we de jongeren voorbereiden op wat ze te zien gaan krijgen. Tonen we een beeld dat choquerend kan overkomen, dan tonen we het slechts even. We toetsen het telkens aan de beleving van de jongeren door vragen te stellen als: Is het gewoon om naar te kijken?, Word je er verlegen van?, Wil je nog eens kijken?... We verifiëren of de leerlingen de boodschap hebben begrepen door hen te vragen wat zij gezien hebben. Uiteraard verplichten we niemand om te kijken.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Aanknopingspunten bij het raamplan

De ontwikkelingsdoelen bij de verschillende terreinen van de raamplannen OV2 en OV3, bieden een leerlijn om in de godsdienstlessen relationele en seksuele vorming aan bod te brengen. Leerlingen worden uitgedaagd om te groeien :

  • vanuit het ontdekken van zichzelf met hun mogelijkheden en beperkingen
  • naar respectvolle, liefdevolle en verantwoordelijke relaties.

Voor OV2 en OV3 zochten we in het raamplan naar aanknopingspunten bij de terreinen en ontwikkelingsdoelen en naar mogelijke ingrediënten:

Knooppunten en lesimpulsen

We hebben rond verschillende deelaspecten knooppunten verzameld en aan die groepen van knooppunten één of meerdere impulsen gekoppeld.  Soms verwijzen we naar een leerprojectfiche (zie verder).

Een richtinggevend ideaal

  1. De beelden van relatie die de visietekst vermeldt (het huis en de plant) kunnen te denken geven. Of leggen ze het ideaal teveel vast? Zijn de beelden dankbare hulpmiddelen om met de leerlingen over relatie te spreken? Kennen leerlingen nog andere beelden die helpen om over een levengevende relatie te spreken?

Impulsen :

    1. “Waar liefde wonen kan”
    2. “Waar liefde groeien en bloeien kan”

Groei naar zelfstandigheid en relatie

  1. Kan je het ontstaan van het menselijk leven niet alleen zien als een ‘biologisch toeval’, maar ook als een wonder en een geschenk van God?
  2. Kan/mag/moet je jezelf verliezen om aanvaard te worden of moet je jezelf blijven? Moet je al of niet weerstaan aan groepsdruk?
  3. Is werken aan je uiterlijk een uiting van de zoektocht naar jezelf?

Impulsen :

    1. “Een liedje van verlangen”
    2. Zie ook het leerproject “Van peuter naar puber

Spanningsveld verliefdheid – liefde

  1. Is verliefdheid eerder gericht op behoeften van mezelf en is liefde dan gericht op de ander?
  2. Zie je verliefdheid als een belangrijke opstap en voorwaarde voor een vaste relatie uit liefde? Kan verliefdheid ook komen na een (gearrangeerd) huwelijk zoals in sommige andere culturen?
  3. Is verliefdheid alleen maar van voorbijgaande aard? Of kunnen attenties, zorg voor elkaar en nabijheid de intense gevoelens van verliefdheid levenslang oproepen?
  4. Verliefdheid geeft een positief gevoel. Maar hoe blind zijn we in de verliefdheid voor de moeilijke aspecten bij de ander (alcoholmisbruik, gewelddadigheid, niet met geld kunnen omgaan enz…)?
  5. Over verliefdheid wordt nogal eens lacherig en meewarig gedaan. Maar kan je in de overrompelende gevoelens en in het onvoorwaardelijke karakter van de prille verliefdheid, ook geen ‘religieuze dimensie’ herkennen? Kan die ‘religieuze dimensie’ ons op het spoor zetten van de ‘zotte liefde’ die we bij Jezus zien?
  6. Werkt verliefdheid alleen maar verlammend (niets anders telt nog) of maakt het juist energie vrij, ook voor andere aspecten van het leven? Kan een positievere houding tegenover jeugdige verliefdheid net niet een duurzaam liefdesengagement mee helpen opbouwen

            Impulsen :

    1. Liefde en verliefdheid
    2. Zie ook het leerproject “Als verliefdheid liefde wordt

Religieuze huwelijkssluiting

  1. Volstaat het aan elkaar een jawoord te geven of is het wezenlijk dat dat gebeurt in een (huwelijks)viering waarin anderen (en ook de Ander) betrokken worden bij dat jawoord?
  2. Zijn huwelijksrituelen niet dikwijls een formaliteit of een show zonder diepere inhoud? Of drukken ze precies uit wat mensen ten diepste voor elkaar voelen?
  3. Is vandaag een samenlevingscontract niet meer aangewezen om vooral praktische zaken te regelen (bv. bij overlijden of echtscheiding)?
  4. Jongeren zien dat noch een huwelijk noch een samenlevingscontract garantie zijn voor een duurzame relatie. Maar wat dan wel?
  5. “Wie oprecht van elkaar houdt, heeft geen papiertje nodig als bewijs. Meer nog, alleen wie vrij en ongebonden is, kan elke dag opnieuw voor de ander kiezen.” Legt zo’n (logische?) uitspraak niet een enorme druk op mensen om te slagen? Kan een mens dit een gans leven volhouden? Of neemt het sacramentele huwelijk niet juist de druk weg doordat men ook ‘de gave’ erkent, het aan elkaar gegeven zijn?
  6. Huwende koppels maken soms zelf hun rituelen. Kun je met vormen en rituelen spelen? Kunnen gebruiken uit andere tradities zinvol geïntegreerd worden om het ‘eigen’ ritueel te verrijken?

Impulsen :

    1. “ Als mensen trouwen…”
    2. “Liefde in veel facetten”
    3. Over huwelijk en huwelijksrituelen in verschillende religies in België, zie: In de kijker, nr. 36: “Twee aan twee gaan ze

Lichamelijke intimiteit

  1. Wordt de lichamelijke liefde wel gewaardeerd in het christendom of is het een ‘preutse traditie’ die geen weg weet met lichamelijkheid? Wat dan met de liefde zoals ze beschreven wordt in het Hooglied? Is volgens Genesis de mens niet “mannelijk en vrouwelijk” geschapen naar Gods beeld? Hebben een aantal christelijke mystici hun liefdevolle vereniging met God niet beschreven in termen van lichamelijke intimiteit?...

Impuls :

  1. “Gebed voor twee geliefden”

Gebroken relaties

  1. Is het ideaal van een duurzame levenslange relatie te hoog gegrepen en legt het dus onredelijke druk op mensen of is de (religieuze) belofte aan elkaar en aan anderen  om dit levenslang engagement aan te gaan net een belangrijke steun op momenten dat het moeilijk wordt?
  2. Zorgt niet-huwen (samenwonen) voor minder pijn wanneer er een breuk komt of blijven die gevoelens dezelfde?
  3. Zijn kinderen altijd slachtoffer van een scheiding? Kan een scheiding ook rust betekenen voor kinderen?
  4. Hoe beleven jongeren de loyauteit ten opzichte van hun ouders? Welke vader hebben jongeren? Op welke manier verandert een eenoudergezin of een samengesteld gezin de band die ze hebben met hun vader? Wat gebeurt er met het vaderbeeld of de relatie met de vader in gebroken gezinnen? In welke mate heeft een jongere een vader nodig en wat voor een vader? Kan een moeder alleen voldoende ondersteuning en een ‘complete’ opvoeding geven?

Impuls :

  1. Het verhaal van Joeri

“Eeuwige liefde”

  1. Zouden alle mensen verlangen naar een liefde die eeuwig duurt of is dit net beangstigend voor mensen?
  2. Overwint liefde de dood of is dit een dwaas verlangen van mensen die niet kunnen aanvaarden dat het leven eindig is?

Impuls :

  1. Liefde aanvaardt de dood niet

Leerprojecten

"Lesimpulsen worden opgenomen in een leerproject. Aan de hand van een leerprojectfiche wordt het leerproject handig geschematiseerd en geëvalueerd. Leerprojectfiches maken lesmateriaal uitwisselbaar."

Als liefde verliefdheid wordt (Karin Mys, VTS-BusO – Sint-Niklaas)

omvat :

  1. “LP als verliefdheid liefde wordt” (= leerprojectfiche)
  2. “Als verliefdheid liefde wordt” (werkblaadjes in pdf)

Karin verwerkt verschillende bronnen. Ze gaf volgende op:

  • Waar ik van droom (Eigentijdse Jeugd) – Davidsfonds/Leuven
  • Dat is pas leven (Jean-Paul Vermassen)- Lannoo
  • Link 5 - Patmos/Pelckmans
  • Link 6 - Patmos/Pelckmans

Van peuter tot puber (Johan De Keyser, BUSO-De Horizon, Aalst)

Omvat :

Ik zie je graag (Marianne Lootens, Vibso Leieland - Machelen)

Omvat :

Marianne maakte gebruik van volgende bronnen:

  • Waar ik van droom. Davidsfonds Leuven
  • Lesmap: ongewenst zwanger en abortus CRZ Kapucijnervoer Leuven
  • Dag van de godsdienstleerkracht OV3 2003 D. Pollefeyt

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina


Bijbelfiche Jezus en Nikodemus